

Manon Stravens werkt op het regiokantoor van ICCO in Bamako (Mali). Voor Vice Versa houdt ze een weblog bij over ontwikkelingssamenwerking in de praktijk en over het wonen in Afrika. Op reis door Sierra Leone komt ze er achter dat ze eigenlijk meer gesteld is op dronken militairen dan weer zo’n onderuitgezakte groep vrouwen die om een donatie vraagt.
“This is a donor-driven country”. We reden tussen de zwartgeblakerde landbouwvelden Sierra Leone binnen. Ik was nog geen tien minuten eerder opgepikt bij de Liberiaanse grens of ik werd al de les gelezen door de jonge journalist die ons vergezelde. Vooral die pretoogjes en uitdagende grijns staan me nog helder voor de geest. Met een mond vol tanden kun je niets anders doen dan een beetje teruggrijnzen. Want daar kom je dan met je rolkoffer, gevuld met voorgeprogrammeerd budget en de opdracht uit Utrecht een DREO-draai (1) aan het ICCO plan voor Sierra Leone te geven. Ben ik de volgende in de karavaan fourwheeldrive donoren? Ik was vastbesloten van niet.
Sierra Leone swingt. Het land staat onderaan op de lijst van de armste landen, maar er wordt hier hard gewerkt, aan de wegen, de veiligheid en het lokaal bestuur. De regering heeft een belastingssysteem opgezet, heeft voor het eerst inzicht gegeven in de opbrengsten uit de diamant en goudmijnen en vier ministers ontslagen wegens veroordeling voor corruptie. Dat riekt naar goed bestuur en dus vallen er resultaten te behalen. En we geven graag geld als we snel kunnen scoren. Want de achterban hijgt nog altijd in onze nek.
En het loont. Sierra Leone is hard op weg de volgende donor darling te worden. De internationale gemeenschap is gul en dat resulteert in een hoog vruchtbaarheidscijfer: nieuwe kleine ontwikkelingsorganisaties worden bij bosjes geboren. Met je eigen MONGO (My Own NGO) is het zowel goed – als zaken doen en geef ze ook eens ongelijk met die schrijnende werkeloosheid. De overheid tracht haar kroost te beteugelen en coördinatie te stimuleren, maar dat blijkt een lastige taak zolang ze aan de goedgevulde borst mogen liggen van dames als UNDP en UNICEF. Zij maken de plannen, leveren de centen en zelfs het personeel, lokale organisaties voeren het uit. President Ernest Koroma heeft zogezegd weinig in de melk te brokken. Deze clubs zijn in feite een soort onderaannemer, maar er wordt zo niet gebouwd aan een krachtig en kritisch maatschappelijk middenveld dat de overheid aan haar jasje trekt mocht die even in slaap gevallen zijn.
Op reis voor je werk is de dikke zoete gecaramelliseerde krent uit de pap. Je komt op de mooiste en – als je het goed doet – meest onbegaanbare plekken en ontmoet er inspirerende mensen. De keerzijde zijn tijdvretende vergaderingen die resulteren in een grotere agenda en nog meer vragen dan bij aanvang. Ik praat soms dan ook liever met een schreeuwerige aangeschoten militair die in zijn handgreep bijna mijn middenhandsbeentje breekt, maar me met zijn gedrag haarfijn op de feiten en problemen wijst, dan weer te moeten zitten voor zo’n groep onderuitgezakte meiden. Dat zit namelijk niet alleen onderuitgezakt (achter hun door UNDP gedoneerde naaimachines), maar vraagt ook ijskoud wanneer wij hun winkel gaan bouwen. Ergens ook informatief – ik weet nu dat deze naaimachines een kansloze onderneming zijn -, maar weinig inspirerend. En ietwat zorgwekkend.
Dat opgehouden handje is een automatisme dat gaat irriteren. Vooral als die toebehoort aan een politieman of ambtenaar, die mij vraagt hoe ik de rechten van het Sierra Leoonse kind ga beschermen. Het eerste het beste kind weet echter dat die rechten overal liggen maar zéker niet in de handen van dit 32 jarige, voor tien dagen overgevlogen, blonde groentje. Ik realiseer me echter dat dit geen eenduidig gedeelde en uitgedragen opvatting is door de wereld der donoren. En ziedaar het resultaat.
Gelukkig heeft dit bezoek me ook laten zien dat in elke dorp kritische, intelligente and creatieve koppen rondlopen; jong en oud; man of vrouw; boer of journalist, met een handicap of zonder; prostituee of werkeloos. Willen we werkelijk met zijn allen zinnig, opbouwend en zodoende tijdelijk bezig zijn, dan horen we daar te beginnen. Want bij hen ligt zowel de schepping als de toekomst. En wij behoren slechts te faciliteren (wat dat ook moge inhouden).
Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.
Doe een donatie via Paypal
Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.
© 2010 Vice Versa is een onderdeel van lokaalmondiaal - Website ontwikkeling: tatemae
Geachte mevrouw Heidi Jalloh-Vos,
Hartelijk dank voor uw reactie, welke ik ook wel ergens had verwacht. Als u mijn stuk echter goed leest, ziet u dat mijn kritiek toch echt is gericht op de houding en aanpak van de grote aanwezige internationale donorgemeenschap en het effect daarvan op het ownership van het ontwikkelingsproces in Sierra Leone. Mijn kritiek is niet aan het adres van de overheid. Integendeel. Ik benadruk door het hele stuk heen juist de politieke wil en positieve ontwikkelingen in het land en tegelijkertijd het geworstel van de overheid om alle externe interventies te coördineren en te laten aansluiten bij nationaal beleid. Een observatie die is gebaseerd op de voorbeelden die u noemt. Als laatste pleit ik in de laatste alinea ervoor dat we als donoren beter moeten aansluiten bij de lokale initiatieven van de creatieve en actieve Sierra Leoonse mannen, vrouwen en jongeren die we overal in elke gemeenschap vinden. Dat gebeurt mijns inziens onvoldoende.
Wellicht moet u het toch nog een keer overlezen. En mocht ik nog een keer in Sierra Leone komen, dan sta ik zeker open voor een ontmoeting maar dan moet ik u uiteraard wel kunnen vinden.
Met hartelijke groet,
Manon Stravens
[Reageer op deze reactie]
Geachte mevrouw Stravens,
Mijns inziens zet u Sierra Leone op een negatieve manier neer, met alleen een positieve noot in uw laatste paragraaf. Niet alles is donor-driven en niet alle vrouwen zitten achteruit gezakt. En met die MONGO’s valt het ook wel mee. Er is de laatste jaren duidelijk meer politieke wil en inzet van overheid en bevolking om er samen iets van te maken. Misschien eens een andere aanpak proberen? Ik werk bij een lokale organisatie en kom in het veld geen achteruit gezakte vrouwen tegen, maar vrouwen die keihard werken (koken, op het veld werken, kinderen en zieken verzorgen etc.) en daarnaast in de avond ook nog een literacy cursus volgen. Op nationaal niveau wordt er hard gewerkt aan een Compact agreement, waarbij overheid, ngos,donoren (en hopelijk ook uw ICCO) en andere stakeholders zich meer gaan inzetten voor de Paris and Accra overeenkomsten voor aid effectiveness – binnen de health sector zijn hier al diverse vergaderingen over geweest. En laten we niet vergeten dat er 5 landen waren die “free health care” gingen invoeren, en dat alleen Sierra Leone dat tot nu toe ook echt heeft gedaan (binnnen 6 maanden tijd van de aankondiging tot implementatie….). Daar heb je niet alleen donors en geld voor nodig maar ook heel veel energie en politieke wil op regerings en overheids niveau!
Ik hoop van harte dat tijdens uw volgende bezoek aan Sierra Leone u een iets wijdere en ruimere blik zult hebben. U bent hierbij van harte uitgenodigd contact met mij op te nemen tijdens uw volgende Sierra Leonese bezoek.
Vriendelijke groet,
Heidi Jalloh-Vos
[Reageer op deze reactie]