Eerste debat nieuwe OS-woordvoerders

Donderdag 4 oktober vond de eerste serie debatten plaats tussen de nieuwe OS-woordvoerders en het demissionair Kabinet. Belangrijkste thema was ontwikkelingssamenwerking in Europees verband, de post-MDG agenda en de gevolgen van de (mislukte) duurzaamheidstop in Rio. Vice Versa kon er helaas niet bij zijn, maar Elisabeth van der Steenhoven, directeur van WO=MEN was er wel en doet voor ons verslag. Een opmerkelijk feit: GroenLinks en de ChristenUnie, twee partijen die ontwikkelingssamenwerking doorgaans een warm hart toedragen, lieten het debat aan zich voorbij gaan en kwamen niet opdagen.

Het debat leverde een interessant tafereel op, om verschillende redenen.

Ten eerste was dit met uitzondering van Ingrid de Caluwé de première van alle politici als woordvoerder voor internationale samenwerking (IS). Dit gold voor Marit Maij (PvdA, OS), Michiel Servaes (PvdA, Buitenland), Sjoerd Sjoerdsma (D66, OS),  Agnes Mulder (CDA, OS), Jasper van Dijk (SP: o.a. Defensie) en Joram van Klaveren (PVV, Ontwikkelingshulp).

Opmerkelijk was ook dat Maij, Servaes en Sjoerdsma een carrière bij het ministerie van Buitenlandse Zaken achter de rug hebben: zij debatteerden voor het eerst met een voormalige werkgever. Het resultaat was een ‘net’ debat waarin de pijlen niet zozeer gericht waren op staatssecretaris Knapen als wel op elkaar. De VVD kreeg vanuit de PvdA, SP en CDA kritiek te verduren over de geplande teruggang van 1,3 miljard op ontwikkelingssamenwerking, bij de PvdA probeerden de collega’s te achterhalen hoe hard de 0,7 procent ODA belofte van de PvdA was. Geen van beiden liet zich uit de tent lokken.

Een beginselvast debat

In de brief aan de Kamer pleitte staatssecretaris Knapen voor een aantal elementen. Het verruimen van de ODA definitie, het betrekken van BRIC landen bij Internationale Samenwerking, het lanceren van een coherentie-pilot en de eerste reflectie over de post-2015 agenda.

Sjoerd Sjoerdsma (D66) hield een warm pleidooi voor meer Europese samenwerking en afstemming. In navolging van Accra en de OECD wees Sjoerdsma op het belang van donor-coördinatie op Europees niveau: ‘geen 28 donoren aan tafel bij één land.’ En een sterk post-MDG agenda waarbij ODA-criteria en 0,7 procent  bepaald geen heilig huisje zijn – maar de bestaande afspraken moeten wel worden nagekomen.

Marit Maij (PvdA) pleitte met verve voor ‘sociale bescherming’ in ontwikkelingssamenwerking. In navolging van Europa zou Nederland meer aandacht kunnen schenken aan inclusieve groei en bescherming van de allerzwaksten in middeninkomenslanden. In zowel doelgroep als landenkeuze is dit een breuk met het huidige beleid. Op andere onderdelen werd voor versterking van het huidig beleid gepleit: er moet onverminderd aandacht blijven voor de positie van vrouwen en kinderen.’

Ingrid de Caluwé (VVD) debatteerde met het gemak van een routinier. Ze trok fel van leer tegen het ‘verdoezelen’ van de bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds in de BZ begroting. ‘Het kan niet zo zijn dat één derde van de EU-OS-begroting buiten de reguliere begroting wordt gehouden.’  Vooruitlopend op de begrotingsbehandeling stelde ze voor om dit bedrag te parkeren totdat de EU-afdrachten worden besproken. Ook richtte ze haar peilen op ODA:  ‘waarom zou Europa zich aan een 0,7 procent ODA norm moeten houden? Kan er niet meer winst worden geboekt met betere samenwerking?’ Ook zouden leningen onder ODA kunnen worden meegerekend. Ze sloot af met een pleidooi voor meer focus in IS: ‘laat Nederland zich richten op de onderdelen waarin zij excelleert; voedselveiligheid, water en SRGR.’

Agnes Mulder (CDA) brak een lans voor slimme Europese samenwerking. Gezamenlijk waar mogelijk, maar niet als een vanzelfsprekendheid. Behoudt de succesvolle resultaten van deze staatssecretaris en ga door met het moderniseren van IS. Dat was haar eerste boodschap.

Tevens riep zij op om vanuit Nederland een Post-2015 visie te ontplooien: hoe gaan wij om met de grote uitdagingen van de toekomst als migratie, duurzaamheid en de verdeling van publieke goederen? Tevens herinnerde zij de Kamer aan de motie Ferrier-El Fassed-Dikkers voor ‘Coherentie van Beleid’.

‘Hoe staat het met de steun aan de armste landen? Hoe komt het dat vooral de middeninkomens worden ondersteund? En waarom is er zo weinig coherentie van beleid?’ Jasper van Dijk (SP) haakte meteen aan bij de lopende discussies en nam ook de landenkeuze op de korrel. Met als onderliggende vraag: komt dit beleid daadwerkelijk ten goede aan degenen die dit het hardst nodig hebben?

Joram van Klaveren (PVV) doet qua uiterlijk (kaal en vierkant) en debatteerstijl (oneliners) denken aan zijn voorganger Johan Driessen. Met één groot verschil. Driessen richtte zich op het Islamitische gevaar: Van Klaveren hamert onvermoeibaar op de dreiging uit het Aziatisch continent: China. Maar ook hier beginselvast: ‘Ogenblikkelijke afschaffing van de ontwikkelingshulp.’

GroenLinks, ChristenUnie, de SGP en de Partij van de Dieren namen niet deel aan de discussie. De laatste twee partijen moesten in het verleden vaker verstek laten gaan wegens het beperkt zetelaantal. Het was een nieuwe ervaring om de ChristenUnie en GroenLinks bij dergelijke bijeenkomsten te missen.

Antwoorden van de staatssecretaris

Staatssecretaris Knapen ging ontspannen en voorkomend in op alle opmerkingen; veel antwoorden zullen komende periode volgen. Hopelijk is dit de aftrap van een intensieve reflectie over de rol van Europa. Als grootste handelspartner van Afrika, als één na grootste multilaterale donor en als leverancier van ruim 80 procent van de Nederlandse wetgeving is de EU cruciaal voor Internationale Samenwerking. In zowel positieve als negatieve zin. Nu de gesprekken over Europe 2020 in volle gang zijn was dit debat geen seconde te vroeg.

Kortom: een rustige en beleefde start van het Parlementair Jaar.

Wat vooraf ging

Voorafgaand aan het debat werden onder andere de volgende thema’s besproken:

- Michiel Servaes (PvdA) wees de demissionaire regering op het rapport over landgrabbing van Oxfam Novib. Dit zal worden opgevolgd in een bredere discussie. De staatssecretaris komt er op terug.

- De begroting Buitenlandse Zaken zal in de laatste dagen van november worden behandeld door de Kamer.

- Daarvoor zal een Wetgevingsoverleg plaatsvinden. Een belangrijk moment omdat er naast moties (wetswijzigingen) ook amendementen (wijzigingen in budgetten) kunnen worden ingediend.

- Ingrid de Caluwé (VVD) heeft het Gender Meer Partijen Initiatief en het HIV/AIDS Initiatief geagendeerd.

- Op 10 oktober zal de Kamer de situatie in Syrië bespreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

2 reacties op “Eerste debat nieuwe OS-woordvoerders

  1. Dank nog hiervoor Elisabeth, fijn om zo’n kundig verslag te lezen van een debat dat ik helaas moest missen!

    [Reageer op deze reactie]

    Elisabeth van der Steenhoven Reply:

    Hi Alexander,

    Dank voor leuke reactie! Binnenkort volgt het verslag via de Tweede Kamer. Opvallend was ook dat een brede Kamermeerderheid zich uitsprak voor een sterke rol van het maatschappelijk middenveld: zowel hier als in ontwikkelingslanden.

    Daarbij werd ook benadrukt dat organisaties ( NGO’s) niet als een uitvoerder van overheidstaken moeten worden gezien- of misbruikt.

    Zo ook Marit Maij (PvdA)
    “Maatschappelijke organisaties zijn cruciaal voor het bevorderen van goed bestuur. Zij zijn dan ook nog steeds bij uitstek actoren die bijdragen aan de ontwikkeling van arme landen. Ook is het een positieve ontwikkeling dat decennia van ontwikkelingssamenwerking er mede voor hebben gezorgd dat het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden steeds sterker, professioneler en invloedrijker wordt. Daar moeten lidstaten, maar zeker ook de EU gebruik van maken. Ik ben het met uw appreciatie eens dat maatschappelijke organisaties vooral ook een eigenstandige rol hebben en niet vooral als instrument voor uitvoering van beleid moeten worden gezien. “

    En Agnes Mulder (CDA)
    “ Een ander belangrijk onderwerp is maatschappelijke participatie in de Europese Unie. De CDA-fractie juicht het toe dat de Europese Unie maatschappelijk initiatief waardeert, juist ook op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Aan de andere kant ben ik ook wat huiverig, want voor mijn gevoel staan Brussel en kleinschalig initiatief ver van elkaar af. De stas ziet dat gevaar gelukkig zelf ook: De EU moet er voor waken om maatschappelijke organisaties te gaan zien als instrument van overheidsbeleid. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe gaat de EU dat doen? Ik lees daar weinig over in de mededeling van de Commissie. Worden er bijvoorbeeld tenders uitgeschreven, zodat maatschappelijke organisaties zelf kunnen kiezen of hun profiel aansluit bij hetgeen de EU wil bereiken? En worden er ook normen gesteld zodat ngo’s in hun financiën niet teveel afhankelijk worden van de EU? Zo nee, waarom niet en is de stas bereid deze punten in Brussel op te brengen?”
    Kortom, een interessante start! Inderdaad, zie ook
    https://www.partos.nl/content/de-samenwerking-tussen-overheid-en-ontwikkelingsorganisaties

    Tot slot: alle Kamerleden ( muv de PVV) noemden de noodzaak van een sterk, coherent IS beleid. De OECD http://www.oecd.org/pcd/44704030.pdf, Partos en http://www.fairpolitics.nl hebben tal van goede tips om dit vorm te geven.

    [Reageer op deze reactie]

Vindt u deze bijdrage de moeite waard? Geef ons dan uw fair share.

Doe een donatie via Paypal

Neem een abonnement en blijf op de hoogte van alles wat er speelt in de ontwikkelingssector.

Klik hier voor een abonnement