Tineke Ceelen: ‘Keurmerk leidt tot schijnzekerheid’

Afgelopen donderdag berichtte Vice Versa dat het Centre for Safety and Development (CSD) een keurmerk voor veiligheid in het leven heeft geroepen. Wij vroegen Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling en schrijfster van Hier en daar een crisis: Achter de schermen van de internationale hulpverlening, om een reactie.

Als eerste wil Tineke Ceelen haar waardering voor het Centre for Safety and Development (CSD) benadrukken: ‘CSD doet hele goede dingen in het kader van het veiligheidsbeleid van organisaties zoals de onze. Ze zetten zich in om ons personeel bewust te maken wat de risico’s zijn en om die risico’s zo klein mogelijk te maken.’

Maar dan plaatst Ceelen een kanttekening: ‘Om nou een keurmerk voor veiligheid in het leven te roepen, dat is een ander verhaal. Er is een regen van keurmerken ontstaan de afgelopen jaren. Waar houdt het op? Gaan we elk bedrijfsonderdeel van een keurmerk voorzien? Dat kost natuurlijk allemaal tijd, geld en energie. En bovenal, het garandeert geen betere hulpverlening.’

‘Een keurmerk voor veiligheid wordt al snel een administratieve kwestie’, vervolgt ze. ‘Het suggereert dat met een aantal verzekeringen, trainingen en een beleid, de veiligheid van je mensen gegarandeerd zou zijn. Dat is beslist niet het geval.’

‘Veiligheid is iets wat vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week tussen je oren moet zitten. Veiligheid kun je op geen enkele manier met een beleid garanderen.’

‘Je creëert een schijnzekerheid door zo’n keurmerk te gebruiken. Bovendien is CSD geen onafhankelijke partij. Ze zijn belanghebbend en geven cursussen en advies op veiligheidsgebied. Daarmee zijn ze niet de meest aangewezen partij om – als er dan al zo’n keurmerk moet zijn, en ik heb daar grote twijfels bij – een dergelijk keurmerk uit te delen en daarover te oordelen.’

Die vraag hebben wij ook aan CSD voorgelegd.  Zij stelden dat er al jaren over wordt gepraat en dat ze nu dus zelf het initiatief hebben genomen.

Als ik aan veiligheidsbeleid denk, dan denk ik aan Artsen zonder Grenzen, of het Rode Kruis, meer specifiek aan het International Committee of the Red Cross (ICRC). Zij lopen mijlenver voorop wat betreft veiligheid. Zij werken in de meest riskante gebieden en hebben zelf een soort CSD in huis.’

Hoe geldt dat voor uw eigen organisatie. U bent ook in gevaarlijke landen actief?

‘Absoluut. Wij zijn geen implementerende organisatie. Dat scheelt meteen een slok op een borrel. Wij reizen wel naar dit soort landen, maar dan onder verantwoordelijkheid van onze partner. Dat is in de meeste gevallen het International Rescue Committee (IRC). Die hebben een zeer uitgebreid en gedegen veiligheidsbeleid. Als aanvulling daarop hebben wij hier binnen Stichting Vluchteling een eigen veiligheidsbeleid.’

‘Veiligheid heeft continu onze aandacht. Al onze mensen die reizen worden getraind, er is van alles en nog wat aan instrumentarium in huis. En dan vallen onze medewerkers ook nog onder verantwoordelijkheid van het IRC ter plekke. Het is iets wat continu leeft. Maar om daar nou een keurmerk op los te laten. Weet je, waar hebben we niet al allemaal een keurmerk voor? En wat heeft dat nou verbeterd in de hulpverlening? Daar gaat het uiteindelijk om.’

CSD benadrukt dat het keurmerk ook een functie kan hebben bij werving van personeel om te tonen dat veiligheid een belangrijk thema is. Wat vindt u daarvan?

‘Dat is wat ik net bedoelde. Je creëert een schijnzekerheid. Een keurmerk kun je eigenlijk alleen geven op basis van een administratieve keuring van het veiligheidsbeleid binnen een organisatieen dat garandeert helemaal niks. Artsen zonder Grenzen en ICRC hebben het beste veiligheidsbeleid wat je maar kunt bedenken. Ik zie die voorlopig geen CSD Stay Safe keurmerk hebben.’

‘Nogmaals, alle respect voor het ontzettend goede werk dat CSD doet, maar een keurmerk voor veiligheid vind ik geen goed idee.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

2 reacties op “Tineke Ceelen: ‘Keurmerk leidt tot schijnzekerheid’

  1. Keurmerk voor veiligheid! Tineke van Stichting Vluchteling zegt het vriendelijk en diplomatiek, en ook wij hebben alle waardering voor het CSD. Maar hier speelt een mechanisme dat steeds weer de kop opsteekt in onze doodsbange branche. Uit angst niet voor vol aangezien te worden bedenken we regels, keurmerken, standaardprotocollen en wat al niet meer. HealthNet TPO is een implementerende organisatie (ofwel, onze eigen mensen, waarvoor we verantwoordelijk zijn, lopen elke dag gevaar) en al twintig jaar komen we er mee weg – want veel verstandiger dingen zijn er niet over te zeggen. De wereld is gevaarlijk, en we proberen iets te verbeteren aan levensomstandigheden in fragiele staten, waar de wereld vaak nog een beetje gevaarlijker is. Als we daar veiligheidskeurmerken voor gaan ontwikkelen, komen we stapje voor stapje dichter in de buurt van de voorstanders van de versmelting van noodhulp met militaire interventies onder het valse mom van een 3D benadering. Daarom moeten we het iets harder zeggen: een keurmerk voor veiligheid vinden we totale, bureaucratische, self-serving flauwekul!

    [Reageer op deze reactie]

  2. Een keurmerk kenmerkt zich doorgaans door een externe keuring naar externe normering. Het lijkt erop dat het CSD hier haar eigen waar keurt. Dat lijkt me niet helemaal de bedoeling van een keurmerk. In zo’n geval kun je beter spreken van een label. Zo heb ik onlangs een label geintroduceerd voor social enterprising (U®). Dit krijgt pas waarde en erkenning door de lading die het dekt en wanneer er door diverse externe partijen waarde aan toegekend wordt. Beiden zijn nodig om een label uiteindelijk te laten uitgroeien tot een keurmerk. Uiteindelijk is een label niet meer dan het creëeren van een stukje herkenbaarheid. Je zult wel moeten expliciteren waar dat label dan voor staat. Als dit vervolgens in de markt ook waarde wordt toegekend ten opzichte van andere soortgelijke labels kan het de status van een keurmerk krijgen.

    In de OS markt ken ik niet veel andere onafhankelijke centra of organisaties die veiligheidstrainingen bieden aan anderen dan eigen personeel. Een keurmerk lijkt me dan ook nog een beetje te vroeg voor het CSD en een label zou dan genoeg zijn. Als er echter een wildgroei aan het ontstaan is (zoals de komende jaren waarschijnlijk ook op het gebied van sociale ondernemingen) dan wordt ook een keurmerk relevant. Maar m.i. kan een keurmerk niet zonder een onafhankelijke toetsingsinstituut die zelf geen marktbelang vertegenwoordigt en bij voorkeur met publieke middelen wordt gefinancierd. De markt zelf de kwaliteitsnorm laten uitvinden (zoals dreigde te gebeuren rondom MVO in het ISO 26000 proces) dient vaak slechts om zwakkere marktpartijen definitief uit te schakelen. Inclusie van niet-marktgebonden maar wel deskundige partijen is dan noodzakelijk.

    [Reageer op deze reactie]

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement