Hedwig Bruggeman: ‘Stemmingmakerij van de Nederlandse Afrikaanse Business Council.’

Zowel het Financieel Dagblad als Trouw berichtten over de klacht van de Nederlandse Afrikaanse Business Council (NABC), dat bedrijven worden buitengesloten bij de verdeling van Nederlandse ontwikkelingsgelden in Afrika. De NABC uitte haar ontevredenheid in een brief aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hedwig Bruggeman, directeur van Agri-ProFocus, vindt die stellingname van NABC voorbarig en jammer: ‘Ik vind het stemmingmakerij.’

Het Financieel Dagblad kopte: ‘Bedrijfsleven vist achter net bij ontwikkelingsgeld Afrika’. De krant verwijst naar de brief van de Nederlandse Afrikaanse Business Council (NABC) aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. In die brief stelt de netwerkorganisatie voor ­Nederlandse bedrijven op het Afrikaanse continent dat het bedrijfsleven onterecht wordt buitengesloten bij de verdeling van Nederlandse ontwikkelingsgelden in Afrika.

Het gaat om gelden die via Nederlandse ambassades worden verdeeld in het kader van de meerjarige strategische plannen voor de periode 2012-2015. NABC stelt dat Nederlandse bedrijven heel goed in staat zijn een deel van deze ontwikkelingsplannen uit te voeren, bijvoorbeeld op het gebied van water.

NABC schrijft verder dat Nederlandse ambassades een ‘grote voorkeur aan de dag leggen voor het inhuren van ngo’s’ en dat de gunning van de opdrachten in veel gevallen niet transparant lijkt te zijn.’ In Trouw zegt NABC-directeur Bob van der Bijl: ‘Waarom eerst die tussenstap via ngo’s? Waarom wordt er niet direct met het bedrijfsleven overlegd?’

Hedwig Bruggeman: ‘Voorbarige conclusie!’

Hedwig Bruggeman, directeur van Agri-ProFocus, reageerde op Twitter: ‘Beetje voorbarige conclusie!’ Reden voor Vice Versa om haar te vragen wat ze daar mee bedoelde.

Bruggeman: ‘Ik mis in dit verhaal het feit dat een voedselzekerheid faciliteit is aangekondigd. De Faciliteit Duurzaam ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV) heeft voor dit jaar 60 miljoen euro beschikbaar. Het bedrijfsleven is gevraagd om hierin  de lead te nemen.’

Ze vervolgt: ‘Ik vind het inderdaad een voorbarige conclusie, want de toekenningen van de fondsen uit de FDOV worden binnen nu en twee weken bekend gemaakt. Voor deze  fondsen is het bedrijfsleven nadrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen en naar ik hoor is daar breed gehoor aan gegeven. Daarnaast bestaan er andere bedrijfsleven-instrumentaria. Agentschap NL zet deze met succes in de markt, de belangstelling  blijkt enorm te zijn.’

‘Bij de ambassades zou de toekenning van ontwikkelingsgelden transparanter kunnen. Dat geldt echter niet alleen voor het bedrijfsleven. Ook veel ngo’s, kennisinstellingen en adviesorganisaties zijn die mening toegedaan. Dat moet en kan anders. En daar zijn ook goede ideeën over.’

‘Maar moeten ambassades ook allemaal aanbestedingsprocedures en regels opstellen? Waar zouden ze de capaciteit vandaan moeten halen? En heeft het bedrijfsleven en met name het Nederlandse en lokale MKB daar capaciteit en geld  voor?’

‘En waar komt dat heilige vertrouwen in aanbestedingen toch vandaan? Is dat een garantie voor kwaliteit en efficiëntie? Persoonlijk heb ik Buitenlandse Zaken juist gecomplimenteerd  met het feit dat veel partijen maar vooral het bedrijfsleven ook lokaal geconsulteerd zijn en dat de plannen voor het eerst openbaar zijn en zelfs voor iedereen online in te zien.  Dat is een positieve breuk met het verleden. In Oeganda worden programma voorstellen van de ambassade via de Agri-Hubs online gedeeld met een breed netwerk, iedereen kan dan beoordelen of zijn business plan kan aansluiten. Het is een begin van anders werken.’

Uitgebreid bedrijfsleven-instrumentaria

‘Voor voedselzekerheid is dit jaar 60 miljoen voorzien, maar in totaal behelst die faciliteit 150 miljoen. Dat fonds is niet alleen beschikbaar voor de partnerlanden, maar voor een uitgebreidere lijst van landen.  Het bedrijfsleven is daarbij in de lead.’

‘We staan voor een gezamenlijke uitdaging om deze zaken op gang te brengen. Met haar kennis en kunde kan het Nederlands bedrijfsleven een belangrijke rol spelen. Daar is iedereen van overtuigd. We moeten dit samen oppakken. Het bedrijfsleven kan het niet alleen, ngo’s, kennisinstellingen en overheid  kunnen het niet alleen. Als we als ‘BV Nederland’ een deuk in een pakje boter willen slaan in Afrika vraagt dat om slim samenwerken en teamwerk.’

‘We zijn met zijn allen op een hele goede manier bezig. Dan vind ik zo’n artikel – met alle respect – voor de inzet en ambitie van NABC – stemmingmakerij. Dat vind ik jammer. Het is nergens voor nodig.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

3 reacties op “Hedwig Bruggeman: ‘Stemmingmakerij van de Nederlandse Afrikaanse Business Council.’

  1. De nadruk op PPP’s en landbouw/water is samen met het afbouwen van budget steun, minder middelen voor OS en het maatschappelijke middenveld de kern van het huidige liberale ontwikkelingsbeleid. Met een speeltje van 60 miljoen voor de PPP’s is het bijna logisch dat er voor deze benadering vanuit de sector in Nederland veel steun is. Dat het Nederlandse bedrijfsleven dat graag wil invullen in een tijd van crisis is ook voor de handliggend. Kritische geluiden mogen dit PPP sprookje niet verstoren. Dat er geen aanwijzingen zijn dat ontwikkelingslanden hierom vragen, doet er even niet toe. Dat PPP’s eventueel het lokale bedrijfsleven beconcureert en uit de markt kan drukken, doet er even ook niet toe. Om aan deze kritiek tegemoet te komen is het van belang dat hier in Nederland de rangen worden gesloten. Dus geen verschil meer tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en instituten. Waar ging ontwikkelingssamenwerking ook al weer over? Toch niet over de ontwikkeling van de export van het bedrijfsleven hier maar over de lokale ontwikkeling daar. Heb ik iets niet begrepen?

    [Reageer op deze reactie]

  2. Mooi interview met Agri-ProFocus, erg positief geluid. Maar wel eenzijdig, er is geen hoor & wederhoor gedaan met het NABC, integendeel, de argumentatie wordt met één enkel voorbeeld van tafel geveegd. Eigenlijk is dit artikel een schop in de ballen bij het NABC en maakt samenwerking tussen NGOs en het bedrijfsleven nu dus nog moeilijker. In concreto mis ik de goede intentie van Hedwig; “Ik heb gelijk het NABC gebeld”.

    Om even erg ongenuanceerd te chargeren; bedrijfsleven-stropdassen en NGO-jurkjes blijken vaak maar moeilijk te communiceren met elkaar. En nu serieus; ook een tender leidt alleen maar tot concurrentie, ik zie liever duurzame symbioses tussen bedrijfsleven en NGOs. Dat is niet alleen goed voor het specifieke OS project, maar zal ook leiden tot een kruisbestuiving op lange termijn; meer échte MVO in het bedrijfsleven en meer procesoptimalisatie in NGOs. Gelukkig gebeurt dat al in dat ene voorbeeld van FDOV, zoals Hedwig zegt, dat vind ik een goede zaak!

    [Reageer op deze reactie]

  3. Samenwerken is prima. Maar wel elk vanuit een heldere eigen rol en ambitie met eigen kwaliteiten. Bedrijven moeten gewoon goede business cases ontwikkelen en kunnen daarbij dan zowel particuliere als publieke kredietverstrekkers aanspreken. NGOs moeten het lokale speelveld kennen en het liefst de diversiteit aan belangen in beeld kunnen brengen. Daarbij is een gezonde diversiteit aan NGOs die ook elkaar scherp houden van het grootste belang. De toenemende verklontering in de uitvoering (als reactie op de ongewenste versplintering) kent naast de efficiency winsten dus ook een keerzijde.

    Op de Food First conferentie gisteren op de Floriade werd het me weer eens duidelijk. Dhr. Knapen wil het liefst de grenzen tussen overheid, bedrijfsleven en NGOs/wetenschappers opheffen. Hij stelde dat de expertise van het bedrijfsleven moet worden gekoppeld aan de verantwoordelijkheden van de overheid. Toch pleit ik ook voor het handhaven van expertise binnen het overheidsapparaat om niet helemaal speelbal van de markt te worden. Het gaat dan om een ander soort expertise dan die van hoe run je een BV. En dus zie ik liever niet het type ex-CEO in overheidsfuncties. Daarmee raken de netwerken verknoopt en onontwarbaar. Er is rolvastheid nodig om publiek-private samenwerking van de grond te laten komen.

    Samenwerken is dan ook wat anders dan fuseren. Publiek-Private Samenwerking (PPS/PPP) prima, maar wel als de klant/burger daar om vraagt en dus ook controleert (via het parlement). Ik hoop dat de politiek haar taak daarin serieus blijf nemen. Voor wat betreft de vormgeving aan PPPs zijn organisaties als Agri-Pro-Focus inderdaad prima gepositioneerd om partijen bij elkaar te brengen, c.q. uit elkaar te houden. De inzet van onafhankelijke partijen van een goede statuur die het speelveld ter plaatse goed kennen is bij het internationaal uitrollen van PPPs van wezenlijk belang.

    [Reageer op deze reactie]

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement