

Na Plan geeft ook Unicef een reactie op de stelling van Wiet Janssen dat kinderen uit arme families niets leren op school waarmee ze geld kunnen verdienen. Ook Unicef is het niet eens met de wetenschapper. ‘De stelling van Wiet Janssen is te simpel gesteld.’
Onderwijs is een basisrecht voor alle kinderen. Het is vastgelegd in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind, en wereldwijde toegang tot basisonderwijs voor álle kinderen is één van de millenniumdoelen. En dat is niet voor niets. Educatie is de sleutel tot ontwikkeling.
Nog altijd gaan 101 miljoen kinderen in de basisschoolleeftijd niet naar school. Simpelweg omdat er niet voldaan wordt aan de basisvoorwaarden voor goed onderwijs. Ouders kunnen het niet betalen, er zijn geen leraren, de kinderen moeten werken, of het is te onveilig voor ze om de afstand naar de school af te leggen. UNICEF werkt er hard aan om die situatie te verbeteren, want zij die wel de mogelijkheid hebben om naar school te gaan, leren er niet alleen rekenen, lezen en schrijven, maar krijgen er ook informatie over bijvoorbeeld hygiëne, goede voeding, ziektes en seksuele voorlichting. Kennis die niet alleen nodig is voor een diploma, of een baan, maar ook om een goed en gezond leven te kunnen leiden.
En daarom is de stelling van Wiet Janssen te simpel gesteld. Het grootste probleem is dat het niet ingaat op de bredere functies van het onderwijs. Want naar school gaan om geld te kunnen verdienen is ontzettend belangrijk, maar onderwijs biedt veel meer. Het is een voorwaarde voor duurzame ontwikkeling én het opbouwen van een democratische samenleving. En dat laat Janssen hier volledig buiten beschouwing.
De school is dé plek om de eigenwaarde van kinderen te stimuleren. Onderwijs geeft ze de mogelijkheid om na te denken, om zelf keuzes te maken en een eigen mening te vormen. Schoolgaande kinderen leren zichzelf verdedigen en voor hun rechten opkomen. Dat maakt dat ze steviger in het leven kunnen staan. Het biedt ze toegang tot een volwaardige deelname in de maatschappij zonder afhankelijk te zijn van anderen, en samen met een diploma vergroot dat de kans op goed betaald werk onder goede arbeidsomstandigheden. Kortom, het biedt betere kansen op werk.
Vooral onderwijs voor meisjes is cruciaal. Als een meisje onderwijs volgt, heeft dat niet alleen een positief effect op haar eigen ontwikkeling, maar ook op haar omgeving en op de volgende generatie. Uit onderzoek blijkt dat ieder jaar dat moeders onderwijs hebben gevolgd, de kindersterfte onder de 5 jaar met 5 tot 10 procent vermindert. Het is de sleutel tot ontwikkeling van een hele familie of gemeenschap. Daarbij doen opgeleide vrouwen extra moeite om ook voor hun kinderen goed onderwijs mogelijk te maken.
En ook los van de inhoudelijke rol helpt onderwijs in het socialisatieproces bij kinderen. In fragiele staten speelt educatie een belangrijke rol in de bescherming van kinderen tegen kinderhandel, kinderarbeid en bij het verwerken van trauma’s.
De kwaliteit van onderwijs is in veel landen een probleem. Daar kunnen we helaas niet omheen. En Janssen heeft gelijk: het is noodzaak om het onderwijs (zeker op middelbaar niveau) in veel landen beter aan te laten sluiten aan de lokale arbeidsmarkt. Innovatie en het creëren van specifieke competenties, die relevant zijn voor de productieve sectoren in een land, moeten daarbij duidelijker naar voren komen. Maar wie stelt dat kinderen uit arme families op school niets leren waarmee ze geld kunnen verdienen, gaat echt te kort door de bocht.
Jan Bouke Wijbrandi, algemeen directeur van UNICEF.
Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.
Doe een donatie via Paypal
Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.
© 2010 Vice Versa is een onderdeel van lokaalmondiaal - Website ontwikkeling: tatemae
Een ietwat persoonlijk getinte reactie op de stelling van Wiet Janssen: “Kinderen uit arme families leren op school niets waarmee ze geld kunnen verdienen’
“Als je niet naar school bent geweest, is het net of je blind bent”
Ik kan me niet herinneren op de lagere school iets te hebben geleerd, waarmee ik geld kon verdienen. Dat was best jammer, want ik kom uit een gezin van zeven kinderen en mijn vader verdiende als metselaar maar net genoeg om ons allemaal te onderhouden.
Ik leerde wel allerlei andere nuttige dingen. Rekenen bijvoorbeeld, wat handig was als mijn moeder me met geld op pad stuurde om boodschappen te doen. En wij meisjes leerden handwerken, breien en borduren, al waren die lessen aan mij niet echt besteed.
Beter begrip
Toch deed ik op school vaardigheden op, die voor de rest van mijn leven van onschatbare waarde zijn gebleken: ik leerde lezen en schrijven. Daardoor ging de wereld voor me open, aanvankelijk figuurlijk, later ook letterlijk. Op de lagere school werd de basis gelegd voor een beter begrip, niet alleen van mijn directe omgeving, maar van het leven in het algemeen en van mijn plaats en mogelijke rol daarin.
Zo begreep ik al op tamelijk jonge leeftijd wat mijn vader bedoelde als hij zei: “De burgemeester en de pastoor, dat is twee handen op één buik. Weet je wat die tegen elkaar zeggen?: ‘Als jij ze dom houdt, dan zal ik ze arm houden.’ “
Mijn vader was actief in de katholieke vakbond en vraagbaak en toeverlaat voor veel van zijn collega’s. Hij had alleen lagere school, want hij kwam uit een echt arm gezin en moest op zijn twaalfde al meehelpen om de kost te verdienen. Dat hij niet de kans had gehad om door te leren, was het grote verdriet van zijn leven. Maar mijn vader was een intelligente man; met de vaardigheden, opgedaan op de lagere school, bleef hij zichzelf zijn leven lang ontwikkelen.
Problemen
Pas op de middelbare school, en later op een beroepsopleiding, leerde ik echt iets waarmee ik geld kon verdienen. Zo heb ik jarenlang mijn brood verdiend in de sector ontwikkelingssamenwerking. Lang genoeg om te weten dat in heel veel arme landen het onderwijs veel te wensen overlaat. Dat de focus op toegang bieden tot onderwijs aan álle kinderen ten koste is gegaan van de kwaliteit ervan. Ik weet ook dat er veel te weinig mogelijkheden zijn voor voortgezet- en beroepsonderwijs, en – als er die er wel zijn – dat er vaak nauwelijks banen zijn waardoor jongeren extra gefrustreerd raken.
In de 25 jaar dat ik de OS-sector volg, heb ik echter ook talloze voorbeelden gezien van beleid, programma’s en projecten om deze problemen het hoofd te bieden. Voor een uitgebreide analyse van de onderwijssituatie in ontwikkelingslanden en de aanpak van deze problemen door overheden en westerse donoren, , verwijs ik graag naar de reacties van PLAN Nederland en Unicef. Daar heb ik weinig aan toe te voegen.
Ander argument
Ik wil een ander argument aanvoeren voor het belang van onderwijs voor kinderen. Ook wanneer het niet (direct) leidt tot werk waarmee ze geld kunnen verdienen. Of zelfs wanneer het leidt tot frustratie omdat er geen werk is, waarin ze hun verworven kennis en vaardigheden kunnen toepassen.
Dat argument is het, soms hartstochtelijke, verlangen naar onderwijs van kinderen zelf. In de loop der jaren heb ik daarvan vele voorbeelden gezien. Voormalig kindsoldaten in Liberia, die snakten naar een gewoon leven met elke dag school; werkende kinderen in Bangladesh, die blij waren een paar uur per dag niet in de steenfabriek te hoeven sloven; kinderen in door de tsunami getroffen dorpen in Sri Lanka, voor wie school de terugkeer betekende naar een normaal leven. Maar vooral veel kinderen, die de school zagen als een venster op de wereld en de enige kans een op een minder armoedig en hard bestaan dan dat van hun ouders.
Een ander leven
Zoals de meisjes in Afghanistan, die na de verdrijving van het Taliban-regime voor het eerst naar school mochten. Meisjes, die stiekem bleken te dromen van een ander soort leven dan dat van hun moeders. Veel wilden liever een vak leren dan jong trouwen, en wilden later zelf maar twee kinderen in plaats van een groot gezin. Maar ze wilden vooral naar school, omdat ze aan hun eigen moeders zagen hoe afhankelijk je bent en hoeveel moeilijker het leven is als je geen enkele opleiding hebt gehad. Of, zoals een van hen het verwoordde: “Als je niet naar school bent geweest, is het net of je blind bent; je weet nergens van.”
Dat geldt niet alleen voor meisjes in Afghanistan, maar voor kinderen overal ter wereld. Onderwijs is echt de sleutel tot ontwikkeling, eerst en vooral die van het kind zelf. Dat alleen al is reden genoeg om ervoor te helpen zorgen dat elk kind de kans krijgt om naar school te gaan.
Jeanne Roefs
onderzoeksjournalist, gespecialiseerd in ontwikkelingssamenwerking en kinderrechten
[Reageer op deze reactie]