Reactie Farah Karimi: goede buren, verre vrienden

Geschreven door: Farah Karimi op 10 februari 2012 E-mail dit artikel | Print dit artikel

Farah Karimi, directeur van Oxfam Novib, neemt Knapens uitnodiging tot debat aan. Ze voegt een vijftal internationale trends aan het non-paper toe die bepalend zijn voor de rol van het maatschappelijk middenveld. Karimi: ‘Iedere bewindspersoon heeft bondgenoten nodig: maatschappelijke organisaties die hem steunen als een goede buur, maar ook uitdagen als een verre vriend.’

In een bijdrage aan het debat over de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties schreef ik op 12 december j.l. in Vice Versa welke strategische keuzes Oxfam Novib heeft gemaakt voor haar eigen positionering in de sterk veranderende wereld. Die positionering is ook leidend voor onze relatie met de Nederlandse overheid.

Nu staatssecretaris Ben Knapen als bijdrage aan het debat in zijn non-paper slechts een reeks trends en vragen poneert is de verleiding groot te blijven steken in de teleurstelling. Toch neem ik de uitnodiging tot debat aan. De vraag is of alle betrokkenen, inclusief de regering, het debat in een lange termijn perspectief willen voeren. De vaststelling van de staatssecretaris, dat voortzetting van MFS niet vanzelfsprekend is, kan er immers toe leiden dat het debat beperkt wordt tot de financiële relatie tussen overheid en NGOs. Terwijl er zoveel meer is om over te spreken.

De trends die het non paper benoemt herken ik wel, maar zijn selectief gekozen en vooral vanuit een nogal binnenlandse blik beschreven. Daarom wil ik een vijftal internationale trends toevoegen en daarbij proberen de koppeling te maken met enkele vragen uit het non-paper. Het betreft ontwikkelingen die juist ook bepalend zijn voor de rol van maatschappelijke organisaties. Laten we het binnenlandse debat overstijgen en met elkaar in gesprek gaan over onze rol in een sterk veranderende wereld.

1e trend: grotere ongelijkheid en schaarste

De eerst trend waaroor ik aandacht vraag is de groeiende ongelijkheid en de toenemende schaarste van land, water, voedsel, en grondstoffen. De opkomende economieën maken een ongekende economische groei door, maar huisvesten tegelijkertijd het grootste aantal van de meer dan één miljard allerarmsten in de wereld. In driekwart van de G20 landen is de inkomensongelijkheid sterk gestegen. Naast ongelijkheid, neemt ook de strijd om schaarse middelen toe, zowel binnen als tussen landen.

Die toenemende sociale en economische ongelijkheid is volgens het Global Risk Survey 2011 van het WEF één van de grootste risico’s van deze tijd. We zien dat mondigheid en verontwaardiging groeit, maar soms ook wordt afgestraft: de ruimte voor maatschappelijke organisaties neemt in veel landen af. De strijd tegen onrecht en armoede is meer dan ooit een politieke strijd: wie heeft toegang tot schaarse middelen? Wie heeft er zeggenschap over? En wie profiteert ervan?

Zeker in relatie tot de prioritaire thema’s van deze regering, als voedselzekerheid en water, is deze trend zeer relevant. Juist daar zal de strijd om zeggenschap het heftigst worden gevoerd. Voor maatschappelijke organisaties zoals Oxfam Novib, die werken vanuit het perspectief van armen, van mensen wier rechten met voeten worden getreden, betekent dit dat wij vooral belangenbehartiger dienen te zijn van kleine voedselproducenten. Deze boeren en boerinnen mogen in de enorme strijd om land, water en voedsel niet nog meer in de marge geduwd worden.

Daar waar de regering zich te eenzijdig richt op economische groei, dienen NGO’s op te komen voor duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid. Anders lukt het bijvoorbeeld nooit om een einde te maken aan landgrab praktijken, die ten koste gaan van lokale gemeenschappen en de biodiversiteit. Voorkomen moet worden dat in de strijd om land, water en voedsel het “Nederlands belang” gereduceerd wordt tot de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven.

Daarom dient het opkomen voor (verlicht) Nederlands eigenbelang, altijd hand in hand te gaan met maatschappelijk verantwoord beleid én gedrag in internationaal perspectief. Het werk van Nederlandse medefinancieringsorganisaties gericht op het ondersteunen van lokale sociale bewegingen en lokale organisaties, zoals die van boeren, producenten en vrouwen. is juist op dit terrein van cruciaal belang.

2e trend: mensenrechten discours verandert in multipolaire wereld

Een tweede trend, die ook samenhangt met de opkomst van landen als China, India en Rusland (en een aantal andere regionale en mondiale spelers), is dat in een multipolaire wereld de traditionele normen en waarden en de internationale mensenrechten onder druk komen te staan. Andere interpretaties van normen en waarden eisen een plek op. Terecht refereert de staatssecretaris (onder het kopje “opkomst zuidelijke NGOs”) aan de groeiende repressie ten opzichte van lokale organisaties en de beperkingen die veel landen opleggen aan sociale bewegingen. Maar we zien helaas dat een aantal nieuwe machtige landen ook op mondiaal niveau een aantal internationale normen ter discussie stellen of anders interpreteren.

De strijd om de ruimte voor burgers om zich te organiseren woedt dus zowel op lokaal als internationaal niveau. Dat geldt in het bijzonder als het gaat om vrouwenrechten. Helaas zien we dat de Arabische lente in een aantal landen de meer religieuze conservatieve krachten heeft versterkt.

Deze ontwikkelingen raken de kern van het medefinancieringsbeleid zoals Nederland al jaren kent. Waar samenwerking van overheid tot overheid niet mogelijk is, waar burgerbewegingen, waar vrouwen en hun organisaties in de verdrukking komen, zijn Nederlandse medefinancieringsorganisaties bij uitstek in staat hen via flexibele en creatieve samenwerkingsverbanden te steunen. Zowel op lokaal, nationaal als internationaal niveau is dit bij uitstek het terrein waarop de overheid strategische samenwerking kan aangaan met zelfbewuste NGOs. Veel resultaten uit afgelopen jaren, zoals de erkenning van sexuele en reproductieve rechten van vrouwen, de totstandkoming van het internationaal strafhof en meer recentelijk van UN Women, kwamen voort uit het samenspel tussen een aantal vooruitstrevende regeringen als Nederland en NGOs.

Zeker voor Nederland, met zijn open economie, geldt dat versterking van internationale instituties en het internationaal recht van strategisch belang zijn. Al was het maar omdat onze grondwet daartoe oproept.

3e trend: tandende rol van Nederland en de EU

Ook de derde trend, namelijk de afnemende invloed van Europa en Nederland in de wereld, onderstreept dat Nederland haar internationale invloed niet alleen kan organiseren via statelijke kanalen. Terwijl de opkomende economieën doorgroeien, beleven Europa en Nederland een nieuwe recessie. Mede als gevolg van nationale politieke keuzes, is Nederland haar klapstoel in de G20 kwijt en gaat de ene na de andere internationale positie aan onze neus voorbij. Ook de groei van invloedrijke non-statelijke actoren – multinationals en krachtige mondiale maatschappelijke organisaties en fondsen – beïnvloedt de mate waarin Nederland internationaal invloed kan uitoefenen.

Maar hier liggen ook kansen. Dat constateerde ook Paul Polman, de topman van Unilever, afgelopen oktober tijdens de conferentie “ontwikkelingssamenwerking in bedrijf”. Hij stelde dat een aantal van oorsprong Nederlandse bedrijven, zoals zijn eigen bedrijf, geregeld aan de tafel zit bij de G20 landen. Zijn oproep was om daar beter gebruik van te maken.

Het zelfde geldt voor NGO’s die in sterke internationale netwerken opereren. Oxfam Novib is als op één na grootste Oxfam een belangrijk lid van de internationale Oxfam confederatie. Er bestaat al een Oxfam China, Oxfam India en Oxfam Mexico, in Brazilië en Zuid Afrika wordt gewerkt aan de oprichting van nieuwe Oxfam-leden. Doordat wij in 17 van de G20 landen een Oxfam lid of lobbykantoor hebben zijn wij als netwerk in staat agenda’s te beïnvloeden. Wij kunnen belangrijke kwesties in relatie tot voedselzekerheid, klimaatverandering en armoedebestrijding mede agenderen en soms ook positief beïnvloeden.

De cryptische vraag van de staatssecretaris “in hoeverre is het belangrijk dat internationaal opererende maatschappelijke organisaties een Nederlandse karakter hebben en houden?” heb ik daarom met enige verbazing gelezen. Allereerst opereren alle Nederlandse OS organisaties, van klein tot groot, MFS of niet, per definitie internationaal. Het is inherent aan ons werk. Verliezen zij daardoor hun Nederlandse identiteit? Ik denk van niet.

Maar vanuit het perspectief van een NGO die sterk geïntegreerd is in een internationaal opererend netwerk , zou ik een wedervraag willen stellen: Hoe belangrijk is het dat Unilever, Philips en andere van oorsprong Nederlandse multinationals hun Nederlandse karakter behouden? Een organisatie als Oxfam Novib, die diep geworteld is in de Nederlandse samenleving, wordt gedragen door meer dan 400.000 donateurs, een groeiend aantal bedrijven en vele duizenden Nederlanders die haar campagnes ondersteunen.

Tegelijk met de sterke integratie in een internationaal netwerk, zal Oxfam Novib haar Nederlandse roots blijven koesteren. Ook hier geldt het adagium: sterke lokale verbondenheid combineren met een internationale oriëntatie.  Sterker nog, wij zullen ook in Nederland zelf blijven werken. Want met de inzet van bijvoorbeeld de Groene Sint of de Eerlijk Bankwijzer nemen wij ook in eigen land verantwoordelijkheid voor het bevorderen van een rechtvaardige en duurzame toekomst voor iedereen.

Mijn advies aan de Nederlandse overheid, ongeacht de politieke signatuur van het kabinet, is daarom: koester alle Nederlandse internationale ingangen, of het nou gaat om bedrijven, NGOs of kennisinstituten. Met de tanende invloed van Nederland worden dergelijke netwerken alleen maar belangrijker. Lula, de vorige president van Brazilië, de huidige minister van financiën in Zuid Afrika en de minister van justitie in Niger waren partners van Oxfam Novib, voordat zij toetraden tot de regering. De lijst van partners die een invloedrijke positie kregen in hun land is veel langer. Zij voeren een nieuwe politieke agenda in hun land, gericht op armoedebestrijding en rechtvaardigheid en zij hebben diepe waardering voor de steun die zij via Oxfam Novib vanuit Nederland kregen. De reputatie van een land wordt niet alleen bepaald door wat de overheid doet.

4e trend: opkomst nieuwe donoren

Een vierde trend is de komst van nieuwe donoren, zoals China, India en anderen. In Somalië zien we bijvoorbeeld hoe Turkije, de Arabische Liga en de lidstaten van de Organisatie van Islamitische Conferentie een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het verlichten van de noodsituatie, mede omdat zij van alle partijen in het conflict toegang kregen tot de door hen gecontroleerde gebieden.

De komst van nieuwe donoren brengt belangrijke kansen, maar ook risico’s. De vooruitgang die is geboekt in het verbeteren van de effectiviteit van de hulp, onder meer door betere afstemming en coördinatie, staat onder druk. De Busanconferentie heeft hierin wel enige verlichting gebracht, maar tot nu toe besteden westerse landen, inclusief Nederland, relatief weinig aandacht aan deze nieuwe donoren. Als NGO’s zijn wij al verder in deze contacten en wij kunnen de overheid daarbij assisteren.

5e trend: de opkomst van MVO-denken in het bedrijfsleven

Een vijfde trend is de groeiende macht en dynamiek in het internationale bedrijfsleven, waarin een actief MVO-beleid meer wordt dan greenwashing. Een toenemend aantal bedrijven ziet MVO als integraal onderdeel van de core business. Natuurlijk valt hier nog een wereld te winnen, want voor bedrijven staat winst maken op nummer één, maar wie duurzame winst wil maken moet voorbij het kortzichtige denken. Steeds meer bedrijven onderkennen dat ze ook moeten anticiperen op de gevolgen van de bedrijfsvoering voor mens en milieu.

People, planet & profit kunnen goed samengaan. Dit groeiend besef is enerzijds het resultaat van maatschappelijke druk, mede uitgeoefend door NGOs, maar wordt ook gevoed door verlicht eigenbelang. Immers, de groeiende schaarste in grondstoffen en energie dwingt velen in te zien dat duurzaamheid een voorwaarde is om op termijn winstgevend te kunnen blijven.

Koplopers op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen werken in de praktijk op veel terreinen al samen met NGOs. Oxfam Novib heeft al een paar prachtige partnerschappen met multinationals en wordt gesteund door meer dan 500 bedrijfsambassadeurs.

Het dichten van de global governance gap

Al deze grote ontwikkelingen vragen om sterk internationaal bestuur, maar dat is juist waaraan het nu ontbreekt. De grote uitdaging van deze tijd is de global governance gap. Terwijl de oude governance structuur, gedomineerd door Westerse mogendheden, overbelast is geraakt, is er nog geen goed functionerend nieuw systeem. De G-20 heeft dan wel de plek van de G8 ingenomen, maar haar agenda is beperkt en de G-20 slaagt er niet in om belangrijke mondiale uitdagingen, zoals klimaatverandering of vrouwenrechten, aan te pakken. Internationale klimaatonderhandelingen faalden het afgelopen jaar opnieuw. De Doharonde ligt volledig stil. De aanpak van de schuldencrisis moddert voort. Op het vlak van voedselzekerheid, die sterk onder druk staat door de strijd om land en water, worden maar kleine stapjes vooruit gezet.

De veranderingen in de wereld – de opkomst van nieuwe economieën, de groeiende invloed van multinationals en de tanende macht van Nederland en Europa – betekenen dat we machtsverhoudingen alleen kunnen uitdagen als onderdeel van een sterk mondiaal netwerk.

De verbinding van Nederlandse organisaties met mondiale netwerken is ook in het belang van Nederland. Nu de invloed van de overheid op het wereldtoneel afneemt, gedeelde normen op de achtergrond raken en sterke global governance ontbreekt, is het des te belangrijker dat burgers, wetenschappers, bedrijven mede verantwoordelijkheid nemen voor het bevorderen van mensenrechten, duurzaamheid en armoedebestrijding.

Maatschappelijke organisaties hebben grondige kennis van lokale omstandigheden en cultuur. Daarmee zijn zij een waardevolle partner voor bedrijven die zoeken naar verantwoorde en wederzijds winstgevende investeringen en een krachtige klokkenluider voor situaties waar het mis gaat. Voor het gedeelde belang van mensenrechtenbevordering en het stimuleren van duurzame ontwikkeling, zou de overheid veel meer strategisch kunnen en moeten samenwerken met sterke, internationaal georiënteerde maatschappelijke organisaties.

Het opkomen voor Nederlandse belangen mag niet ten koste gaan van armen en gemarginaliseerden in andere delen van de wereld. Sterker nog, de basis van de ODA-uitgaven is nog steeds armoedebestrijding, daar is de staatssecretaris verantwoordelijk voor. Onze rol is dit doel, samen met hem, scherp te bewaken en waar te maken. Nog steeds steunt ruim 60% van de Nederlanders ontwikkelingssamenwerking met als doel armoedebestrijding.

En natuurlijk, niets is vanzelfsprekend in deze wereld, maar iedere bewindspersoon die hiervoor verantwoordelijk is heeft bondgenoten nodig; maatschappelijke organisaties die hem steunen als een goede buur, maar ook uitdagen als een verre vriend.

Farah Karimi, algemeen directeur Oxfam Novib

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

3 reacties op “Reactie Farah Karimi: goede buren, verre vrienden

  1. Beste Elisabeth en Frank,
    Dank voor jullie reacties en vragen. Sorry dat ik pas nu reageer. Ik ben sinds een paar dagen in India en had niet de gelegenheid eerder te reageren.
    Elisabeth, De reis naar Turkije was zeer boeiend. De reis maakte duidelijk dat we ons veel meer moeten bezighouden met wat de overheid en NGOs van een land als Turkije in Afrika doen. Het was een begin. Na de reis hebben we besloten ons veel intensiever met Turkije bezig te houden. Het opbouwen van een goede samenwerking vergt veel inspanningen. Ik zal voor je uitzoeken of en zo ja hoe Oxfam Mexico betrokken is bij deze top van de Amerika’s.
    Frank, eerlijk gezegd had ik je artikel niet gelezen en in eerste instantie heb ik ook gereageerd op de non-paper van de staatssecretaris. Maar nu reageer ik graag op je vragen. Ik vind het bijzonder leuk en motiverend als mensen ons aansporen nog beter te worden in wat wij doen, bijvoorbeeld nog sneller te internationaliseren. Dat betekent dat je de richting en de keuzes ondersteunt. Je vindt alleen dat het allemaal sneller moet. Wat ik ook graag wil. Ik vind het ook leuk om te horen dat volgens jou de strategie van Oxfam breed in de sector leeft. Al heb ik zelf  twijfels over deze waarneming, als jij het zegt wil ik het wel aannemen. Zoals gezegd  verblijf ik momenteel in India, alwaar ik ook veel gesprekken heb gevoerd met Oxfam India; een zelfstandig lid van de Oxfam Confederatie. Oxfam bestaat momenteel uit 15 leden (en 2 waarnemende leden). Het is prachtig om te zien hoe Oxfam India steeds meer fondsenwerving in eigen land weet te realiseren. Dat wordt effectief ingezet voor de zo noodzakelijke armoedebestrijding in India. Ze worden ook met de dag een sterkere stem in hun strijd voor sociale rechtvaardigheid en een duurzamere economische ontwikkeling. Naast India, bestaat er inmiddels een Oxfam Mexico en een Oxfam Hong Kong, dat in Mainland China een kantoor heeft. Momenteel wordt er hard gewerkt om in Zuid Afrika en Brazilië een zelfstandige Oxfam te realiseren. Dit zijn geen eenvoudige processen, ook omdat de basis van een succesvolle start ligt in het vinden en versterken van een bestaande zuidelijke NGO, die ook de wens en ambitie heeft om met onze steun uit te groeien tot een zelfstandig lid van de Oxfam familie. Voorts zijn er in de opstartfase ook flinke investeringen nodig en Oxfam beschikt hiervoor niet over eindeloze middelen.
    Nu is jou vraag waarom we dit proces ook niet versneld opstarten in landen als Vietnam, Nigeria en Israel & de Bezette gebieden (OPTI). Er zijn goede redenen waarom dat op dit moment nog niet verstandig en mogelijk is. Dit heeft enerzijds te maken met de nog beperkte mogelijkheden om bijvoorbeeld in Nigeria onder de bevolking aan fondsenwerving te doen. Anderzijds is er niet altijd bereidheid, bijvoorbeeld onder de Israëlische bevolking om flink bij te dragen aan projecten die Palestijnen in de Westbank of Gaza ten goede komen.  Los van de fondsenwerving zijn wij overigens in al deze landen als Oxfam confederatie bezig om onze activiteiten zo goed mogelijk te integreren. Deze nieuwe manier van werken onder een, wat wij noemen “single management structure”, in een gezamenlijke kantoor met een gezamenlijke programma is al operationeel in vele landen, waaronder Vietnam. Hieraan wordt ook hard gewerkt in Nigeria en OPTI en vele andere landen.

    Wat de verdere (personele) internationalisering van Oxfam betreft zie ik over de hele linie de diversiteit toenemen – dat geldt helemaal voor de leidinggevenden en het personeel van de nieuwe landenkantoren -  en je kunt er op vertrouwen dat niet alleen ik vanwege mijn eigen achtergrond daar prioriteit aan geef maar dat dit een streven van de hele confederatie is.

    [Reageer op deze reactie]

  2. Beste Farah,

    Je geeft in je stuk aan dat je de uitnodiging tot debat aanneemt. In jouw eigen bijdrage ga je in op de verinternationalisering van Oxfam. Jullie reageren echter niet op mijn stelling in mijn stuk (http://www.viceversaonline.nl/2012/02/geen-mfs-3-wel-sbos-plus/) dat de verinternationalisering van Oxfam sneller moet en kan. Op deze manier voeren we geen debat, maar poneren we slechts onze meningen. Ik zou het op prijs stellen en het zou goed zijn voor de sector als jullie alsnog op mijn stelling reageren. Het is namelijk een vraag die breed leeft in de sector. Kortom: waarom versneldt Oxfam niet de verzelfstandiging van de activiteiten in Vietnam, Israel/Palestina en Nigeria? Waarom zet Oxfam daar niet nog in 2012 zelfstandige kantoren op? En tevens, waarom wordt de RvT van Oxfam International niet per direct omgevormd tot een echte internationale RvT?

    Met vriendelijke groet,

    Frank van der Linde

    [Reageer op deze reactie]

  3. Beste Farah,
    Bedankt voor de interessante bijdrage! En een interessante perspectief-verschuiving, jij beschreef het Nederlandse wereldje vanuit een Zuidelijke bril.
    Totnogtoe is er nog weinig gesproken over de manier waarop Nederland zich verhoudt tot de nieuwe actoren& donoren zoals de BRIC-landen en de opkomende CIVETS (Colombia, Indonesie, Vietnam, Egypte, Turkije en Zuid-Afrika). Je vertelde dat je onlangs met Turkije had gesproken over haar donor-rol; hoe is dat verlopen?

    Je noemde ook de rol van Zuidelijke partners als ‘voelhoorns’ in het nieuwe internationale veld. En spelen jullie partners uit Mexico en Brazilië een rol bij de 6e Summit of the Americas in Colombia

    http://www.summit-americas.org/sixthsummit.htm ?

    Ben benieuwd naar je antwoorden,
    Elisabeth

    [Reageer op deze reactie]