Terug naar top

Vind u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share. Doe een donatie via Paypal

Sector verdeeld over rol ngo’s

Geschreven door: Nite Schellens and Eva Huson op 16 december 2011 E-mail dit artikel | Print dit artikel

Afgelopen woensdagavond kwam de ontwikkelingssector in Den Haag bijeen, onder leiding van Lau Schulpen, om te debatteren over de toekomst van de Nederlandse ngo’s. Ondanks de saamhorigheid in de sector, zijn de zwaargewichten van het maatschappelijk middenveld het duidelijk niet met elkaar eens. ‘Laat het een hete winter worden.’, stelde Schulpen.

Het past allemaal maar net. Het maatschappelijk middenveld van de Nederlandse ontwikkelingssector heeft zich verzameld in een zaal van het Haagse Humanity House, dat steeds meer uit begint te puilen. Terwijl er druk naar elkaar wordt gezwaaid vanaf de smalle houten bankjes, wordt er intensief genetwerkt en getwitterd. Hoewel de familiaire sfeer de avond domineert, benadrukt het debat de inhoudelijke tegenstellingen van de verschillende ngo’s. ‘Het is geen klef gedoe’, constateert topambtenaar Bram van Ojik, ‘Knapen zal blij zijn.’

Ideologie versus Pragmatisme

Deze inhoudelijke verdeeldheid is in feite een uitdrukking van twee verschillende discussies. Enerzijds, de pragmatische gedachtewisseling over de financiering en toekomstige werkwijze van ngo’s. Met Allert van den Ham (SNV) en René Grotenhuis (Cordaid) als aanvoerders, stuurt deze discussie aan op een dialoog over onder andere de bedrijfsmatige aanpak binnen het maatschappelijk middenveld. Ofwel, om het buzzword te gebruiken, sociaal ondernemerschap.

Grotenhuis waarschuwt bovendien voor ‘de tobbers in een wereld waar al zoveel tobbers zijn. We moeten minder ideologisch kijken, en meer denken in kansen.’ In zijn onlangs gepubliceerde notitie pleit hij daarom voor onder andere het invoeren van business units. Ook SNV, die de komende jaren aanzienlijk minder overheidssubsidie krijgt, voert het debat vanuit een pragmatisch oogpunt. ‘Het is eigenlijk wel een gezonde ontwikkeling. We zullen veel bedrijfsmatiger gaan denken, want onze toekomstige financiering is afhankelijk van de kwaliteit van ons werk’, aldus Van den Ham.

Naast de pragmatische discussie, komt ook een ideologisch debat op gang. Dit sluit aan bij het bezwaar van verschillende ngo’s dat er te veel over ‘knaken’ wordt gepraat, in plaats van inhoud en visie. Zo betoogt onder andere Jan Gruiters (IKV Pax Christi), in tegenstelling tot Grotenhuis, dat er juist niet voldoende aandacht is voor ideologie. ‘We moeten onze waarden weer oppoetsen en juist niet te veel op het bedrijfsleven proberen te lijken.’

Ook Manuela Monteiro (Hivos) verkondigt, naast haar onomstotelijke geloof in MFS-3, de noodzaak voor een meer ideologische discussie over de betekenis van ontwikkelingssamenwerking. ‘Ik zie een gebrek aan ideologie, we moeten niet alles tot een marktwaarde reduceren’, meent de Hivos-directrice.

Rolverdeling

‘Ben je als ngo een watchdog, of ben je juist een partner van de overheid?’ Met deze vraag benoemt Gruiters precies het dilemma over de verschillende rollen van maatschappelijke organisaties en de overheid. Midden in een schuldencrisis en met een overheid die verlamd wordt door steeds minder middelen, wordt gesproken over een ‘disfunctionele overheid’. Veel ngo’s zijn afhankelijk van geld, iets wat er steeds minder is. ‘Kun je nog wel kritisch zijn als ngo als je zo afhankelijk bent?’, vraagt Frank van der Linde, sidekick en oud-directeur van Fairfood, zich af.

Er bestaat verdeeldheid binnen de sector over de rol van ngo’s en de overheid. Monteiro pleitte in een interview met Vice Versa eerder voor een nieuw bondgenootschap met de Nederlandse overheid. Gruiters ziet een spel tussen het maatschappelijk middenveld en de overheid, waarbij ngo’s zowel waakhond als partner zijn. Grotenhuis stelt daarentegen dat ‘de overheid een steeds grotere broek aan heeft getrokken, die zij niet kan waarmaken’. Kun je als partner ook waakhond zijn? Of moeten ontwikkelingsorganisaties helemaal los komen te staan van de overheid?

Wat in ieder geval duidelijk wordt tijdens het debat, is dat ngo’s terug moeten keren naar de maatschappij. ‘We moeten niet geld, maar burgers mobiliseren’, vindt Gruiters. ‘Momenteel is er sprake van een verstatelijking van ngo’s. We moeten dus terug naar de samenleving.’

Een zorg vanuit de sector is dat het vertrouwen van de Nederlandse burger in zowel de overheid als in de maatschappelijke organisaties afneemt. En dat terwijl ngo’s legitimiteit ontlenen aan en voortkomen uit de maatschappij.

Maar burgers mobiliseren blijkt steeds lastiger te worden door het ontbreken van antwoorden op zeer complexe vraagstukken. Hoe wordt legitimiteit dan bepaald? Moet een ngo een grote achterban hebben of bepaalt de overheid de relevantie van organisaties door middel van subsidieverstrekking? ‘We kunnen niet allemaal 400.000 donateurs hebben, maar dat betekent niet dat we niet relevant zijn,’ meent Danielle Hirsch (Both Ends).

Toekomst

Naast het maatschappelijk middenveld krijgt ook het ministerie van Buitenlandse Zaken het woord. Bram van Ojik presenteert gedeeltes uit het non-paper van staatssecretaris Knapen. Van Ojik roept het maatschappelijk middenveld op zich openlijk uit te spreken, en zegt dat ook de staatssecretaris zich in de discussies zal mengen. ‘We moeten onze ervaringen delen en met inachtneming van de verschillen van elkaar leren.’

Het is een interessante avond, maar bovenal: het vraagt om meer. Want vooralsnog blijft de toekomst van de Nederlandse ngo in het duister gehuld. Hoe denkt het maatschappelijke middenveld over Gruiters idee om meer te specialiseren? ‘Organisaties lijken op kerstbomen, er komen steeds meer nieuwe ballen bij.’ Hoe gaat het verder met MFS-3? Zijn er behalve Monteiro en Van Ojik nog meer aanhangers voor het stelsel? Blijft de 0,7 procentnorm overeind? Hoe zit het met de Zuidelijke ngo’s?

Discussieer mee!

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

4 reacties op “Sector verdeeld over rol ngo’s

  1. Heel soms denk ik wel eens: kijk af en toe eens even terug, en gebruik dat om vooruit te kijken. Wat betreft bedrijfsmatig werken: was het niet juist SNV die al in de jaren negentig van de vorige eeuw (!) als eerste met ‘bedrijfsplannen’ en ‘business units’ begon te werken? En toewerkte naar een directeur uit het bedrijfsleven? Met als doel binnen 5 jaar onafhankelijk te zijn van DGIS geld? Wellicht een aardig idee om te analyseren waarom e.e.a. wel of niet gewerkt heeft. SNV is dan toch een prachtige casus. Dan hoeven we in ieder geval niet het wiel opnieuw uit te vinden.

    Daarnaast kan ik mij voorstellen dat een MFS 3 niet alleen wenselijk maar bijna onvermijdelijk is. Als wij als samenleving OS belangrijk vinden, en volgens de statistieken is dat nog steeds het geval, dan zal je als samenleving ook bereid moeten zijn daar in te investeren. Een overheid, door haar politieke gewicht, kan dan veel bereiken. Maar soms zijn het juist politieke gevoeligheden die het beleid (als bijv. persvrijheid, mensenrechten, goed bestuur) kunnen blokkeren. Van oudsher werd daarom aan de MFOs en NGOs de middelen gegeven om vooral daar resultaten te halen waar de overheid (DGIS, de ambassades) dat wel wilde maar niet kon, omdat anders de bilaterale (politieke en/of economische) relaties in gevaar zouden kunnen komen. En dat lijkt mij nog net zo actueel als pakweg 30 jaar geleden.

    [Reageer op deze reactie]

  2. Voor wat betreft de ‘U’ van ‘Uitleggen aan je financiers wat je doet’. zou ik willen opmerken dat je VOORAF moet uitleggen wat je van plan bent te doen met het ‘geschonken’ geld zodat inspraak (voor de financiers) en verantwoording van te voren reeds plaats vindt. Alleen dan kun je het beeld weghalen dat geld voor OS een bodemloze put is waarin geld verdwijnt. Wanneer blijkt dat subsidie wordt gebruikt voor projecten, campagnes (dure reclame spots) waarvoor VOORAF geen transparantie wordt geboden inzake de kosten, zul je, als OS organisatie, niet bijdragen aan het dempen van de bodemloze put, maar deze juist verdiepen.

    [Reageer op deze reactie]

  3. Misschien moeten we constateren dat de Knaak van Knapen geen discussie waard is. Het debat moet niet meer door organisaties met de overheid worden gevoerd, maar in de samenleving met elkaar. Het overheidsbeleid moet weer volgend worden in plaats van leidend.
    Het is duidelijk dat er bij de overheid geen geld meer is te halen. Maar wat dan wel? Het arbeidsefficiency en winstoptimalisatiemodel zoals honderd jaar geleden werd geïntroduceerd door Taylor in zijn boek The Principles of Scientifc Management (Taylor, 1911) lijkt in internationale samenwerking te zijn ingevuld in Monterrey, Parijs, Accra en Busan met hun nadruk op effectiveness en efficiency. Taylor was met zijn boek de grondlegger van het industrialisatieproces van de vorige eeuw. En stond daarmee (waarschijnlijk ongewild en onbedoeld) ook aan de wieg van een nieuwe globale arbeidsdeling waarin het Taylorisme werd geperfectioneerd. Gevolg was dat de arbeiders en hun omstandigheden uit het dagelijks leven van de consument zijn verdwenen (zie voor een totaal analyse het recente nummer van ‘Slow Management, en andere kijk op organiseren’).
    Via de migrantenstromen komen deze uitgebuite arbeiders echter alsnog hun recht halen. Dat is de rauwe werkelijkheid die onder de huidige crisis ligt. Wat zou de focus moeten zijn van organisaties die globale ongelijkheid aan de kaak willen stellen? Oxfam is ooit begonnen naar aanleiding van extreme honger in Griekenland als gevolg van de inval van Italië en Duitsland in 1941. Alleen in Athene al stierven minstens 300.000 mensen de hongerdood.
    Zijn we weer terug bij af? Het kan wellicht geen kwaad om eens te gaan kijken naar de relevantie van kennis rond gemeenschapsopbouw voor onze eigen samenlevingen in Europa. En ook de ‘good governance’ agenda zoals ze de laatste decennia in haar rechtstatelijke structuur werd opgedrongen aan jonge democratieën, moet misschien weer opnieuw worden uitgevonden. In elk geval schudt die zelfde rechtstaat op haar grondvesten met afkalvend draagvlak voor politieke besluitvormingsprocessen, omdat die zich niet meer richt op het publieke belang maar op het profileringsbelang.
    De terugtredende overheid heeft enkel een taak om ideeën over armoedebestrijding in Nederland en in het buitenland waar mogelijk het publieke belang te laten dienen. Een verscheidenheid aan ideeën is dan so wie so een sine qua non. Zijn er clubs die in staat als ideeën generator te functioneren? De Call to Action van jong OS was een voorbeeld waar veel jongeren maar weinig experts op het gebied van internationale samenwerking te vinden waren. Er waren wel directeuren maar nauwelijks werknemers van de grote MFOs, tekenend voor de werkdruk of ook voor de onderwaardering van deze gezonde kruisbestuiving? Ook zag ik slechts een enkele ambtenaar die polshoogte kwam nemen.
    Een nieuwe kans is er binnenkort bij http://criticalmass.nu op de bijeenkomst ‘Tussen Droom en Daad’ op 28 januari. Ook wordt er in 2012 gestart met een nieuw project met de titel Istanbul Movements in het kader van 400 jaar Nederland-Turkije. Wellicht bieden deze plekken mogelijkheden tot reflectie op de plaats van Nederland in de wereld en biedt ze kansen om verbinding te zoeken van maatschappij tot maatschappij. Medewerkers van ontwikkelingsorganisaties zouden daarbij een goede brokerrol kunnen vervullen en als verbindingsofficier kunnen gaan functioneren tussen maatschappelijke initiatieven wereldwijd. Dan zijn er waarschijnlijk ook weer zaken te doen met buitenlandse zaken die deze rol namelijk vanuit de WRR al aangeleverd hebben gekregen.

    [Reageer op deze reactie]

  4. De betekenis van het woord NGO is wat op de achtergrond aan het raken. Ik meen dat iemand daar recent nog eens op wees. De Cordaids van Nederland drijven op geld van en lopen aan de leiband van de overheid en dat heet dan Niet Gouvernementele Organisatie…..

    Om vervolgens weer te komen met ‘denken in kansen’ en het invoeren van ‘business units’ is wel heel erg 1999. Semantiek zal de sector niet gaan redden.

    ‘We zullen veel bedrijfsmatiger moeten gaan denken, want onze toekomstige financiering is afhankelijk van de kwaliteit van ons werk.’ Dat je die zin durft uit te spreken is moedig. Dat je zo’n zin laat opschrijven is van een soort kamikaze heldhaftigheid die je zelden meer ziet…

    Het probleem zit hem namelijk precies in die zin. De financiering van de NGO’s door de overheid was blijkbaar nooit afhankelijk van de kwaliteit van het werk, maar was blijkbaar gekoppeld aan allerlei andere criteria.

    Dat er een gebrek is aan ideologie moge duidelijk zijn en dat niet alles tot marktwaarde is te reduceren is ook waar. Maar dat heeft Einstein lang geleden al leuker geformuleerd. Ook dat soort slagzinnen (semantiek) gaat de sector niet helpen. Zeker als degene die dat zegt als directeur van een NGO pleit voor een nieuw bondgenootschap met de overheid onder het motto ‘Ik heb me nog nooit neergelegd bij politieke winden….’. Nou is dat winden voor tweeërlei uitleg vatbaar, maar dat terzijde.

    Wat er ook moet gebeuren, er moet in ieder geval niet verder gehobbeld worden in de richting van ‘passie’. Passie is hobby, passie is van de man en de vrouw achter een bureau in Den Haag die een paar keer jaar op reis mogen. Resultaat is een beter discussiewoord. Wat willen NGO’s en hoe kunnen ze dat bereiken. Resultaat kun je meten bij je klanten (zie ook (uit 2006) > http://goo.gl/ExCpY ). En over wat je doet en de resultaten die je bereikt moet je niet liegen (zie ook (uit 2008) http://goo.gl/vLXC2 ).

    Terwijl Lagarde van het IMF waarschuwt voor een escalatie van de crisis kun je natuurlijk wel waarschuwen voor ‘de tobbers in een wereld waar al zoveel tobbers zijn’ maar dat zet ook geen zoden aan de dijk (laat staan in Thailand of Bangladesh)

    In OS is degene die het geld op tafel legt niet degene die de dienst of het product geleverd krijgt. En degene die het geld krijgt om de dienst of het product te leveren blijft maar praten, praten en praten. Dus toen tien jaar geleden een keer vroeg aan een Filipijnse non in Addis of zij tevreden was met de NGO uit Nederland vertelde ze mij (na zich er van vergewist te hebben dat ik niet voor die NGO werkte); we doen hetzelfde als in voorgaande jaren en daar zijn de mensen in de wijken hier heel blij mee. Maar voor dezelfde activiteiten als vorig jaar moeten we meer en meer papier invullen, blijft het budget gelijk en krijgen we steeds jongere en onervarener medewerkers van onze noordelijke financier (NL NGO), steeds korter op bezoek.

    Feitelijk, zo begreep ik van haar (en later van meer mensen in het veld), zagen ze de NL NGO als een fondsenwerver met een zeer beperkte (en afnemende) toegevoegde waarde. Ze voegde er dan ook fijntjes aan toe dat ze niet zoveel baat had bij korte veldbezoekjes van 26-jarige, net afgestudeerde, rurale planologen uit Nederland, die de activiteiten op de lagere school en de gezondheidspost in Addis moesten ‘evalueren’.

    NGO’s zijn lang geleden al het pad op gegaan van ‘meer is beter’. ‘Mission creeping’ is door NGO’s uitgevonden terwijl de slagzin echt; ‘less is more’ is, zoals de jury van de Transparantprijs dit jaar aan de winnaar Cordaid nog een keer heeft aangegeven. Wat ze vergaten te vertellen is dat die opmerking ‘less is more’ niet alleen op het jaarverslag, maar ook op het werkterrein/werkgebied van Cordaid van toepassing is.

    Om dan toch nog even dat plotseling zo verafgode bedrijfsleven er bij te halen. Er zijn weinig bedrijven die alles voor iedereen willen betekenen zoals NGO’s dat doen. Als er iets te leren valt van bedrijven die op dit moment succesvol zijn dan is het:

    F ocus en beperk je tot de dingen waar je echt goed in bent
    U itleggen wat je doet aan je financiers (geen simpele boodschappen meer)
    C entraal stellen van de klanten (financier en eindgebruiker)
    K waliteit leveren voor de ‘eindgebruikers’ van je dienst of product

    Dat ezelsbruggetje is makkelijk te onthouden. Maar waarschijnlijk is het voor veel NGO’s allemaal te laat want de ‘major donors’ worden de grote concurrenten en niet de grote financiers en veel NGO’s zullen in de komende ‘cut the middleman’ rondes sneuvelen.
    Niet meer en niet minder.

    [Reageer op deze reactie]