

De bezuinigingen op het maatschappelijk middenveld kunnen ook vanuit een positief perspectief worden bekeken. Dit betoogt Marloes Tap die onlang haar master ontwikkelingsstudies haalde met een onderzoek over direct funding van zuidelijke ngo’s in Tanzania. De bezuinigingen kunnen dienen als een stimulans en drijfveer voor broodnodige veranderingen binnen de wereld van de ngo’s. Het lijken alleen nog de noordelijke ngo’s zelf te zijn die moeite met deze veranderingen hebben.
Binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking speelt het maatschappelijk middenveld al geruime tijd een belangrijke rol. De financiële steun van de Nederlandse overheid aan de Nederlandse ngo’s is de afgelopen jaren niet gering geweest, en is alleen maar toegenomen. Het WRR rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ onderbouwt dit met cijfers en toont aan dat ook in vergelijking met andere Europese landen Nederland een koploper is in financiering van ngo’s. Maar nu gaat het roer om, de extra bezuinigingen op MFS-2 zijn fors. Hoewel het te betreuren is dat hierdoor veel programma’s met goede resultaten geschrapt moeten worden, denk ik dat de huidige proportie van medefinanciering niet meer verantwoord is in de toekomst.
Toename zuidelijke ngo’s
Als we kijken naar de ontwikkelingen in het ‘Zuiden’, zien we een enorme toename van zuidelijke ngo’s. Deze organisaties zijn steeds sterker geworden, hebben meer ervaring opgedaan en een grotere capaciteit opgebouwd. Deze zuidelijke ngo’s putten steeds vaker financiering uit andere bronnen zoals hun eigen overheid, of via directe financiering (financiering aan zuidelijke ngo’s door ambassades, zonder de tussenkomst van andere partijen).
Uit mijn onderzoek naar directe financiering in Dar es Salaam (Tanzania) is gebleken dat veel van deze zuidelijke ngo’s de voorkeur geven aan deze ‘alternatieve’ financieringsbronnen. Zij willen niet meer in het keurslijf zitten van de noordelijke ngo’s en willen zelf meer zeggenschap verkrijgen over hun organisatie. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat zuidelijke ngo’s die directe financiering ontvangen een hoog niveau van ‘ownership’ hebben over hun strategie, project planning en budgettering. Zowel de organisaties zelf als hun donoren (de ambassades) zijn het hier over eens, en prefereren deze vorm van financiering boven financiering van noordelijke ngo’s.
Stof tot nadenken
De verdere opkomst, ontwikkeling en voorkeuren van zuidelijke ngo’s geeft stof tot nadenken over de rol van noordelijke ngo’s. De bezuinigingen kunnen voor de noordelijke organisaties als extra stimulans dienen om hun rol eens kritisch onder de loep te nemen. De relaties met steeds sterker wordende zuidelijke partners moeten aangepast worden aan de hedendaagse realiteit en de toekomst. Hoe hier in de praktijk vorm aan gegeven zou kunnen worden is natuurlijk de vraag.
Een goede optie hiervoor is naar mijn mening het Zeestermodel dat Gaston Schmitz beschrijft. Decentralisatie en het loslaten van controle staan binnen dit businessmodel centraal, waardoor meer en meer verantwoordelijkheid naar het Zuiden verschoven kan worden. Via deze aanpak kunnen de noordelijke ngo’s dus aan de wens van het Zuiden voldoen: meer zeggenschap voor de zuidelijke organisaties, waardoor het maatschappelijk middenveld van het Zuiden versterkt en minder afhankelijk wordt. Zelfs de verschrikkelijke bezuinigingen kunnen dus gezien worden als een stapje in de goede richting.
Marloes Tap studeerde Ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deed haar Masteronderzoek naar direct funding van Zuidelijke NGO’s in Tanzania
Vind u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.
Doe een donatie via Paypal
Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.
© 2010 Vice Versa is een onderdeel van lokaalmondiaal - Website ontwikkeling: tatemae
Beste Marloes,
Je hebt helemaal gelijk wanneer je stelt dat Zuidelijke NGO’s steeds sterker zijn geworden. Mede door de steun van Nederlandse NGO’s als Oxfam Novib zou ik zeggen. Dat deze ontwikkeling in een land als Tanzania plaats vindt noodzaakt de Nederlandse NGO’s zich te richten op andere landen waar lokale organisaties nog niet zo sterk zijn. Vergeten landen als Niger bijvoorbeeld. En om nieuwe partnerschappen aan te gaan, zoals joint campaigning. Een voorbeeld is het verzet tegen de Economic Partnership Agreements (EPA’s). Daarin was de oude rol verdeling van donor-ontvanger doorbroken en werd zowel in Afrika als in Europa lobby en campagne gevoerd. Ook het verbinden van lokale organisaties uit verschillende landen en het onderlinge leren aan te moedigen is een nieuwe rol van Nederlandse NGO’s. Daar zit de meerwaarde in van de mondiale solidariteit van civil society. Daar kan een ambassade via directe financiering niet aan tippen.
Verder nog een paar vragen: heb je ook gekeken naar het type van organisatie dat de voorkeur geeft aan directe financiering vanuit ambassades? Zou het kunnen dat de meer dienstverlenende NGO’s daar een sterkere voorkeur voor hebben dan degenen die zich richten op structurele politieke en maatschappelijke obstakels? En hoe zit het met de effectiviteit van de directe financiering, met name ten aanzien van de doelstelling van versterking van het maatschappelijk middenveld (doel van MFS)? Misschien moet ik je scriptie gewoon eens lezen…
[Reageer op deze reactie]
Beste Marloes,
Interesant artikel! Heel goed dat je dit benoemd.
Want ieder binnen het OS weet dat er nu eenmaal n grote afhankelijkheid van lokale NGOs naar internationale financierende partners is. Juist het verspreiden van hun eigen fondswerving, lokaal en internationaal, zal zorgen voor meer financiele duurzaamheid. Niet afhankelijk blijven van een enkele internationale -noordelijke- financeerder. Samenwerken met lokale partners voor ‘designated funding’ en aanboren van lokale fondsen (als via ambassades) zal hen zeker verder helpen.
Echter, ik ben het met Job eens, om dit te bereiken is er wel meer aandacht nodig voor het creeeren van eigen draagvlak – lokaal en internationaal. Middels het opbouwen van een eigen sterk profiel, ‘brand’ en communicatiemiddelen. Want hoe vaak worden zij wel niet bestempeld als “de projecten van…” of zijn ze alleen te vinden via “de site van…”? Hoe commercieel ‘branding’ ook klinkt, vanuit BrandOutLoud (www.brandoutloud.org) geloven wij dat met een werkelijk unieke ‘brand’ en professionele communicatiemiddelen lokale partners in staat zullen zijn, die mensen/groepen/ financierende partners zelf aan te spreken. En daarmee creeeren ze zelf meer financiele duurzaamheid, ‘ownership’ en continuiteit van hun werkzaamheden…
Branding en communicatie, als empowerment, zouden juist n ideale (gedeelde) investering vanuit ‘noordelijke’ partners kunnen zijn t.b.v. het verzelfstandigen van de ‘zuidelijke’ lokale partners.
Groet,
Judith
[email protected]
Twitter | @brandoutloud
[Reageer op deze reactie]
Inderdaad een interessante ontwikkeling. Ik ben twee jaar terug in Tanzania geweest en heb daar wat contact gehad met lokale NGOs, en kan de conclusies in dit artikel wel onderschrijven. Ik twijfel alleen over in hoeverre je waarnemingen in Tanzania nu als voorbeeld kunt nemen voor alle zuidelijke NGOs. Tanzania is traditioneel de ‘donor darling’ en je hoeft niet ver te kijken om inmenging van noordelijke NGOs en verkwisting van ontwikkelingsgeld te zien. Ik kan me goed voorstellen dat hier onder lokale NGOs uitzonderlijke ervaringen met financiering bestaan, die wellicht in andere (en zelfs omringende) landen heel anders zullen zijn.
[Reageer op deze reactie]
Interessant. Ik ben erg nieuwsgierig waarom die Tanzaniaanse NGOs de fondsen van de ambassades prefereren. Is het omdat de ambassades minder hoge eisen stellen dan de noordelijke NGOs? Is het makkelijker om deze ambassade fondsen aan te boren en moet er minder verantwoording worden afgelegd? En mijn laatste vraag; is het niet zo dat de fondsen van de ambassades ook uit de ontwikkelingspot komen en die net zo ‘unsustainable’ zijn als die van de noordelijke NGOs?
Volgens mij ligt het probleem meer bij de zwakte van de NGOs, door al die jaren van donorfondsen krijgen zij geen ‘push’ om hun eigen achterban te versterken of eigen inkomsten genereren. Er wordt bovendien veel te weinig door hen gedaan om een breder draagvlak te creëren in de Tanzaniaanse samenleving, bijvoorbeeld door actieve ledenwerving. Als men met zich zou concentreren op deze zaken dan krijgt men echte ‘ownership’.
[Reageer op deze reactie]
Marloes Tap Reply:
december 4th, 2010 at 15:26
Bedankt voor je reactie. Ik ben het helemaal met je eens dat de fondsen van de ambassades ook uit eigenlijk uit dezelfde ontwikkelingspot komen, en net zo ‘unsustainable’ zijn, maar dat is een andere discussie.
Dat de Tanzaniaanse NGOs betrokken in mijn onderzoek directe financiering prefereren heeft niets te maken met minder verantwoording afleggen of minder hoge gestelde eisen. De NGOs menen dat zij van Noordelijke NGOs minder bewegingsvrijheid krijgen (aan het handje gehouden worden) en bovendien veel tijd kwijt zijn met aanvragen en rapportages volgens de (vele) specifieke formats en wensen van de Noordelijke NGOs. Bij directe financiering vindt er meer coordinatie plaats; verschillende ambassades werken vaak samen, vormen gezamelijk een ‘basket fund’, waarmee ze samen het strategisch plan van een NGO steunen. Dit verlaagt de transactie kosten en aanvraag en rapportage tijd voor de NGOs aanzienlijk.
Verder ben ik ook van mening dat de NGOs veel meer hun eigen acherban moeten versterken en proberen hun eigen inkomsten te genereren. Gelukkig heb ik hier in Dar es Salaam al enkele mooie initiatieven van gezien.
[Reageer op deze reactie]
anton jansen Reply:
december 5th, 2010 at 14:10
Dag Marloes,
Ik kan mij wel iets voorstellen bij je reactie op de bijdrage van Job. Ik ben echter wel heel benieuwd hoe jij zo stellig hebt kunnen vaststellen, dat een en ander “niets te maken met minder verantwoording afleggen of minder hoge gestelde eisen”. Uit eigen ervaring met de NGO wereld in Tanzania weet ik dat er vaak tegelijk meerdere belangen en agenda’s spelen. En de door dhr de Graaf gesignaleerde is daar zonder twijfel een van. Mogelijk dat bij de door jou onderzochte NGOs (steekproef ?) dit niet prominent (b)leek, maar uiteraard zal dit ook door de NGOs zelf niet worden genoemd.
Uiteraard is het goed om meer decentrale fondsen te hebben, vooral als dat vraaggestuurdheid, maatwerk en snel en meer adekwaat handelen bevorderd. Echter of ambassades – zeker met de nieuwe taakstellingen – hier nu het juiste instrument voor zijn betwijfel ik.
Desondanks leuk artikel.
[Reageer op deze reactie]