

In het Hilton hotel in Amsterdam vond gisteren een ontmoeting op hoog niveau plaats. De top van het Nederlandse bedrijfsleven, ngo’s en het ministerie van Buitenlandse Zaken kwamen bijeen om toekomstige samenwerking te bespreken. De waarde die de deelnemers aan deze zogenaamde ‘Ronde Tafel Bijeenkomst’ hechten, onderstreept het belang van publiekprivate partnerschappen in ontwikkelingssamenwerking.
Het is al lang niet vreemd meer dat een ontwikkelingsorganisatie als ICCO intensief samenwerkt met Ahold. Partnerschappen tussen ngo’s en het bedrijfsleven zijn sinds een paar jaar een snel groeiende trend in de ontwikkelingswereld en deze heeft met het nieuwe beleid een extra impuls gekregen. Ook al bestaan er al veel individuele samenwerkingsverbanden, het kan natuurlijk altijd beter, dachten ze bij adviesorganisatie Accenture en Plan Nederland. Dus brachten zij de topbestuurders van DSM, Shell, Philips, Heineken en Unilever, de directeuren van Hivos, Oxfam Novib, Cordaid en ICCO en brancheorganisatie Partos bijeen voor een oriënterend gesprek. Vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken waren onder andere staatssecretaris Knapen en Christiaan Rhebergen, ambassadeur voor publiek private partnerschappen en de millenniumdoelen, aanwezig.
Het was de eerste keer dat representanten vanuit ngo’s, multinationals en de overheid elkaar op zo’n hoog niveau spraken over ontwikkelingssamenwerking. Tijdens de bijeenkomst werd een visie besproken over de noodzakelijke uitgangspunten en randvoorwaarden voor alle belanghebbende partijen bij ontwikkelingssamenwerking.
Effectiever gaan samenwerken
De aanwezige ontwikkelingsorganisaties en multinationals willen meer en effectiever gaan samenwerken om positieve maatschappelijke en economische effecten in ontwikkelingslanden te gaan realiseren. Het plan? De samenwerking naar een hoger plan trekken met een themaspecifieke insteek. Hierbij is gekozen om zich te richten op één thema; voedselzekerheid. Bij zowel de ngo’s als bij de multinationals is hier namelijk ruime kennis en ervaring over aanwezig. Pas in een later stadium is er ruimte voor eventuele andere thema’s. Daarbij zal er een focus zijn op een beperkt aantal landen. De keuze voor deze landen is op dit moment nog niet gemaakt.
Met succes werkten Plan Nederland en Accenture al samen in het REACH-project. In dit project geeft Plan scholing aan kansarme jongeren in grote steden in Vietnam voor beroepen waar op de lokale arbeidsmarkt veel vraag naar is, zoals bijvoorbeeld barman of kamermeisje in een hotel. Met de hulp van Accenture zal Plan dit project uitwerken naar een businessmodel dat inzetbaar is in meerdere landen. De andere aanwezigen zagen direct potentie. Waarom is er eigenlijk niet eerder samengewerkt op deze manier? ‘Dat hebben wij ons ook afgevraagd’ zegt Anja Groenewoud, de Country Managing Director Nederland van Accenture. ‘Deze samenwerking is eigenlijk te danken aan de bezuinigingen. We worden gedwongen creatief te zijn.’
Elkaar nodig hebben
De aanwezige partijen binnen deze publiekprivate samenwerking beklemtonen zich te blijven concentreren op hun kernactiviteiten. Ontwikkelingsorganisaties richten zich vooral op de sociale ontwikkeling, het bedrijfsleven op de economische kant. Staatssecretaris Ben Knapen onderkent dat er soms spanningen kunnen zijn tussen ngo’s en het bedrijfsleven. Maar ook al hebben ze een andere rol te spelen, ze hebben elkaar nodig, vindt hij. Knapen vergelijkt de verschillende rollen van beide partijen als een soort checks and balances.
De overheid ziet zichzelf als ‘matchmaker’: zij verbindt de partijen en stelt daarnaast regels op. Ook wil de regering schaalvergroting stimuleren. Volgens Christiaan Rhebergen zijn de bestaande partnerschappen namelijk nog te gefragmenteerd. Verder kan de overheid bijdragen met financiële middelen om risico’s voor bedrijven weg te nemen. Het gaat hierbij niet zozeer om subsidies, maar meer om innovatieve financieringsinstrumenten. Wat deze precies zijn, moet zich nog uitkristalliseren. Te denken valt aan fondsen en garanties.
Intensief gesnuffeld
Concrete afspraken zijn er deze dag niet gemaakt. Ben Knapen verklaarde dat er vooral ‘intensief gesnuffeld’ werd aan elkaar. Wel vonden de aanwezigen het nuttig om kennis uit te wisselen en van andermans ervaringen te horen. Enthousiast was men ook over het plan om een database op te zetten waarin bestaande projecten worden uitgewisseld.
Vooral aan de kant van de bedrijven is men te spreken over de samenwerking. Logisch, want zij hebben immers veel baat bij een gezonde en goed opgeleide staff. Of bij producten van een goede kwaliteit. Zo vertelt Tom de Man (Heineken) over een rijstproject dat Heineken is gestart met de ngo EUCORD, waarbij kennis en kunde aan de boeren overgedragen wordt zodat ze op een efficiënte manier rijst kunnen produceren. Deze rijst kan Heineken weer gebruiken in het brouwproces. Een win-win situatie dus: boeren zijn gegarandeerd van een prijs, en Heineken van een kwalitatief goede leverancier.
Aanspreken op eigen handelen
Maar is er nog gesproken over meer gevoelige zaken, bijvoorbeeld over de rol van Shell in Nigeria? Tjipke Bergsma, algemeen directeur van Plan Nederland, is hier stellig over: ‘Moraliteit is wel kort aan de orde geweest. Maar we hebben besloten naar de toekomst te kijken.’
Toch windt Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, er geen doekjes om dat er verschillen bestaan tussen ngo’s en bedrijven. ‘Wij spreken bedrijven erop aan hoe hun eigen handelen is. Het gaat er niet om dat je projecten opzet, maar om wat je in je eigen productieketen doet. Duurzaamheid moet je core business plan zijn: bedrijven moeten een échte keuze maken voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.’ Doen ze dat niet, dan gaat Oxfam Novib zonder aarzelen over tot het voeren van een campagne. ‘Polarisatie zal nog steeds nodig zijn.’ Desondanks benadrukt ook Karimi de positieve effecten van samenwerking en omschrijft ze de uitwisseling als een ‘goed gesprek.’
Oxfam Novib en Unilever zullen het initiatief voor een volgende Ronde Tafel Bijeenkomst nemen. Ook wordt er nagedacht over manieren om het midden- en kleinbedrijf meer te betrekken bij deze ontmoetingen op topniveau.
De organisaties die tijdens de bijeenkomst aanwezig waren en het initiatief tot effectievere samenwerking ondersteunen zijn:
Ministerie van Buitenlandse Zaken:
Ben Knapen (staatssecretaris)
Christiaan Rebergen (Ambassadeur publiek-privatepartnerschappen)
Thijs Woudstra, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie EL&I
Robert Petri Hoofd van de afdeling maatschappelijke organisaties van de
Directie Sociale Ontwikkeling
Cordaid: René Grotenhuis (algemeen directeur)
Hivos: Manuela Monteiro (algemeen directeur)
ICCO: Wim Hart (directeur)
OxfamNovib: Farah Karimi (algemeen directeur)
Partos: Alexander Kohnstamm (algemeen directeur)
Plan Nederland: Tjipke Bergsma (algemeen directeur)
Accenture: Anja Groenewoud (Country Managing Director Nederland)
DSM: Femke Weijtens (Company Secretary)
Heineken: Tom de Man (International President Africa& Middle East)
Shell: Peter de Wit (President-Directeur Shell Nederland)
Unilever: Peter ter Kulve (CEO Unilever Benelux)
Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.
Doe een donatie via Paypal
Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.
© 2011 Vice Versa is een onderdeel van lokaalmondiaal - Website ontwikkeling: tatemae
Mooie woorden. Maar hoe dat moet? Ik werk al ruim 20 jaar met veel plezier voor NGOs van allerlei pluimage (m.n. voor de hier aanwezige clubs). Soms werk ik voor meer commerciele projecten als PSI+. Als ik zie wat er gevraagd wordt in de commerciele trajecten en als dat afzet tegen de capaciteiten van de NGOs zijn (en wetende dat ze de komende tijd vooral moeten bezuinigen) kan ik maar heel moeilijk zien hoe ze handen en fouten gaan geven aan deze fraaie intenties. Mijn avies: schoenmaker houdt je bij je leest. Zie ook het eerdere verhaal op deze site van Harm van Oudenhoven.
[Reageer op deze reactie]
Het artikel lezende bekruipt me het gevoel dat men niet veel verder is gekomen dan “uitwisselen” en “snuffelen” en daar is toch weinig baanbrekend aan lijkt me. De bijeenkomst krijgt daarmee voor mij een lading van schone schijn waarbij alledrie de partijen zich van hun mooiste kant kunnen laten zien zonder dat het gaat over ondernemerschap: Kabinet kan voor haar nieuwe os-beleid pronken met multinationals, multinationals kunnen laten zien dat ze het toch echt goed menen met de wereld en de traditionele MFOs krijgen het idee dat ze er toe doen. Ik krijg trouwens zo langzamerhand (dit als zijstraat) wel een beetje genoeg van dat Oxfam moraliserende toontje “wij spreken bedrijven erop aan hoe hun eigen handelen is”. Is dat het enige wat de NGOs hebben te bieden? Zoals een van de eerdere reageerders al aangaf: waarom niet het sociaal ondernemerschap centraal stellen? Weg van MVO als doekje voor het bloeden! Maak gebruik van de enorme drive en creativiteit van ondernemers hier en daar, focus op lokaal aanwezig (is er altijd en overal) MKB, identificeer in landbouw de meer ondernemende boeren en dan zul je dynamiek creeren waar velen wat aan hebben, wat markten (hoe imperfect ook) in gang zet. Multinationals zijn vanwege hun bereik interessant om mee te werken maar werken vaak teveel met blauwdrukken ben ik bang terwijl MKB in specifieke context van elk ontwikkelingsland waarschijnlijk een stuk effectiever zal zijn. Maatwerk gevraagd dus, van de NLse overheid, van het NLs bedrijfsleven en -voorbij de bevoogding- zeker ook van de NGOs.
[Reageer op deze reactie]
Het is natuurlijk prijzenswaardig dat de doelstellingen van bedrijfsleven en OS naar elkaar toe convergeren. Maar laten we oppassen dat rollen niet vervagen want dan werkt het systeem van ‘checks and balances’ niet meer. Dan dreigt er een soort van ‘Avatar’ scenario van gecoordineerde militair-industrieel, onderzoeks en OS complex ten bate van enge belangen.
[Reageer op deze reactie]
Het initiatief van een aantal NGO’s en vier multinationals om met de overheid als matchmaker iets op elkaar af te stemmen zou je als positief kunnen waarderen. De uitkomst (?) was dat er veel kennis ontbrak en de volgende bijeenkomst over voedselzekerheid gaat. De deelnemers kwalificeren de bijeenkomst als een goed gesprek, Gezien de deelnemers had ik eerder verwacht dat het over coherentie en duurzaamheid zou gaan: de duurzaamheid hier respecteren en ook daar. Het had bijvoorbeeld kunnen gaan over de productie keten en de producten die worden verkocht in de supermarkten en bouwmarkten hier in Nederland. Als het over het stimuleren van bedrijvigheid in ontwikkelingslanden gaat dan ligt het toch veel meer voor de hand om met het bedrijfsleven daar om de tafel te gaan zitten. Zoals Plan Nederland blijkbaar voor Vietnam heeft gedaan. De rationaliteit ontgaat mij waarom met die Vietnamese ervaring organisaties en bedrijfsleven in Nederland plotseling met elkaar om te tafel moeten gaan zitten om iets in Nederland te bedenken hoe Vietnam ook elders in de wereld kan worden toegepast. Laat nou net het boek ”The white men’s burden” maar ook het WRR rapport stellen dat dat soort wereldwijde concepten vaak tot verkeerde keuzes leiden, tot veel pretenties leiden en tot weinig ambities. Toch weer in de bekende kuil gevallen? Dit moet Plan Nederland toch echt s eens goed uitleggen
[Reageer op deze reactie]
Het is goed deze beweging te zien. En ook goed om te zien dat het initiatief hiervoor genomen is vanuit NGOs en bedrijfsleven. Die zijn namelijk allebei gebaat bij vrijheid van ondernemen en vrijheid van vereniging. En juist deze vrijheden dreigen in het gedrang te komen als de overheid sterker gaat inzetten op samenwerking met beide.
Vanuit de drang om eind dit jaar in Busan als Nederland goed voor de dag te komen is dit natuurlijk een prachtige mijlpaal, en het is zeker een noodzakelijke eerste stap. Maar om de omslag daadwerkelijk te kunnen maken van Aid Effectiveness naar Development Effectiveness blijft het nodig om de verschillende rollen goed gescheiden te houden. Alleen dan is er sprak van een maatschappelijk middenveld dat wordt gedefinieerd als de ruimte tussen overheid, bedrijfsleven en burgers (http://www.civicus.org een bron ook door Knapen genoemd in zijn beleidskader). NGOs hebben een sleutelrol te vervullen in het investeren in een grote diversiteit aan actoren die deze ruimte vullen. In die ruimte zal de vrijheid van ondernemen en vrijheid van vereniging bestaansrecht moeten krijgen of behouden.
In internationale samenwerking is het lastig om deze vrijheden over grenzen heen te bewerkstelligen, omdat het entry point voor buitenlandse investeerders altijd de overheid is en vaak de uitkomst van bilateraal overleg. Het ontbreekt daarbij nogal eens aan de democratische controle op de onderhandelingen. Die kan eigenlijk alleen plaatsvinden als ook burgers, bedrijven en het maatschappelijk middenveld met elkaar verbonden zijn over grenzen heen. Waar dit niet het geval is, is de kans groot dat de aanwezigheid van buitenlandse investeerders wordt benut om de machtsbasis minder afhankelijk te maken van de support van eigen burgers of bedrijven. We hebben in Egypte gezien welke gevolgen dat heeft op de langere termijn en hoe het zo gewilde endogene economische ontwikkelingsproces daardoor ontmoedigd is geweest.
In het verleden werden vaak voorwaarden verbonden aan hulp (de zogenaamde conditionality, soms gedreven vanuit ideologiën die niet altijd de beste uitwerking hadden op het welbevinden op de langere termijn). Het zou goed zijn om voor internationale investeringen naar onszelf toe een paar voorwaarden te stellen, die de langere termijn duurzaamheid van de investering garandeerd omdat die investering naast het belang van Nederland vooral ook het belang van de lokale bevolking dient. NGOs kunnen hierin een goede gidsfunctie vervullen en bedrijven behoeden voor de quick wins. Zij moeten daarvoor wel voldoende onafhankelijk kunnen blijven opereren.
[Reageer op deze reactie]
Het COS zou ook aanschuiven om te bezien of zij, samen met het MKB, hieraan vorm en inhoud kan geven. Het COS is een organisatie met kantoren in de diverse regio’s in Nederland en heeft als zodanig nadrukkelijk veel contact met MKB’ers. Om maatschappelijk verantwoord ondernemen en ketenverantwoordelijkheid bij hen te stimuleren, werken het COS en MKB’ers nauw samen. Meer informatie: http://www.fairbusiness.nl
[Reageer op deze reactie]
Marc,
Blijkbaar was ook facilitator Clairy Polak niet van plan om de discussie over ethische principes en ‘moraliteit’ te voeren. Er moesten vooral praktische afspraken worden gemaakt. Die zijn er echter niet gekomen. Hopelijk dus meer resultaten in de follow-up meeting over voedselzekerheid.
Groet,
Paul
[Reageer op deze reactie]
Goed initiatief, en beter laat dan nooit! Gelukkig is het niet tè laat, maar het zal wel even wennen zijn. Wat er nog mist in de discussie, is het opkomen van de tussenvorm, de “Social Entreprise”, in UK and USA al meer ingeburgerd en nu ook langzaam in Nederland meer bekend.
FairWater BluePump (duurzame Nederlandse waterpompen met een groen label) is een van de eerste Nederlandse “Social Entreprise”op dt gebied, waarbij ondernemen 100% in het kader staat van ontwikkelingshulp, ook dat is nog even wennen.
FairWater werkt daarin samen met Eco-lodges in Africa, en zo wordt de cirkel langzaam weer rond.
…
[Reageer op deze reactie]
Ik schrik een beetje van de uitspraak van Plan directeur Tjipke Bergsma die het aanspreken van Shell op haar dubieuze rol in Nigeria afdoet als ‘moraliteit.’
[Reageer op deze reactie]