

In de ‘N van ngo’ discussie wordt veel gepraat over politieke keuzes en aanhaken bij het bedrijfsleven, maar wat hebben ngo’s nu zelf in te brengen? Wat is er zo uniek of eigen aan ngo’s, dat hen ook de komende jaren nog steeds bestaansrecht geeft?
Zoals ik eerder al eens schreef zijn er verschrikkelijk veel ngo’s op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in Nederland, en hebben al die ngo’s een eigen agenda die ze liever niet te veel met anderen delen – hoewel ze wel veel dezelfde doelen nastreven. Het aantal onderwerpen waar ngo’s zich mee bezig houden is sterk gegroeid, evenals de competitie om potjes geld.
De snelle veranderingen en de gevoelsmatige dreiging van buitenaf hebben veel organisaties nu in een defensiemodus gezet. Nog meer dan anders bezwijken ze onder de druk aan te tonen dat ze wel degelijk meetbare resultaten hebben behaald, en dat ze daarom mee mogen doen. Steeds vaker vullen we cijfertjes in, in plaats van met mensen bezig te zijn. Ondertussen raken we kwijt wat we eigenlijk doen, voor wie, en wat het toevoegt.
Wat kunnen ngo’s bijdragen?
In de huidige discussie wordt bijvoorbeeld veel nadruk gelegd op de toegenomen rol van bedrijven, en wat de toegevoegde waarde van ngo’s daarin is. Ngo’s zijn ervan overtuigd dat ze iets te bieden hebben, maar komen vooralsnog niet uit hun woorden wat dat precies is.
‘Kennis’ en ‘ervaring’ worden veel genoemd als kwaliteiten van ngo’s. ‘Weten hoe de lijntjes lopen’ is er nog zo één. Maar wat moeten bedrijven of ambassades daarmee doen? Hoe kun je die kennis en ervaring het beste inzetten? Zonder helder plan kom je er niet. Aan tafel zitten is niet genoeg; je moet iets unieks te bieden hebben dat ze nergens anders kunnen halen.
Het loont ook om naar het verleden te kijken. Concepten als duurzame handel en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn juist door ngo’s op de agenda van bedrijven gezet. Daarvoor hebben ze actief gelobbyd, partijen bij elkaar gebracht, nieuwe methoden verzonnen, monitoring & evaluatiesystemen opgezet en argumenten bedacht die bedrijven konden overtuigen dat er werkelijk geld mee te verdienen viel.
Innovatie
Dat zouden die bedrijven uit zichzelf nooit gedaan hebben. Innovatie, en het vóór de troepen uitlopen, is dus juist iets waar ngo’s een duidelijke rol in vervullen. Daarnaast hebben bedrijven ngo’s ook nodig om bepaalde soorten voorwerk te doen.
Bijvoorbeeld: een groot bedrijf wil graag zoveel mogelijk van haar grondstoffen inkopen bij lokale boerencoöperaties (local sourcing), want dat bespaart importkosten. Maar zonder het lokale netwerk, de trainingscapaciteit en inzicht in wat lokale boerenondernemers nodig hebben, komen ze er niet. Ngo’s kunnen zo’n bedrijf assisteren; en daar zit dus een prima kans voor samenwerking.
Innovatie heeft te maken met vullen van gaten; het vinden van creatieve oplossingen voor bestaande problemen; met het verzinnen van nieuwe routines; en met het aanbieden van prikkels die door je partners worden opgenomen en voortgezet in acties. De verantwoordelijkheid voor die acties ligt altijd bij de uitvoerders zelf; je sphere of influence zijn de mensen die jij direct kunt beïnvloeden. Ngo’s moeten niet alles zelf willen doen, maar zich richten op het scheppen van mogelijkheden en kansen.
Kritische functie
Uiteraard betekent samenwerking en facilitatie niet dat ngo’s onderaannemer van het bedrijfsleven moeten worden. De innovatieve rol van ngo’s is gebaat bij een kritische, ruimdenkende opstelling. Precies die houding die veel ngo-medewerkers met de paplepel hebben ingegoten gekregen. Ngo’s hebben ook een rol in het campagne voeren, bewust maken, onderzoeken, politiek tot besluiten bewegen, en het op de voorgrond stellen van groepen mensen die in sociaal en economisch opzicht buiten de boot vallen. Dat is ook bij uitstek waar hun donateurs en partners zich in kunnen vinden.
Als ngo’s ertoe bereid zijn te kiezen voor datgene waar ze goed in zijn, denk ik dat ze niet overbodig zullen worden gemaakt door nieuwe ontwikkelingen. Dan zullen overheden en bedrijven hen weten te vinden als sparringpartner, en ook bereid zijn geld te investeren in nieuwe partnerschappen en ontwikkelingen die hun eigen bedrijfsvoering de eenentwintigste eeuw in katapulteren. Met als stiekem bijeffect dat een hele hoop mensen er beter van worden.
Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.
Doe een donatie via Paypal
Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.
© 2012 Vice Versa is een onderdeel van lokaalmondiaal - Website ontwikkeling: tatemae
Helemaal niets weggegooid geld. Ik heb ze overal meegemaakt 90 procent uit op eigen gewin en avontuur. Besteed het geld maar aan de armoe in Nederland.
Men kan beter terug gaan naar de basis van het SNV uit 1964. Kost een tiende van nu met meer mankracht kennis en zonder vet salaris en een gezond resultaat.
Ik schaam mij voor het huidige SNV van tegenwoordig. Enkel zakkenvullers met een enkele uitzondering na.
[Reageer op deze reactie]
Hoe verkoop je aan een bedrijf de zorg voor miljoenen aidswezen? Er wordt niet voor niets in de literatuur gesproken over een third sector waar het om NGO’s gaat. Natuurlijk probeer je links te leggen met bedrijfsleven, overheden en burgers. Maar wel vanuit een maatschappelijke doelstelling. En dat is niet altijd ‘verkoopbaar’. Dan moet je vaak een beroep doen op waarden die ook bij diverse ondernemers met de paplepel zijn ingegoten en niets te maken hebben met winstmaximalisatie. Daar doe je een beroep op. Dus niet als onderaannemer ik marktonderzoeker, maar als pleitbezorger. De middelen die vervolgens worden ingezet kunnen alles te maken hebben met goed ondernemerschap, betrokken bestuur of actief burgerschap. Maar dat is vers 2.
[Reageer op deze reactie]