Hoe het beter zou kunnen

Door: op 22 mei 2012 geplaatst in Opinie - E-mail dit artikel | Print dit artikel

Gisteren gaf Wiet Janssen kritiek op het visiedocument van brancheorganisatie Partos. Om er niet van beticht te worden alleen maar kritiek te geven zonder oplossingen, vertelt hij in deze bijdrage hoe het volgens hem wél zou moeten.

Ik vind dit stuk een geweldige gemiste kans. Het meest zorgwekkende vind ik dat er totaal geen zelfreflectie is ten aanzien van de benadering van de ontwikkelingssamenwerking zoals die in de afgelopen decennia is geweest. Volgens de auteurs doen de organisaties die er zich mee bezig houden allemaal vreselijk belangrijke en nobele dingen: onderwijs, gezondheidszorg, rechtstaat, ondernemingsklimaat en maatschappelijk middenveld, etc. En ‘Het maatschappelijk middenveld is wereldwijd bij uitstek de partner in het streven naar zelfredzaamheid en rechtvaardigheid.’

Maar die uitspraken worden niet gestaafd met cijfers, en dat kan ook niet anders want die bestaan ook niet. Voorzover de Nederlandse ngo’s -en overigens ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken- rapporteren gaat het alleen om de hoeveelheid geld die met een initiatief gemoeid was en de directe effecten: zoveel leraren opgeleid, zoveel pompen geplaatst, maatschappelijke organisaties opgericht en ondersteund,  etc. Maar of dat geleid heeft tot beter opgeleide kinderen met betere kansen op de arbeidsmarkt, een hoger gezondheidsniveau in de dorpen, of een verandering in het regeringsbeleid waardoor de levensomstandigheden van de arme bevolking zijn verbeterd, daarover zijn geen gegevens beschikbaar.

In de cijfers van de Wereld Bank, de World Health Organization (WHO) of de Food and Agriculture Organization (FAO) vind je ook geen enkele aanwijzing dat er verbeteringen zijn opgetreden. De kinderondervoeding bijvoorbeeld is in sub-Sahara Afrika al jaren hoog en neemt nauwelijks af. Voor zover de indicatoren wel verbeterd zijn, heeft dat vooral te maken met de economische groei. Die is er de laatste 10 tot 15 jaar in Afrika wel degelijk, vooral in de steden en onder de beter opgeleide bevolking.

Op het platteland van Sub-Sahara Afrika leven de meeste mensen echter nog steeds van subsistence farming: ze leven van hun eigen oogst.  Daar verdien je geen geld mee en de boeren kunnen dus niet investeren in kunstmest, water, betere zaden, betere opslagruimtes etc. Ze moeten aanzienlijk productiever worden om te kunnen concurreren met graan uit Australië of Canada.

Eigen tempo

De remedie is: arme boeren kennis en kunde bijbrengen zodat ze productievere en efficientere boeren worden. Er zijn heel wat voorbeelden van projecten waarbij dat gelukt is: het blijkt heel goed mogelijk om, door een mix van maatregelen, de opbrengst te verhogen van b.v. van 1 naar 5 ton graan per jaar. En het hoeft geen graan te zijn, het kan ook gaan om groente voor het toeristenhotel in de buurt. Als mensen producten of diensten kunnen leveren waarvoor anderen  goed willen betalen, kunnen ze een inkomen verdienen en uit de armoede ontsnappen.

En als mensen een redelijk inkomen verdienen gaan ze zich ook druk maken over de kwaliteit van het bestuur. Ze stemmen dan niet meer automatisch op de leider van hun stam, maar op de persoon waarin ze het meeste vertrouwen hebben.  En als de president er dan een rommeltje van maakt wordt hij bij de volgende verkiezingen weggestemd. En zo evolueert de hele samenleving langzaam mee, van een patronagesysteem waar het sterft van de corruptie en het machtsmisbruik, naar een open democratie met betrouwbare instituties.

Dat doen de mensen zelf, en in hun eigen tempo. Kijk naar de Arabische lente, dat was een eerste stapje naar een beetje democratie; kijk naar de ontwikkelingen in Oost-Europa, in Polen is de corruptie-index sinds de toetreding tot de EU van 3,5 naar 6 omhoog gegaan; kijk naar Rusland, waar het economisch nu stukken beter gaat en waar de mensen ook steeds meer om hervormingen beginnen te roepen; kijk naar de landen in Zuid-Amerika: nog maar 20 jaar geleden waren het allemaal bananenrepublieken, nu zijn het bijna allemaal redelijk goed functionerende democratien. Kortom: wij hoeven die landen niet in te richten, als ze economisch ontwikkelen doen ze dat zelf wel.

Economische ontwikkeling

Ik pleit er daarom voor de ontwikkelingshulp te richten op economische ontwikkeling, maar wel met nadruk op scholing en training voor de armen. Arme boeren of bewoners van sloppenwijken hebben geen geld om hun kinderen naar school te sturen, en al helemaal niet naar een school waar ze iets leren waarmee ze geld kunnen verdienen. Vooral de arme boeren in Afrika zitten klem, door een combinatie van gebrek aan kennis, het opheffen van de importtarieven op goedkoop graan uit Australie en andere landen en een relatief hoog prijsniveau in de landen van sub-Sahara Afrika.

Ze moeten dus een flinke productiviteitssprong maken om uit de miserie te komen. Alleen aan dat gebrek aan kennis kun je iets doen: met intensieve, langlopende hulp op het gebied van landbouwtechniek kunnen de boeren in staat worden gesteld een aanvaardbaar inkomen te verdienen. Dan kunnen ze ook medicijnen kopen, samen een waterpomp installeren, etc.

Alle andere voorgestelde activiteiten die maatschappelijke organisaties menen te moeten ondernemen: ik adviseer om ermee te stoppen. Ten eerste heeft het weinig zin, ten tweede vergt het veel geld en energie, en dat gaat ten koste van goede opleidingen en trainingen voor de armen.

Dit advies zou ik ook graag naar de regeringspartijen willen sturen.

Wietjanssen[a]gmail.com

Wiet Janssen
Over de schrijver

Wiet Janssen is werktuigbouwkundige en heeft vijftien jaar gewerkt in diverse ontwikkelingsprojecten, bijvoorbeeld op het gebied van drinkwater, zonne-energie, lokale productie en stedelijke infrastructuur. Eind 2009 is hij gepromoveerd aan de Universiteit Twente op een proefschrift over de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, Management of the Dutch Development Cooperation.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

5 reacties op “Hoe het beter zou kunnen

  1. Wiet komt met een prachtige theorie, maar ook bij hem ontbreken de cijfers en de onderbouwing. Dat de corruptie-index in Polen van 3,5 naar 6 is gegaan is bij lange na niet voldoende voor een overtuigend verhaal.

    [Reageer op deze reactie]

  2. Goed verhaal, echte beginnen bij de basis, het is helaas nog steeds nodig om dit te blijven zeggen. Voor je het weet gaat al het geld weer naar vage “institutionele support”, en blijft er niets over van de mensen op het platteland die we daarmee willen supporten.

    FairWater doet dat ook, o.a. met een focus op duurzame water projecten, vooral bij scholen in Afrika, i.p.v. pleisters plakken op lekkende pompen, wordt eerst een lokale structuur voor installatie en onderhoud neergezet, door lokale bedrijven, dan pas worden pompen geplaatst. Het is de oude NGO wereld op zijn kop, we weten het, maar het blijkt bijzonder goed te werken, en daar gaat het om.

    Zie ook onze reactie op Reinier’s antwoord.

    [Reageer op deze reactie]

  3. Beste Wiet,
    Hoezeer ik het ook met je eens ben dat ondersteuning van de kleinschalige landbouw veel zou opleveren voor de subsistence farmer, zo’n aanpak sluit de ogen voor de politieke werkelijkheden die die kleine boer langzaam maar zeker van de kaart drukken. Daarbij komt dat het in de brief van Partos moet gaan om haar visie op het openbaar bestuur en de inzet van publieke middelen. Het gaat niet om de taakstelling van het maatschappelijk middenveld neer te zetten. Wel moet het gaan over welk beleid een eigenstandige positie van het middenveld kan versterken. De effectiviteitsvraag die jij impliciet stelt is daarbij minder belangrijk dan de positionering op dat middenveld tussen burgers, bedrijven en overheden. Daarbij gaat het om het vorm geven aan een goede balans tussen private en publieke belangen, en het kunnen lezen van de context waarbinnen aan die belangen vorm en inhoud wordt gegeven. Het middenveld moet juist niet laten verleiden de productieve sector in te stappen, want net als met een te grote vereenzelviging met de publieke sector, lever je ook in op je onafhankelijkheid t.a.v. de private sector. De meerwaarde van internationale middenveldorganisaties is nu juist dat ze die diverse dimensies van het middenveld met elkaar in verband kunnen brengen. Dit doen ze door het verbinden van burgers met burgers, bedrijven met bedrijven (met aandacht voor de global governance gap) en overheden met overheden. Wat dat laatste betreft verwacht ik van Partos juist dat ze zich inzet om relaties met zoveel mogelijk landen op een goede manier in stand te houden. Het beperkende landenlijstje van de bilaterale hulp zou niet moeten gelden voor de private geldstromen. Overigens is dat lijstje al behoorlijk losgelateh in het bedrijfsleveninstrumentarium. En terecht. Waar bedrijven of OS organisaties kansen zien om van betekenis te zijn, moet de overheid niet dogmatisch gaan doen over beheersbaarheid etc. Stel gewoon heldere kwaliteitseisen aan organisaties en bedrijven die overheidsfinanciering ontvangen, en plak niet je bilaterale beheersbaarheidsidealen op een sector die veel meer aan kan. Maak eerder gebruik van die kracht door matching funds.

    [Reageer op deze reactie]

    FairWater Paul van Beers Reply:

    Dit is fraai gezegd, met vele mooie en vooral lange woorden en dat geeft meteen aan hoe realistisch een en ander is. Helaas, het gaat niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen.

    De visie van Reinier is al even waar als onrealistisch. Zo werkt het niet, zeker niet in Afrika, maar het is wel mooi toeven en dromen om daaraan te werken. En dat hebben we dan ook met zijn allen al vele jaren gedaan, met veel inzet, geld en middelen en zonder enig resultaat. Dus?

    Wat Wiet m.i. aangeeft, is dat uiteindelijk echte veranderingen en verbeteringen van onder af tot stand komen en dat je daarom de focus moet hebben op juist echte mensen en hun voortbestaan op het platteland.

    De geschiedenis leert dat; Franse revolutie, de val van Rome, het ontstaan van de democratie in Griekenland. Het gebeurt op het platteland; of de mensen te eten hebben of niet. Wat Reinier c.s. nog niet wil zien, is dat de zittende macht die men zegt te willen bestrijden, alleen bestreden kan worden van buiten af, en dan wel te beginnen aan de basis, bij de boeren dus. Maar ja, dat vereist een andere aanpak, met minder pluche.

    De vakbonden in Afrika zijn nu al oppermachtig. Maar dat wil niet zeggen dat ze nu de belangen van de bevolking echt verdedigen. Veelal zijn ze verworden tot verlengstuk van de overheid en hebben dezelfde nepotistische en corrupte neigingen al snel overgenomen. De goede personen niet te na gesproken uiteraard, die werken wel, maar komen er natuurlijk ook niet doorheen, met of zonder steun van buitenaf. Keep dreaming.

    Het is een probleem van alle tijden: het gaat slecht op het platteland, en daardoor trekken de mensen weg en naar de steden. Europa heeft dat ook gehad en nog steeds! De steden kunnen dan de toevoer ook niet aan, maar de lokale politiek geeft er de toch voorkeur aan om dit zo te houden; beter wat “poor” in de suburps die je met wat brood en spelen (lees NGO projecten) kan laten voortsudderen en dus onder de duim hebt, dan een krachtige platte land lobby. Met de mond beleidt men wel decentralisatie, maar in werkelijkheid is de overheid huiverig en saboteert dit op alle fronten.

    Ik steun daarom de benadering van Wiet, “small is beautifull, and every drop counts”.

    Dat is ook de benadering van de meeste partners van FairWater. Zie hiervoor o.a. de benadering van Global Resource Alliance in Tanzania, die met hun film “From the Mara Soil” de Hilton Sustainability Award 2012 heeft ontvangen. En niet voor niets, kijk zelf maar:

    Zie: http://www.globalresourcealliance.org/

    Het geeft aan hoe je wel met weinig middelen wat kan bereiken, als je maar echt wil en af wil stappen van je hoge witte toren en bereid bent om echt naar de mensen te luisteren i.p.v. je eigen wetenschappelijke ideeen door te willen drukken met veel gesubsidieerde projecten, zonder echte resultaten.

    Wiet geeft ook aan, “boter bij de vis”, met andere woorden, je moet wel wat kunnen laten zien van het geld dat je besteed hebt. Alle mooie en fraaie institionele projecten hullen zich in wollige beschrijvingen van hoe via via toch hier en daar wat bereikt is. Dat zal best, maar ik geef toch de voorkeur aan duidelijkheid voor alles. Het geld kan zo veel beter worden besteed en daar gaat het m.i. uiteindelijk om.

    Paul van Beers
    FairWater Foundation

    [Reageer op deze reactie]

    Reinier van Hoffen Reply:

    He Paul, bedankt voor je reactie. Je hebt gelijk. Mijn reactie was te conceptueel en niet praktisch. Het is vaak zo dat beleidsmakers met hun prachtige formuleringen de boel potdicht timmeren waardoor er weinig ruimte meer overblijft voor de echte ondernemers (of die zich nu in de productieve of sociale sectoren bevinden). Begrijp me overigens niet verkeerd, ik pleit juist ook voor veel soorten kleinschaligheid. Juist omdat daar de kracht van het middenveld zich bewijst. Het is dan ook moeilijk om namens zovele kleine en veelbelovende initiatieven een pleidooi te voeren. Partos doet wel een poging, maar laat daarmee tegelijk ook zien dat je dan wel dicht in de buurt komt van het vigerend overheidsbeleid. En dat geeft dan weer niet de indruk dat men tegenkracht vertegenwoordigt. Tegelijk is het niet vreemd dat dit het geval is in een democratische samenleving, al is het daarin wel de bedoeling dat de regering haar oor goed te luisteren legt bij diezelfde samenleving in al haar geledingen en niet omgekeerd. Goed bestuur is het gevolg van een sterk middenveld en niet omgekeerd. Ik ben het dus ook met je eens dat het van onderop moet komen. Met de nadruk vandaag de dag op capacitietsopbouw van instituties verlist men uit het oog dat sterke instituties vanuit de samenleving worden gevormd, en dat die niet mbv good governance criteria kunnen worden afgedwongen. Wat dat betreft zeg ik ook: investeer liever in productiecapaciteit. Maar doe dat wel op zo’n manier dat het weer veerkracht terugbrengt in agrarische samenlevingen. En sluit je ogen niet voor de macropolitiek die de kleine boer het liefst naar de stad ziet verdwijnen en liever lange termijn lease contracten sluit met buitenlandse durfkapitalisten voor korte termijn gewin. Ook goedwillende bedrijven moeten uitkijken dat ze geen valse start maken. Tegelijkertijd zijn er hard investeringen nodig zoals jullie ook al aangeven. Aan de politiek om in die dynamiek een paar lijnen uit te zetten voor mondiale samenwerking.

    [Reageer op deze reactie]

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement