<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Vice Versa</title> <atom:link href="http://www.viceversaonline.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.viceversaonline.nl</link> <description>Vakblad over ontwikkelingssamenwerking</description> <lastBuildDate>Thu, 17 May 2012 09:42:48 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator> <xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" /> <item><title>Latijns-Amerikaans armoedebeleid kijkt te veel naar gemiddelden</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/latijns-amerikaans-armoedebeleid-kijkt-te-veel-naar-gemiddelden/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/latijns-amerikaans-armoedebeleid-kijkt-te-veel-naar-gemiddelden/#comments</comments> <pubDate>Thu, 17 May 2012 04:00:01 +0000</pubDate> <dc:creator>Marianela Jarroud</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23190</guid> <description><![CDATA[IPS  — Het armoedebeleid van de Latijns-Amerikaanse landen kijkt te veel naar de nationale gemiddelden. Daardoor gaat het voorbij aan de zware achterstelling in bepaalde zones, vooral op het platteland. Dat blijkt uit het Latijns-Amerikaans Rapport over Armoede en Ongelijkheid 2011. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/latijns-amerikaans-armoedebeleid-kijkt-te-veel-naar-gemiddelden/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div><div><h1><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/latijns-amerikaans-armoedebeleid-kijkt-te-veel-naar-gemiddelden/latijsnamserika/" rel="attachment wp-att-23192"><img class="alignleft size-full wp-image-23192" title="latijsnamserika" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/latijsnamserika.jpg" alt="" width="225" height="224" /></a>IPS  — Het armoedebeleid van de Latijns-Amerikaanse landen kijkt te veel naar de nationale gemiddelden. Daardoor gaat het voorbij aan de zware achterstelling in bepaalde zones, vooral op het platteland. Dat blijkt uit het Latijns-Amerikaans Rapport over Armoede en Ongelijkheid 2011.</h1></div></div><div><div></div><div>Latijns-Amerika is nog steeds een van de regio&#8217;s met de grootste ongelijkheid ter wereld. Waar je precies geboren wordt, heeft enorme gevolgen voor je sociaaleconomische toekomst, zegt de studie, die vorige week woensdag in de Chileense hoofdstad is gepresenteerd door het Latijns-Amerikaans Centrum voor Plattelandsontwikkeling (Rimisp).</div><div><p>Wie op het platteland geboren wordt, in een zone met weinig inwoners, en met relatief meer inheemse inwoners of inwoners van Afrikaanse herkomst, komt er vaak slechter vanaf dan veel landgenoten.</p><p>Er zijn landen met een relatief lage ontwikkeling die geen gebieden hebben met voorsprong of achterstand ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Maar andere landen, met een relatief hoge ontwikkeling, hebben slechts enkele zones met goede resultaten terwijl de rest achtergesteld is.</p><h2>Tirannie van de gemiddelden</h2><p>Nationale cijfers zijn daarom geen goede basis voor een armoedebeleid, zegt onderzoekscoördinator Ignacia Fernández, sociologe aan de Universiteit van Barcelona. Armoedebeleid dat niet differentieert maakt de problemen soms nog erger, zegt ze.</p><p>&#8216;De tirannie van de gemiddelden verbergt belangrijke verschillen. Een goed voorbeeld is Chili. Over het algemeen is het Chileense gemiddelde goed in vergelijking met de rest van de regio. Maar het heeft wel gemeenschappen met indicatoren die gelijklopen met die in Nigeria, en andere die met Zwitserland te vergelijken zijn.&#8217;</p><p>Het Rimisp deed onderzoek in Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Mexico, Nicaragua en Peru. Telkens gingen ze na hoe het er is gesteld met de gezondheidszorg, het onderwijs, de economische dynamiek en tewerkstelling, de inkomens en armoede, de veiligheid en de gendergelijkheid.</p></div></div> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/latijns-amerikaans-armoedebeleid-kijkt-te-veel-naar-gemiddelden/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Klaar voor verandering?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/klaar-voor-verandering/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/klaar-voor-verandering/#comments</comments> <pubDate>Wed, 16 May 2012 11:00:29 +0000</pubDate> <dc:creator>Céline Hoeks</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23159</guid> <description><![CDATA[Welke landen zijn goed voorbereid op verandering? En welke landen hebben het vermogen te profiteren van de mogelijkheden die verandering met zich meebrengt? Dat zijn de vragen die KPMG International en het Overseas Development Institute (ODI) pogen te beantwoorden met hun nieuw ontwikkelde Change Readiness Index 2012. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/klaar-voor-verandering/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/klaar-voor-verandering/change-readiness-index-cover-2/" rel="attachment wp-att-23164"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-23164" title="change-readiness-index-cover" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/change-readiness-index-cover1-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Welke landen zijn goed voorbereid op verandering? En welke landen hebben het vermogen te profiteren van de mogelijkheden die verandering met zich meebrengt? Dat zijn de vragen die <a href="http://www.kpmg.com/global/en/issuesandinsights/articlespublications/change-readiness/pages/default.aspx" target="_blank">KPMG International </a>en het <a href="http://www.odi.org.uk/news/details.asp?id=551&amp;title=change-readiness-index-provides-new-insight-into-countries-ability-respond-change" target="_blank">Overseas Development Institute (ODI)</a> pogen te beantwoorden met hun nieuw ontwikkelde <em>Change Readiness Index 2012</em>.</strong></p><p>In de huidige wereld, die constant ontwikkelt en waarin landen in toegenomen mate met elkaar in verbinding staan, is verandering onontkoombaar. Landen, bedrijven en instellingen overal ter wereld hebben iedere dag te maken met verandering en de mogelijkheden en gevaren die dat met zich meebrengt. Een voor de hand liggend voorbeeld is de impact van de financiële crisis op Nederland, Europa en nagenoeg de hele wereld. Maar ook de crises omtrent voedselzekerheid, klimaatverandering, politieke instabiliteit, urbanisatie en bevolkingsgroei zijn in toenemende mate globaal voelbaar.</p><p>Toch blijken sommige landen beter dan andere landen in staat adequaat te reageren op verandering. Die landen hebben het vermogen goed in te spelen op ontstane mogelijkheden en kunnen tegelijkertijd bijkomend risico verminderen. Dit vermogen om te gaan met verandering, zo luidt de hypothese waarop de <em>Change Readiness Index</em> is gebaseerd, lijkt een belangrijke determinant te zijn in de duurzame ontwikkeling en groei van een land. In de huidige tijdsgeest, waarin het begrip duurzaamheid aan populariteit wint, komt de index als geroepen.</p><p>Het idee voor een index, die meet in hoeverre een land nationale groei in stand kan houden en toekomstige uitdagingen de kop kan bieden, ontstond in 2010 tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum. De index is daarna ontwikkeld in nauwe samenwerking met belangrijke stakeholders en landendeskundigen en door raadpleging van bestaande academische literatuur.</p><p>De vooruitkijkende index meet niet alleen de capaciteit van de overheid, maar kijkt naar het vermogen van het hele land, inclusief de private sector en het maatschappelijk middenveld, om effectief om te gaan met verandering. Door de onderliggende factoren van dit  ‘<em>change readiness</em>’ vermogen bloot te leggen, beoogt de index nieuwe inzichten te bieden voor nationale en internationale beleidsontwikkeling en donoracties gericht op het versterken van het gouvernementeel, economisch en sociaal vermogen van een land.</p><p><strong>Chili</strong></p><p>De index is ontwikkeld rondom een set van indicatoren, die nader onverdeeld kunnen worden in drie categorieën: economische capaciteit, beleidscapaciteit en sociale capaciteit. De index bouwt voort op een aantal bestaande indices van onder andere het World Economic Forum en de Wereldbank. Maar ze voegt ook zelf een aantal nationale indicatoren toe, zoals het nationale beheer rondom het macro-economisch klimaat, de diversificatie van de economische structuur en het vermogen risico te minimaliseren, de relatie tussen de staat en het bedrijfsleven en de rol van het maatschappelijk middenveld.</p><p>De index toont een paar opvallende uitkomsten, die de algemeen heersende verwachting tegenspreken. Zo komt Chili als eerste uit de meting, terwijl een hoog aangeschreven land als Brazilië de 31<sup>ste</sup> plaats inneemt. Maleisië scoort met haar zevende plek veel hoger dan Thailand (32<sup>ste</sup> plek), terwijl de twee landen een redelijk gelijke groeitrend laten zien in BNP. Ook komt Ghana (18<sup>de</sup> plek) veel positiever uit de meting dan Zimbabwe, die op de 58<sup>ste</sup> plek staat. Dit terwijl beide landen laag scoren op conventionele metingen, zoals die van het World Economic Forum.</p><p>De <em>Change Readiness Index</em> kan daarmee ook dienen als een belangrijk medium waarmee de uitkomsten van andere reeds conventionele meetinstrumenten kunnen worden geverifieerd. De index staat echter nog wel in haar kinderschoenen en dus is enige terughoudendheid geboden. De aankomende jaren zullen KPMG en ODI de index nader onderzoeken en verfijnen en de jaarlijkse vooruitgang van landen op de index meten, om op die manier te werken aan de verdere verbetering en versterking van het meetinstrument.</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/klaar-voor-verandering/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Zonder rancune strijden voor een betere wereld?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/#comments</comments> <pubDate>Wed, 16 May 2012 04:00:56 +0000</pubDate> <dc:creator>Hans Beerends</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[kleine verhalen over solidariteit]]></category> <category><![CDATA[Lieven]]></category> <category><![CDATA[Michael Parenti]]></category> <category><![CDATA[Sybe Schaap]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23140</guid> <description><![CDATA[Onlangs verschenen drie boeken over actievoeren voor een betere wereld. Sybe Schaap, VVD senator en filosoof, schreef een boek over de opmars van het rancuneuze gif  bij maatschappelijke bewegingen; Micael Parenti, een Amerikaanse politicoloog en publicist roept mensen op te ageren tegen de 1 % rijken die de wereld regeren en de Belgische vakbondsman Lieven Vanhoutte schreef over zijn ontmoetingen met actievoerders in derde en eerste wereld. Drie heel verschillende visies op het actie voeren voor een betere wereld. Hans Beerends, publicist en auteur van het boek ‘De Derde Wereldbeweging’, schreef een recensie over de drie boeken. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/kleine-verhalen_def-indd-2/" rel="attachment wp-att-23144"><img class="alignleft size-full wp-image-23144" title="kleine verhalen_def*.indd" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/kleine-verhalen1.jpg" alt="" width="130" height="161" /></a>Onlangs verschenen drie boeken over actievoeren voor een betere wereld. Sybe Schaap, VVD senator en filosoof, schreef een boek over de opmars van het rancuneuze gif  bij maatschappelijke bewegingen; Micael Parenti, een Amerikaanse politicoloog en publicist roept mensen op te ageren tegen de 1 % rijken die de wereld regeren en de Belgische vakbondsman Lieven Vanhoutte schreef over zijn ontmoetingen met actievoerders in derde en eerste wereld. Drie heel verschillende visies op het actie voeren voor een betere wereld. Hans Beerends, publicist en auteur van het boek ‘De Derde Wereldbeweging’, schreef een recensie over de drie boeken.</strong></p><p><strong>Sybe Schaap: ‘Het rancuneuze gif, de opmars van het onbehagen’</strong></p><p>Rancune, een verongelijkt slachtoffergevoel, haat, wantrouwen en het demoniseren van tegenstanders is het kenmerk van een radicaal rechtse beweging  à la Geert Wilders. Menigeen zal het daar mee eens zijn, maar gaat een vergelijkbare rancuneuze houding ook op voor radicaal linkse politieke bewegingen?</p><p>Afgaande op de geschriften van Lenin en de praktijken van Stalin lijkt het daar wel op. Maar is elke communist of marxist die zich inzette voor een wereld zonder uitbuiting en onderdrukking daarmee ook een mens die gedreven wordt door rancune en haat?</p><p>Volgens Sybe Schaap, VVD Senator, filosoof en schrijver van het boek ‘Het rancuneuze gif – de opmars van het onbehagen’ is dit het geval. Sterker nog, in zijn visie worden mensen en bewegingen die streven naar een ‘betere’ wereld in feite gedreven door rancune en haat.</p><p><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/gifff/" rel="attachment wp-att-23150"><img class="alignleft  wp-image-23150" title="gifff" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/gifff.jpg" alt="" width="131" height="128" /></a>Naast communisten, socialisten, marxisten en populisten gaat dit in zijn visie ook op voor de nieuwe sociale bewegingen van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.</p><p>De rancuneuze mens, zo schrijft Schaap, weigert de bestaande maatschappelijke werkelijkheid te aanvaarden en stort zich daarom vol overgave in een beweging die belooft een einde te maken aan deze voor hem ondraaglijke situatie.</p><p>Het marxisme/communisme plaatst deze utopische volmaakte samenleving in de toekomst, het nazisme/fascisme wilde terug naar de huns inziens volmaakte situatie in het verleden.</p><p>Het populisme van de PVV tenslotte beschikt volgens Schaap niet over een utopisch ideaal maar fungeert als kanaal voor het uiten van onbehagen, woede en haat. Hier en nu en liever vandaag dan morgen willen de aanhangers van Wilders zaken veranderen door het wegsturen van de ‘linkse elite’ en het demoniseren van islamieten.</p><p><strong>Haat en wrok</strong></p><p>Volgens Schaap is rancune weliswaar iets van alle tijden, maar sinds het tijdperk van de Franse Revolutie en de daarmee gepaard gaande secularisering begint de grote ‘opmars van het onbehagen’ pas echt. In het christendom zijn maatschappelijke misstanden nog een rechtstreeks gevolg van de zonde en de heilsverwachting wordt gezocht in het hiernamaals.</p><p>Dit zondegevoel, aldus Schaap, had een matigende werking. Men kon zich wel druk maken over allerhande misstanden maar uiteindelijk waren we allen schuldig.</p><p>Met de Franse Revolutie en de Romantiek echter wordt de heilsverwachting in de wereld zelf geplaatst. Misstanden zijn niet langer het gevolg van collectieve zondigheid, maar het gevolg van wandaden en misdaden door aanwijsbare groepen in de samenleving. Het is een stelling die mijns inziens door Schaap te gemakkelijk wordt neergezet.</p><p>Ook de middeleeuwse inquisitie, de kruistochten tegen het Jodendom en de Islam en de godsdienstoorlogen tussen protestanten en katholieken waren vervuld van wederzijdse haat, wrok en het demoniseren van tegenstanders. Hoewel al deze gelovigen in het hiernamaals hun heil verwachten en allen overtuigd waren van eigen zondigheid weerhield hen dat niet om met een niets ontziende rancune te strijden tegen groepen die op een andere wijze hun eeuwig  heil trachtten  te bereiken.</p><p>Uitgebreid gaat Schaap in op het binnendringen van het rancuneuze gif bij het ontstaan en de ontwikkeling van communisme, fascisme, nazisme, populisme en de politieke bewegingen van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De psychologische drijfveren van de rancuneuze mens worden uitgebreid beschreven en de bewegingen waar deze rancuneuzen zich bij aansluiten worden met filosofische argumenten aangeduid als bewegingen die vanaf hun ontstaan in haar diepste kern drijven op rancune.</p><p><strong>Nostalgisch verlangen</strong></p><p>In twee hoofdstukken, ‘Hedendaags ressentiment’ en ‘Melancholie en agitatie’, beschrijft hij de opkomst en ontwikkeling van de protestbewegingen in de jaren zestig tot tachtig.</p><p>De zestiger jaren revolte stoelt volgens Schaap op de filosofische cultuurkritiek van de Frankfurter Schule en op de uit de VS overgewaaide neo-marxistische maatschappijkritiek van Marcuse. Uit deze mix ontstond volgens Schaap bij revolterende jongeren de volgende visie:</p><p>&#8216;De moderne laatkapitalistische maatschappij wordt gekenmerkt door onderdrukking en uitbuiting en via neokoloniale machtstructuren heeft dit systeem een wereldwijd bereik gekregen. Het laatkapitalisme legt de mens een egaliserend systeem op.&#8217;</p><p>Deze maatschappijanalyse werd en wordt inderdaad door veel linkse activisten, politici, kritische publicisten en wetenschappers gedeeld en dat dit systeem bekritiseerd en bestreden wordt is mijns inziens terecht en logisch.</p><p>Voor Schaap echter is deze visie de wortel van een rancuneuze levenshouding. Voor hem komt deze maatschappijkritiek voort uit ‘Het nostalgisch verlangen naar een totaal ander leven, een utopische levensvervulling in een geïdealiseerd maatschappelijk verband.’</p><p>Waar deze nostalgie, zo waarschuwt hij, vanwege zijn onbereikbaarheid  ‘omslaat in teleurstelling en frustraties volgen er snel verbeten reacties.’ In dat verband wijst hij op de activiteiten van de milieubeweging, de derde wereldbeweging, de vrouwenbeweging, het dierenactivisme en bewegingen die ijveren voor een andere consumptie en productiepatroon.</p><p><strong>Middeleeuwse opvatting</strong></p><p>Overigens is hij wel consequent in zijn vrees voor insluipende rancuneuze gif. Zo constateert hij een rancuneuze mentaliteit bij klimaatactivisten, maar ook bij mensen die bezorgdheid over het klimaat afdoen als een complot van de linkse elite zijn in zijn ogen rancuneus.</p><p>In het laatste hoofdstuk met de veelzeggende naam ‘Zelfoverwinning’ beschrijft Schaap hoe mensen dan wel moeten omgegaan met het kwaad. Hij komt dan met de volgende  Nietzscheaanse filosofie oplossing :</p><p>‘De aanvaarding van het kwaad als een onvermijdelijk, noodzakelijk gegeven , vraagt een positieve waardering van het noodlot. Vandaar Nietzsches Amor fati. Dat het kwaad nu eenmaal met de mens is gegeven moet niet lijdzaam maar vooral welwillend worden aanvaard. Wie met dit noodlot zou willen afrekenen bijvoorbeeld in de illusie dat de mens en de menselijke wereld ooit volkomen goed zouden kunnen worden, keert zich tegen de mens, tegen het menselijke van de mens.’</p><p>Door elke politieke beweging die zich keert tegen politiek-maatschappelijke misstanden en misdaden af te doen als een uiting van rancune verlaat Sybe Schaap zelfs het liberale gedachtegoed en ontpopt hij zich als een middeleeuwse conservatieve denker .</p><p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/hoe-de-rijken-kaft2-indd/" rel="attachment wp-att-23142"><img class="alignleft size-full wp-image-23142" title="hoe de rijken kaft2.indd" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/parenti.jpg" alt="" width="130" height="208" /></a>Michael Parenti: ‘Hoe de rijken de wereld regeren’</strong></p><p>Iemand die door Sybe Schaap zeer waarschijnlijk wordt gezien als een rancuneuze activist is de Amerikaanse politicoloog, publicist en activist Michael Parenti. Volgens Parenti, schrijver van het boek ‘The face of imperialisme’, in het Nederlands vertaald in ‘Hoe de rijken de wereld regeren’, bestaat er een kleine groep mensen, hoogstens 1 % van de wereldbevolking, die een nieuwe wereldorde wil scheppen waarin het kapitaal alles overheerst. Alle openbare nutsbedrijven zijn dan geprivatiseerd, vakbonden opgeheven of machteloos gemaakt en de macht van de parlementaire democratie is sterk teruggedrongen.</p><p>Die 1 % bestaat uit de topmensen van transnationale ondernemingen, de regering en de ambtelijke top van de VS, het Pentagon, de geheime diensten als CIA, FBI e.a. en internationale organisaties als de WTO, de Wereldbank, het IMF, e.a., die door het VS imperium gedomineerd worden.</p><p>Voor het VS imperium bestaan er volgens Parenti slechts twee soorten naties: bevriende naties (vazalstaten en bondgenoten) en vijandige staten. Of het nu gaat om een land met een fascistische, communistische, populistische, christelijk-sociale, islamitische of nationalistische koers, als een land zich niet schikt naar de wensen van de VS wordt het een vijandige staat.</p><p>Via een wereldwijd netwerk van militaire bases, inlichtingendiensten, samenwerking met bondgenoten en diplomatieke druk is de VS gericht op het in de kiem smoren of  het neerslaan van bewegingen of staten die haar suprematie bedreigen. Het VS imperium  krijgt het bovendien voor elkaar om de publieke opinie in de VS zodanig te manipuleren dat haar beleid door de overgrote meerderheid ervaren wordt als normaal en vanzelfsprekend.</p><p><strong>Einde aan de egalitaire samenleving</strong></p><p>Het ultieme doel van deze reactionaire leiders in de VS, zo schrijft Parenti, is van de hele wereld inclusief Europa en Noord–Amerika een derde wereldgebied maken. Volgens deze leiders moet het, zo schrijft Parenti, ‘gedaan zijn met de openbare gezondheidszorg, de pensioenrechten, de werkzekerheid, de bescherming van milieu en consumenten en er moet een einde komen aan alle andere onuitstaanbare dingen die winsten afromen en leiden tot een meer egalitaire samenleving.’</p><p>Met een reeks cijfers, statistieken, rapporten en uitspraken van leiders tracht Parenti de lezer te overtuigen van dit pessimistische ‘recht toe recht aan’ toekomstbeeld. Aan de cijfers en feiten die hij noemt hoeft niet getwijfeld te worden maar toch overtuigde de absoluutheid van zijn stelling mij niet en kennelijk ben ik niet de enige. Halverwege het boek richt hij zich tot lezers die zijn opvatting wellicht te simplistisch en te ongenuanceerd vinden. Hij deelt deze twijfelaars in bij de ‘verwarde progressisten’ of bij wetenschappers die een ware passie vertonen in het beschrijven van genuanceerde complexe concepten.</p><p>Ook marxisten die vraagtekens zetten bij de absolute almacht van het internationale kapitaal krijgen een veeg uit de pan. Onder het kopje ‘Verwarring bij sommige marxisten’ schrijft Parenti: ‘We bevinden ons in een nieuwe en ingrijpende fase van de klassenstrijd, waarover sommige marxisten – die zo vast zitten in hun klassieke theorieën en zo slecht geïnformeerd zijn over het huidige overheidsbeleid – zich blijkbaar nog geen zorgen maken.’</p><p>Voor Parenti is de overheersing van het kapitalistische VS imperium wereldomvattend. Die wereldomvattende militaire, economische, politieke en culturele dominantie komt volgens hem ook tot uitdrukking in de politiek van de VS ten opzichte van vijandige staten.</p><p>Duidelijke vijandige staten als Cuba, Irak, Iran, Noord Korea, Venezuela en voormalig Joegoslavië worden door het VS imperium aangevallen op het niet naleven van mensenrechten en het ontbreken van democratie. De belangrijkste reden voor deze aanval is volgens hem echter het feit dat deze landen zich verzetten tegen de VS dominantie.</p><p><strong>Een fuik</strong></p><p>Van de weeromstuit vervalt Parenti in de fuik van ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’. Wandaden en mistanden in genoemde  landen worden door hem gerelativeerd of goedgepraat. Over politieke gevangenen in Cuba wordt niet gepraat, vluchtelingen uit Cuba doen dit niet uit politieke maar uit economische motieven. De Joegoslavische president Slobodan Milosevic werd volgens Parenti door de VS ten onrechte afgeschilderd als een bloeddorstige tiran terwijl deze man altijd gepleit heeft voor een multi-etnische eenheid van het land.</p><p>De Serviërs werden door de VS ten onrechte beschuldigd van etnische zuiveringen terwijl bewijzen van genocide ontbreken. Over Noord Korea schrijft Parenti ‘we kunnen ons natuurlijk vragen stellen over sommige aspecten van de Noord Koreaanse politiek maar door de VS wordt dit land eenzijdig  afgeschilderd als een boosaardige staat.’ Saddam Hoessein was niet alleen maar slecht en bovendien heeft hij de gasaanval op de Koerden niet op zijn geweten, de aanval werd gepleegd door Iran. De president van Iran Ahmadinejad  op zijn beurt  werd  ‘door de wijsneuzen van de VS media al gauw gekarikaturiseerd als gevaarlijk onstabiel en gek.’</p><p>De enige echte schurkenstaat schrijft Parenti in zijn slothoofdstuk is de VS. ‘Het VS imperialisme wordt niet geleid door niet geleid door gekken maar door leugenaars, manipulators, moordenaars en andere criminelen die overtuigd zijn van hun eigen deugdzaamheid.’</p><p><strong>Machteloze woede</strong></p><p>Het boek pretendeert op een rationele wijze een analyse te geven van het VS imperium maar heeft meer het karakter van een machteloze schreeuw van woede. Nu is er niets mis met woede en zelfs enige rancune is op zijn plaats maar bij die opsomming van feiten mis ik aanknopingspunten van verzet tegen de genoemde dominantie.</p><p>In zijn allerlaatste zinnen schrijft  Parenti wel dat de bewustwording van de feiten de mogelijkheid vergroot om tegen de stroom in te gaan, maar erg hoopvol klinkt dat niet.</p><p>Ik geloof niet dat de genoemde 1 % een monolithisch blok is en ik geloof ook niet in de onaantastbaarheid van de VS. Er zijn economische en culturele tegenstellingen binnen het imperium en zelfs als die 1 % alleen gericht zou zijn op winstmaximalisatie, ook dan zou vernietiging van het milieu, het minimaliseren van de koopkracht van de bevolking en het degraderen van de bevolking tot gehoorzame slaven die gespeend zijn van elke creativiteit ingaan tegen het economische, culturele en politieke belang van die virtuele 1 %.</p><p>De waarschuwing van Parenti kunnen wij ter harte nemen maar de overvloed van zijn  bewijsmateriaal kan beter gebruikt worden voor het schrijven van een nieuw boek waarin met aanvullende cijfers en data een strategie kan worden uitgezet gericht op het pareren van het imperiale doemscenario.</p><p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/kleine-verhalen_def-indd/" rel="attachment wp-att-23143"><img class="alignleft size-full wp-image-23143" title="kleine verhalen_def*.indd" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/kleine-verhalen.jpg" alt="" width="130" height="161" /></a>Lieven Vanhoutte: ‘Kleine verhalen over solidariteit’</strong></p><p>Als afsluiting een bespreking van het boek ‘Kleine verhalen over solidariteit’ van de Vlaamse vakbondsman Lieven Vanhoutte. Vanhoutte was dertig jaar actief in het internationale vakbondswerk en in dat kader bezocht hij vakbondcollega,s , activisten en  projecten in Vlaanderen , Palestina, Zuid Afrika, Oost Europa en Latijns Amerika.</p><p>Bij hem geen aangescherpte ideologische teksten, geen rancuneuze woede, maar vooral betrokkenheid bij mensen die opkomen voor hun en andermans sociale rechten.</p><p>Dat begint al in zijn eigen West Vlaanderen. Nadat de eerste moskee in zijn plaats met veel feestgedruis en toespraken van politici geopend was, kondigde het Vlaams Belang aan binnenkort het dorp te bestormen om te ageren tegen de moskee. Vanhoutte startte met  zeven burgers de campagne ‘Zonder Haat Straat’. Pamfletten werden uitgedeeld en alle burgers konden hun voor of tegen zegje doen. Iedereen wist wat er ging gebeuren en toen de 150 Vlaams Belang aanhangers het dorp binnenkwamen werden ze verwelkomt door 200 politieagenten, 1000 buurtbewoners en 25 journalisten.</p><p>De poging van het Vlaams Belang om haat aan te wakkeren en verdeeldheid te zaaien mislukte volkomen.</p><p>Hij bezoekt Oost Duitsland twintig jaar na de val van de muur en beschrijft de wijze waarop de zogeheten Ossies gediscrimineerd en vernederd worden door arrogante Wessies. In Zuid Afrika loopt hij namens de Belgische vakbond mee in een demonstratie van mijnwerkers, in Venezuela ontmoet hij een priester-arbeider, in Colombia ontmoet hij vakbondsleiders die bedreigd worden door het leger en in Palestina verbaasd hij zich over de 500 ngo’s die in dat gebied actief zijn.</p><p>De kleine verhalen over solidariteit zitten dicht op de huid van mensen die te maken krijgen met onderdrukking, met tegenwerking en met moeizame pogingen om te ontsnappen aan willekeur en uitbuiting. De verhalen zijn mooi en inbeeldend geschreven, wars van sensatie en grote utopische dromen. Ze getuigen van hoop en strijd tegen alle ellende in. Het is de dagelijkse werkelijkheid <em>pur sang</em>.</p><p>De verschillende verhalen worden bovendien nog afgewisseld door  prachtige foto’s van Lievens’ strijdmakker René van Cauwenberge.</p><p>Hans Beerends .</p><p>Sybe Schaap</p><p>Het rancuneuze gif –de opmars van het onbehagen .</p><p>Uitgeverij Damon Buzel 2012</p><p>Prijs 19.90  aantal blz 282</p><p>&nbsp;</p><p>Michael Parenti</p><p>Hoe de rijken de wereld regeren</p><p>Uitgeverij EPO  2012</p><p>Prijs  18.50 aantal blz 200</p><p>&nbsp;</p><p>Lieven Vanhoutte</p><p>Kleine verhalen over solidariteit</p><p>Uitgeverij EPO</p><p>Prijs  15,- aantal blz 184</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/zonder-rancune-strijden-voor-een-betere-wereld/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Alexander Kohnstamm staat volledig achter Trouw-interview</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/alexander-kohnstamm-staat-volledig-achter-trouw-interview/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/alexander-kohnstamm-staat-volledig-achter-trouw-interview/#comments</comments> <pubDate>Tue, 15 May 2012 16:03:20 +0000</pubDate> <dc:creator>Thomas Hurkxkens</dc:creator> <category><![CDATA[Featured]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23128</guid> <description><![CDATA[De krantenkop ‘De 0,7 procentnorm is onderhandelbaar’ zorgde zaterdag voor discussie in de ontwikkelingssector.  Was de 0,7 procent opeens niet meer heilig na een maandenlange campagne waarin juist die norm centraal stond? Volgens Partos directeur Alexander Kohnstamm is de koppenmaker de boosdoener: ‘wat ik gezegd heb is totaal in lijn met de campagne.’  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/alexander-kohnstamm-staat-volledig-achter-trouw-interview/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2010/03/partos-directeur-alexander-kohnstamm-%e2%80%98de-sector-gaat-het-waarmaken%e2%80%99/alexanderkohnstamm/" rel="attachment wp-att-636"><img class="alignleft  wp-image-636" title="AlexanderKohnstamm" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/04/AlexanderKohnstamm.png" alt="" width="260" height="385" /></a>De <a href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4504/Economie/article/detail/3254344/2012/05/12/0-7-procentsnorm-is-onderhandelbaar.dhtml" target="_blank">krantenkop</a> ‘De 0,7 procentnorm is onderhandelbaar’ zorgde zaterdag voor discussie in de ontwikkelingssector.  Was de 0,7 procent opeens niet meer heilig na een maandenlange campagne waarin juist die norm centraal stond? Volgens Partos directeur Alexander Kohnstamm is de koppenmaker de boosdoener: ‘wat ik gezegd heb is totaal in lijn met de campagne.’ </strong></p><p><strong>De kop van het stuk dekt volgens u de lading niet, wat zou de kop moeten zijn geweest?</strong></p><p>Ontwikkelingssector wil naar nieuwe agenda. Of nog mooier: ‘Ontwikkelingssector wil nieuwe mondiale agenda’. Ik ben geen koppenmaker natuurlijk maar dit klinkt aardig en dekt de lading heel goed. Ik heb de tekst op vrijdag kunnen lezen en heb toen commentaar gegeven. De kop die krijg ik natuurlijk niet te zien, want die wordt door een andere redactie gemaakt. Daarbij ligt in dit artikel de nadruk heel erg op het geld. Deze invalshoek heeft natuurlijk geholpen om het op de voorpagina te krijgen, dus daar spelen ook belangen.</p><p><strong>Wat was dan de boodschap die u wilde overbrengen?</strong></p><p>Het gaat ons om de inhoud want over het geld hebben we al genoeg gesproken. De inhoud is: we zijn bezig met een transformatie naar een nieuwe tijd met allerlei mondiale uitdagingen op het gebied van ‘publieke goederen’. Het is belangrijk om gezamenlijk met partijen als VNO-NCW, de bonden, de natuur- en milieuorganisaties en de verschillende ministeries te kijken naar die uitdagingen en hoe we die aan gaan pakken. Het is een brede agenda die vervolgens ook op mondiaal niveau moet worden getild. En als je dan vraagt, kan dat nog allemaal voor die 0,7 procent? Nee, natuurlijk niet. We willen meer coherentie hebben tussen wat we nu ontwikkelingssamenwerking noemen en bijvoorbeeld vredesmissies, , klimaatbeleid en het voorkomen van besmettelijke ziekten.’ Dat kan je natuurlijk niet allemaal doen van het budget van de 0,7 procent.</p><p><strong>Waarom zijn jullie dan de campagne ‘#jekrijgtwatjegeeft’ gestart? Die legt juist wel heel erg de nadruk op het behoud van de 0,7 procentnorm.</strong></p><p>Dat klopt, en dat is heel jammer dat het nodig was. Tijdens de onderhandelingen in het Catshuis lag de geldkwestie op tafel en inhoud niet.</p><p><strong>Dus eigenlijk zijn jullie gedwongen om deze koers te varen?</strong></p><p>Deze campagne is geen koers van Partos maar gewoon een activiteit die wij ondernomen hebben. Het kon niet zo zijn dat na een miljard aan bezuinigingen opnieuw een miljard of zelfs vier miljard gekort zou gaan worden. Dat zou onherstelbare effecten hebben op de ontwikkelingsprojecten. Daarnaast is het zo dat als je al met hervormen bezig bent, je dat volledig onderuit haalt als je nog meer gaat bezuinigen. We hebben dus verschillende argumenten gegeven voor het behoud van de norm. Dat is de koers, de campagne was een middel.</p><p><strong>Begrijp ik dan goed dat jullie zelf niet volledig achter de boodschap van #jekrijgtwatjegeeft stonden?</strong></p><p>Dat zie je helemaal verkeerd, daar stonden we en staan we nog keihard achter. Voor de goede orde, die nieuwe mondiale agenda die is er nog niet. En die norm staat als een huis, totdat die nieuwe agenda er is en als die er is dan wordt het budget juist hoger. Dus het is precies in lijn met wat we in de campagne hebben gedaan.</p><p><strong>Kan ik de campagne dan samenvatten als een korte termijn strategie?</strong></p><p>Het was een campagne gericht op wat er toen op tafel lag in het Catshuis. Als je ons beleidsplan openslaat dan staat daar niet:  ‘we gaan dit jaar campagne voeren om de 0,7 procentsnorm boven water te houden’. Wat er in onze visie staat is veel breder en gaat met name over de inhoud;  de 0,7 is een randvoorwaarde daarvoor. Maar als er dan vervolgens gezegd wordt in het Casthuis: ‘waar ontwikkelingssamenwerking over gaat dat interesseert ons allemaal niet, maar er moet een miljard af of vier miljard af,’ dan gaat het dus over geld. En dan zeggen wij twee dingen: nee, die 0,7 daar blijf je vanaf en dit zijn de argumenten.</p><p><strong>Wat vindt u achteraf van de timing om deze nieuwe agenda juist nu aan te geven?</strong></p><p>De timing is prima en passend bij de ontwikkelingen. Daar heb ik dus niet zo’n moeite mee. De reacties die ik krijg zijn eigenlijk ook allemaal positief. Ook trouwens van buiten de sector. We moeten nu vooruit kijken, het Catshuis is voorbij dus dat campagnedoel is afgelopen. We gaan ons nu weer richten op de inhoud en we moeten ons gaan richten op de nieuwe agenda. Ik ben niet bang om naar de toekomst te kijken omdat de timing niet uit zou komen.</p><p><strong>Maar kan u zich voorstellen dat het verwarrend heeft gewerkt?</strong></p><p>Wat betreft de kop boven het artikel kan ik dat wel begrijpen, maar wat betreft de inhoud van het artikel niet. Iedereen die het artikel leest kan in de eerste zinnen al meteen zien dat het totaal in lijn is met de campagne en dat alleen de kop eigenlijk detoneert. Als ze het over geld zouden willen hebben dan hadden ze er boven moeten zetten: 0,7 procent is niet genoeg.</p><p><strong>De nieuwe agenda die u presenteert in het stuk is nog niet af, was het wat betreft timing niet beter geweest de 0,7 procentnorm voorlopig nog centraal te laten staan?</strong></p><p>Maar de timing is ook dat politieke partijen bezig zijn met hun verkiezingsprogramma. De verwachting die mensen hebben van een branchevereniging is toch niet dat we dan alleen maar benadrukken dat de 0,7 procent gehandhaafd moet blijven? We geven een visie en we willen graag met politieke partijen en andere spelers naar de toekomst van na 2015 gaan kijken. Dit is belangrijk want 2015 valt namelijk in de komende kabinetsperiode. We zouden geen knip voor de neus waard zijn als we nu onze mond zouden houden omdat iemand een slechte kop in een krant zet.</p><p><strong>Laten we het dan over de inhoud hebben, waar moet het heen met de nieuwe agenda voor ontwikkelingssamenwerking?</strong></p><p>Laten we het over internationale samenwerking hebben. Internationale samenwerking suggereert een veel bredere agenda dan ontwikkelingssamenwerking en ik denk ook dat we daar naar toe moeten. Er zijn veel beleidsterreinen die enorme invloed hebben op duurzame en rechtvaardige ontwikkeling in de wereld. Dit zijn tegelijk ook beleidsterreinen waar we op mondiaal niveau aan elkaar vastgeknoopt zitten. Het is dus geen kwestie van: ‘rijke mensen hebben teveel geld en arme mensen hebben te weinig geld, dus laten we maar wat geld overhevelen en dan hebben we het probleem opgelost’. We moeten naar een coherente benadering van het probleem vanuit het feit dat we op deze wereld allemaal in hetzelfde schuitje zitten.</p><p><strong>Wat zou dat bijvoorbeeld inhouden?</strong></p><p>Neem als voorbeeld duurzame economische ontwikkeling. Als de hele wereld zich ontwikkelt op het niveau waar we in Nederland nu op zitten, hebben we zo’n twee en een half keer onze planeet nodig. Dan kan je dus niet zeggen dat lost ontwikkelingssamenwerking wel even op, daar hebben we de 0,7 procent voor. Zo werkt dat niet. Dan moet je kijken naar handelspolitiek, landbouwsubsidies en klimaatbeleid. We moeten in overleg gaan met meerdere partijen zoals de overheid en werkgevers en werknemers, maar ook de zogenaamde Groene 11 [een samenwerkingsverband van verschillende natuur- en milieuorganisaties]. Een ander voorbeeld is het probleem van kinderarbeid. Dit vraagt gerichte projecten vanuit ontwikkelingssamenwerking, maar vooral ook inzet van bedrijven om deze kinderen niet meer in te zetten. We hebben vorige zomer een duidelijke start voor deze nieuwe brede agenda gegeven en deze moet nu verder worden uitgewerkt.</p><p><strong>En ontwikkelingssamenwerking valt dan niet meer onder één ministerie?</strong></p><p>Dat heb ik nog niet concreet voor me. Dat moet zich allemaal verder ontwikkelen en belangrijk is dat we eerst kijken naar de agenda en daarna naar mogelijke financieringsmethoden. Een voorbeeld zou kunnen zijn om een deel te financieren via een ‘financial transaction tax’, die dan zou kunnen lopen via het ministerie van financiën. Dat betekent dan niet dat OS daar wordt ondergebracht, maar zou wel een onderdeel kunnen zijn. Hoe dit allemaal precies wordt inricht moet echt verder worden uitgewerkt.</p><p><strong>Als laatste een vraag over het artikel in Trouw. Achteraf gezien heeft het artikel toch veel ophef veroorzaakt, wat vindt u daar nu van?</strong></p><p>Daar ben ik heel blij mee, want nu kunnen we het eindelijk gaan hebben over de inhoud en samen praten over deze nieuwe agenda voor ontwikkelingssamenwerking. Ik ben blij met de positieve reacties van binnen en buiten de sector, en wat er bijvoorbeeld op ID-leaks schijnt te staan, dat vind ik eigenlijk minder interessant.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/alexander-kohnstamm-staat-volledig-achter-trouw-interview/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>‘Praten over 0,7 is een dinosaurussengevecht’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/praten-over-07-is-een-dinosaurussengevecht/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/praten-over-07-is-een-dinosaurussengevecht/#comments</comments> <pubDate>Tue, 15 May 2012 11:00:51 +0000</pubDate> <dc:creator>Vice Versa</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23082</guid> <description><![CDATA[Het interview van Trouw met Alexander Kohnstamm, directeur van Partos, leverde veel reacties op via Facebook en Twitter. Vice Versa peilde een aantal meningen uit de sector.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/praten-over-07-is-een-dinosaurussengevecht/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/praten-over-07-is-een-dinosaurussengevecht/kranten/" rel="attachment wp-att-23085"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-23085" title="kranten" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/kranten-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Het interview van <a href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4504/Economie/article/detail/3254344/2012/05/12/0-7-procentsnorm-is-onderhandelbaar.dhtml">Trouw</a> met Alexander Kohnstamm</strong>, <strong>directeur</strong> <strong>van</strong><strong> </strong><strong>Partos, leverde veel reacties op via Facebook en Twitter. Vice Versa peilde een aantal meningen uit de sector.</strong> <strong>   </strong></p><p>Voor de meeste betrokkenen is er maar 1 schuldige: de koppenmaker van Trouw. Verder gaat iedereen in de sector als een front achter Alexander Kohnstamm staan en lijkt de positie van de directeur van Partos geen schade te hebben opgelopen met zijn opmerkingen.</p><p>Toch heeft brandingdeskundige Judith Madigan haar wenkbrauwen gefronst toen ze het interview met Kohnstamm las. ‘De reacties zijn niet lovend’, zegt ze. ‘Zijn uitspraken kunnen de sector aardig wat deuken opleveren. Als ik naar de reacties kijk op de sociale media, dan gaat het allemaal weer over geld en de salarissen van de rijke directeuren, het is mega negatief. Ik vraag me dan af wat het doel is geweest van dit artikel. Ik neem aan dat Partos of Alexander Kohnstamm hier over heeft nagedacht. Ik ben wel heel erg benieuwd naar het verhaal erachter.’</p><p>Manuela Monteiro, directeur van Hivos, is een hele andere mening toegedaan. ‘Het artikel geeft duidelijk aan dat men binnen de sector wil gaan praten over nieuwe wegen. De kop van het artikel dekt alleen niet de inhoud van het interview.’</p><p>Leon Willems, directeur van Free Press Unlimited, sluit zich hier bij aan: ‘Als je het stuk goed leest staat er dat er eigenlijk veel meer geld nodig is dan de 0,7%. Maar dat is de nuance die iedereen overslaat.’</p><p><strong>Tegenstrijdig</strong></p><p>Judith Madigan plaatst hier een kanttekening bij: ‘Dat er wordt ingezet op inhoud is begrijpelijk. Maar het is echter wel tegenstrijdig: strijden voor een ambitieus totaalpakket, wat een sterk punt is, en zeggen dat de  0,7 % onderhandelbaar is. Als je het inderdaad over de inhoud wilt hebben, dan moet je niet over de 0,7% beginnen.’</p><p>Op een gesprek over de inhoud zat tot voor kort niemand te wachten in de sector, stelt Manuela Monteiro. ‘Het zou heel dom zijn geweest om tijdens de Catshuisonderhandelingen beleidsmatige bespiegelingen te gaan houden. ‘</p><p>Nu het kabinet is gevallen, zijn de kaarten anders geschud. ‘Er is nu ruimte om te gaan praten over een bredere agenda’, zegt Monteiro. ‘Ontwikkelingssamenwerking is toe aan een grondige modernisering. Het praten in oude OS-stijl, namelijk armoedebestrijding, is niet meer voldoende. Problemen als klimaat, voedselvoorziening, belang van water en veiligheid gaan de hele wereld aan. Als je het daarover wilt hebben is de 0,7 natuurlijk niet meer voldoende.’</p><p>Leon Willems vult aan: ‘Binnen de sector is volgens mij al veel langer het gevoel dat het vasthouden aan die 0.7% een soort dinosaurussengevecht is. Een vernieuwde, verfrissende en een heldere aanpak van een aantal hele grote problemen in de wereld is er al heel lang. Alleen is het voor Partos lastig dat zij een sector representeren die zo breed is als de hele Nederlandse samenleving: van mensen die kinderen willen redden tot mensen die militaire interventie willen ondersteunen. En de verdediging ervan doe je dan met een getal.’</p><p><em>Vanmiddag volgt een interview met Alexander Kohnstamm. </em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/praten-over-07-is-een-dinosaurussengevecht/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Budget voor ontwikkelingssamenwerking; wat drijft ons?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/budget-voor-ontwikkelingssamenwerking-wat-drijft-ons/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/budget-voor-ontwikkelingssamenwerking-wat-drijft-ons/#comments</comments> <pubDate>Tue, 15 May 2012 04:00:12 +0000</pubDate> <dc:creator>Paul Hassing</dc:creator> <category><![CDATA[Featured]]></category> <category><![CDATA[opinie]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23074</guid> <description><![CDATA[Hoewel de financiële druk van bezuinigen voor even van de ketel is, neemt dat niet weg dat het goed zou zijn om de internationale ambities van Nederland eens tegen het licht te houden, vindt voormalig topambtenaar en opiniemaker Paul Hassing. Wat willen we nou eigenlijk en wat drijft ons? En hoeveel hebben we er voor over? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/budget-voor-ontwikkelingssamenwerking-wat-drijft-ons/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/uitfaseren-zonder-spaanders-is-een-haagse-illusie/paulhassing-100x100/" rel="attachment wp-att-20006"><img class="alignleft size-full wp-image-20006" title="paulhassing-100x100" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/paulhassing-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Hoewel de financiële druk van bezuinigen voor even van de ketel is, neemt dat niet weg dat het goed zou zijn om de internationale ambities van Nederland eens tegen het licht te houden, vindt voormalig topambtenaar en opiniemaker Paul Hassing. Wat willen we nou eigenlijk en wat drijft ons? En hoeveel hebben we er voor over?</strong></p><p>De Kunduz coalitie heeft het budget voor ontwikkelingssamenwerking (OS) weten vast te prikken op 0.7% van ons BNP. Daarmee is een verder (tijdelijke) bezuiniging tot 0.6 % voorkomen. Uit peilingen bleek dat 40% het daarmee eens is en 60% vind dat het best wat minder zou mogen. Het lijkt erop dat de veelgehoorde argumentatie dat bezuinigen op het OS budget geen negatieve effecten heeft op onze economische groei, werkgelegenheid, koopkracht aan de winnende hand is ten opzichte van de argumentatie dat de solidariteit met de armen juist in een crisis tijd er niet onder mag lijden.</p><p>Alle andere bezuinigingen hebben op de een of andere manier negatieve effecten en een (grote) lobbygroep om zich ertegen te verzetten. De armen van deze wereld zouden geen stem hebben in de Nederlandse politiek en zijn dus het (makkelijke) kind van de politieke rekening.</p><p>Hoewel de financiële druk voor even van de ketel is, neemt dat niet weg dat het goed zou zijn om de internationale ambities van Nederland eens tegen het licht te houden. Wat willen we nou eigenlijk en wat drijft ons. En daarna de vraag hoeveel hebben we er voor over?</p><p><strong>MVO en MVD</strong></p><p>Om deze vragen te beantwoorden moeten we allereerst teruggaan naar de vraag wat ons drijft om internationaal actief te zijn, wat er van Nederland internationaal wordt verwacht en hoe zich dat verhoudt tot andere landen.</p><p>We verdienen met zijn allen door onze handel veel aan het buitenland. We hebben maand op maand een positieve handelsbalans. Veel daarvan wordt in de handel met Europa en de VS verdiend. Maar we verdienen ook steeds meer aan ontwikkelingslanden en in het bijzonder aan de opkomende markten. Globalisering heeft Nederland veel voordeel opgeleverd. Het is van belang die relaties goed te houden, liefst te versterken omdat daar de groeimarkten zijn.</p><p>Hoe meer we weten wat daar leeft, hoe meer relaties we daar hebben, hoe beter we daarop in kunnen spelen. Daar waar het voor bedrijven geldt om op een maatschappelijk verantwoorde manier te ondernemen (MVO) en daarop worden aangesproken, mag verwacht worden van landen dat ze aangesproken worden op hun mondiaal verantwoorde manier van handel drijven (MVD). Dat wil zeggen dat we ook een mondiale en bilaterale verantwoording nemen voor onze sterke handelspositie.</p><p><strong>Doorgeven van de aarde</strong></p><p>Het is van belang dat we meewerken om de mondiale goederen (global common goods) te beschermen: klimaat, ozonlaag, biodiversiteit, e.d. Een gemeenschappelijke belang dus waarbij een ieder naar verantwoordelijkheid en draagkracht bijdraagt. We realiseren ons dat we dat niet alleen kunnen en dat daarvoor internationale partnerschappen nodig zijn. Soms in de vorm van internationale akkoorden, dan weer vrijwillige afspraken, soms via consumenten gedrag of via investeringsgedrag. We hechten waarde aan mondiale goederen die alleen in samenhang met andere landen kunnen worden beschermd. Noem het een mondiaal rentmeesterschap, het doorgeven van de aarde in een goede staat aan een volgende generatie.</p><p>Onze veiligheid is de grens allang gepasseerd. Die bevindt zich nu ook in landen als Afghanistan, Somalië, Congo, Pakistan, Suriname, Wit Rusland, Syrië.  Onveiligheid daar vindt zijn weerslag in de verhoudingen in Nederland, in mogelijke radicalisering hier en in de EU.  Het defensie beleid (en budget) richt zich steeds meer en terecht op het buitenland. Nederland heeft de meeste nationaliteiten binnen zijn grenzen met alle plezierige maar ook minder plezierige kanten daarvan.</p><p>De toenemende globalisering is een ontwikkeling die door een toename van de handel, toerisme, de aanslag 9/11, de makkelijke toegang tot internet en de opkomst van sociale media niet meer terug te draaien is. Het ligt voor de hand dat er (veel) Nederlanders zijn die deze ontwikkelingen niet kunnen overzien, er terughoudend op reageren en vragen om meer afscherming. Maar daar is het te laat voor, terug naar af. Deze mondiale ontwikkeling is niet meer terug te draaien, ze is een realiteit, iedereen maakt daar onderdeel van uit. Hoe we ermee omgaan, ligt wel deels binnen ons bereik.</p><p><strong>Politieke wil hier</strong></p><p>Nederland is een van de rijkste landen ter wereld waarbij gebruik is gemaakt van  hulpbronnen in ander landen. Dat schept morele en politiek verplichtingen tegenover de minder bedeelden van deze wereld. Dat is het vraagstuk van de mondiale cohesie. De minderbedeelden hebben niet alleen een extreem laag en onzeker bestaan maar zij worden ook allerlei elementaire rechten onthouden. Daarmee verkeren velen in een bijna uitzichtloze situatie. Als een vorm van beschaving, van solidariteit willen veel Nederlanders eraan bijdragen deze mensen een betere kans te geven. Deze politieke verantwoordelijkheid is internationaal vastgelegd in de zogenaamde 0.7% norm voor ontwikkelingssamenwerking.</p><p>Het beleid van Nederland en de EU is op een aantal verschillende beleidsterreinen zodanig dat het negatief uitwerkt voor ontwikkelingslanden. De coherentie van beleid staat nog maar in de beginfase, kan aanzienlijk worden verbeterd en de kosten voor de Nederlandse economie lijken behapbaar te zijn. Wat we met de rechterhand geven, nemen we met de linkerhand ruimhartig weer terug. Dit economisch, politiek vraagstuk kan worden opgelost omdat het handelingsperspectief in Nederland of in de EU en niet in ontwikkelingslanden ligt. Dit vergt een politieke wil hier, niet daar.</p><p><strong>Groter deel BNP</strong></p><p>Hoeveel middelen zijn er nodig om de bovenstaande politieke uitgangspunten uit te voeren? Dit hangt af van de ambitie die Nederland op deze terreinen koestert en hoe Nederland denkt zijn internationale positie verder uit te breiden, nu er meer landen terecht een plaats opeisen in het internationale krachtenveld. De economische en politieke concurrentie wordt groter en meer inspanningen zijn nodig wil Nederland en de EU hun huidige regionale positie in een globaliserende wereld stabiliseren, laat staan versterken.</p><p>Het ligt ook voor de hand dat Nederland een groter deel van zijn BNP hierin investeert dan grote landen zoals de VS en Japan omdat zij historisch reeds een sterkere internationale rol vervullen en een grotere aantrekkingskracht hebben op andere landen. Hun politieke, wetenschappelijke en culturele aantrekkingskracht is veel groter dan die van een land als Polen, Zweden of Nederland.</p><p>Onze uitgaven aan deze internationale agenda is niet zozeer gebonden aan absolute bedragen maar aan een vergelijking met wat andere landen doen. Wil Nederland internationaal mee tellen en sterk blijven dan zullen we meer van onze rijkdom moeten aanwenden voor het handhaven en uitbreiden van onze mondiale reputatie dan vele andere grotere landen.</p><p><strong>Idee Tinbergen achterhaald</strong></p><p>Het is in dit kader logisch dat een aantal kleinere landen (Noorwegen, Finland, Zweden, Nederland en Luxemburg) gerelateerd aan hun BNP meer ontwikkelingsgeld ter beschikking stellen dan de grotere landen zoals het VK, Japan en de VS. Zelfs met hun lagere uitgaven aan ontwikkelingshulp verzekeren deze landen een belangrijkere plaats aan de internationale (onderhandelings)tafels en een stabiele plaats binnen de globalisering.</p><p>Opkomende landen als Brazilië, China en India beseffen dit maar al te goed en zijn ook de weg ingeslagen van ontwikkelingssamenwerking. Het is in dit kader niet van belang dat de zgn. remittances en Foreign Direct Investment vele malen groter zijn dan het ontwikkelingsbudget. Het oorspronkelijke idee van Tinbergen om een bepaald deel van ons BNP te investeren in de economische groei daar, is daarmee achterhaald. Het gaat nu in een globaliserende wereld om zoiets ongrijpbaars als de reputatie van Nederland.</p><p><strong>Wat hebben we ervoor over?</strong></p><p>Evident dat Nederland een relatief groter deel van de rijkdom moet investeren in ons internationale imago dan een groot land. We zullen ons voortdurend extra moeten inspannen. Met de grote landen wordt dus rekening gehouden vanwege hun militair potentieel, innovatiekracht, bijna ongelimiteerde toegang voor studenten, de aantrekkingskracht van film en entertainment industrie, investeringspotentieel, wetenschappelijke prestaties, werkgelegenheid, e.d.</p><p>Nederland zal daar iets tegenover moeten stellen en dat kan heel goed door het budget voor ontwikkelingssamenwerking hoog te houden, vernieuwend te blijven op het gebied van de internationale samenwerking, vooral betrouwbaar over te komen en soms politiek gevoelige onderwerpen aan te snijden. Er is geen andere keuze. Op al deze punten hebben we de afgelopen twee jaar fors ingeleverd. Daarmee doen we onszelf tekort. Om nog maar niet te spreken van al de minderbedeelden op deze planeet en de duurzaamheid waarvoor we steeds maar weglopen.</p><p>Voor de volledigheid, dit laat onverlet dat het ontwikkelingsbeleid gemoderniseerd moet worden, aangepast aan de nieuwe verhoudingen en andere uitgangspunten moet kiezen. Zie mijn eerdere bijdragen op VV online over coherentie, mondiale instituties, NL Aid en de rol van het maatschappelijke middenveld.</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/budget-voor-ontwikkelingssamenwerking-wat-drijft-ons/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>Internationale richtlijnen over landrechten: ‘De eerste stap is gezet’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/internationale-richtlijnen-over-landrechten-de-eerste-stap-is-gezet/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/internationale-richtlijnen-over-landrechten-de-eerste-stap-is-gezet/#comments</comments> <pubDate>Mon, 14 May 2012 15:07:54 +0000</pubDate> <dc:creator>Céline Hoeks</dc:creator> <category><![CDATA[Featured]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Thea Hilhorst]]></category> <category><![CDATA[Voluntary Guidelines]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23057</guid> <description><![CDATA[Afgelopen vrijdag 11 Mei werden de Voluntary Guidelines on the Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the context of National Food Security definitief goedgekeurd. Deze mondiale richtlijnen gaan de geschiedenis in als de eerste internationale overeenkomst rond het beheer van rechten omtrent land, visserij en bosbouw. Vice Versa sprak met Thea Hilhorst over het belang en effect van de richtlijnen. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/internationale-richtlijnen-over-landrechten-de-eerste-stap-is-gezet/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/04/speerpunt-voedselzekerheid-in-kritisch-perspectief/nepalboer222/" rel="attachment wp-att-11829"><img class="alignleft  wp-image-11829" title="NEPALBOER222" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/04/NEPALBOER222-300x225.jpg" alt="" width="180" height="135" /></a>Afgelopen vrijdag 11 Mei werden de <em>Voluntary Guidelines on the Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests in the context of National Food Security</em> definitief goedgekeurd. </strong><strong>Deze mondiale richtlijnen gaan de geschiedenis in als de eerste internationale overeenkomst rond het beheer van rechten omtrent land, visserij en bosbouw. Vice Versa sprak met Thea Hilhorst, onderzoeker bij het KIT en coördinator van de IS academie <a href="www.Landgovernance.org" target="_blank">LANDac</a>, over het belang en effect van de richtlijnen.</strong></p><p>Landrechten en rechten ten aanzien van visserij en bosbouw zijn van groeiend belang in de huidige globaliserende wereld. Verandering in eigendoms- en gebruiksrechten van land en natuurlijke hulpbronnen leiden in toenemende mate tot conflicten en mondiale ongelijkheid. Zorgwekkende ontwikkelingen, die een rechtvaardige en duurzame ontwikkeling in de weg staan en de mondiale voedselzekerheid bedreigen.</p><p>Het publieke debat omtrent eigendomsrecht laaide in 2008 op toen <em>The Economist</em> berichtte dat Daewoo een groot stuk grond in Madagaskar had gekocht. Sindsdien is de zogenaamde <em>Large Scale Land Acquisitions</em> (LSLA) door bedrijven uit welvarende landen op zoek naar nieuw grondgebied in het zuidelijk halfrond, een belangrijk punt van discussie. Omdat lokale overheden in ontwikkelingslanden vaak niet over de juiste capaciteiten beschikken om de tegenstrijdige belangen over eigendom te behartigen, gaat dit vaak ten koste van lokaal belang.</p><p>Met het oog op deze groeiende problematiek initieerde de <em>VN Food and Agricultural Organization </em>(FAO) en haar partners de ontwikkeling van de zogenaamde <em>Voluntary Guidelines</em> (VG) over verantwoordelijk beheer van eigendomsrechten. De richtlijnen zijn bedoeld als leidraad voor het verbeteren van rechten ten aanzien van land, visserij en bosbouw met het overkoepelende streven voedselzekerheid voor iedereen te garanderen. De mondiale richtlijnen zijn over een beloop van drie jaar ontwikkeld onder leiding van het <em>Comité voor</em> <em>World Food Security</em> (CFS). Dit comité deed dat in overleg en onderhandeling met 96 lidstaten, in samenspan met het maatschappelijk middenveld, VN agentschappen, en diverse internationale organisaties, landbouwverenigingen en vertegenwoordigers van de private sector.</p><p>Tijdens de 38<sup>ste</sup> speciale bijeenkomst van het CFS, die afgelopen vrijdag plaatsvond in Rome, besloot het CFS over de goedkeuring van de richtlijnen. Vice Versa vroeg Thea Hilhorst, onderzoeker bij het KIT en coördinator van de IS academie <a href="www.Landgovernance.org" target="_blank">LANDac</a>, naar haar opinie omtrent het belang en effect van de goedkeuring van deze mondiale richtlijnen.</p><p><strong>Waarom zijn de <em>Voluntary Guidelines</em> juist nu belangrijk?</strong></p><p>‘De <em>Voluntary Guidelines</em> zijn juist nu van belang in verband met de discussie rondom <em>Large Scale Land Acquisitions </em>omdat de richtlijnen een minimum standaard vormen waarop bijvoorbeeld bedrijven verder kunnen bouwen. De richtlijnen zijn echter veel breder en bouwen voort op het <em>right-to-food</em> proces. Deze brede blik is van belang, omdat onzekerheid over rechten op land, op natuurlijke hulpbronnen en op eigendom van grond in stedelijke gebieden wijdverspreid is. Bovendien neemt deze onzekerheid toe onder druk van bijvoorbeeld de stijging van de waarde van en speculatie over land, de bevolkingsgroei, het onvermogen van bestaande instituties om de veranderingen bij te benen en de groeiende corruptie.</p><p>Eigendom over land en natuurlijke hulpbronnen gaat deels over rechten en middelen van bestaan, maar ook over culturele identiteit. Een ongunstig gevolg van de onzekerheid over eigendomsrecht is dat de wil om te investeren in productie kan verminderen, wat weer gevolgen heeft voor voedselzekerheid. Daarnaast is de positie van vrouwen, herders en migranten vaak precair en belemmert de onzekerheid over landrechten ook de mogelijkheden tot bijvoorbeeld pacht, wat nadelig is voor landlozen. Daarnaast is landadministratie één van de meest corrupte sectoren: men betaalt immers graag voor een ‘illegale titel’. Het gevolg is onzekerheid, wat consequenties heeft voor de economische ontwikkelingen, het investeringsklimaat en kan leiden tot conflict.’</p><p><strong>Wat vindt u van het proces waarop de richtlijnen tot stand zijn gekomen?</strong></p><p>&#8216;Ik vind dit VG-proces heel bemoedigend – en meer in het algemeen de discussie over LSLA. De snelheid waarmee, in een periode van nauwelijks drie jaar, op mondiaal niveau afspraken zijn gemaakt over minimale richtlijnen is bijzonder. Ook het inzicht in de processen, de kansen en de risico&#8217;s is sterk toegenomen.</p><p>In de ontwikkeling van dit dossier hebben multilaterale organisaties – zoals FAO, <em>International Fund for Agricultural Development</em>, Wereld Bank, <em>UN habitat</em>, Afrikaanse Unie, <em>United Nations Conference on Trade and Development</em> – een belangrijke rol gespeeld en is er ook goed samengewerkt met internationale civil society en bedrijven. Ook Nederland is, samen met andere Europese landen, heel actief geweest vanuit het Ministere van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.</p><p>Er zijn belangrijke kwaliteitsslagen gemaakt mede dankzij <em>civil society</em> organisaties.  Het proces was niet eenvoudig. Drie rondes van onderhandelingen zijn nodig geweest om over de tekst tot een overeenstemming te komen. Het was ook niet zeker dat het zou lukken, want de tegenstellingen waren groot.’</p><p><strong>Wat verwacht u van het effect van de richtlijnen?</strong></p><p>‘De eerste stap is gezet en dit is een goed begin. Deze richtlijnen zijn vrijwillig, maar wel in lijn met internationale kaders en daarmee coherent. In landen waar politieke wil ontbreekt, zullen de <em>Voluntary Guidelines</em> geen verschil maken en zal er een beroep moeten worden gedaan op andere internationale afspraken. In landen waar politieke wil wel aanwezig is, daar bieden de richtlijnen een kader waaruit men kan werken om landrechten zekerder te maken voor iedereen en op een rechtvaardige manier. Het is aan private partijen – bedrijven en maatschappelijke organisaties – om dit te blijven benadrukken in dialoog met overheden die hebben ondertekend en te streven naar implementatie.</p><p>Voor Nederland betekent het dat er nu richtlijnen zijn op basis waarvan afspraken kunnen worden gemaakt met bijvoorbeeld pensioenfondsen, investeringsfondsen en bedrijven die overwegen om te investeren in een land. Ten tweede kan Nederland via bilaterale samenwerking, partnerlanden ondersteunen om invulling te geven aan de uitwerking van de VG, in lijn met de lokale context. Hiervoor bieden de meerjarige strategische plannen van bijvoorbeeld Benin, Rwanda, Mali, Mozambique, Burundi en Uganda concrete handvaten.’</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/internationale-richtlijnen-over-landrechten-de-eerste-stap-is-gezet/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Discussie ontploft na uitspraken Kohnstamm over 0,7%</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/23039/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/23039/#comments</comments> <pubDate>Mon, 14 May 2012 09:08:05 +0000</pubDate> <dc:creator>Selma Zijlstra</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[alexander kohnstamm]]></category> <category><![CDATA[partos]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23039</guid> <description><![CDATA[De inkt van het Lente-akkoord, waarin de 0,7% van het BNP voor ontwikkelingssamenwerking voorlopig is veiliggesteld, is nog niet opgedroogd of branche-organisatie Partos gooit het over een andere boeg. Afgelopen zaterdag verraste voorzitter Alexander Kohnstamm voor- en tegenstanders van de 0,7 % norm voor het Bruto Nationaal Product (BNP) met de kop in dagblad Trouw ‘0,7 procentsnorm is onderhandelbaar’.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/23039/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2010/03/partos-directeur-alexander-kohnstamm-%e2%80%98de-sector-gaat-het-waarmaken%e2%80%99/alexanderkohnstamm/" rel="attachment wp-att-636"><img class="alignleft  wp-image-636" title="AlexanderKohnstamm" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/04/AlexanderKohnstamm.png" alt="" width="248" height="366" /></a>De inkt van het Lente-akkoord, waarin de 0,7% van het BNP voor ontwikkelingssamenwerking voorlopig is veiliggesteld, is nog niet opgedroogd of branche-organisatie Partos gooit het over een andere boeg. Afgelopen zaterdag verraste voorzitter Alexander Kohnstamm voor- en tegenstanders van de 0,7 % norm voor het Bruto Nationaal Product (BNP) met de kop in dagblad <a href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4504/Economie/article/detail/3254344/2012/05/12/0-7-procentsnorm-is-onderhandelbaar.dhtml" target="_blank">Trouw</a> ‘0,7 procentsnorm is onderhandelbaar’. </strong></p><p>‘De ontwikkelingsbranche is bereid afscheid te nemen van een van haar stokpaardjes: de 0,7 % norm.’ staat in Trouw. Daar staat tegenover dat die norm wordt vervangen door een bredere internationale agenda, met daarin zaken als klimaat, financiële stabiliteit en duurzaamheid.  Dat gaat ongetwijfeld meer kosten dan die 0,7 %, ‘[m]aar daar hebben we het dan niet meer over, want het is dan geen ontwikkelingssamenwerking zoals we die nu kennen’, aldus Kohnstamm in Trouw.</p><p>Tijdens de Catshuis onderhandelingen zette Partos zich nog stevig in voor het behoud van de 0,7% voor ontwikkelingssamenwerking. Ze startte de campagne #jekrijgtwatjegeeft en verdedigde daarmee de 0,7 % norm met zowel argumenten gericht op solidariteit, als op het eigenbelang en imago van Nederland. ‘Zakken onder het afgesproken minimum van 0.7% van het BNP gaat in tegen internationaal afspraken en de trend in Europa, waar andere landen juist naar dit percentage toe groeien’, staat op de website van #jekrijgtwatjegeeft te lezen. Uiteindelijk werd die 0,7% ook in het Lente-akkoord, gesloten door ChristenUnie, GroenLinks, D66, CDA en VVD, vastgelegd.</p><p>Partos laat echter nu weten zich minder op de 0,7 % te willen richten, en meer op de inhoud. Al in de zomer van 2011 had de branche-organisatie een visiedocument opgesteld met daarin een hervormde manier van ontwikkelingssamenwerking. De Catshuis onderhandelingen fietsten als het ware door die inhoudelijke agenda heen, legt Kohnstamm uit. In een interview met Vice Versa gaf Kohnstamm vorige week ook aan dat Partos door wilde gaan met campagne voeren, maar die te willen richten op mondiale publieke goederen.</p><p><strong>Onverkort 0,7 %</strong></p><p>Op ID-Leaks, een platform op Facebook dat zich richt op het debat over ontwikkelingssamenwerking in de media,  ontplofte de discussie. Terwijl de een de focus op de inhoud verwelkomde, vond de ander het compleet verwarrend dat er eerst stevig werd ingezet op de 0,7 % norm, en deze vervolgens weer wordt losgelaten. ‘Wat moet een gemiddelde krantenlezer denken als hij eerst Kohnstamm en consorten de hele tijd hoort pleiten om de 0,7 te handhaven om hem dan vervolgens een compleet ander verhaal te zien vertellen? Hoe geloofwaardig is iemand dan?’, schreef Marc Broere, hoofdredacteur van Vice Versa. Ook schrijft Broere dat de sector het al eerder over de inhoud had moeten hebben, al tijdens de Catshuis onderhandelingen. Dat was geloofwaardiger geweest. Judith Madigan van BrandOutLoud vroeg zich af: ‘(..)welke spindoctor zit hierachter?’</p><p>Alexander Kohnstamm probeerde het een en ander te verhelderen via Twitter: ‘De kop is misleidend maar het klopt dat Partos naar nieuwe brede ontw.agenda wil met bredere financiering dan 0,7%!’ Ondertussen had de <a href="http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Nederland/338481/Ontwikkelingsbranche-niet-langer-tegen-bezuinigingen.htm" target="_blank">Elsevier</a> het een en ander echter al uit z’n verband gerukt met de kop ‘Ontwikkelingsbranche niet langer tegen bezuinigingen.’</p><p>Dicky Nieuwenhuis, directeur Woord en Daad, reageerde via twitter positief: ‘Goed dat OSorganisaties gaan voor inhoud in debat over toekomst internationale samenwerking + breder kijken dan 0,7%!’ Maar Ingrid de Caluwe, woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van de VVD, was in verwarring gebracht. ‘Volgens ontwikkelingsbranche (artikel Trouw) is 0,7%-norm onderhandelbaar. Hele bak lobbybrieven vorige weken gaven toch heel andere indruk!’ twitterde Ingrid de Caluwe. ‘Ingrid, lees het artikel: wij pleiten voor een nieuwe, brede mondiale agenda met nieuwe financiering.’ Twitterde Kohnstamm terug. Met daarin de toevoeging: ‘Tot dan onverkort 0,7!’</p><p>Vice Versa houdt de discussie in de gaten.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/23039/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>5</slash:comments> </item> <item><title>De dumping van de Rainbow Warrior</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/de-dumping-van-de-rainbow-warrior/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/de-dumping-van-de-rainbow-warrior/#comments</comments> <pubDate>Mon, 14 May 2012 04:00:33 +0000</pubDate> <dc:creator>Rob Zadel</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23022</guid> <description><![CDATA[Binnen MFS-II geldt dat de samenwerking zo sterk is als de zwakste schakel. Met dit in het achterhoofd verbaast columnist Rob Zadel zich over de ‘dumping’ van het afgedankte schip de Rainbow Warrior door Greenpeace aan Cordaid. Het schip is bovendien ongeschikt voor het werk dat het moet gaan doen in Bangladesh. En waarom heeft Cordaid niet even contact opgenomen met Terre des Hommes die in datzelfde gebied een vrijwel identiek programma heeft gedraaid dat nu is overgenomen door de nationale overheid van Bangladesh? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/de-dumping-van-de-rainbow-warrior/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_21474" class="wp-caption alignleft" style="width: 154px"><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/03/rob-zadel-schieten-in-je-eigen-voet/robzadel/" rel="attachment wp-att-21474"><img class=" wp-image-21474  " title="RobZadel" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/03/Robzadel-300x201.jpg" alt="" width="144" height="97" /></a><p class="wp-caption-text">Illustratie: Esther van Ameijde</p></div><p><strong>Binnen MFS-II geldt dat de samenwerking zo sterk is als de zwakste schakel. Met dit in het achterhoofd verbaast columnist Rob Zadel zich over de ‘dumping’ van het afgedankte schip de <em>Rainbow Warrior</em> door Greenpeace aan Cordaid. Het schip is bovendien ongeschikt voor het werk dat het moet gaan doen in Bangladesh. En waarom heeft Cordaid niet even contact opgenomen met Terre des Hommes die in datzelfde gebied een vrijwel identiek programma heeft gedraaid dat nu is overgenomen door de nationale overheid van Bangladesh?</strong></p><p>Voor al de MFS-II samenwerkingsverbanden geldt dat de samenwerking zo sterk is als de zwakste schakel. Als de zwakste schakel leert van de kennis van de sterkste, dan is het een proces dat ten goede komt aan de alliantie in zijn geheel en de zwakste schakel in het bijzonder.</p><p>Daarnaast zou het nog beter zijn wanneer tussen al de bestaande allianties hetzelfde principe wordt gehanteerd. Dan kunnen de zwakkere allianties leren van de sterkere. Dat is goed voor het geknakte imago van de OS-branche. Partos lijkt hier een uitstekend platform voor te zijn, maar Partos toont zich meer een belangenbehartiger van dingen die geweest zijn. Het huidige subsidiestelsel.</p><p>Dan is de aanval de beste verdediging en samenwerking wordt opgeofferd aan het aloude belang van ieder voor zich. De tegeltjeswijsheid ‘beter goed gejat dan slecht bedacht’ wordt hierbij niet geschuwd.</p><p><strong>Uniek project</strong></p><p>En zo kan het gebeuren dat Cordaid op haar website melding maakt van een groots en uniek project in de zuidelijke delta van Bangladesh, alwaar zij als sponsor van haar lokale partner Friendship een gezondheidsprogramma wil realiseren in een gebied met vele inwoners. Hiervoor betaalt zij de renovatie van het legendarische Greenpeaceschip de Rainbow Warrior tot hospitaalschip en de benodigde lopende kosten van het programma van Friendship.</p><p>Dat deed mij denken aan een uitvoerig medisch programma in Patuakhali, een gebied in de zuidelijke delta, en uitgevoerd vanaf het hospitaalschip Shapla, een platbodem en gebouwd in Dhaka in opdracht van Terre des Hommes. Na 15 jaren trouwe dienst heeft Terre des Hommes onlangs de Shapla verkocht aan een touroperator. De Shapla wordt een vakantieboot, een soort van cruiseschip en zeer geschikt voor de ondiepe wateren in de zuidelijke delta van Bangladesh en de rivieren.</p><p><strong>Overheid Bangladesh nam zelf verantwoordelijkheid</strong></p><p>Het medische programma van Terre des Hommes was afgerond. Voor de honderdduizenden mensen die zeer afgelegen wonen op de schorren en het vaste land was een medische infrastructuur met klinieken tot stand gebracht. De overheid van Bangladesh nam nu verder haar verantwoordelijkheid.</p><p>De Rainbow Warrior is een begrip, hoewel het in onderhavig geval de Rainbow Warrior II betreft. De echte legendarische Rainbow Warrior werd op 10 juli 1985 tot zinken gebracht door de Franse geheime dienst in Auckland, Nieuw Zeeland. De grondlegger van de Shapla en het medisch programma in Patuakhali is Hans Guyt, hoofd programma’s bij Terre des Hommes. Hij was als nucleair campaigner bij Greenpeace aan boord van de echte Rainbow Warrior tijdens de aanslag.</p><p><strong>Dumping</strong></p><p>Wat de website van Cordaid niet vermeldt, betreft het curieuze gegeven van dumping van een afgedankt Greenpeace schip door Greenpeace International in een ontwikkelingsland. Daar is nog een interne Greenpeacevete aan vooraf gegaan, want ook het aloude schip <em>de Sirius</em> van Greenpeace Nederland lag al eerder voor hetzelfde doel als dumping in de race, maar delfde het onderspit tot ongenoegen van Greenpeace Nederland, die nu met haar Sirius in de maag blijft zitten.</p><p>Zowel de Rainbow Warrior als de Sirius zijn voor het bewuste programma van Friendship niet bruikbaar, ook al zijn de schepen gratis aangeboden. Met een diepgang van respectievelijk 4.5 en 3.5 meter en ook na renovatie domweg niet geschikt als hospitaalschip, komt de vraag op waarom een nieuwer en hierop gebouwd schip als de Shapla niet werd overgenomen door Friendship in plaats van door een touroperator. De Shapla lag ook nog eens vlak bij het nieuwe operationele gebied van Friendship waardoor de overvaarkosten praktisch nihil zouden zijn.</p><p><strong>Raadsel</strong></p><p>Met zoveel overeenkomsten tussen het afgesloten medisch programma van Terre des Hommes Bangladesh en het nog te starten nieuwe medische programma van Friendship is het een raadsel waarom niet is gekozen voor overleg en samenwerking tussen Cordaid en Terre des Hommes en Friendship en Terre des Hommes Bangladesh.</p><p>De oplossing van dit raadsel is simpel, maar ontluisterend. De oprichters en eigenaren van Friendship zijn Runa Khan en haar Franse echtgenoot Yves Marre. De laatste is bevriend met een Franse kapitein van Greenpeace die zowel op de Sirius als op de Rainbow Warrior II heeft gevaren. De Rainbow Warrior II wordt drastisch omgebouwd tot ‘hospitaalschip’ op de werf van Yves Marre. Cordaid betaalt de kosten. Het mes snijdt daarmee aan meerdere kanten. Greenpeace is van haar oude boot af, Friendship heeft haar schip, omgedoopt tot Ronghonu, voor haar nieuwe medische programma en de werf heeft er een goed betaalde opdracht bij.</p><p><strong>Goedkoper</strong></p><p>De Ronghonu komt ergens op een centraal punt in het water te liggen. Maar als je nu toch heen en weer gaat varen, waarom bouw je dan geen ziekenhuis aan de wal? Dat is veel goedkoper om op te zetten en te runnen. Bovendien zijn er nu een heleboel veerboten die de eilanden aandoen en dat is een goedkope manier van vervoer. De organisatie Friendship vraagt zich niet af wat goedkoper is. Natuurlijk krijgen een hoop patiënten zorg waar weinig of niets voor betaald behoeft te worden, maar het is een initiatief dat parallel loopt aan wat de overheid van Bangladesh al doet in de zuidelijke delta. Het initiatief is daarmee geen duurzame oplossing.</p><p>Dit alles had in kaart gebracht kunnen worden in reeds eerder genoemd, maar niet gehouden overleg. Helaas lijken stuntwerk en publicitaire redenen de grondslag te zijn voor dit overbodig initiatief.</p><p>Als dit de keerzijde wordt van afnemende subsidies, dan heeft Partos in haar strijd tot behoud een nieuw argument in handen.</p><p>Rob Zadel</p><p><em>PS: Rob Zadel schreef voor uitgeverij Kluitman diverse avonturenboeken waaronder ‘De Sirius ontsnapt’ en ‘De Rainbow Warrior valt aan’.</em></p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/de-dumping-van-de-rainbow-warrior/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Belgische ontwikkelingssamenwerking eindelijk naar 21ste eeuw?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/belgische-ontwikkelingssamenwerking-eindelijk-naar-21ste-eeuw/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/belgische-ontwikkelingssamenwerking-eindelijk-naar-21ste-eeuw/#comments</comments> <pubDate>Fri, 11 May 2012 12:27:43 +0000</pubDate> <dc:creator>Bogdan Vanden Berghe</dc:creator> <category><![CDATA[opinie]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=23010</guid> <description><![CDATA[Ontwikkelingssamenwerking moet hervormen en het gaat lang niet meer om hulp alleen, is het huidige adagium. Ook bij onze zuiderburen vinden dezelfde soort discussies plaats. Daarom op deze vrijdagmiddag een bijdrage uit België over beleidscoherentie. Bogdan VandenBerghe van de ontwikkelingsorganisatie 11.11.11 laat zien hoe die beleidscoherentie in de Belgische regering vorm zou moeten krijgen.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/belgische-ontwikkelingssamenwerking-eindelijk-naar-21ste-eeuw/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_23012" class="wp-caption alignleft" style="width: 276px"><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/05/belgische-ontwikkelingssamenwerking-eindelijk-naar-21ste-eeuw/bogdan_0-2/" rel="attachment wp-att-23012"><img class=" wp-image-23012" title="bogdan_0" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/05/bogdan_01-300x201.jpg" alt="" width="266" height="178" /></a><p class="wp-caption-text">Gie Goris</p></div><p><strong>Ontwikkelingssamenwerking moet hervormen en het gaat lang niet meer om hulp alleen, is het huidige adagium. Ook bij onze zuiderburen vinden dezelfde soort discussies plaats. Daarom op deze vrijdagmiddag een bijdrage uit België over beleidscoherentie. Bogdan VandenBerghe van de ontwikkelingsorganisatie 11.11.11 laat zien hoe die beleidscoherentie in de Belgische regering vorm zou moeten krijgen. </strong></p><p>De laatste tien jaar debatteert de ontwikkelingswereld voortdurend over de effectiviteit van de besteding van ontwikkelingsgeld. Een debat dat al te vaak wordt verengd tot het efficiënter versluizen van geld. Alsof ontwikkelingssamenwerking enkel afhangt van een managementoefening. Alsof er op die manier aan de andere kant van de wereld vanzelf ontwikkeling volgt. Dinsdag vinden in het Brusselse Egmontpaleis de Staten Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking plaats. Minister van ontwikkelingssamenwerking Paul Magnette nodigt hierbij de sector uit zich te buigen over waar het wel om gaat: hoe kunnen handel, financiën, landbouw, klimaat, migratie, etc. bijdragen aan armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling in het Zuiden. Beleidscoherentie voor ontwikkeling heet dat, en dat is dan ook de titel van de bijeenkomst.</p><p>Wij bij 11.11.11 hameren al langer op het belang van zo’n samenhangend ontwikkelingsbeleid en we doen dat niet alleen. In alle doorlichtingen die wij de laatste jaren maakten van het Belgisch ontwikkelingsbeleid, kreeg dit onderdeel een onvoldoende. Een internationale instelling als de OESO noemde dit voor België hét pijnpunt in haar laatste evaluatie.</p><p><strong>Het gaat niet om geld alleen</strong></p><p>Natuurlijk is efficiënt en effectief omspringen met hulpgelden belangrijk. Versta mij niet verkeerd. Maar in de feiten wordt deze discussie minder relevant. De officiële hulp aan ontwikkelingslanden bedraagt vandaag slechts een fractie van de totale financiële stromen naar het Zuiden. In 1970 was de hulp nog goed voor 70% van het totaal, vandaag is dat slechts 13%. Dat betekent dat het ontwikkelingsbeleid simpelweg minder impact heeft op de ontwikkelingskansen van het Zuiden dan vroeger. Vandaar het belang om ook en vooral aandacht te besteden aan andere terreinen.</p><p>Van onze partners in het Zuiden krijgen we vaak te horen dat onze inspanningen om kleine boerenorganisaties te steunen in hun productie geen enkele zin hebben wanneer we tegelijkertijd toestaan dat onze voedseloverschotten op de Afrikaanse markten worden gedumpt. Diezelfde partners begrijpen niet dat we zo sterk inzetten op waardig werk, terwijl onze handelsakkoorden miljoenen mensen in de werkloosheid dwingen. Afgelopen weekend gingen een aantal van onze lidorganisaties in debat over de samenwerking met de partners in de Sahel regio.</p><p>Ook zij vinden het vreemd om middelen in te zamelen voor projecten die toegang tot zuiver drinkwater in de Sahel verhogen, terwijl we niets doen aan de vermindering van de broeikasgassen die verantwoordelijk zijn voor de waterschaarste. Laat het duidelijk zijn: zelfs de meest effectief verleende hulp verdwijnt in het niets bij zulke incoherenties op andere beleidsterreinen. Eenvoudig gesteld: wat we met de ene hand geven, wordt met de andere hand teniet gedaan of erger gemaakt.</p><p>Jaar op jaar zeggen we dat ook in onze campagnes. Het gaat over waardig werk, over betere handelsrelaties, over een beter klimaatakkoord. Logisch, want ontwikkeling van heel wat landen wordt steeds meer belemmerd door beslissingen in andere beleidsdomeinen. Wie nog een relevante rol wil spelen in en met het Zuiden moet zich hierop organiseren. De voorbije ministers hebben dit steeds laten liggen, waardoor de Belgische ontwikkelingssamenwerking op dit gebied achterop hinkt.</p><p><strong>Elke minister is ontwikkelingssamenwerking</strong></p><p>Eigenlijk is de oplossing hiervoor eenvoudig: alle ministers in de regering moeten ook een beetje minister van ontwikkelingssamenwerking zijn. Niet alleen wanneer ze louter ‘Belgische’ beslissingen nemen, maar ook wanneer ze standpunt innemen in Europa of in de wereld. Als Belgisch vertegenwoordiger in het Internationaal Muntfonds kan Steven Vanackere (CD&amp;V) schulden kwijtschelden die de ontwikkeling van vele landen verhinderen. Als minister van Buitenlandse en Europese zaken kan Didier Reynders zorgen voor een investeringsakkoord met Mozambique of Vietnam dat de toegang tot waardig werk verhoogt in plaats van vernietigt. Johan Vandelanotte kan als minister van Economie zorgen dat mijnbedrijven transparant rapporteren over hun contracten in ontwikkelingslanden. Om zo de leegroof door corrupte regimes te verhinderen.</p><p>Sabine Laruelle, verantwoordelijk voor landbouw, kan zorgen voor een vernieuwd Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid dat een einde maakt aan de exportsubsidies. Die verhinderen dat Afrikaanse boeren hun producten op hun eigen markten kunnen verkopen. Als staatssecretaris voor energie en leefmilieu kan Melchior Wathelet de zogenaamde ‘bijmengplicht’ herbekijken. Die bepaalt dat producenten van benzine en diesel in België verplicht biobrandstof moeten toevoegen, afkomstig van palmolieplantages in Indonesië of Maleisië. De teelt van dergelijke energiegewassen is vaak helemaal niet duurzaam en gaat gepaard met landconflicten, slechte arbeidsomstandigheden en grootschalige kap van het regenwoud.</p><p><strong>Ontwikkelingscoherentie als verplichting</strong></p><p>De verantwoordelijkheid voor een beleid dat de duurzame ontwikkeling in het Zuiden versterkt en armoede bestrijdt, ligt in andere woorden bij de voltallige regering. Om alle ministers waarvan de bevoegdheden een impact hebben in de ontwikkelingslanden op één lijn voor ontwikkeling te krijgen, is een engagement op het hoogste politieke niveau dus absoluut noodzakelijk. Het is van vitaal belang dat ‘ontwikkelingscoherentie’ niet alleen afhangt van de goodwill van de partijen die toevallig aan zet zijn, maar een verplichting wordt voor elke regering, vandaag en morgen.</p><p>Om dit te garanderen moet er een wettelijk kader én een werkend mechanisme komen. Zodat ‘ja we gaan dat doen’ ook eindelijk ‘ja we doen dat’ kan worden. Laat het aan het Parlement om dit te controleren en het middenveld om dit op te volgen. Tegelijk moet er ook meer duidelijkheid komen over de standpunten die onze regeringsleden innemen op internationale fora. Te vaak horen we hier enkel de succesverhalen klinken. Terwijl ondertussen, onzichtbaar en oncontroleerbaar, beslissingen genomen worden met een enorme impact in ontwikkelingslanden.</p><p>Is dit te veel gevraagd? Wij denken van niet. De afgelopen twintig à dertig jaar hebben we steeds meer zicht op wat onze parlementen en regering doen. We verwachten – terecht – transparantie over de manier waarop ons geld besteed wordt. We begrijpen ook, onder meer dankzij de media, steeds beter hoe het ene beleid invloed heeft op het andere. Het wordt tijd dat dit ook gebeurt wanneer de ontwikkelingskansen in het Zuiden op het spel staan. Zal ik het anders zeggen: zolang we doen alsof ontwikkelingssamenwerking enkel gaat over hulpstromen draaien we onszelf een rad voor ogen. Dat is bovendien een mening uit vervlogen tijden. Laten we dat veranderen en de 21ste eeuw instappen.</p><p><em>Bogdan Vanden Berghe is algemeen directeur 11.11.11.</em></p><p><em>Deze opinie verscheen eerder op <a href="http://www.mo.be/">www.mo.be</a> en www.deredactie.be.</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/05/belgische-ontwikkelingssamenwerking-eindelijk-naar-21ste-eeuw/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk: basic
Page Caching using disk: enhanced
Database Caching 2/48 queries in 0.019 seconds using disk: basic
Object Caching 1088/1195 objects using disk: basic

Served from: www.viceversaonline.nl @ 2012-05-17 11:55:20 -->
