<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Vice Versa &#187; Dossier bezuinigingen</title> <atom:link href="http://www.viceversaonline.nl/dossiers/bezuinigingen-dossiers/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.viceversaonline.nl</link> <description>Vakblad over ontwikkelingssamenwerking</description> <lastBuildDate>Tue, 07 Feb 2012 18:41:16 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator> <xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" /> <item><title>Géén MFS-3, wél SBOS- plus</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/geen-mfs-3-wel-sbos-plus/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/geen-mfs-3-wel-sbos-plus/#comments</comments> <pubDate>Tue, 07 Feb 2012 00:11:47 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank van der Linde</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Ben Knapen]]></category> <category><![CDATA[maatschappelijk middenveld]]></category> <category><![CDATA[Speech NCDO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20029</guid> <description><![CDATA[De hints van staatsecretaris Knapen over dat het werkveld van Nederlandse NGO’s vooral in ons eigen land moet komen te liggen, klinken Frank van der Linde, oud directeur van Fairfood, als muziek in de oren. Maar hij vraagt zich af of de staatssecretaris de consequenties overziet van deze gedachte. ‘Gezien de ervaringen met dit kabinet, kan ik me niet voorstellen dat Oxfam campagne mag gaan voeren tegen het Nederlandse belastingklimaat. En ook het Nederlandse bedrijfsleven aanpakken, zal niet de sympathie hebben van dit kabinet.’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/geen-mfs-3-wel-sbos-plus/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/02/bedrijven-moeten-betalen-voor-diensten-van-ngo%e2%80%99s/1frank_van_der_linde/" rel="attachment wp-att-9778"><img class="alignleft size-full wp-image-9778" title="1Frank_van_der_Linde" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/02/1Frank_van_der_Linde-e1297954154489.jpg" alt="" width="142" height="213" /></a>De hints van staatsecretaris Knapen over dat het werkveld van Nederlandse NGO’s vooral in ons eigen land moet komen te liggen, klinken Frank van der Linde, oud directeur van Fairfood, als muziek in de oren. Maar hij vraagt zich af of de staatssecretaris de consequenties overziet van deze gedachte. ‘Gezien de ervaringen met dit kabinet, kan ik me niet voorstellen dat Oxfam campagne mag gaan voeren tegen het Nederlandse belastingklimaat. En ook het Nederlandse bedrijfsleven aanpakken, zal niet de sympathie hebben van dit kabinet.’</strong></p><p>Een belangrijk deel van het toekomstige werkgebied van Nederlandse NGO’s, ook die van ICCO, Hivos en Oxfam Novib, ligt in Nederland, stelde staatssecretaris Knapen tijdens zijn <a href="http://www.minbuza.nl/bijlagen/nieuws/2012/toespraak-knapen-jubileum-ncdo-4-februari-2012.html">speech afgelopen zaterdag </a>bij het 40 jarige lustrum van het NCDO. Dat Knapen Cordaid en SNV, de andere twee grote jongens, niet noemt  is opmerkelijk. Zou dat aan de kritische houding van Rene Grotenhuis liggen? En zit SNV nog steeds op de stafbank?</p><p>De bijdrage van Knapen aan de online discussie was matig (understatement). Zeker na het debat van 14 december waren de verwachtingen hoog, maar het echte document ligt nog steeds op Knapens bureau en de sector heeft slechts een soort teaser gekregen. En nu zijn er dus hints tijdens de speech. Ik krijg toch sterk de indruk dat Knapen nog niet weet wat ie wil. Of hij heeft andere (politieke) redenen om zijn integrale visie nog niet met ons te delen.</p><p><strong>Muziek in de oren</strong></p><p>Hoe dan ook, de hints klinken mij als muziek in de oren. Ik heb in een <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/10/nederland-is-een-ontwikkelingsland/">vorige artikel </a>al betoogd dat Nederlandse NGO’s zich met name op Nederland moeten richten. Meer dan ooit staan wij door ons eigen gedrag een duurzame, rechtvaardige en vrije wereld in de weg. Het overgrote deel van de bevolking is niet bereid om meer te betalen voor duurzame producten. En via ons belastingklimaat bevoordelen we in Nederland gevestigde bedrijven (en lokken we dus buitenlandse bedrijven) en we zijn inmiddels verre van vooruitstrevend t.a.v. het milieu.</p><p>Allemaal zaken waardoor we niet alleen onszelf benadelen, maar ook wereldburgers buiten onze landsgrenzen. Buitenlanders dus, die geen invloed hebben op ons beleid. Althans, slechts beperkt. Ik moedig Indiërs, Brazilianen en Chinezen aan om zo snel mogelijk een NGO op te richten in Nederland om onze overheid zwaar te belobbyen opdat zij ophoudt met de wereld te gebruiken voor een beter Nederland. Voorts hoop ik dat deze NGO’s zwaar gefinancierd worden door de Indiase, Braziliaanse en Chinese overheid.</p><p><strong>Geen enkele legitimatie</strong></p><p>En dit brengt mij bij het punt van legitimatie. Wat zouden wij daar van vinden, als een Chinese NGO gefinancierd door de Chinese overheid een kantoor opzet om onze overheid en burgers te beïnvloeden terwijl deze NGO geen enkele legitimatie heeft in onze maatschappij? Knapen noemt ICCO als een goed voorbeeld. Zeven regiokantoren met lokaal personeel. Maar deze lokale kantoren hebben geen legitimatie in de regio waarin ze opereren. Ook het hoofdkantoor van ICCO in Utrecht is verre van internationaal. Ongetwijfeld lopen er nu wat meer allochtonen rond dan een paar jaar gelden, maar de directie en de raad van toezicht is Nederlands, op een uitzondering na, namelijk Guity Mohebbi afkomstig uit Iran. Decentralisatie kan goed zijn, maar dan dient wel het legitimiteitsprobleem opgelost te worden door lokale verankering in de maatschappij waarin het regiokantoor opereert. En de gehele NGO moet omgevormd worden in een echte internationale organisatie met een internationale directie en raad van toezicht.</p><p>Bij Oxfam zien we hetzelfde gebeuren. In Vietnam, Israel/Palestina en Nigeria zijn (nog) geen echte Oxfam’s opgericht, maar wordt er slechts intensiever samengewerkt tussen de verschillende westerse Oxfams. En dit zijn landen waar prima zelfstandige Oxfam’s kunnen worden opgericht die wel nationaal verankerd zijn in de maatschappij en volwaardige zeggenschap hebben binnen Oxfam International. Tevens is de raad van toezicht van Oxfam International nog te westers. Beiden NGO’s bewegen wel in de goede richting, maar het proces gaat veel te langzaam in de snel veranderende wereld, een multipolaire wereld. Net als bij westerse overheden, vinden westerse NGO’s het kennelijk moeilijk om macht af te staan aan landen in Azië, Afrika en Latijns Amerika. Een positieve uitzondering is ActionAid die zijn internationale hoofdkantoor naar Johannesburg heeft verplaatst en wel echte ActionAids opricht in Azië, Afrika en Latijns Amerika.</p><p><strong>Elektronic Intifada</strong></p><p>Als Knapen inderdaad wil dat Nederlandse NGO’s zich gaan richten op Nederland (en mondiale problemen neem ik aan), dan vrees ik dat dit beperkt blijft tot het beïnvloeden van de Nederlandse consument. Gezien de ervaringen met dit kabinet, kan ik me niet voorstellen dat Oxfam campagne mag gaan voeren tegen het Nederlandse belastingklimaat. En ook het Nederlandse bedrijfsleven aanpakken, zal niet de sympathie hebben van dit kabinet. Althans, niet met overheidsgeld. En wellicht zelfs überhaupt niet, als we kijken naar de interventie van Rosenthal m.b.t. de subsidie van ICCO aan <em>The Elektronic Intifada.</em></p><p>Wellicht dat Knapen overweegt om het MFS traject definitief te begraven en slechts via de ambassades lokale NGO’s in partnerlanden te financieren en voorts meer geld vrij te maken voor een SBOS-achtig subsidiekader.</p><p>Dat lijkt mij een uitstekend idee. Veel lokale NGO’s zijn inmiddels sterk genoeg om rechtstreeks geld te ontvangen. Wel zal Knapen dan iets moeten doen aan de personele bezetting op de ambassades. In landen waar geen sterke lokale NGO’s actief zijn (veel fragiele staten), ligt de voorkeur bij interventie door internationale organisaties zoals de WorldBank. Tevens kunnen Oxfam en ICCO actief blijven in die landen, maar dan slechts alleen als deze organisaties zich radicaal omvormen tot echte internationale organisaties met minimaal een gebalanceerd internationaal hoofdkantoor waardoor er in ieder geval op internationaal niveau voldoende legitimatie is. Knapen kan dat een randvoorwaarde maken bij financiering. Het zou handig zijn als Knapen dat dan zo snel mogelijk duidelijk maakt, zodat de veranderingsprocessen binnen deze organisaties versneld worden.</p><p><strong>Bereid tegenmacht te financieren</strong></p><p>Zoals gezegd, vrees ik dat Knapen doelt op het financieren van consumentenvoorlichting als hij het heeft over ‘actief in Nederland’. Mijn grootste zorg is of Knapen ook bereid is ‘tegenmacht’ te financieren zodat de sector het Nederlandse overheidsbeleid t.a.v. belastingen en milieu kan aanpakken. De sector zal de overheid stevig moeten aanspreken op dit belangrijke element van een volwaardige democratie. De sector kiest echter niet voor confrontatie met deze overheid, omdat zij financieel te veel afhankelijk is van de overheid. Ik vind dit een gevaarlijke ontwikkeling.</p><p>Op dit punt kunnen we nog veel leren van zogenaamde ontwikkelingslanden, waar mensen bereid zijn hun leven te geven voor democratische waarden, terwijl bij Nederlandse NGO’s het in stand houden van de omvang van de eigen organisatie te belangrijk is. De waarden moeten weer centraal komen te staan bij NGO’s. Als dat resulteert in geen overheidssubsidie en vervolgens een kleinere organisatie, dan is dat zo. De positieve kant van zo’n downsizing is dat er dan allerlei andere krachten vrijkomen resulterend in creatieve innovatieve goedkopere interventiestrategieën. Iets wat überhaupt hoogstnoodzakelijk is.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/geen-mfs-3-wel-sbos-plus/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>Uitfaseren zonder spaanders is een Haagse illusie</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/uitfaseren-zonder-spaanders-is-een-haagse-illusie/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/uitfaseren-zonder-spaanders-is-een-haagse-illusie/#comments</comments> <pubDate>Mon, 06 Feb 2012 13:21:48 +0000</pubDate> <dc:creator>Paul Hassing</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=20004</guid> <description><![CDATA[Afgelopen donderdag discussieerde de Vaste Kamer Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking met staatssecretaris Knapen over de uitfasering van het bilaterale programma, de afname van 33 naar 15 landen.  Oud-topambtenaar van Buitenlandse Zaken, Paul Hassing,  maakt de kritische balans op. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/uitfaseren-zonder-spaanders-is-een-haagse-illusie/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/uitfaseren-zonder-spaanders-is-een-haagse-illusie/paulhassing-100x100/" rel="attachment wp-att-20006"><img class="alignleft size-full wp-image-20006" title="paulhassing-100x100" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/paulhassing-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Afgelopen donderdag discussieerde de Vaste Kamer Commissie voor Buitenlandse Zaken met staatssecretaris Knapen over de uitfasering van het bilaterale programma, de afname van 33 naar 15 landen.  Oud-topambtenaar van Buitenlandse Zaken, Paul Hassing,  maakt de kritische balans op.</strong></p><p>Tijdens het Kamerdebat van afgelopen donderdag wilden de meeste partijen een totaaloverzicht van de uitfasering en geen verslag op onderdelen. De Kamer was breed van mening dat het niet mogelijk is om nu al een oordeel te vormen over de ‘kapitaalvernietiging’ die mogelijk gepaard gaat met de uitfasering van de 18 landen. Knapen bracht hiertegen in dat er nog twee jaar te gaan zijn en dat er dus van urgentie nog geen sprake is. ‘We hebben nog tijd’, zei hij.</p><p>Verrassend was dat de Kamer zich concentreerde op de negatieve effecten van de afname van de post onderwijs van 270 miljoen in 2008 naar 20 miljoen in 2017 en niet op andere thema’s zoals milieu, vrouwen en gezondheid. Kwam dat voornamelijk omdat het IOB net een rapport over onderwijs had uitgebracht? In de praktijk van ontwikkelingssamenwerking betekent de voorgestelde verlaging een totale exit uit de onderwijssector. Het onlangs uitgebrachte rapport van IOB bevestigde nog eens dat Nederland op het gebied van basisonderwijs een toegevoegde waarde heeft. Knapen was het met de IOB eens dat onderwijs heel belangrijk is, maar nu even geen prioriteit voor Nederland was. Zou dat zijn omdat het Nederlandse bedrijfsleven daar niets aan kan verdienen? Geen Kamerlid die de staatssecretaris daarop doorvroeg.</p><p>Ook niet toen Knapen uiteenzette hoe de landenlijst tot stand was gekomen, onder andere  door de mening te vragen van het Nederlandse bedrijfsleven of er in de voorgestelde landen voor hun kansen liggen. Opvallend daarbij is dat Knapen niet aangaf ook de mening van het Nederlandse maatschappelijke middenveld te hebben gevraagd over waar de armoede het schrijnendste is, dus welke landen prioritair zouden moeten zijn in het beleid. Blijkbaar even niet belangrijk.</p><p><strong>Voorwaarden</strong></p><p>De oppositiepartijen en het CDA stelden allerlei voorwaarden aan de uitfasering: het moet op een goede manier worden voortgezet, geen kapitaalvernietiging (Ferrier/CDA), geen imago verlies (De Lange/PvdA), geen kapitaalvernietiging (El Fassed,GL), eerst totaalplaatje en pas dan keuzes maken (D66/Hachchi), geen kapitaalvernietiging (Voordewind/CU), wat heeft transitiefaciliteit nog met (armoede) ontwikkelingssamenwerking van doen (Irrgang, SP), behaalde resultaten mogen niet verdampen (Van der Staaij, SGP), wat is de consequentie van uitfaseren (De Caluwé/VVD). Alleen Johan Driessen van de PVV vond het ‘uitstekend om te vertrekken uit die landen’, ook om daarmee eerst onderwijs in eigen land op peil te brengen.</p><p>Knapen reageerde met een uitgebreid verslag op detail om, zoals hij dat formuleerde, daarna op de hoofdlijnen te reageren. Van dat laatste kwam evenwel niet veel meer terecht. Opmerkelijk dat de leden van de vaste Kamercommissie van Buitenlandse Zaken daar niet op terugkwamen. Knapen betoogde dat overname van onderwijs succesvol is. Dat er verder geen problemen waren met de overname van de Nederlandse rol in Ethiopië, Ghana, Mozambique, Rwanda, Zambia, Bangladesh, Indonesië, Jemen en Oeganda. Later hield hij nog wel een slag om de arm door te stellen dat Nederland wel van vele partijen afhankelijk is. Opvallend was dat de Commissie de geloofwaardigheid van deze opmerkingen niet in twijfel trok. Ferrier ging zelfs zover dat ze blij was met het antwoord van Knapen. Des te opvallender omdat de rapportage van deze bilaterale uitfasering uit het eigen departement afkomstig is en niet onafhankelijk gecontroleerd wordt. Het ambtenarenapparaat heeft er namelijk belang bij om de goede tekst aan te leveren aan de bewindspersoon die een soepele uitfasering moet onderbouwen.</p><p><strong>Kapitaalvernietiging</strong></p><p>Het is begrijpelijk dat de Commissie stelt dat de uitfasering niet tot kapitaalvernietiging mag leiden. Maar op de keeper beschouwd heeft dit iets dubbelzinnigs. Als er geen kapitaalvernietiging zou optreden, dan betekent dit in de praktijk dat elk beleid van ontwikkelingssamenwerking 180 graden kan worden omgekeerd zonder dat iemand daar nadelige gevolgen (kapitaalvernietiging) van ondervindt. Dat is moeilijk voor te stellen in de dagelijkse praktijk van arme landen.</p><p>Het lijkt vooral een exercitie voor de Commissie om met een schoon geweten deze uitfasering af te kunnen doen. Het was in dat kader dan ook niet verwonderlijk dat de staatssecretaris geen onafhankelijke evaluatie wilde toezeggen in 2014. Nu had hij dat makkelijk kunnen doen omdat zijn bewindsperiode er dan opzit. Veel belangrijker zou het -mijns inziens- zijn geweest om een onafhankelijke organisatie te vragen deze uitfasering te volgen en regelmatig te rapporteren aan de Commissie. Nu rapporteert het ambtenarenapparaat aan de minister en die op zijn beurt weer aan de Commissie. Iemand in de Commissie merkte op dat het de slager is die zijn eigen vlees keurt. En daar lijkt het inderdaad veel op.</p><p>Op het eind van de zitting maakte Knapen nog een opvallende opmerking. Hij stelde dat het doel van het ministerie van EL&amp;I  het steunen van het bedrijfsleven is en dat ontwikkelingssamenwerking daarbij een middel is. Daar voegde hij aan toe dat voor ontwikkelingssamenwerking armoede het doel is en het bedrijfsleven een middel.</p><p><strong>Winnaar</strong></p><p>Hij stelde dat binnen dit spanningsveld gewerkt moest worden. Dit is opvallend omdat dit iets zegt over de (geringe) coherentie van het internationale beleid. En we weten inmiddels wie de winnaar wordt. Ook zijn collega minster Rosenthal verwoordde het afgelopen zondag in de Rode Hoed door te stellen dat hij niet denkt in tegenstellingen tussen de dominee en de koopman. Dit lijkt veel op de tekst van de koopman.</p><p>De vaste Kamercommissie denkt dat een uitfasering van het bilaterale beleid mogelijk is  zonder dat er spaanders vallen, zonder dat er kapitaalvernietiging plaatsvindt. Dat lijkt een Haagse illusie. Van Haagse ambtenaren ter plekke en in den vreemde wordt nu gevraagd om deze illusie te onderbouwen. Uit de brief van Knapen aan de Kamer kan men concluderen dat ze daar al hard mee bezig is. En Haagse politici lijken dit als zoete koek te slikken. In dit huidige tijdsgewricht wil je niet graag aantonen dat het nieuwe bilaterale beleid leidt tot weggegooid geld, tot kapitaalvernietiging. Welke parlementariër wil dit debat scherp ingaan  in een tijd dat ontwikkelingssamenwerking mogelijk ook verder zou moeten bezuinigen? Knapen stelde wel op een vraag van Voordewind (CU) dat hij het regeerakkoord zal uitvoeren, dus 0.7%. Maar een nieuwe bezuinigingsronde laat natuurlijk weinig heel van het huidige regeerakkoord, de facto komt er dan een nieuwe.</p><p><strong>Besmet geraakt</strong></p><p>Ook voormalig journalist Knapen is besmet geraakt met het Haagse jargon. Hij had het over het ‘herschikken van posterioriteiten<em>’. </em> Nu zijn posterioriteiten in het Haagse het herschikken van prioriteiten tot een bedenkelijk niveau, waarbij ze niet meer van belang zijn en langzaam verdwijnen. Zo is dat bijvoorbeeld gebeurd met stedelijke armoede en lijkt nu het geval met onderwijs en milieu. Betekent het herschikken van posterioriteiten nu dat ze weer prioritair worden? Of gaat Knapen vanaf nu over op gewoon Nederlands? Dan begrijpt de kiezer het misschien ook nog.</p><p>Er wordt in de sector kritisch aangekeken tegen het debat in de vaste Kamercommissie. Het is inderdaad vaak een bijeenkomst om nog wat politiek te lobbyen, om ergens nog wat middelen te vinden voor een thema of een land. Dit keer ging het over onderwijs. De Commissie vroeg impliciet om meer middelen voor het Global Fund on Education. Die doen namelijk zo goed werk. Dat bevestigde Knapen. Dus ze worden niet gekort, krijgen wellicht wat meer en de coalitie ( en oppositie?) partijen kunnen daarmee uit de voeten. Alsof de kapitaalvernietiging van het nieuwe bilaterale beleid daarmee is bestreden.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/uitfaseren-zonder-spaanders-is-een-haagse-illusie/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Debat uitfasering bilateraal beleid: ‘We willen geen kapitaalvernietiging’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Fri, 03 Feb 2012 04:00:40 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[De Knaak van Knapen]]></category> <category><![CDATA[Dossier bezuinigingen]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19925</guid> <description><![CDATA[Het proces van de uitfasering is nog werk in uitvoering, zo bleek gister tijdens het Algemeen Overleg over de uitfasering van het bilateraal ontwikkelingsbeleid. De Kamer maakt zich zorgen over de manier waarop Nederland zich terugtrekt uit de 19 voormalige partnerlanden, maar volgens de staatssecretaris is er nog voldoende tijd om te zorgen voor een zorgvuldige overdracht. De toon van het debat, de vuurdoop voor de nieuwe PvdA woordvoerder Internationale Samenwerking Jeroen de Lange, bleef rustig. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/werkinuitvoering/" rel="attachment wp-att-19927"><img class="alignleft size-medium wp-image-19927" title="werkinuitvoering" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/werkinuitvoering-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" /></a>Het proces van de uitfasering is nog werk in uitvoering, zo bleek gister tijdens het Algemeen Overleg over de uitfasering van het bilateraal ontwikkelingsbeleid. De Kamer maakt zich zorgen over de manier waarop Nederland zich terugtrekt uit de 19 voormalige partnerlanden, maar volgens de staatssecretaris is er nog voldoende tijd om te zorgen voor een zorgvuldige overdracht. De toon van het debat, de vuurdoop voor de nieuwe PvdA woordvoerder Internationale Samenwerking Jeroen de Lange, bleef rustig.</strong></p><p>‘Het totaaloverzicht ontbreekt’, wees Wassila Hachchi (D66) de staatssecretaris terecht aan het begin van het debat. ‘Ik wil precies kunnen zien in welk land welke projecten zullen worden overgedragen, en dat is nu nog niet duidelijk’. De overige woordvoerders van de Kamer waren het met haar eens, en hamerden er bij Ben Knapen op dat de Kamer meer duidelijkheid moest worden verschaft over de stand van zaken bij de uitfasering. Zo zei Arjan el Fassed (Groen Links): ‘Uitfasering is niet eenvoudig, dus het is belangrijk dat het wordt gemonitord tijdens het proces, en niet alleen achteraf wordt geëvalueerd.’ In welke landen zullen overdrachten plaatsvinden, en wie zal de rol van Nederland ter plaatse overnemen?</p><p>Voor een algemeen plaatje over de stand van zaken is het echter nog te vroeg, zo maakte Knapen duidelijk. Nederland is nog volop in overleg met andere donoren  en er zijn nog niet bij alle landen waar Nederland de stekker uit trekt, concrete afspraken gemaakt. Daarbij relativeert Knapen de urgentie: pas eind 2013 trekt Nederland zich volledig terug. In de tussentijd blijft er nog een aardige som geld beschikbaar. ‘Er is nog tijd’, aldus Knapen.</p><p><strong>Een brief</strong></p><p>Kathleen Ferrier (CDA) liet het daar niet bij zitten. ‘Hoe kan het parlement tijdens het traject waar Nederland nu in zit [het langzaam stoppen met bilaterale hulp in een bepaald aantal landen, red.] op de hoogte worden gehouden? Wij als Kamer hebben behoefte aan inzicht in verloop.’ De staatssecretaris beloofde dat hij in een brief ‘na de zomer’ de Kamer op de hoogte zou stellen van de meest actuele stand van zaken. Ewout Irrgang (SP) reageerde schertsend: ‘Is dat dan vóór de herfst?’, waarop na wat gebakkelei de datum waarop Knapen met de brief zou komen op 15 november werd vastgesteld.</p><p>Voor de suggestie van Jeroen de Lange (PvdA) of de staatssecretaris elk half jaar met zo’n brief zou kunnen komen om de voortgang te kunnen blijven volgen, kwam weinig bijval.</p><p><strong>Geen kapitaalvernietiging op onderwijs</strong></p><p>De parlementsleden uitten hun bezorgdheid over het uitfaseringsproces wat het onderwijs betrof. Nederland heeft op dat terrein veel opgebouwd, en de Kamerleden wisten zich er niet van verzekerd dat de staatssecretaris de projecten in de uitfaseringslanden goed overdroeg. Kees van der Staaij (SGP) wilde weten of er geen kinderen voor een gesloten schooldeur zouden komen te staan. Ben Knapen volgde daarop met een lijst van landen waarbij onderwijsprojecten (zo goed als zeker) waren overgedragen, waaronder Indonesië, Oeganda, Rwanda, en Mozambique. Hij benadrukte dat er in betrekkelijk korte tijd oplossingen gevonden waren voor de Nederlandse beëindiging van de hulp. Wel zijn er nog enkele landen, zoals Burkina Faso, Mali en Bolivia, waar het proces van de overdracht moeizamer gaat.</p><p>Verder wees Knapen de Kamerleden erop dat het ontwikkelingsbeleid in de landen waar Nederland betrokken bij blijft, ook gericht zal zijn op beroepsonderwijs. Op deze manier kan het onderwijs meer betrokken worden bij de speerpunten van het Nederlandse beleid, zoals water, veiligheid en rechtszekerheid.</p><p><strong>Donorcoördinatie?</strong></p><p>Op het gebied van onderwijs werd er door de woordvoerders ook gevraagd naar mogelijkheden voor beleidsoverdracht op Europees niveau. De Europese Unie heeft bepaald dat twintig procent van het EU ontwikkelingsbudget aan onderwijs zal worden besteed. Knapen benadrukte ook dat op het terrein van onderwijs de EU soelaas kan bieden in landen waarin Nederland vertrekt. Enkele landen, legde Knapen uit, zijn aan het overleggen over samenwerking binnen het <em>Joint programming</em>, een samenwerkingsverband tussen Europese lidstaten.</p><p>De Kamerleden hechten verder groot belang aan zorgvuldig overleg met andere donoren in de uitfasering. Met name Wassila Hachchi stelde dit aan de orde. Zij benadrukte dat de regering in een omgekeerde volgorde te werk was gegaan. Bij het nemen van de beslissing over uit welke landen Nederland zich zou terugtrekken had er eerst overleg gepleegd moeten worden met andere landen en donoren. Dat is niet gebeurd en dus is de kans groter dat er projecten niet worden opgepakt, aldus Hachchi. Knapen reageerde door op te merken dat coördinatie met donoren in het land zelf moet gebeuren, en niet van bovenaf ‘in Brussel’ geregeld moet worden. Hachchi, verontwaardigd, vond dat Knapen haar kritiek onterecht als ‘top-down’ benadering afdeed: hij zou hiermee voorbij gaan aan haar punt dat er beter overleg had moeten plaatsvinden met de betrokken partijen.</p><p>Over de transitiefaciliteit, waarmee Nederland de ontwikkelingsrelatie met voormalige partnerlanden om wil vormen naar een economisch profijtelijke relatie, heerste verwarring. Gaan we nu Nederlandse bedrijven steun geven? zo vroeg onder meer Ewout Irrgang (SP) zich af. De staatssecretaris verzekerde van niet, en gebruikte deze gelegenheid meteen om de bevindingen van de uitzending van <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%E2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%E2%80%99/" target="_blank">Tros Radar</a> te pareren, waarin werd gesuggereerd dat met Nederland ontwikkelingsgeld megastallen zouden worden gefinancierd (zie ook de <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/02/01/kamerbrief-reactie-uitzending-tros-radar-over-rapport-wakker-dier.html" target="_blank">Kamerbrief</a>).</p><p>De enige partij die zich niet zoveel zorgen leek te maken over de uitfasering, was de PVV. ‘Uitfasering is een ander woord voor beëindiging van de hulp. En daar zijn wij als PVV natuurlijk voor.’, aldus woordvoerder Johan Driessen.</p><p><strong>Strategisch debuut Jeroen de Lange</strong></p><p>Voor Jeroen de Lange, de kersverse woordvoerder Internationale Samenwerking, was het zijn debuut. Jaren geleden zat hij als ambtenaar van Buitenlandse Zaken aan de linkerkant van de tafel, dit keer kon hij zijn oud-collega’s vanaf de rechterkant begroeten. Na afloop vertelde De Lange Vice Versa dat hij in zijn eerste debat eerst wilde ‘aftasten’: het leek hem niet verstandig om de staatssecretaris tegen zich in het harnas te jagen door te heftig van start te gaan. ‘Ik ben tenslotte twaalf jaar diplomaat geweest’, aldus de PvdA’er.</p><p>Een halfjaarlijkse terugkoppeling aan de Kamer over de voortgang van de uitfasering was voor De Lange de belangrijkste inzet van het debat. Het speet hem dan ook dat hij op dit punt geen toezegging kreeg, en ook geen bijval van de andere Kamerleden. Tegenover Vice Versa maakte hij Ben Knapen wel een compliment omdat de staatssecretaris erg nauwkeurig was met het beantwoorden van vragen. In het volgende debat is de nieuwe woordvoerder van de PvdA van plan om met meer cijfers en meer concrete vragen te moeten komen om ‘zoveel mogelijk gedaan te krijgen’.  Zal De Lange de volgende keer voor meer vuurwerk zorgen in het Kamerdebat?</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>It takes two to tango</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/#comments</comments> <pubDate>Tue, 31 Jan 2012 11:00:59 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Gruiters</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19824</guid> <description><![CDATA[Afgelopen vrijdag kwam het langverwachte non-paper uit van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Niet alleen de ngo sector moet de vragen uit het non-paper kunnen beantwoorden, ook de overheid moet vragen beantwoorden over eigen rol.’, concludeert Jan Gruiters, algemeen directeur van IKV Pax Christi. Hij besloot om zelf een aantal vragen op te stellen en ze persoonlijk te richten aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Ben Knapen. ‘Maatschappelijke organisaties mogen ook de overheid bevragen en ook de overheid moet zijn verlegenheid en dilemma’s op tafel leggen.’, aldus Gruiters. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/newsblog/blog-jan-gruiters/jan-blog-ikvpc/" rel="attachment wp-att-18614"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-18614" title="Jan Gruiters" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/12/Jan-Blog-IKVPC-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Afgelopen vrijdag kwam het langverwachte <a href="../2012/01/knapen-voorzetting-mfs-niet-langer-vanzelfsprekend/">non-paper</a> uit van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Niet alleen de ngo sector moet de vragen uit het non-paper kunnen beantwoorden, ook de overheid moet vragen beantwoorden over eigen rol.’, concludeert Jan Gruiters, algemeen directeur van IKV Pax Christi. Hij besloot om zelf een aantal vragen op te stellen en ze persoonlijk te richten aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Ben Knapen. ‘M</strong><strong>aatschappelijke organisaties mogen ook de overheid bevragen en ook de overheid moet zijn verlegenheid en dilemma’s op tafel leggen.’, aldus Gruiters.</strong></p><p><em>Door Jan Gruiters</em></p><p>Je kan over het non-paper van staatssecretaris Ben Knapen veel zeggen maar niet dat het een <em>game-changer</em> is. Wie een persoonlijke, provocerende en positionerende bijdrage had verwacht kan niet anders dan teleurgesteld zijn. De vraag is natuurlijk of het debat over de toekomst van non-gouvernementele organisaties en hun bijdrage aan internationale samenwerking afhankelijk is van de bijdrage van de non-civiele organisatie waartoe Knapen behoort. Ik meen van niet.</p><p>Voorgangers van Knapen gingen het debat met het maatschappelijk middenveld vaak in met een vooringenomen mening, al dan niet verwoord in een startnotitie. Zeker, het debat met de sector werd van belang geacht maar het veranderde zelden iets fundamenteels aan het voorgenomen beleid. De sector mocht vaak enkel het verhaal afmaken en de plaatjes inkleuren.</p><p>Ben Knapen kiest dus voor een andere benadering dan zijn voorgangers. Misschien meent hij dat voor het vinden van de juiste oplossingen je de juiste vragen moet stellen. Naar de beweegredenen kunnen we enkel gissen. Met een doorwrocht paper had Knapen misschien aan de hooggespannen verwachtingen voldaan maar hij had daarmee ook zijn positie vastgezet. Voor een debat is een doorwrocht paper interessant, voor de politieke uitkomst is een vooringenomen standpunt ook niet perse behulpzaam.</p><p><strong>Relatietherapie</strong></p><p>De vragen van Knapen gaan over de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties. Die is aan herziening toe omdat de wereld is veranderd. Dat stelt nieuwe eisen aan zowel de overheid als aan de maatschappelijke organisaties en trekt een wissel op hun onderlinge relatie. De overheid en het maatschappelijk middenveld zijn toe aan een relatietherapie. Daarbij kan de overheid zelf natuurlijk niet buitenspel blijven. En dat geldt uiteraard ook voor civiele samenlevingsorganisaties die zichzelf serieus nemen.</p><p>Knapen heeft via via wel duidelijk gemaakt wat er in zijn ogen moet veranderen. De relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties moet minder financieel en meer inhoudelijk worden. In dat perspectief wil Knapen meningen peilen over enkele trends die zijns inziens van belang zijn. Die handschoen moeten we zeker oppakken, hetgeen niet wil zeggen dat we enkel en alleen over zijn vragen moeten debatteren.</p><p>Als de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties aan herziening toe is heeft dat natuurlijk ook implicaties voor de overheid zelf. Wat let ons om vanuit ons perspectief enkele vragen aan Knapen voor te leggen? Zijn antwoorden daarop kunnen immers ook van invloed zijn op de wijze waarop wij ons tot de overheid willen en kunnen verhouden.</p><p>Ik wil wel enkele vragen opgooien. En ik richt me daarbij maar persoonlijk tot de staatssecretaris omdat hij via zijn ambtenaren dit debat op de voet volgt. En misschien zijn er wel ambtenaren die hierop willen reageren.</p><p><strong>Netwerksamenleving </strong></p><p>We leven in een netwerksamenleving waarbij de internationale betrekkingen een hybride karakter hebben gekregen. Alom wijzen onderzoekers er op dat staten niet langer alleen met staten moeten samenwerken maar ook met niet-statelijke actoren.  Deze samenwerking moet zelfs “systematisch, structureel en intensief” zijn, stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport <em>Aan het buitenland gehecht</em>. En premier Rutte beaamde dit in de regeringsreactie volmondig. “Hun (hier doelt de premier op niet-statelijke actoren waaronder ook maatschappelijke organisaties) belangen en opvattingen moeten meewegen in het buitenlandbeleid om de effectiviteit van het buitenland beleid te vergroten.”</p><p>Dat vergt een andere rolopvatting aan de kant van de overheid. Een werkwijze die niet alleen maar gebaseerd is op regisseren en financieren. Het vraagt, zo stelt de WRR, ook om faciliteren en verbinden.</p><p>De WRR wijst er op dat juist op het gebied van buitenlandbeleid de overheid nogal “veranderingsresistent” is als het aankomt op de samenwerking met niet-statelijke actoren. De samenwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties is nu vaak persoonsgebonden, ad-hoc en vluchtig. Het is opvallend dat bedrijven en zelfs de krijgsmacht in vergelijking met het ministerie van Buitenlandse Zaken een groeiende voorsprong hebben opgebouwd in de samenwerking met maatschappelijke organisaties. Hoe denkt u de samenwerking met maatschappelijke actoren binnen de vier gekozen speerpunten een meer systematisch, structureel en intensief karakter te geven en is het ministerie van Buitenlandse Zaken hiervoor al gereed?</p><p><strong>Beperkingen van de staat</strong></p><p>U heeft vier speerpunten geselecteerd. Nu vraagt u zich af in hoeverre het maatschappelijk middenveld van belang is voor het realiseren van de nieuwe ontwikkelingsdoelen binnen deze niches. Die vraag is zeker relevant en ik vind dat u recht heeft op een antwoord. Dat antwoord is overigens nog niet eens zo eenvoudig omdat het lang niet altijd duidelijk is wat Nederland in deze vier niches nu precies wil bereiken.</p><p>Maar ik wil u ook een tegenvraag stellen. Waar stuit de Nederlandse regering nu op zijn eigen grenzen en beperkingen? Het al eerder aangehaalde WRR-rapport stelt dat “het contact tussen diplomaten of bewindslieden onder elkaar het qua effectiviteit vaak moet afleggen tegen de vele manieren om groepen van mensen te bereiken, te overtuigen en in beweging te krijgen.” De groeiende invloed van niet-statelijke actoren hangt natuurlijk ook samen met het beperkte sturende vermogen van staten. De samenwerking tussen statelijke en niet-statelijke actoren neemt toe omdat de complexiteit en urgentie van de problemen waarvoor we staan daarom vraagt. Die comparatieve samenwerking veronderstelt wel dat alle partijen een reëel zicht hebben op hun eigen kracht en op hun eigen tekortkomingen? Vandaar mijn vraag, waar zoekt de Nederlandse regering haar meerwaarde en waar stuit ze op eigen beperkingen in fragiele en repressieve contexten, in internationale arena’s en in de eigen samenleving. Comparatieve samenwerking lukt immers alleen als beide partijen hun eigen kracht en hun eigen beperkingen kennen.</p><p><strong>Vrijheid en verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties</strong></p><p>U stelt dat steeds meer landen wetgeving kennen die de bewegingsvrijheid en autonomie van NGO’s beperken. Inderdaad. De vrijheid van maatschappelijke organisaties staat onder druk. Ik denk daarbij deze dagen natuurlijk eerst en vooral aan onze partners in Syrië. In dit soort repressieve landen hebben veranderingsprocessen een endogeen karakter, want het van buitenaf opleggen van veranderingen is tot op heden weinig succesvol gebleken. De uitdagende vraag is hoe overheden en maatschappelijke organisatie kunnen bijdragen aan het vergroten van de democratische ruimte voor civiele veranderkrachten in repressieve contexten.</p><p>Maar wie voor vrijheid van maatschappelijke organisaties elders pleit moet ook in eigen samenleving borg staan voor deze vrijheid. Ook de Nederlandse overheid heeft een sterke neiging maatschappelijke organisaties instrumenteel in te zetten voor een eigen agenda en te binden aan het beleid van de zittende regering. Bent u bereid tot een principiële herbevestiging van de vrijheid en verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties, ook als deze met publieke middelen een publieke functie vervullen? Een dergelijke herbevestiging, die overigens geheel past in een christendemocratische traditie, zou dan ook beter verankerd kunnen worden in regelgeving.</p><p><strong>Gulzige overheid</strong></p><p>Terecht vraagt u ook aandacht voor het afnemende vertrouwen. Niet alleen maatschappelijke organisaties worstelen daarmee. Het afnemende vertouwen treft ook overheid en politiek. In een dergelijk klimaat  groeit en bloeit het geïnstitutionaliseerde wantrouwen. Afname van vertrouwen verhoudt zich nu eenmaal omgekeerd evenredig met groei aan bureaucratische regels op gebied van controle en verantwoording. Maatschappelijke organisaties hebben en aanvaarden de plicht om zich transparant te verantwoorden naar de samenleving als één van de voornaamste stakeholders. Op dat terrein zijn ook verbeteringen mogelijk.</p><p>Maar dat is niet voldoende. Het komt er ook op aan de gulzige overheid met zijn honger naar nieuwe regels te temmen. Dat kan alleen als de overheid durft te vertrouwen op professionele organisaties en deze organisaties de professionele ruimte geeft die nodig is voor kwaliteitsvol werken. Dat brengt onvermijdelijk risico’s met zich mee. Ook professionals maken fouten. Maar dit risico is kleiner dan de kosten die verbonden zijn aan een overdosis overheidsregelgeving. Daarom de vraag in hoeverre en onder welke condities u bereid bent vertrouwen te geven aan professionele organisaties en dus risico’s te lopen?</p><p><strong>Socratische houding<br /> </strong></p><p>Ik stel deze vragen niet omdat ik de vragen van Knapen niet serieus wil nemen. In tegendeel. Ik ga er vanuit dat de vragen van Knapen voortkomen uit het inzicht dat overheid en maatschappelijke organisaties elkaar tot op zekere hoogte ook nodig hebben. Als dat zo is mogen maatschappelijke organisaties ook de overheid bevragen en moet ook de overheid zijn verlegenheid en dilemma’s op tafel leggen. Immers, <em>it takes two to tango</em>.</p><p>En wie in het kader van samenwerkingsrelaties vragen stelt moet bereid zijn de aannames die op basis van vermeende kennis of gewoonte zijn ontstaan te herzien. Die Socratische houding zou zowel de sector als de staatssecretaris sieren. Dan kan het resultaat van dit debat nog wat moois opleveren.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>Progressieve partnerships voor ‘thick solutions’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Tue, 31 Jan 2012 05:00:31 +0000</pubDate> <dc:creator>Josine Stremmelaar</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19756</guid> <description><![CDATA[Ontwikkelingsorganisaties hebben een groot bewaard geheim. Ze houden zich wel degelijk bezig met de thick problems van deze wereld, maar dat communiceren ze niet naar buiten. Volgens Josine Stremmelaar en Remko Berkhout van Hivos is het de hoogste tijd om dit wel te doen. Anders verliezen ze hun relevantie voor de grote ontwikkelingsvraagstukken van deze tijd. ‘Hoe komt het toch dat de gemiddelde NGO-missie bol staat van retoriek over de kracht en potentie van burgers in het zuiden terwijl burgers hier worden afgescheept met de slappe aftreksels van het echte verhaal?’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/2-2/" rel="attachment wp-att-19766"><img class="alignleft size-full wp-image-19766" title="2" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/2.bmp" alt="" /></a>Ontwikkelingsorganisaties hebben een groot bewaard geheim. Ze houden zich wel degelijk bezig met de thick problems van deze wereld, maar dat communiceren ze niet naar buiten. Volgens Josine Stremmelaar en Remko Berkhout van Hivos is het de hoogste tijd om dit wel te doen. Anders verliezen ze hun relevantie voor de grote ontwikkelingsvraagstukken van deze tijd. ‘Hoe komt het toch dat de gemiddelde NGO-missie bol staat van retoriek over de kracht en potentie van burgers in het zuiden terwijl burgers hier worden afgescheept met de slappe aftreksels van het echte verhaal?’</strong></p><p><em>Door: Josine Stremmelaar en Remko Berkhout</em></p><p>Een discussie over de N van NGO’s start met de vraag over wie we het precies hebben. NGO’s zijn er in allerlei soorten en maten met bijhorende typologieën. Sla <a href="http://www.hivos.net/Hivos-Knowledge-Programme/Themes/Civil-Society-in-West-Asia/Publications/Working-Papers/14-Dissecting-Global-Civil-Society-Values-Actors-Organisational-Forms">dit paper </a>van Marlies Glasius, over BINGO’s, MONGOs en Flamingos er nog maar eens op na. NGO’s zijn werkzaam op allerlei terreinen en niveaus en kunnen een heel scala aan strategieën ontplooien. De N kun je breed opvatten als niet-overheidsorganisaties en smal als organisaties die onafhankelijk zijn van de staat. De N definieert dus vooral wat de organisatie niet is. Een interessantere vraag is natuurlijk wat NGO’s wel doen. Wat is hun rol? In de maatschappij, in relatie tot de staat, maar ook ten opzichte van andere actoren zoals het bedrijfsleven. En hoe ziet hun toekomstige rol er in een snel veranderende wereld uit?</p><p><strong>Speelveld volop in beweging</strong></p><p>Als je door de bril van een internationale NGO kijkt is het speelveld volop in beweging. De discussie over de rol van die INGOs is volop in gang en beperkt zich bepaald niet tot Nederland, getuige de vele internationale reacties op fora zoals het<a href="http://www.thebrokeronline.eu/Blogs/Future-Calling-blog"> ‘future calling blog’</a> van The Broker. Nu zou je kunnen beweren dat al het gediscussieer een teken aan de crisiswand is. En het geklaag over subsidies, fondsenwerving en wereldwijde trends rondom anti-NGO wetgeving zou dat beeld zomaar kunnen bevestigen. Tegelijkertijd zijn er genoeg signalen dat de toekomst er veel rooskleuriger uitziet en die worden jammer genoeg minder vaak opgepikt. Knapen’s ‘eigen’ WRR benadrukte het in <a href="http://www.wrr.nl/content.jsp?objectid=5549">‘Aan het buitenland gehecht’ </a>nog maar eens: ‘Non state actors’ worden voor het buitenlands beleid van elke zichzelf respecterende staat belangrijker.</p><p><a href="http://www.cgdev.org/content/publications/detail/1421419">Analyses van het Centre for Global Development </a>zetten de argumenten nog eens op een rijtje: wie voorbij ontwikkelingssamenwerking als een ‘sector’ kijkt ziet een drastische groei van instrumenten, actoren en kapitaalstromen met steeds breder wordende doelstellingen tussen het globale noorden en zuiden. En vriend en vijand zijn het erover eens dat NGO’s die slim inspelen op dit soort ontwikkelingen een sleutelrol zullen blijven vervullen, als ‘brokers’, uitvoerders, initiatiefnemers en ‘watchdogs’. De voorbeelden zijn legio. Bij Hivos werken we bijvoorbeeld samen met het Global Fund in Landen als Bolivia, Guatemala en Indonesië aan grote programma’s op het gebied van hiv/aids, en met onze partner Twaweza zitten we aan tafel bij Obama voor het wereldwijde <a href="http://www.opengovpartnership.org/">Open Government Partnership</a>.</p><p><strong>Alle soorten en maten</strong></p><p>Kortom, NGO’s zullen voorlopig in alle soorten en maten blijven bestaan en hun rol vervullen. Wat er van de Koek van Knapen wordt afgesnoept zal zijn invloed zeker niet missen, maar met de NGO als diersoort, en dan in het bijzonder die van Nederlandse makelij, komt het wel goed. Maar is dat genoeg? Mede dankzij jarenlange overheidssteun behoren de Nederlands NGO’s op vele terreinen tot de internationale voorhoedespelers. Maar wat is hun relevantie voor de grote ontwikkelingsvraagstukken van deze tijd?</p><p>Mike Edwards schreef een <a href="http://www.thebrokeronline.eu/var/broker/storage/original/application/960b295f2838b63a6609cea4fdf0a51f.pdf">essay over deze thematiek </a>en muntte de term ‘thick problems’. Denk daarbij aan klimaatverandering, migratie, overbevolking, groeiende economische ongelijkheid en een intredend tijdperk van schaarste aan grondstoffen. Wat deze problemen met elkaar gemeen hebben is de noodzaak tot grootschalige veranderingen, waarbij we ons bepaald geen hokjesdenken kunnen veroorloven. Maar de bulk van het gevestigde NGO-werk, zo luidt zijn betoog, kenmerkt zich juist door ‘thin solutions’, gevoed door destructieve depolitiserende tendensen, zoals regeldruk, resultaatmeting, en de eeuwige obsessie met ‘quick fixes’ en ‘magic bullets’. Zeker, NGO’s kunnen op deze manier nog wel een tijdje mee maar zullen er eenvoudigweg steeds minder toe doen, aldus Edwards.</p><p>De vraag is of het zo simpel ligt. Wie een kijkje neemt in de keuken van de grote Nederlandse NGO’s, komt wel degelijk initiatieven tegen die ‘thick solutions’ nastreven. Maar wat houden ze die goed verborgen! Oxfam heeft met haar kennis en invloedrijke campagnes op het gebied van de Robin Hood Tax prima troeven in handen voor een gesprek met bezorgde euroburgers die meer willen weten over de globale financiële crisis, maar kiest in de communicatie naar buiten toe voor een voorzichtiger koers. Hivos’ baanbrekende werk op het gebied van internetvrijheid, transparante ICT-toepassingen voor eerlijke verkiezingen zijn voor het publiek een van de best bewaarde geheimen. Cordaid’s wereldwijde initiatieven tegen de plundering van natuurlijke hulpbronnen schuilen op de website achter kreten als ‘samen tegen de armoede’. En de fondsenwerver van Save the Children bij de Albert Heijn dreunt nog altijd moeiteloos het oude liefdadigheidsmantra op, dat bepaald geen recht doet aan de ijzersterke reputatie van deze organisatie op het gebied van kinderrechten, van de sloppen in Kenia tot de burelen van de VN.</p><p><strong>Slap aftreksel</strong></p><p>Is dat misschien waarom de relevantie van NGO’s ter discussie staat? Zou dat misschien niet ook een reden zijn waarom het draagvlak voor het traditionele OS-werk als sneeuw voor de zon aan het verdwijnen is? Hoe komt het toch dat de gemiddelde NGO-missie bol staat van retoriek over de kracht en potentie van burgers in het Zuiden terwijl burgers hier worden afgescheept met de slappe aftreksels van het echte verhaal? Op Henk en Ingrid na, snappen Nederlanders dondersgoed dat de ontwikkelingsproblemen innig verbonden zijn met de grote vraagstukken van deze tijd die ons allemaal raken. Kritische burgers, of ze nu tot de <em>cultural creatives, occupiers</em> of <em>digital natives</em> behoren, staan niet en masse op het Malieveld, maar zijn het roerend eens over de noodzaak tot grote verandering. Die noodzaak wordt net zo goed gevoeld onder progressieve ondernemers, ambtenaren en politici. NGO’s die serieus met deze groepen in gesprek gaan hebben de sleutel tot nieuwe bondgenootschappen in handen. Bondgenootschappen die pro-OS krachten in de politiek weer een duwtje in de rug kunnen geven en discussies over de <em>technicalities</em> van de subsidiestroom laten voor wat ze zijn: een bijzaak.</p><p>Progressieve partnerships voor ‘thick solutions’ tussen middenveld, burgers, overheid en het bedrijfsleven, dat moet juist in dit polderland toch kunnen? Laten we dan beginnen met een goede inhoudelijke discussie over wat er allemaal mogelijk wordt als we de krachten bundelen. Dan wordt vanzelf ook duidelijk wat voor middelen er nodig zijn en wie wat gaat leveren.</p><p><em>Josine Stremmelaar en Remko Berkhout werken voor het Hivos Kennisprogramma (<a href="http://www.hivos.net/">www.hivos.net</a>).</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Non-paper Knapen zorgt voor anticlimax in debat NGO’s</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/non-paper-knapen-zorgt-voor-anticlimax-in-debat-ngo%e2%80%99s/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/non-paper-knapen-zorgt-voor-anticlimax-in-debat-ngo%e2%80%99s/#comments</comments> <pubDate>Sat, 28 Jan 2012 12:06:47 +0000</pubDate> <dc:creator>Marc Broere</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category> <category><![CDATA[Featured]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19743</guid> <description><![CDATA[Afgelopen vrijdag kwam staatssecretaris Ben Knapen dan eindelijk met zijn non-paper over de rol van de NGO’s binnen de internationale samenwerking. Vice Versa hoofdredacteur Marc Broere kon zijn ogen bijna niet geloven toen hij het las. De staatssecretaris zorgt met zijn magere bijdrage voor een anticlimax in het debat. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/non-paper-knapen-zorgt-voor-anticlimax-in-debat-ngo%e2%80%99s/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><br /> <img class="alignleft" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/07/marcweb.jpg" alt="" width="210" height="135" />Afgelopen vrijdag kwam staatssecretaris Ben Knapen dan eindelijk met zijn <a href="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/Discussiebijdrage-BZ_overheid-en-maatschappelijk-middenveld_DEFINITIEF.pdf" target="_blank">non-paper</a> over de rol van de NGO’s binnen de internationale samenwerking. Vice Versa hoofdredacteur Marc Broere kon zijn ogen bijna niet geloven toen hij het las. De staatssecretaris zorgt met zijn magere bijdrage voor een anticlimax in het debat.</strong></p><p><strong></strong>Op vrijdagmiddag was het dan eindelijk zover: ik kreeg het langverwachte non-paper van staatssecretaris Knapen over de rol van NGO’s in mijn inbox. Het is zijn bijdrage aan het debat over de rol en de toekomst van NGO’s binnen de hulparchitectuur, een debat dat op Knapens eigen initiatief is gelanceerd. We stonden op de redactie op het punt om aan onze traditionele vrijdagmiddagborrel te beginnen. Waarom net nú dat stuk, was mijn eerste reactie.</p><p>Aan de andere kant verbaasde het me ook weer niet. De staatssecretaris lijkt er een gewoonte van te maken om zijn belangrijke Kamerbrieven en andere bijdrages aan het debat op de late vrijdagmiddag openbaar te maken. Toch kon ik mij na tien minuten al bij mijn borrelende collega’s vervoegen, en daar is meteen ook eigenlijk alles mee gezegd. Ik had slechts tien minuten nodig om het stuk te lezen en er een bericht van te maken. Er staat namelijk vrijwel helemaal niets in het non-paper van Knapen.</p><p><strong>Verwachtingen</strong></p><p>Half december, tijdens het slotdebat van de Knaak van Knapen, werd door het ministerie nog een echt visiestuk aangekondigd dat binnen enkele dagen zou verschijnen. Dat wekte verwachtingen. De staatssecretaris had zin in een inhoudelijke discussie, werd benadrukt. Daarna werd het non-paper telkens weer uitgesteld en kreeg ik al het gevoel dat het onderwerp snel aan betekenis verloor voor de staatssecretaris. Helaas is mijn angst nu bewaarheid. Wat afgelopen vrijdag in mijn mailbox binnenkwam, was een stuk van een kleine drie pagina’s. Knapen zegt te willen bijdragen aan de discussie ‘niet door geharnaste meningen te verkondigen, maar door vragen te stellen.’</p><p>En dat hebben we geweten. Het stuk bevat zelfs niet eens de aanzet tot een visie.  Ook de vragen zelf zijn weinig verrassend en vernieuwend. Van een voormalig journalist met zo’n groot statuur als Knapen zou je meer mogen verwachten. Op basis van deze vragen concludeert de staatssecretaris vervolgens met zevenmijlslaarzen dat een voortzetting van het medefinancieringsstelsel na 2015 niet meer vanzelfsprekend is.</p><p><strong>Anticlimax</strong></p><p>Vanochtend vroeg kreeg ik een email van een prominent denker uit de sector. ‘Dank, ik ga het stuk dit weekend in alle rust lezen’, schreef hij. Om mij precies negen minuten later een tweede mail te sturen. ‘Poeh zeg&#8230; ik dacht, daar ga ik eens lekker voor zitten. Maar het stuk woei spontaan door zijn eigen gewichtloosheid van mijn tafel. Nee, zelfs onze eigen vragen zijn beter! Nou ja, we moeten het zelf doen en dat wisten we eigenlijk al&#8230;’</p><p>Deze mail slaat de spijker op de kop. Je kunt stellen dat het visiestuk van Knapen een anticlimax is geworden in de discussie over de rol en toekomst van de particuliere ontwikkelingsorganisaties. Het stuk van Knapen was oorspronkelijk bedoeld om naast andere stukken –zoals dat van René Grotenhuis en Jan Gruiters- het discussievuurtje op te stoken. In plaats daarvan lijkt de staatssecretaris zijn best te doen om de discussie, zelfs voordat die echt is begonnen, weer als een nachtkaars uit te blazen.</p><p>Hiermee doet hij ook geen recht aan mensen als René Grotenhuis, Jan Gruiters, Farah Karimi, Marinus Verweij, Allert van den Ham, Reinier van Hoffen, Frank van der Linde, Remco Berkhout en al die anderen die de afgelopen weken of de komende week nog echt hun best hebben gedaan om een inhoudelijk debat op gang te brengen. Zij pakten de handschoen van Knapen op, maar worden daar geenszins voor beloond. Integendeel: de staatssecretaris wekt de indruk met zijn non-paper dat de rol van de particuliere ontwikkelingssamenwerking voor hem en het kabinet heel duidelijk een posterioriteit is.</p><p><strong>Ergernis en frustratie</strong></p><p>Hoe nu verder? Vice Versa heeft volgens afspraak afgelopen maand geprobeerd de discussie over de rol van NGO’s op gang te brengen. Daar hadden we graag nog een maand mee verder gegaan, indien Knapen ook met een inspirerend stuk zou komen die deze journalistieke keuze zou rechtvaardigen. We zullen het debat zeker nog wel blijven volgen en er over schrijven, maar na volgende week in ieder geval minder intensief. Dan is er ook weer meer ruimte voor andere artikelen. Onze collega’s van OneWorld zullen de komende maand in ieder geval nog met dagelijkse stukken over dit onderwerp doorgaan.</p><p>Afgelopen week konden we op OneWorld al een prikkelende bijdrage lezen van Peter R de Vries. De misdaadverslaggever had zich eveneens aan het uitstel van het non-paper geïrriteerd. Toen hij las dat de bijdrage van Knapen een paar weken was opgeschort door ‘vertraging bij BUZA’ voelde hij de ‘ergernis en frustratie’ opborrelen. ‘Hangt alles weer af van de ambtenaren van BUZA? Kom op zeg! Hoe wil je ooit iets voor elkaar krijgen als dit soort lui de regie bepaalt? Het geeft aan hoe ver we van de werkelijkheid zijn afgedwaald’, aldus Peter R de Vries.</p><p>Mocht het ministerie alsnog met iets beters komen, dan neemt de journalistieke relevantie uiteraard meteen weer toe. Knapen zou iedereen een groot plezier doen om alsnog zijn oorspronkelijke, uitgebreidere stuk dat half december was aangekondigd vrij te geven waarin, naar het schijnt, wel een echte visie staat. Anders hoop ik dat dit stuk op een andere manier opdwarrelt bij ons of bij onze collega’s van OneWorld. Dan zetten we het meteen online.</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/non-paper-knapen-zorgt-voor-anticlimax-in-debat-ngo%e2%80%99s/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>3</slash:comments> </item> <item><title>Knapen: voorzetting MFS niet langer vanzelfsprekend</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/knapen-voorzetting-mfs-niet-langer-vanzelfsprekend/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/knapen-voorzetting-mfs-niet-langer-vanzelfsprekend/#comments</comments> <pubDate>Fri, 27 Jan 2012 15:38:17 +0000</pubDate> <dc:creator>Marc Broere</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19728</guid> <description><![CDATA[Een voortzetting van het medefinancieringsstelsel na 2015 is niet langer vanzelfsprekend. Dat concludeert staatssecretaris Ben Knapen in zijn langverwachte non-paper waarin zijn bijdrage aan de discussie over de toekomst van de NGO's  staat. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/knapen-voorzetting-mfs-niet-langer-vanzelfsprekend/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2010/11/persconferentie-ben-knapen-nederland-heeft-voordeel-aan-armoedebestrijding/benknapen-2/" rel="attachment wp-att-6114"><img class="alignleft size-full wp-image-6114" title="benknapen" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/11/benknapen1.jpg" alt="" width="160" height="241" /></a>Een voortzetting van het medefinancieringsstelsel na 2015 is niet langer vanzelfsprekend. Dat concludeert staatssecretaris Ben Knapen in zijn langverwachte non-paper waarin zijn bijdrage aan de discussie over de toekomst van de NGO&#8217;s  staat.</strong></p><p>Knapen komt tot deze conclusie op basis van een vijftal  veranderende trends die hij schetst en die bij hem een aantal fundamentele vragen oproepen op de rol van NGO&#8217;s.</p><p>Zo vraag hij zich af welke rol NGO&#8217;s kunnen spelen in lage-inkomenslanden, fragiele staten of middeninkomenslanden.  Of in hoeverre  het belangrijke is dat internationaal opererende maatschappelijke organisaties een Nederlands karakter hebben en houden. Ook roept hij de vraag op of zuidelijke NGO&#8217;s niet vaker rechtstreeks door de overheid kunnen worden gefinancierd.</p><p>Knapen erkent verder het spanningsveld tussen verantwoording afleggen over subsidies en de wens om regeldruk en bureaucratie te verminderen. &#8216;Hoe kunnen deze legitieme wensen met elkaar worden verzoend?&#8217;</p><p>De staatssecretaris zegt te willen bijdragen aan de discussie &#8216;niet door geharnaste meningen te verkondigen, maar door vragen te stellen.&#8217; De antwoorden op deze vragen zijn cruciaal voor de toekomstige relatie tussen overheid en maatschappelijk middenveld, aldus Knapen.</p><p>Lees hier het <a href="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/Discussiebijdrage-BZ_overheid-en-maatschappelijk-middenveld_DEFINITIEF.pdf" target="_blank">non-paper van het ministerie van Buitenlandse Zaken</a>.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/knapen-voorzetting-mfs-niet-langer-vanzelfsprekend/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>6</slash:comments> </item> <item><title>The End of Poverty en de rol van NGO’s</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-end-of-poverty-en-de-rol-van-ngo%e2%80%99s/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-end-of-poverty-en-de-rol-van-ngo%e2%80%99s/#comments</comments> <pubDate>Thu, 26 Jan 2012 05:00:22 +0000</pubDate> <dc:creator>Lisette Wagtelenberg</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category> <category><![CDATA[Jeffrey Sachs]]></category> <category><![CDATA[N van NGO]]></category> <category><![CDATA[The end of poverty]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19579</guid> <description><![CDATA[Wat zeggen de meest belangrijke boekwerken in de OS sector over de rol van ngo’s? In het verlengde van de discussie ‘de N van NGO’ over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, komt Vice Versa met een reeks artikelen waarin verschillende vooraanstaande rapporten, boeken en artikelen over ontwikkelingssamenwerking worden doorgespit op dit onderwerp. Deze week: Jeffrey Sachs met het boek The End of Poverty. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-end-of-poverty-en-de-rol-van-ngo%e2%80%99s/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-end-of-poverty-en-de-rol-van-ngo%e2%80%99s/200px-end_of_poverty-2/" rel="attachment wp-att-19583"><img class="alignleft size-medium wp-image-19583" title="200px-End_of_poverty" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/200px-End_of_poverty1-196x300.jpg" alt="" width="128" height="184" /></a>Wat zeggen de meest belangrijke boekwerken in de OS sector over de rol van ngo’s? In het verlengde van de discussie ‘</strong><a title="NIEUWSBLOG ‘DE N VAN NGO’" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/nieuwsblog-de-n-van-ngo/" target="_blank"><strong>de N van NGO</strong></a><strong>’ over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, komt Vice Versa met een reeks artikelen waarin verschillende vooraanstaande rapporten, boeken en artikelen over ontwikkelingssamenwerking worden doorgespit op dit onderwerp. Deze week: Jeffrey Sachs met het boek The End of Poverty.</strong></p><p>Jeffrey Sachs is een Amerikaanse ontwikkelingseconoom en onder andere bekend van de boeken ‘The End of Poverty: Economic Possibilities for Our Time’ (2005) en ‘Common Wealth: Economics for a Crowded Planet’ (2008). Hiernaast is hij hoogleraar en directeur van het <em>Earth Institute </em>bij de Universiteit van Columbia en speciaal adviseur van de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Sachs gelooft dat deze generatie een einde kan maken aan de extreme armoede die nog steeds bestaat in de wereld. In ‘The End of Poverty’<em> </em>laat Sachs zien dat het niet zo moeilijk is om armoede te beëindigen, zolang we maar de juiste stappen zetten. Uit zijn strategie blijft het echter onduidelijk of NGO’s een eigen rol spelen in het beëindigen van extreme armoede.</p><p><strong><em>The poverty trap</em></strong></p><p>De extreem arme landen bevinden zich volgens Sachs in een <em>poverty trap; </em>de armoedefuik. De extreem armen hebben zo weinig, dat zij vastzitten in armoede en er zelf niet uit kunnen komen. Ze hebben meer kapitaal nodig, fysiek, menselijk en natuurlijk. Om dit te kunnen bekostigen moeten ze echter kunnen sparen. Mensen die in extreme armoede leven hebben echter net genoeg, of zelfs te weinig, om te kunnen overleven, laat staan dat zij iets overhouden om te kunnen investeren in hun toekomst. Tevens is er geen geld om belasting te betalen, wat ertoe leidt dat de regering minder geld heeft om te investeren in publieke goederen, zoals gezondheidszorg. Sachs stelt dat de armsten onder de armen daarom het meest vatbaar zijn om gevangen te raken in een lage of negatieve economische groei.</p><p>Hiernaast speelt geografie een belangrijke rol. Veel van de armste landen zijn <em>landlocked; </em>ze grenzen aan zee waardoor transportkosten zeer hoog zijn. Het zeer droge klimaat in arme landen speelt een negatieve rol in de landbouw productiviteit en voedselzekerheid. Tevens hebben veel tropische klimaten de ideale ecologische condities voor <em>killer </em>ziektes zoals malaria, schistosomiasis en knokkelkoorts.</p><p>De financiële middelen van de regering, het culturele klimaat, handelsbarrières, wetenschappelijk onderzoek gericht op rijke landen en de demografische fuik (hoge vruchtbaarheidscijfers) zijn verder belangrijk oorzaken van de armoedefuik.</p><p><strong>Uit de armoedefuik</strong></p><p>Om uit de armoedefuik te komen moet het inkomen per hoofd groeien, wat alleen mogelijk is als de kapitaalgroei (netto) groot genoeg is, zodat de bevolkingsgroei geen negatief effect heeft. Sachs is van mening dat dit bereikt kan worden door buitenlandse hulp in de vorm van officiële ontwikkelingshulp (ODA). Buitenlandse hulp zal een <em>boost </em>geven aan het proces van kapitaalgroei, economische groei en de groei van het inkomen van huishoudens. Als buitenlandse hulp wezenlijk genoeg is en lang genoeg duurt, dan zal het kapitaal van een land genoeg stijgen waardoor huishoudens in meer dan hun levensonderhoud kunnen voorzien. Wanneer dit punt bereikt is, kan het land uit de armoedefuik komen; ‘<em>the poverty trap is broken’. </em>Om extreme armoede te kunnen beëindigen, moet je slechts zorgen dat ze een voet op de trede van de ladder van ontwikkeling krijgen. Sachs ziet buitenlandse hulp dan ook niet als het uitdelen van geld, maar als een investering die mensen voor altijd uit extreme armoede haalt. </p><p><strong>Een <em>boost </em>van NGO’s</strong></p><p>De buitenlandse hulp die een <em>boost</em> kan betekenen in een extreem arm land, kan ook gegeven worden door NGO’s, zo blijkt uit de voorbeelden die Sachs in zijn boek geeft. Zo geeft hij het voorbeeld van extreem armen wonend aan (praktisch op) het spoor in India, die met behulp van een NGO (SPARC) kunnen onderhandelen met de regering. Dit leidde er uiteindelijk toe dat zij konden verhuizen naar een andere locatie. Kenmerkend voor ‘The End of Poverty’<em> </em>is echter wel dat hij NGO’s niet specifiek een rol toedicht wanneer hij de stappen bespreekt om extreme armoede uit te roeien.</p><p><strong>Acties van rijk en arm</strong></p><p>Om een einde te maken aan extreme armoede moeten zowel rijke als arme landen acties ondernemen. Het begin is een globaal pact tussen de rijke en arme landen. Sachs is van mening dat veel arme landen doen alsof ze hervormen, en veel rijke landen pretenderen hen te helpen. Hiernaast stelt hij dat ontwikkelingsorganisaties op projecten focussen op een symbolische in plaats van nationale schaal. Volgens hem is het dan ook nodig ‘<em>to fix the plumbing of international development assistance in order to be effective’</em>.</p><p>De VN secretaris zou de gehele inspanning moeten overzien, en ervoor moeten zorgen dat het globale pact in werking treedt. Hiernaast zou elk arm land zelf een <em>poverty reduction plan</em> moeten ontwikkelen om de millenniumdoelen te behalen. Rijke landen moeten op hun beurt kijken naar wat een land nodig heeft aan buitenlandse hulp. Hierna is het de taak van het IMF en de Wereldbank om het benodigde geld bij donoren op te halen. Sachs vindt de millenniumdoelen een belangrijke <em>tool </em>om de armoede mee te bestrijden, als het tenminste niet bij vage aspiraties blijft maar omgezet wordt in operationele doelen.</p><p><strong>Het Donorplan</strong></p><p>Ook donoren moeten een duidelijk plan hebben waarbij op een transparante manier wordt duidelijk gemaakt hoe hun doelen zullen worden behaald. Volgens Sachs moeten grote plannen en doelen via multilaterale donors gaan zoals de Wereldbank. Voor kleine projecten is het juist goed dit via het bilaterale kanaal te doen. Juist specifieke investeringen gesteund door donorhulp zijn nodig om het kapitaal per persoon te vergroten en aan de armoedefuik te ontsnappen; <em>donor aid lie[s] at the heart of breaking the poverty trap’. </em>NGO’s kunnen dit advies ook gebruiken voor hun eigen beleid, alhoewel Sachs dit niet zelf benoemt in zijn boek.</p><p>Wanneer het kapitaal groot genoeg is kan er in basisbehoeftes worden voorzien, kan er gespaard worden en is het de start van duurzame economische groei. Zonder hulp kunnen de nodige investeringen niet worden gefinancierd, aldus Sachs. De investeringen die nodig zijn kunnen gedaan worden door 0,7% van het BBP van donorlanden te besteden aan deze taak. Slechts 20% van de wereldbevolking leeft in extreme armoede, en het doel is om déze te beëindigen, niet alle armoede.</p><p><strong>Een rol voor NGO’s?</strong></p><p>Ontwikkelingsorganisaties moeten op projecten focussen op een nationale schaal. In de strategie van Sachs om extreme armoede te beëindigen is dit echter de enige keer dat hij de nadruk expliciet legt op NGO’s. De adviezen die hij geeft voor donorlanden en het algemene idee van kapitaalgroei, kunnen natuurlijk wel gebruikt worden in de plannen en projecten van NGO’s. Kijken naar wat een arm land nodig heeft en hierin investeren, geldt niet alleen voor landen, maar ook voor ontwikkelingsorganisaties.</p><p>Dat hij NGO’s niet specifiek noemt, hoeft echter niet te betekenen dat hij ze geen rol toedicht. Uit de voorbeelden en succesverhalen die hij geeft, blijkt dat NGO’s wel zeker een positieve rol kunnen spelen. Dat NGO’s geen aparte rol hebben in zijn strategie kan betekenen dat hij het logisch vindt dat ontwikkelingsorganisaties een rol spelen in het beëindigen van extreme armoede. We zouden bijvoorbeeld kunnen aannemen dat volgens Sachs, NGO’s onder de 0,7% van het BBP van een land vallen, waardoor zij een rol krijgen binnen het donorplan. Het is echter onduidelijk uit zijn strategie waar NGO’s die onafhankelijk van de overheid werken, precies een rol hebben. </p><p><strong>Heeft ontwikkelingshulp nut?</strong></p><p>Maar waarom zouden we de armen helpen? In zijn <a href="http://www.vpro.nl/programma/wintergasten/afleveringen/40168718/">interview met Joris Luyendijk in Wintergasten </a>zegt hij: <em>‘if you don’t understand that we are interconnected, you are a fool’</em>. Hard bewijs heeft laten zien dat er sterke verbanden zijn tussen de extreme armen en bedreigingen van nationale veiligheid. Ook vanuit een soort eigenbelang kunnen er genereuze acties ontstaan.</p><p>Zowel in het interview als in het boek geeft hij hiernaast voorbeelden van succesverhalen van ontwikkelingshulp, zoals het uitroeien van de pokken en het verhuizen van de mensen die aan het spoor woonden. Hij is vooral kritisch over de soort vragen die worden gesteld; Nederland moet zich niet afvragen of het klopt dat er zoveel geld uitgegeven wordt aan ontwikkelingshulp, ze moeten nog rijkere landen, zoals de VS en Japan vragen waarom zij dit niet doen. Er zijn namelijk maar weinig landen die ook daadwerkelijk 0,7% van hun BBP aan ontwikkelingshulp besteden.</p><p><strong>Armoede is wel ons probleem, en oplosbaar</strong></p><p>Sachs is dus voor ontwikkelingshulp, en voor meer investeringen, hij stelt zelfs dat zonder buitenlandse hulp de extreem armen nooit uit de armoedefuik zullen ontsnappen. Ontwikkelingsorganisaties lijken een positieve rol te spelen in Sachs zijn theorie, maar worden echter niet expliciet genoemd. Ontwikkelingshulp moet volgens Sachs echter wel op een andere manier worden vormgegeven om echt effectief te zijn. Wanneer dit gebeurt, is het mogelijk om  extreme armoede uit de wereld te bannen. Het idee dat armoede daar niet ons probleem is, is volgens Sachs achterhaald. Hij is het eens met John F. Kennedy: ‘<em>if we can’t save the many who are poor, we can’t save the few who are rich.’</em></p><p><em></em> </p><p><em>Discussieer mee over de toekomst van het maatschappelijk middenveld op de nieuwsblog <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/nieuwsblog-de-n-van-ngo/">&#8216;de N van NGO&#8217;</a>.</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-end-of-poverty-en-de-rol-van-ngo%e2%80%99s/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>Marinus Verweij (deel 1): ‘De overheid is steeds meer de spelregels gaan bepalen.’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/marinus-verweij-deel-1-%e2%80%98de-overheid-is-steeds-meer-de-spelregels-gaan-bepalen-%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/marinus-verweij-deel-1-%e2%80%98de-overheid-is-steeds-meer-de-spelregels-gaan-bepalen-%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Tue, 24 Jan 2012 05:00:42 +0000</pubDate> <dc:creator>Mieke Olde Engberink</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category> <category><![CDATA[ICCO]]></category> <category><![CDATA[ngo-sector]]></category> <category><![CDATA[toekomstvisie]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19601</guid> <description><![CDATA[Waar blijft ICCO in de discussie over de toekomst van ngo’s in de OS-sector? Tijd om polshoogte te nemen in Utrecht. Vice Versa ging op bezoek bij ICCO directeur Marinus Verweij, om naar zijn visie op de toekomstige rol van ICCO en andere ngo’s te vragen. Verweij blijkt de discussie aardig te volgen en schreef zelf ook een visiedocument, dat vorige week uitkwam.  ‘Ook ICCO heeft duidelijke statements rondom het maatschappelijk middenveld. Het is tijd voor een herijking, want de sector is te verstatelijkt geworden.’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/marinus-verweij-deel-1-%e2%80%98de-overheid-is-steeds-meer-de-spelregels-gaan-bepalen-%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/marinus-verweij-deel-1-%e2%80%98de-overheid-is-steeds-meer-de-spelregels-gaan-bepalen-%e2%80%99/verweij/" rel="attachment wp-att-19616"><img class="alignleft size-medium wp-image-19616" title="Verweij" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/Verweij-199x300.jpg" alt="" width="154" height="204" /></a>Waar blijft ICCO in de discussie over de toekomst van ngo’s in de OS-sector? Tijd om polshoogte te nemen in Utrecht. Vice Versa ging op bezoek bij de voorzitter van de Raad van Bestuur van ICCO, Marinus Verweij, om naar zijn visie op de toekomstige rol van ICCO en andere ngo’s te vragen. Verweij blijkt de discussie aardig te volgen en schreef zelf ook een visiedocument. ‘Ook ICCO heeft duidelijke statements rondom het maatschappelijk middenveld. Het is tijd voor een herijking, want de sector is te verstatelijkt geworden.’</strong></p><p><strong>Het is redelijk stil geweest rondom ICCO in de discussie over de toekomst van het maatschappelijk middenveld in de ontwikkelingssector. Waarom trad u niet meteen in de voetsporen van René Grotenhuis (Cordaid) en Jan Gruiters (IKV Pax Christi) en bracht u pas kortgeleden uw visiedocument uit?</strong></p><p>‘Wij wilden niet voor de troepen uitlopen, maar ook niet wachten op het non-paper van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De visie van ICCO is onafhankelijk van het non- paper en geeft ons eigen standpunt weer. Ook ICCO heeft duidelijke statements rondom het maatschappelijk middenveld. Al in 2005 was er een duidelijk besef dat decentralisatie en vernieuwing nodig was. Dit alles stond nog los van het debat over de bezuinigingen in de sector. ICCO wilde meer programmatisch werken, tweederde van de medewerkers in regiokantoren op locatie plaatsen en zo dichter op de partners zitten om hun stem en de veranderende rollen te accommoderen. Dat is het begin geweest van een duidelijke investering in onze toekomst.’</p><p><strong>U komt zelf uit de zorgsector. Ziet u gelijkenissen tussen bezuinigingen daar en binnen de ontwikkelingssector?</strong></p><p>‘Ook in de zorgsector zijn er altijd debatten over gesubsidieerde clubs. Het debat over de herijking van het medefinancieringskanaal in de OS-sector, dat zie je overal. In de zorgsector waren er clubs waarvan ik vijf tot tien jaar geleden dacht; die zijn voor eeuwig en gaan nóóit meer weg. Toch zijn ook deze organisaties verdwenen. De huidige periode in de OS-sector is een periode van herijking. De samenwerking tussen het maatschappelijk middenveld en de overheid is ontzettend succesvol geweest. Nederlandse organisaties hebben een enorm <em>track record</em> opgebouwd. Er is echter steeds meer discussie en spanning rondom het tweede medefinancieringsstelsel (MFS), dat nogal algemeen is en de MFS organisaties veel regeldruk bezorgt. Als je dat gaat vernieuwen is het een uitdaging om niet het kind met het badwater weg te gooien.’</p><p><strong>Heeft onder meer de regeldruk van MFS eraan bijgedragen dat het managementdenken dat PhD student Willem Elbers constateert, steeds verder zijn intrede deed in de OS-sector?</strong></p><p>‘Je zou er twee dingen over kunnen zeggen. Aan de ene kant is de intrede van de managementlogica een verklaarbare ontwikkeling. Je moet betrouwbaar zijn en kunnen uitleggen aan de burger dat wat je doet effect heeft. Dat vind ik prima, professionalisering is nooit verkeerd. Aan de andere kant is de manier waarop de overheid probeert de resultaten van ons werk te meten onrealistisch, en dat is ook waar Elbers opduikt. De overheid kiest duidelijk voor de cijfers, men wil meten op een vrij korte tijdshorizon. Dat kan je doen als je gaat meten hoeveel muskietennetten je uitgedeeld hebt, maar als je het hebt over ingewikkelde politieke processen, zoals conflicttransformatie of democratisering, dan moet je zo realistisch zijn om te zeggen dat we dat niet op een termijn van drie of vier jaar kunnen meten. Er is een steeds grotere druk op de programma’s om meer kwantitatieve methoden te gebruiken. Als we twintig jaar verder zijn en de geschiedenisboeken schrijven, denk ik dat we over de evaluaties toch constateren dat die evaluatieconclusies niet het hele verhaal vertellen.’</p><p><strong>Denkt u dat er daarom een verschuiving plaatsvindt naar makkelijk meetbare en oppervlakkige thema’s?</strong></p><p>‘Ja, dat is het risico dat je loopt. Korte termijn projecten zijn meestal goed meetbaar en hebben grotere kans op succes. Als dat betekent dat je dan de structurele problemen maar laat zitten, dan ben je wel kort door de bocht bezig.’</p><p><strong>Is dit een reden om meer afstand te nemen van de overheid?</strong></p><p>‘Je zou in algemene zin kunnen zeggen dat ik vind dat de sector te verstatelijkt is geworden. Dit heeft te maken met het effect van het financieringskanaal en wat er allemaal bij is komen kijken. We zijn heel erg <em>close</em> met de overheid. De discussie rondom MFS, de evaluaties en de verschillende thema’s zijn heel erg bepalend geworden voor wat ngo’s doen. Dat vind ik verkeerd. De rol van de overheid en de rol van het maatschappelijk middenveld verschillen. Dat je samenwerkt is prima, maar we zijn niet hetzelfde. Overheidsfinanciering heeft ertoe geleid dat de overheid steeds meer bepaalt wat de spelregels zijn. Dit is allemaal verklaarbaar, maar voor ICCO leidde dit naar twee vragen. Ten eerste: willen we financieel zo afhankelijk zijn van een enkele partij, de overheid? Zeventig procent van onze financiering komt uit MFS. Dat is al minder dan het aanvankelijk was, maar nog een groot deel natuurlijk. Deze vraag speelde al langer, maar is nu in turbostand gekomen vanwege de enorme klap van de bezuinigingen. Ten tweede wil ICCO een herijking van de eigen positie. Wat  betekenen wij als maatschappelijke organisatie? Het is de komende jaren erg belangrijk om aansluiting te vinden bij de Nederlandse maatschappij en het Zuiden.’</p><p><strong>Bent u het wat dat betreft eens met IKV Pax Christi directeur Jan Gruiters die zegt dat organisaties terug moeten gaan naar hun eigen waardeoriëntatie?</strong></p><p>‘Ja. Dat heeft ook te maken met dat kwantificeerbare waar we het net over hadden. We zijn teveel terecht gekomen in de hoek van de ‘probleemoplossers’. Daar is niets verkeerds aan. Je moet ook transparant zijn in wat je doet en bereikt, maar ik denk dat het debat daar teveel in gevangen is. Het is een soort fuik waar je op een gegeven moment in terecht komt. Een waardeoriëntatie moet weer deel van het debat worden, door vragen te stellen als ‘Waarom doet het maatschappelijk middenveld wat het doet? Waarom vinden wij het onverdraaglijk dat mensen niet tot hun recht komen? Waarom vinden we  dat onrecht en armoede bestreden moet worden?’</p><p>&nbsp;</p><p><em>Lees morgen deel 2 van het interview met ICCO directeur Marinus Verweij over onder meer de opkomst van zuidelijke ngo’s en de toekomstige rol van ICCO. Doe zelf mee aan de discussie en reageer op de <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/nieuwsblog-de-n-van-ngo/">nieuwsblog </a>’N van NGO’.</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/marinus-verweij-deel-1-%e2%80%98de-overheid-is-steeds-meer-de-spelregels-gaan-bepalen-%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>De ethiek van de ontwikkelingsinterventies door NGO’s</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/de-ethiek-van-de-ontwikkelingsinterventies-door-ngo%e2%80%99s/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/de-ethiek-van-de-ontwikkelingsinterventies-door-ngo%e2%80%99s/#comments</comments> <pubDate>Mon, 23 Jan 2012 11:00:05 +0000</pubDate> <dc:creator>Paul Hassing</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19475</guid> <description><![CDATA[Er kan wel degelijk een negatief aspect zitten aan het Nederlandse maatschappelijk middenveld dat met veel geld het lokale maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden komt ondersteunen. Dat schrijft oud-topambtenaar Paul Hassing in zijn nieuwe opiniebijdrage. Is het niet belangrijker dat lokale maatschappelijke organisaties hun wensen bij de overheid neerleggen en daar de oplossing zoeken? Tenslotte is ook een maatschappelijke organisatie gebaat bij een sterke overheid. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/de-ethiek-van-de-ontwikkelingsinterventies-door-ngo%e2%80%99s/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/de-ethiek-van-de-ontwikkelingsinterventies-door-ngo%e2%80%99s/paulhassing-3/" rel="attachment wp-att-19568"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-19568" title="paulhassing" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/paulhassing-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Er kan wel degelijk een negatief aspect zitten aan het Nederlandse maatschappelijk middenveld dat met veel geld het lokale maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden komt ondersteunen. Dat schrijft oud-topambtenaar Paul Hassing in zijn nieuwe opiniebijdrage. Is het niet belangrijker dat lokale maatschappelijke organisaties hun wensen bij de overheid neerleggen en daar de oplossing zoeken? Tenslotte is ook een maatschappelijke organisatie gebaat bij een sterke overheid.</strong></p><p><em>Door Paul Hassing</em></p><p>Sinds de twee bijeenkomsten van alle Nederlandse ngo’s in Ede in 2008, waar het de bedoeling was om van gedachten te wisselen over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, is de interne discussie over rol en noodzaak van het middenveld binnen ontwikkelingssamenwerking niet veel opgeschoten.</p><p>Het WRR rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ (2010) heeft geconcludeerd dat het NGO model zijn langste tijd gehad heeft, maar dit heeft vooral defensieve reacties uit het veld opgeleverd. Het rapport zou teveel over economische groei gaan en te weinig oog hebben voor de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld. De sector vond dat het vooral een kwestie was om de boodschap nog duidelijker voor het voetlicht te brengen; een kwestie van de afdeling marketing nog eens goed naar de communicatie strategie te laten kijken. Insiders wisten toen al dat deze discussie in het teken stond van de op handen zijnde subsidieverstrekking voor het middenveld, de zogenaamde MFS II. Geen van de bestuurders die het risico wilde lopen om met uitspraken een korting op te lopen, gewend als men was dat er van alles in Den Haag ‘te regelen’ valt.</p><p>Maar sinds kort komen de nuances naar boven en durven sommige bestuurders een eerste kritische reactie te laten horen, ja komen zelfs met een eerste koerswijziging. Ze nemen op de koop toe dat ze door de sector worden bekritiseerd. Hulde! Een hele verademing bij de defensieve opstelling van organisaties als Hivos, OxfamNovib, BothEnds, UNICEF en al die anderen die vooral hun eigen boodschap herhalen.</p><p>Maar de essentiële uitdaging is en blijft wat de nieuwe rol van het maatschappelijke middenveld moet worden. Wat is er veranderd en hoe daarop in te spelen?</p><p><strong><em>Over welk maatschappelijk middenveld hebben we het eigenlijk?</em></strong></p><p>Het maakt nogal verschil of de discussie gaat over de rol van het Nederlandse maatschappelijk middenveld als onderdeel van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid of over de rol van het maatschappelijk middenveld in een willekeurig ontwikkelingsland. Deze rollen zijn namelijk niet identiek.</p><p>In nogal wat ontwikkelingslanden staat de ontwikkeling van het middenveld nog in de kinderschoenen en wordt het oprichten en ontstaan van lokale organisaties nogal eens afgedwongen (60% in bijvoorbeeld Uganda) door de behoefte van bijvoorbeeld onze Nederlandse ngo’s aan een counterpart. Ook zien nogal wat lokale deskundigen de mogelijkheid om een ngo op te richten omdat het gezien wordt als een kans om op die manier internationale middelen binnen te halen en zichzelf en anderen van leuk werk te verzekeren. Deze organisaties hebben geen maatschappelijke verankering in hun eigen samenleving, noch weten ze middelen te genereren uit hun eigen, rijke deel van de samenleving.</p><p>Natuurlijk dient hier enige nuancering aangebracht te worden omdat het ene ontwikkelingsland niet zomaar met het andere vergeleken kan worden en er substantiële verschillen bestaan. En natuurlijk is er niets tegen individuele initiatieven van energieke en slimme mensen, maar daarmee is nog niet vastgesteld dat dit de manier is om een lokaal maatschappelijk middenveld te ondersteunen.</p><p>Ik heb eerder op Vice Versa trachten uiteen te zetten dat de rol van het Nederlandse maatschappelijk middenveld steeds meer is gaan lijken op die van een onderaannemer van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid: meebuigen met de laatste thematische prioriteiten, interventies beperken tot het laatste landenlijstje en vooral als het braafste meisje van de klas voldoen aan de nieuwste regels en procedures van het ministerie.</p><p>Hiermee wordt het Nederlandse middenveld de facto een verlengstuk van de Nederlandse overheid en is het met de onafhankelijkheid (grotendeels) gedaan. Dit is een langzaam proces geweest van jaren.</p><p>Misschien dat we ook wel tot de conclusie moeten komen dat de bestaande filosofie van veel Nederlandse ngo’s om een stem aan het Zuiden te geven hier in Nederland aan wat er daar mis is, achterhaald is. Misschien dat de Arabische lente ons heeft geleerd dat het er vooral om gaat om mensen een stem te geven in hun eigen land, bij hun eigen regering, bij het bedrijfsleven. Of een stem hier maar dan gericht op de inconsistenties van ons nationale en EU beleid. En dat het concentreren op nog een waterput of ziekenhuis ons het perspectief op de noodzaak van het emanciperen van bepaalde groepen in de samenleving heeft ontnomen. Dat het beleid te technocratisch is geworden, teveel is gericht op beperkte resultaten.</p><p><strong><em>Welke ethiek volgt het maatschappelijk middenveld?</em></strong></p><p>Tijdens de kerstperiode heb ik eindelijk het boek ‘Congo’ gelezen van David van Reybrouck dat al zes maanden op mijn bureau lag. In dit boek schetst hij op overtuigende wijze de ontwikkelingen van dit immense land in centraal Afrika sinds 1884. Mijn vriend wilde drie maanden lang na het lezen van dit boek even niets meer weten van internationale samenwerking. Die tijd had hij nodig om het boek een plaats te kunnen geven. Van Reybrouck beschrijft hoe het bedrijfsleven en de internationale ngo’s de zaken regelen in Kivu en sommige andere delen van Congo.</p><p>Ik moest ogenblikkelijk denken aan al die Nederlandse ngo’s die nu in sneltreinvaart mensen zoeken voor Afghanistan, Zuid Soedan, Somalië en Haïti. Landen waarvan zij vinden dat de overheid afwezig is en er toch veel moet gebeuren. Wat vroeg ik me af, als al die mensen nou eens gingen werken voor de overheid met de middelen van al deze organisaties? Zou het dan niet binnen de kortste tijd veel beter gaan met de effectiviteit van de overheid? Wat is de waarde van een opmerking nog van Oxfam als zij stelt dat de voortgang in Haïti beperkt wordt door de afwezigheid van de overheid? En wie helpt de overheid? Oxfam? Nee, die investeert al zijn middelen in het lokale maatschappelijke middenveld.</p><p>Welke ethiek om te interveniëren hanteert Oxfam hier? De ethiek van de inzamelingsactie, snel veel geld ophalen omdat er zoveel acute leed is? Het is makkelijk om de oorzaak bij een falende staat neer te leggen, waarvan alle infrastructuur verloren is gegaan en dossiers niet terug te vinden zijn.</p><p>Maar deze ethische vraag kan ook gesteld worden ten aanzien van zoiets simpels als de drinkwatervoorziening. Miljarden mensen lijden onder een slechte drinkwatervoorziening en dagelijks gaan veel kinderen daaraan dood. Ja toch? Dus maatschappelijke organisaties ….. werk aan de winkel! Ga met de dorpen in overleg hoe dat georganiseerd kan worden want de overheid krijgt deze klus niet geklaard. Maar is dat de goede aanpak? Is het niet zo dat drinkwater een publieke dienst is en dat het ondenkbaar is dat op middellange of langere termijn drinkwatervoorziening in particuliere handen blijft?</p><p>Nergens op de wereld is dit in private handen om de simpele reden dat daarmee een monopoliepositie wordt geschapen. Waarom niet overleg met de overheid aangaan over de noodzaak van een betere drinkwatervoorziening en de overheid betalen voor het aanbrengen van die voorziening?  Inderdaad, samenwerken met de (lokale) overheid op dit punt ligt veel meer voor de hand. De overheid dit werk uit handen nemen lost echt niet veel op. Dat zal er vooral toe kunnen leiden dat de overheid achterover leunt en verleid wordt te klagen over de geringe internationale ondersteuning.</p><p>Wat ik hiermee duidelijk wil maken, is dat er wel degelijk een negatief aspect kan zitten aan het Nederlandse maatschappelijk middenveld dat met veel geld het lokale maatschappelijk middenveld komt ondersteunen. Dat gaat nogal eens ten koste van de rol van de overheid. Van Reybroeck weet dat in zijn boek heel overtuigend neer te zetten.</p><p>Is hier een fundamentele discussie niet op zijn plaats over welke relatie het maatschappelijk middenveld heeft ten opzichte van de overheid en publieke diensten? Is het niet belangrijker dat lokale maatschappelijke organisaties hun wensen bij de overheid neerleggen en daar de oplossing zoeken. Tenslotte is ook een maatschappelijke organisatie gebaat bij een sterke overheid, niet bij een zwakke zoals nu wel eens impliciet wordt gesuggereerd. In dat licht kan ook de huidige vrijage met het bedrijfsleven in een ander perspectief worden gezien. Nu is het vooral ingegeven om ander financiële bronnen aan te boren, maar het gaat voorbij aan de vragen over de ethiek van de eigen interventies. Ook de vraag wanneer het moment is aangebroken om een duidelijke uitvoerende rol af te bouwen, zou in dat kader nader onderbouwd kunnen worden.</p><p><strong><em>Hoe kan de onafhankelijkheid van het Nederlandse middenveld hersteld worden?</em></strong></p><p>Het antwoord zou simpel kunnen zijn. Door geen subsidie van de overheid meer te ontvangen en alleen uit te gaan van eigen donaties. Voor een of twee politiek partijen in Nederland klinkt dit als muziek in de oren. Maar ook het Nederlandse beleid en de meeste politieke partijen vinden mensenrechten, democratisering, vrije pers, toegang tot informatie, eerlijke verkiezingen, ingrijpen in noodsituaties, coherentie en een onafhankelijke rechtspraak van groot belang. Zaken die in een bilateraal kader moeilijk gerealiseerd kunnen worden omdat ambassades nou eenmaal binnen de grenzen van de lokale, nationale politiek moeten opereren en dus geneigd zijn een eigen censuur op te leggen. Ook andere nationale Nederlandse belangen (bedrijfsleven, gedetineerde Nederlanders, verwerven van internationale steun) kunnen daardoor in het gedrang komen. De bovengenoemde belangen kunnen ook niet gerealiseerd worden via het multilaterale kanaal omdat dat kanaal vaak vergelijkbare belangen heeft. De maatschappelijke organisaties zijn daarvoor het beste gepositioneerd.</p><p>De onafhankelijkheid van het middenveld kan ook versterkt worden door meer aandacht te besteden door het coherentievraagstuk in Nederland en de EU aan de kaak te stellen. Ik heb hier eerder een artikel over geschreven. Niet dat het nu helemaal niet gebeurt, maar het is beperkt in omvang. Is deze beperking zelf opgelegd om onze regering niet teveel voor de voeten te lopen omdat anders de klassieke subsidies worden misgelopen? Is hier niet een ongrijpbare hand maatgevend resulterend in een vorm van eigen censuur?</p><p><strong><em>Wat te doen met de thematische ngo’s? Wat wordt hun rol?</em></strong></p><p>Hiermee bedoel ik die organisaties die een thematische focus hebben: Aqua for all, Flying doctors, IUCN, etc. Deze organisaties zijn in het verleden door de bewindspersonen van dat moment en zijn ambtenaren verleid om snel invulling te geven aan een nieuwe politieke prioriteit.</p><p>Het bilaterale kanaal is daarvoor veel minder geschikt. Mijn eigen ervaring gebiedt mij dit te erkennen, hoe cynisch dit ook moge klinken. Echter, met het instellen van het MFS I en II programma kan bijna geen Nederlandse organisatie nog inspelen op de nieuwe prioriteiten van de huidige parttime staatssecretaris. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat vooral het bedrijfsleven van de nieuwe prioriteiten gaat profiteren.</p><p>De meeste thematische ngo’s zijn voor hun bestaan bijna volledig afhankelijk van subsidie van de overheid. Ze zijn nu veelal ‘ondergedoken’ in de afgedwongen consortia, maar of dat een lang leven beschoren blijft valt te bezien. Ook Knapen wil waarschijnlijk dat deze thematische organisaties zich op termijn concentreren rond de vijf thematische kenniscentra. Dat betekent dan exit voor een aantal organisaties met een andere thematische oriëntatie.</p><p>Ligt het dan voor de hand dat deze organisaties een eigen niche zoeken binnen de thematische thema’s? Niet langer uitvoerend, maar ondersteunend aan maatschappelijke vraagstukken zoals democratisering, mensenrechten, coherentie en dergelijke? Vragen die om een antwoord vragen.<strong><br /> </strong></p><p><strong><em>Hoe kan er een meer volwassen en gelijkwaardige relatie ontstaan tussen het middenveld hier en daar?</em></strong><em><br /> </em></p><p>Het stellen van deze vraag betekent het ondersteunen van de stelling dat deze relatie nu niet volwassen en gelijkwaardig is. Er zullen organisaties zijn, zoals Hivos en Oxfam, die dit ontkennen. Die niet nalaten te benadrukken dat dit precies hun uitgangspunt is. Maar praktijkmensen weten dat dit maar gedeeltelijk juist is, maar voor een klein gedeelte zelfs juist.</p><p>Op een zeepkist tijdens die bewuste bijeenkomst in Ede, heb ik met een collega beweerd dat de middelen net zo goed door de ambassade kunnen worden verdeeld en beheerd. Daarvoor is geen makelaarsrol van de Nederlandse ngo’s nodig. Daarop werd toen afkeurend gereageerd, niet door de minsten of geringsten uit de sector: ambtenaren kunnen dit niet, dit kost arbeidsplaatsen in Nederland, dat zal nooit gebeuren, dat ‘regelen’ we wel in Den Haag en nog meer van dat soort opmerkingen.</p><p>Nu drie jaar later, ben ik van mening dat niet alle ondersteuning perse via de ambassade hoeft te lopen. Het zou ook via de nationale overheid kunnen lopen omdat daarmee de nationale overheid impliciet gesteund wordt om hun eigen ngo’s een maatschappelijke rol toe te kennen. Iets waar ze zich nu nauwelijks mee bezighouden, maar waar vanuit een perspectief van emancipatie en transparantie veel voor te zeggen is. Natuurlijk zouden de meer politiek gevoelige interventies beter via het Nederlandse maatschappelijke middenveld kunnen lopen.</p><p>Blijft er nog de typisch Nederlandse vraag over hoeveel middelen er dan nog aan het maatschappelijk middenveld besteedt moet worden. Is deze vraag echt relevant? Is het antwoord op deze vraag niet de resultante van een herbezinning? Maakt het nou echt veel uit hoeveel geld er beschikbaar komt als blijkt dat het huidige concept achterhaald is? Is de tijd niet voorbij dat een discussie alleen maar kan plaatsvinden als eerst steun geuit wordt aan het handhaven van het budget? Daarmee hebben wij, de sector, onszelf te lang in een catch 22 houding gegijzeld. Uit die knellende omhelzing moeten we ons bevrijden en snel graag.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/de-ethiek-van-de-ontwikkelingsinterventies-door-ngo%e2%80%99s/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk: basic
Page Caching using disk: enhanced
Database Caching 2/57 queries in 0.022 seconds using disk: basic
Object Caching 1066/1183 objects using disk: basic

Served from: www.viceversaonline.nl @ 2012-02-08 02:22:55 -->
