Uitfaseren zonder spaanders is een Haagse illusie

Afgelopen donderdag discussieerde de Vaste Kamer Commissie voor Buitenlandse Zaken met staatssecretaris Knapen over de uitfasering van het bilaterale programma, de afname van 33 naar 15 landen.  Oud-topambtenaar van Buitenlandse Zaken, Paul Hassing,  maakt de kritische balans op.

Tijdens het Kamerdebat van afgelopen donderdag wilden de meeste partijen een totaaloverzicht van de uitfasering en geen verslag op onderdelen. De Kamer was breed van mening dat het niet mogelijk is om nu al een oordeel te vormen over de ‘kapitaalvernietiging’ die mogelijk gepaard gaat met de uitfasering van de 18 landen. Knapen bracht hiertegen in dat er nog twee jaar te gaan zijn en dat er dus van urgentie nog geen sprake is. ‘We hebben nog tijd’, zei hij.

Verrassend was dat de Kamer zich concentreerde op de negatieve effecten van de afname van de post onderwijs van 270 miljoen in 2008 naar 20 miljoen in 2017 en niet op andere thema’s zoals milieu, vrouwen en gezondheid. Kwam dat voornamelijk omdat het IOB net een rapport over onderwijs had uitgebracht? In de praktijk van ontwikkelingssamenwerking betekent de voorgestelde verlaging een totale exit uit de onderwijssector. Het onlangs uitgebrachte rapport van IOB bevestigde nog eens dat Nederland op het gebied van basisonderwijs een toegevoegde waarde heeft. Knapen was het met de IOB eens dat onderwijs heel belangrijk is, maar nu even geen prioriteit voor Nederland was. Zou dat zijn omdat het Nederlandse bedrijfsleven daar niets aan kan verdienen? Geen Kamerlid die de staatssecretaris daarop doorvroeg.

Ook niet toen Knapen uiteenzette hoe de landenlijst tot stand was gekomen, onder andere  door de mening te vragen van het Nederlandse bedrijfsleven of er in de voorgestelde landen voor hun kansen liggen. Opvallend daarbij is dat Knapen niet aangaf ook de mening van het Nederlandse maatschappelijke middenveld te hebben gevraagd over waar de armoede het schrijnendste is, dus welke landen prioritair zouden moeten zijn in het beleid. Blijkbaar even niet belangrijk.

Voorwaarden

De oppositiepartijen en het CDA stelden allerlei voorwaarden aan de uitfasering: het moet op een goede manier worden voortgezet, geen kapitaalvernietiging (Ferrier/CDA), geen imago verlies (De Lange/PvdA), geen kapitaalvernietiging (El Fassed,GL), eerst totaalplaatje en pas dan keuzes maken (D66/Hachchi), geen kapitaalvernietiging (Voordewind/CU), wat heeft transitiefaciliteit nog met (armoede) ontwikkelingssamenwerking van doen (Irrgang, SP), behaalde resultaten mogen niet verdampen (Van der Staaij, SGP), wat is de consequentie van uitfaseren (De Caluwé/VVD). Alleen Johan Driessen van de PVV vond het ‘uitstekend om te vertrekken uit die landen’, ook om daarmee eerst onderwijs in eigen land op peil te brengen.

Knapen reageerde met een uitgebreid verslag op detail om, zoals hij dat formuleerde, daarna op de hoofdlijnen te reageren. Van dat laatste kwam evenwel niet veel meer terecht. Opmerkelijk dat de leden van de vaste Kamercommissie van Buitenlandse Zaken daar niet op terugkwamen. Knapen betoogde dat overname van onderwijs succesvol is. Dat er verder geen problemen waren met de overname van de Nederlandse rol in Ethiopië, Ghana, Mozambique, Rwanda, Zambia, Bangladesh, Indonesië, Jemen en Oeganda. Later hield hij nog wel een slag om de arm door te stellen dat Nederland wel van vele partijen afhankelijk is. Opvallend was dat de Commissie de geloofwaardigheid van deze opmerkingen niet in twijfel trok. Ferrier ging zelfs zover dat ze blij was met het antwoord van Knapen. Des te opvallender omdat de rapportage van deze bilaterale uitfasering uit het eigen departement afkomstig is en niet onafhankelijk gecontroleerd wordt. Het ambtenarenapparaat heeft er namelijk belang bij om de goede tekst aan te leveren aan de bewindspersoon die een soepele uitfasering moet onderbouwen.

Kapitaalvernietiging

Het is begrijpelijk dat de Commissie stelt dat de uitfasering niet tot kapitaalvernietiging mag leiden. Maar op de keeper beschouwd heeft dit iets dubbelzinnigs. Als er geen kapitaalvernietiging zou optreden, dan betekent dit in de praktijk dat elk beleid van ontwikkelingssamenwerking 180 graden kan worden omgekeerd zonder dat iemand daar nadelige gevolgen (kapitaalvernietiging) van ondervindt. Dat is moeilijk voor te stellen in de dagelijkse praktijk van arme landen.

Het lijkt vooral een exercitie voor de Commissie om met een schoon geweten deze uitfasering af te kunnen doen. Het was in dat kader dan ook niet verwonderlijk dat de staatssecretaris geen onafhankelijke evaluatie wilde toezeggen in 2014. Nu had hij dat makkelijk kunnen doen omdat zijn bewindsperiode er dan opzit. Veel belangrijker zou het -mijns inziens- zijn geweest om een onafhankelijke organisatie te vragen deze uitfasering te volgen en regelmatig te rapporteren aan de Commissie. Nu rapporteert het ambtenarenapparaat aan de minister en die op zijn beurt weer aan de Commissie. Iemand in de Commissie merkte op dat het de slager is die zijn eigen vlees keurt. En daar lijkt het inderdaad veel op.

Op het eind van de zitting maakte Knapen nog een opvallende opmerking. Hij stelde dat het doel van het ministerie van EL&I  het steunen van het bedrijfsleven is en dat ontwikkelingssamenwerking daarbij een middel is. Daar voegde hij aan toe dat voor ontwikkelingssamenwerking armoede het doel is en het bedrijfsleven een middel.

Winnaar

Hij stelde dat binnen dit spanningsveld gewerkt moest worden. Dit is opvallend omdat dit iets zegt over de (geringe) coherentie van het internationale beleid. En we weten inmiddels wie de winnaar wordt. Ook zijn collega minster Rosenthal verwoordde het afgelopen zondag in de Rode Hoed door te stellen dat hij niet denkt in tegenstellingen tussen de dominee en de koopman. Dit lijkt veel op de tekst van de koopman.

De vaste Kamercommissie denkt dat een uitfasering van het bilaterale beleid mogelijk is  zonder dat er spaanders vallen, zonder dat er kapitaalvernietiging plaatsvindt. Dat lijkt een Haagse illusie. Van Haagse ambtenaren ter plekke en in den vreemde wordt nu gevraagd om deze illusie te onderbouwen. Uit de brief van Knapen aan de Kamer kan men concluderen dat ze daar al hard mee bezig is. En Haagse politici lijken dit als zoete koek te slikken. In dit huidige tijdsgewricht wil je niet graag aantonen dat het nieuwe bilaterale beleid leidt tot weggegooid geld, tot kapitaalvernietiging. Welke parlementariër wil dit debat scherp ingaan  in een tijd dat ontwikkelingssamenwerking mogelijk ook verder zou moeten bezuinigen? Knapen stelde wel op een vraag van Voordewind (CU) dat hij het regeerakkoord zal uitvoeren, dus 0.7%. Maar een nieuwe bezuinigingsronde laat natuurlijk weinig heel van het huidige regeerakkoord, de facto komt er dan een nieuwe.

Besmet geraakt

Ook voormalig journalist Knapen is besmet geraakt met het Haagse jargon. Hij had het over het ‘herschikken van posterioriteiten’.  Nu zijn posterioriteiten in het Haagse het herschikken van prioriteiten tot een bedenkelijk niveau, waarbij ze niet meer van belang zijn en langzaam verdwijnen. Zo is dat bijvoorbeeld gebeurd met stedelijke armoede en lijkt nu het geval met onderwijs en milieu. Betekent het herschikken van posterioriteiten nu dat ze weer prioritair worden? Of gaat Knapen vanaf nu over op gewoon Nederlands? Dan begrijpt de kiezer het misschien ook nog.

Er wordt in de sector kritisch aangekeken tegen het debat in de vaste Kamercommissie. Het is inderdaad vaak een bijeenkomst om nog wat politiek te lobbyen, om ergens nog wat middelen te vinden voor een thema of een land. Dit keer ging het over onderwijs. De Commissie vroeg impliciet om meer middelen voor het Global Fund on Education. Die doen namelijk zo goed werk. Dat bevestigde Knapen. Dus ze worden niet gekort, krijgen wellicht wat meer en de coalitie ( en oppositie?) partijen kunnen daarmee uit de voeten. Alsof de kapitaalvernietiging van het nieuwe bilaterale beleid daarmee is bestreden.

Over de schrijver

Paul Hassing is vanaf 1990 werkzaam geweest op het ministerie van Buitenlandse Zaken op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en milieu. Hij is begonnen als beleidsmedewerker Energie en Milieutechnologie, was daarna Hoofd van de afdeling Klimaat, Energie en Milieutechnologie, en vanaf 2001 plaatsvervangend directeur Milieu en Water. Hassing werkte onder de laatste vier ministers voor Ontwikkelingssamenwerking. Sinds kort heeft hij een eigen bureau: ‘Policy, Management and Communication.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement