Sara Kinsbergen en de mythes van het particulier initiatief

Het particuliere initiatief (PI) wordt enerzijds geroemd omdat het de burger weet te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. Anderzijds is het imago van ‘het PI’ zeker binnen de professionele ontwikkelingssector niet onverminder positief. Sara Kinsbergen doet sinds mei 2008 bij het Nijmeegse CIDIN promotieonderzoek naar particuliere initiatieven. Voor Vice Versa ontrafelde ze in het laatste Vice Versa nummer de meest hardnekkige PI-mythes.

Mythe 1: PI’s en professionele OS-organisaties zijn compleet anders

PI’s en professionele ontwikkelingsorganisaties zijn volgens Sara Kinsbergen twee apart afgebakende groepen. Op een aantal kenmerken wijken PI’s af van grote organisaties: het aantal medewerkers, beschikbaar budget, aantal vrijwilligers die de kern van het werk uitvoeren, en het type ondersteuning dat geboden wordt. Toch zie je ook veel overeenkomsten. Er zit heel veel overlap in de landen en thema’s waar beide groepen werkzaam zijn. Kinsbergen: ‘De tendens lijkt echter om binnen de eigen groep te benadrukken hoezeer ze van elkaar verschillen.’

Mythe 2: PI’s zijn amateuristisch

PI’s worden door professionals uit de sector nog wel eens amateuristisch genoemd. Mensen hebben het dan over ‘prutsers’ en ‘Truus en Wim in Afrika’. Volgens Kinsbergen laat de praktijk echter zien dat er ook veel PI’s tussen zitten die heel professioneel te werk gaan. ‘Zij maken doordachte strategische plannen, denken na over de lange termijn, hebben een exit-strategie en zitten met hun partner in het Zuiden rond de tafel.’

Mythe 3: PI’s hebben geen overhead

Particuliere initiatieven beweren vaak dat er bij hen niks aan de strijkstok blijft hangen en dat elke euro rechtstreeks naar het project gaat. ‘Als je de cijfers gaat vergelijken valt dat nog wel eens vies tegen’, aldus Kinsbergen. ‘PI’s hebben relatief kleine budgetten. Als zij geld moeten vrijmaken voor een fondsenwervingsactie, komen zij daardoor direct op hoge overheadkosten uit. Dus de mythe gaat zeker niet altijd op.’

Kinsbergen vindt het veel belangrijker dat men inziet dat ontwikkelingssamenwerking geld kost en dat dat soms ten onrechte wordt gezien als overhead. In de volksmond staat dat vaak gelijk aan de strijkstok en daar hangt een negatieve lading aan vast. ‘Mensen zouden beter moeten kijken naar wat overheadkosten precies inhouden. Het is noodzakelijk dat er geïnvesteerd wordt in immateriële zaken als capaciteitsopbouw van een PI en haar partner.’

Mythe 4: PI’s zijn niet duurzaam

Zo komen we op een ander vooroordeel:  dat projecten van PI’s niet duurzaam zijn. Kinsbergen: ‘De afgelopen jaren hebben verschillende onderzoeken aangetoond dat de duurzaamheid van projecten van PI’s een van de belangrijkste risico’s vormt. Sommige organisaties investeren alleen in de brick and mortar van een project, de bakstenen en het cement. Andere organisaties zijn zich wel bewust van de lange termijn en denken na om een exit-strategie. In de praktijk wordt het door veel PI’s lastig gevonden om aan die duurzaamheid handen en voeten te geven.’

Kinsbergen beaamt dat een deel van de medewerkers van professionele ontwikkelingsorganisaties neerkijken op PI’s. ‘Bij de loketten van professionele ontwikkelingsorganisaties die zich met het PI bezighouden, hoor ik vaak de klacht dat ze het gevoel hebben dat collega’s op hen neerkijken. Binnen deze afdelingen krijgt met de ‘gewone’ collega’s maar met moeite naar bijeenkomsten over het PI.’

‘Aan de andere kant’, vervolgt ze, ‘geloof ik dat er ook mensen zijn bij de gevestigde ontwikkelingsorganisaties die PI’s in zekere zin benijden. In mijn eigen netwerk zou ik er zo tien kunnen noemen die in het weekend ‘stiekem’ bij een PI werken om bij te tanken.’ Ze putten daar energie uit hebben directer contact met mensen uit ontwikkelingslanden. ‘Op een kantoor in Nederland raken ontwikkelingswerkers soms kwijt waar ze het allemaal voor doen. Dan missen ze de passie en het intermenselijke aspect van het werk in de sector’, aldus Kinsbergen.

Sara Kinsbergen sluit af met een aanbeveling: ‘Wat ik aan de sector wil meegeven is dat men, professionals en PI’s, een open, kritische en genuanceerde houding tot elkander moet hebben. Gebruik de andere organisaties om je eigen werk kritisch aan te spiegelen.’

Dit is een verkorte versie van ‘Sarah Kinsbergen en de negen PI-mythes’ die in Vice Versa nummer 3 dit jaar verscheen. Het hele interview lezen? Neem een abonnement en krijg Vice Versa 3 nagestuurd.

Marc Broere
Over de schrijver

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa en lokaalmondiaal. Marc Broere is auteur van verscheidene boeken over ontwikkelingssamenwerking, waaronder het in 2009 verschenen 'Berichten over armoede'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement