Groeilanden kunnen kloof tussen arm en rijk nog niet dichten

Ondanks groeicijfers tot tien procent per jaar, slagen de BRICS-landen er vooralsnog niet in hun bevolking uit de armoede te tillen, bericht tijdschrift MO*. Vooral Brazilië heeft op vlak van inkomensgelijkheid vooruitgang geboekt, maar de cijfers zijn nog steeds onvergelijkbaar met die van West-Europa.

India: meer ondervoede kinderen dan Afrika

In India is ruim elf procent van de kinderen jonger dan vijf zo zwaar ondervoed dat hun lichaam nooit meer zal herstellen. Dat blijkt uit een recent onderzoek in opdracht van de Indiase regering. De Indiase organisatie Naani Foundation heeft een vijfde van de Indiase kinderen in het onderzoek betrokken en kwam tot de conclusie dat de sociale ongelijkheid aan de basis ligt van het probleem.

Dat in een economische grootmacht als India een kind bijna twee keer zoveel kans heeft om ondervoed te zijn dan in Sub-Saharaans Afrika lijkt onbegrijpelijk. ‘Sinds India zich zo’n twintig jaar geleden tot de vrije markt bekeerde en de economie er jaarlijks gemiddeld tien procent groeit, is het aantal ondervoede kinderen nagenoeg gelijk gebleven’, staat in het rapport. Premier Manmohan Singh heeft het dan ook over ‘de schaamte van India’, wanneer hij naar het rapport verwijst.

China: voorzichtige herverdeling

Eind mei, op het moment dat de rijkste tien procent van de Chinese bevolking 23 keer zoveel verdient als de armste tien procent, lanceerde de Chinese overheid een plan om de ongelijkheid te verkleinen. Yang Yiyong, de directeur van het Sociale Ontwikkelingsonderzoekscentrum, verklaarde dat een dergelijke inkomenskloof niemand ten goede komt. ‘Als een groot deel van de bevolking zich geen fatsoenlijke levensstandaard kan veroorloven, kunnen we de veiligheid van de rijken niet garanderen.Dat geldt trouwens niet enkel voor China, maar voor de hele wereld’, aldus Yiyong op de site van het Chinese dagblad Chinadaily.

Yiyong legt de grote lijnen van het programma uit en gaat er prat op dat niemand echt zwaar zal moeten inleveren. ‘De overheid zal een beetje belastinginkomsten moeten afstaan, er komt een lichte belastingverhoging voor de bedrijven en de rijken zullen ook een klein deel moeten inleveren. Het wordt tijd dat iedereen kan meegenieten van de vooruitgang’, klinkt het.

De overheidsinkomsten uit belastingen zijn ondertussen al een stuk gestegen. In 2010 ontving de overheid 7,3 biljoen (7 300 000 000 000) yuan of ruim 910 miljard euro van de belastingbetaler. In 2011 steeg dat met 22,6 procent naar 9 biljoen yuan. Daartegenover staat een veel flauwere stijging van de inkomens. Het gemiddelde inkomen op het platteland steeg slechts met 11,4 procent en in de steden moest de hardwerkende Chinees het stellen met een stijging van slechts 8,4 procent. ‘Het is natuurlijk bijna onmogelijk om met één plan de inkomensverdeling tussen 1,3 miljard mensen op punt te zetten’, aldus Yiyong.

Rusland: geen perspectief voor talent

Een jaar geleden maakte de BBC al een reportage over de grote kloof tussen rijk en arm in Sint-Petersburg. Daarin vertelde economie-expert Alexander Butukhanov dat de situatie leidt tot onlusten en dat de overheid dus werk zal moeten maken van een progressief belastingstelsel. Maar ondertussen blijft iedereen dezelfde dertien procent betalen.

Valery Makarov, een gerenommeerde Russische economist, noemde de inkomensongelijkheid enkele maanden geleden het grootste probleem van de Russische economie. ‘De overheid moet dringend de belastingen hervormen. Het kan niet dat iedereen, ongeacht zijn inkomen, evenveel belastingen betaalt’, klonk het in een interview met de Voice of Russia.

Volgens Makarov is één aspect nog een stuk belangrijker dan het belastingstelsel. ‘We moeten jonge mensen toekomstperspectief bieden. Er zijn veel getalenteerde Russen in kleine, afgelegen dorpen die dat talent nooit kunnen benutten. We hebben de steun van de overheid nodig om die mensen te kunnen bereiken.’

Brazilië: beste leerling van de klas

Brazilië is de beste leerling van de klas. Via sociale programma’s als Bolsa Familiar en Fome Zero is de kloof tussen arm en rijk aan het slinken. Elk jaar neemt de inkomensongelijkheid gemiddeld met 1,2 procent af. De Braziliaanse Gini-coëfficiënt, waarbij 0 staat voor een gelijke verdeling en 1 voor één persoon die al het inkomen heeft, bedroeg in 2010 iets meer dan 0,5. In 1990 was dat nog 0,62.

Zowel de absolute als relatieve armoede zijn er de laatste jaren gedaald. Tijdens de laatste tien jaar zijn de inkomsten van de armste helft van de bevolking met 68 procent gestegen terwijl die van de rijkste tien procent slechts met tien procent zijn gestegen, dat meldt de BBC. Die evolutie heeft ingrijpende veranderingen op de levens van mensen die vroeger geen inkomen hadden om te besteden. Ook zij maken nu deel uit van de consumentenmaatschappij.

Brazilië is dus op de goede weg, maar heeft nog lang niet het niveau van West-Europa bereikt. De Belgische Gini-coëfficiënt schommelt bijvoorbeeld al decennia tussen 0,3 en 0,4. En in 2008 moest 8,5% van de Brazilianen nog rondkomen met minder dan anderhalve dollar per dag.

Dit artikel verscheen eerder in het MO* magazine van juli.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement