Alternatief ontwikkelingstraject Afrika 2: ‘Het blinde geloof’

Leonardo van den Berg (Stichting OtherWise) en Max Koffi (Africa in Motion) presenteren een drietal essays waarmee ze tot een alternatief ontwikkelingstraject voor Afrika komen. In de eerste aflevering concludeerde het duo dat de verdiensten van Afrika voor Nederland en de Europese Unie vele malen hoger zijn, dan het geld wat we aan haar doneren. Deze situatie bracht ook negatieve effecten mee voor het continent. In deze tweede aflevering focussen de twee zich op het belang van onafhankelijke maatschappelijke organisaties en schadelijke Westerse ontwikkelingsmodellen. 

Dat multinationale ondernemingen in ontwikkelingslanden lang niet altijd gunstig zijn voor het land is bekend. Een zorgelijke ontwikkeling is de uitbreiding van multinationale levensmiddelenbedrijven of voedselimperia. Bedrijven zoals Ahold krijgen steeds meer controle over de productie, verwerking, distributie en verkoop van voedsel. Ze exploiteren arbeid, land, water en andere grondstoffen en verplaatsen zich vervolgens naar een ander gebied wanneer deze uitgeput zijn of elders goedkoper worden. Hierdoor hebben deze bedrijven negatieve effecten op de lokale bevolking, natuur en productiecapaciteit van het land. Voedselimperia danken hun voortbestaan en uitbreiding niet aan efficiëntie, maar aan makkelijk te verkrijgen leningen, en aan soepele regelgeving en handhaving in landen waar ze produceren.

Mvo

Er is veel geld geïnvesteerd in maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) en ronde tafel initiatieven voor het tegengaan van verontrustende praktijken van grote multinationale ondernemingen en de ketens waar ze deel van uitmaken. Het gaat hier om bedrijven die werkzaam zijn in de mineralen, olie, visserij, houtwinning, verwerkende industrie en de nieuwe opkomende agrifoodsector. Hierbij kwamen praktijken zoals het verdrijven van lokale gemeenschappen, schendingen van arbeidsrechten en vervuiling van drinkwater, bodem en lucht, vaker aan het licht.

Mvo lijkt weinig te hebben geholpen. Zo zijn er bijvoorbeeld slechte arbeidsomstandigheden aangetroffen in de tropische groente en fruitketen van Ahold, kinderarbeid in de Unileverketen, schendingen van internationale arbeidsrechten op koffieplantages van Douwe Egberts in Kenia en extreme vervuiling van bodem, water en lucht op het land van lokale gemeenschappen in Nigeria door olielekkages en gasbranden van Shell (##, ##). Dit ondanks dat al deze bedrijven aan mvo doen. Uit recente onderzoeken en rapporten van betrokken organisaties bleken dat de effecten van ronde tafel initiatieven en keurmerken, waar ngo’s bij betrokken zijn, omstreden zijn en in sommige gevallen buitengewoon schandalig (##). Dit soort initiatieven bleken alleen succesvol wanneer, naast de ngo’s, ook maatschappelijke en producentenorganisaties een sterke en onafhankelijke positie binnen de keten hebben.

Geïsoleerde omstandigheden

Lokale actoren worden vaak buitengesloten van projecten die als doel hebben om armoede te verminderen of ontwikkeling te genereren. Een hoofdkantoor, dat ver verwijderd is van de bevolking die uiteindelijk gediend moet worden, stelt vast wat het probleem is, de prioriteiten zijn en de aanpak is. Voorschriften en technologieën moeten bepaalde problemen oplossen, maar ook het ontwerp hiervan gebeurt vaak in geïsoleerde omstandigheden. Het gevolg is dat deze oplossingen vaak niet aansluiten op de lokale realiteit en de waardes en drijfveren van de mensen in het veld. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom hulp vaak faalt.

Kleinschalige Afrikaanse boeren werkten de introductie van hybride mais tegen. Deze mais variëteit was in een lab ontworpen met de intentie om de honger in Afrika uit te roeien.  Dit werd in eerste instantie verklaard door een gebrek aan onderwijs en ondernemersgeest bij kleinschalige boeren. Later bleek dat de variëteit slecht tegen droogte kon en alleen goed produceerde bij excessief bemesten, bewateren en bespuiten. Dit zijn omstandigheden die niet aanwezig waren bij de meeste boeren. Bovendien konden boeren de zaden niet zelf vermeerderen en vonden ze de variëteit vies smaken. Degenen die toch doorgingen, kwamen in de schulden doordat ze niet genoeg konden produceren om alle nieuwe kosten te betalen. Bovendien kampten ze met problemen van vervuiling en gevoeligheid voor pestuitbraken. Op de langere termijn daalde hierdoor de productie. Deze fout dreigt herhaald te worden met de introductie van genetisch gemodificeerde gewassen, ook wel de gene revolution of de uniquely African green revolution, waarin momenteel veel geld wordt geïnvesteerd.

Mislukt

Om dezelfde reden is het implementeren van het Nederlandse landbouwmodel in ontwikkelingslanden, zoals wordt omschreven in het ontwikkelingsbeleid, onverstandig. Ook zijn veel grootschalige projecten die bepaalde maatregelen en blauwdrukken wilden implementeren op het gebied van onderwijs, gezondheid, sanitair of natuur om soortgelijke redenen mislukt.

De meeste ontwikkelingsorganisaties erkennen dat projecten alleen kunnen slagen wanneer rekening wordt gehouden met de lokale specifieke, culturele, economische en biofysische omstandigheden. Hiervoor moet er intensief worden samengewerkt met lokale organisaties, belangengroepen en vooral met de lokale bevolking zelf. Dit is nodig om een proces in gang te brengen waarbij ontwikkelingswerkers en de lokale bevolking op gelijke voet met elkaar kunnen leren en tot reële oplossingen kunnen komen. Hiervoor zijn kleinschalige lange termijn projecten nodig. Toch gebeurt dit weinig in de praktijk.

Trends

Om financiering te behouden moeten hulporganisaties constant inspelen op nieuwe trends. Deze trends worden niet in Afrika, maar in Nederland bepaald. Ze zijn gebonden aan korte termijn fondsen. Bovendien is de inspraak van de lokale bevolking afhankelijk van de goede wil van de hulporganisatie.

In de ontwikkelingssector is het begrip goed bestuur uitgevonden. Soms wordt dat als voorwaarde gesteld voor het verkrijgen van hulp. Hierbij wordt vooral gekeken naar het transparante en corruptievrije gebruik van hulpgelden.Dit is symptoombestrijding. Uiteindelijk moet de machtsverhouding tussen staat en maatschappij veranderen. Dit kan alleen door sterke onafhankelijke maatschappelijke organisaties die de belangen vertegenwoordigen van verschillende bevolkings- en belangengroepen, te steunen of hun interactie met de staat te intensiveren. Steeds meer studies wijzen erop dat dit de enige manier is om de aansprakelijkheid van de staat te vergroten en om transformatieprocessen in gang te brengen die voor meer participatie zorgen en tot echt goed bestuur leiden.

Ook is er sprake van het blinde geloof dat ontwikkeling moet gaan zoals het hier in het Westen is gegaan. Het geloof bepaalt de voorschriften en technologieën die ontwikkeling in gang moeten brengen. Dit terwijl deze niet altijd in het belang zijn van de lokale bevolking. En dat terwijl deze uiteindelijk geholpen moet worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement