Communicerende Vaten: gedeeld ownership

Met de ondertekening van de Verklaring van Parijs in 2005 hebben leiders van landen en donoren een aantal gedragsregels met elkaar afgesproken om duurzame ontwikkelingsresultaten te bevorderen. Deze afspraken werden samengevat in 5 concepten: mutual accountability, ownership, managing for results, harmonisation en alignment[i]. Ellen Tijkotte van MDF-Training &Consultancy gaat verder in op het het begrip ownership.Tijdens de cursussen die ik gaf reageerden deelnemers afkomstig uit het maatschappelijk middenveld uit Afrikaanse landen vaak niet positief op het streven om ownership over ontwikkelingsgeld en -processen meer in het ontvangende land te leggen.’

Het ideaalbeeld van meer ownership over ontwikkelingen door het ‘ontvangende land’ is te omschrijven als het functioneren van communicerende vaten. De controle die de donor uit handen geeft aan de ontvangende overheid (het ene vat), wordt automatisch gedeeld met het andere vat; de lokale organisaties. Machtsverhoudingen zijn zodanig geïnstitutionaliseerd dat er geen macht is zonder tegenkracht. Wanneer de ene partij haar afspraken niet nakomt wordt zij direct door een andere partij ter verantwoording geroepen. Dit is het ideaalbeeld.

Ownership wordt in de Verklaring van Parijs uitgelegd als ‘partnerlanden hebben effectief leiderschap over hun beleid, strategieën en coördineren ontwikkelingsactiviteiten’. Of leiderschap over de ontwikkelingsactiviteiten inhoudt dat er verantwoordelijkheid wordt genomen is echter de vraag. Dit is fundamenteel voor de praktische uitwerking van dit ‘MfDR concept’ want ‘de baas’ zijn zonder verantwoordelijkheid te nemen en er op aangesproken kunnen worden, dat kan tot nare situaties leiden. Een aantal van de problemen rondom ownership in de praktijk zal ik in dit artikel bespreken.

Niet eenvoudig
Vooropgesteld dat de ownership ambities zoals geformuleerd in Parijs (2005, Verklaring van Parijs) en later verder uitgewerkt in Accra (2008) en Busan (2011), een stap in de goede richting zijn, blijkt de uitwerking in de praktijk niet eenvoudig. Tijdens de cursussen die ik gaf waar MfDR aan bod kwam, reageerden deelnemers afkomstig uit het maatschappelijk middenveld uit Afrikaanse landen vaak niet positief op het streven om ownership over ontwikkelingsgeld en -processen meer in het ontvangende land te leggen. Vreemd, want meer controle over ontwikkelingen in je eigen land is toch juist goed? Deze negatieve reactie kwam voort uit een angst dat de uitwerking in de praktijk zou inhouden dat er teveel ownership bij hun overheden zou komen te liggen; een partij waar zij niet altijd veel vertrouwen in hebben. Dit wantrouwen komt voort uit dagelijkse ervaringen waarin de overheid weinig leiderschap heeft getoond en heeft laten zien macht liever niet te delen met andere partijen in het land.

Wanneer een overheid meer invloed krijgt over het (donor)geld in haar land, zal deze invloed dan ook leiden tot het nemen van haar verantwoordelijkheid over de ontwikkelingen van het land? Vaak is het antwoord hierop negatief. Veel lokale ngo’s kiezen er daarom voor zelf hun bevolking te voorzien van bijvoorbeeld medische zorg of onderwijs. In plaats van hun overheid op hun verantwoordelijkheden te wijzen, pakken zij het werk op een ‘doen ze het zelf’. Houdt deze ngo de status quo in stand en kan daardoor een overheid aan haar verplichtingen ontkomen? Je zou kunnen zeggen dat dit zo is, maar je tevens afvragen wat het alternatief is. Als een ngo, of andere organisatie die een overheid kan controleren en wijzen op haar plichten, de (machts)positie noch de ruggensteun heeft om tegenwicht te bieden zijn er op dat moment twee alternatieven: niets doen of het zelf doen.

Te veel vrij spel
Donoren hebben in het verleden teveel macht gehad over ontwikkelingsinterventies; het is daarom goed dat er lokaal meer ownership komt. Echter, als donoren minder controle hebben over bestedingen door een ontvangende overheid, maar lokale partijen niet in staat zijn om deze controlerende rol te vervullen heeft de overheid te veel vrij spel. Om deze reden is capaciteitsversterking bij lokale organisaties ontzettend belangrijk: zij moeten een overheid tegenwicht kunnen bieden. Of de versterkte capaciteit uiteindelijk zal leiden tot gedeeld ownership over ontwikkeling hangt in grote mate af van het tempo waarin de verschillende partijen krachtiger worden. Cruciaal is daarom afstemming tussen het tempo waarin een overheid meer ownership krijgt over ontwikkelingsgelden en het tempo waarmee de capaciteit bij lokale organisaties groeit om het tegenwicht te kunnen bieden. Wanneer dit uit balans is, is het ideaalbeeld van de communicerende vaten mijlenver buiten zicht.

Ellen Tijkotte is trainer bij MDF-Training&Consultancy. Ze schreef dit stuk op persoonlijke titel.


[i] In het artikel zullen de Engelse termen worden gebruikt omdat deze herkenbaar zijn en niet altijd een op een te vertalen in het Nederlands.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement