<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Vice Versa &#187; Nieuws</title> <atom:link href="http://www.viceversaonline.nl/nieuws/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.viceversaonline.nl</link> <description>Vakblad over ontwikkelingssamenwerking</description> <lastBuildDate>Fri, 03 Feb 2012 14:34:25 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator> <xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" /> <item><title>Ideeën voor na de Millenniumdoelen?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/#comments</comments> <pubDate>Mon, 30 Jan 2012 14:04:21 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[China]]></category> <category><![CDATA[India]]></category> <category><![CDATA[Ontwikkelingssamenwerking]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19791</guid> <description><![CDATA[In Utrecht organiseerde de Society for International Development (SID) de achtste ‘Knowledge for Development Conference’. Het thema van de conferentie was veelbelovend: ‘Nieuwe donoren, nieuwe investeringen: nieuwe ontwikkeling? Voorbij de Millenniumdoelen’. Toch kwam pas tijdens de afsluitende discussie echt een toekomstvisie ter sprake. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/untitled-6/" rel="attachment wp-att-19792"><img class="alignleft size-full wp-image-19792" title="untitled" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/untitled2.bmp" alt="" /></a>In Utrecht organiseerde de Society for International Development (SID) de achtste ‘Knowledge for Development Conference’. </strong><strong>Het thema van de conferentie was veelbelovend: ‘Nieuwe donoren, nieuwe investeringen: nieuwe ontwikkeling? Voorbij de Millenniumdoelen’. Toch kwam pas tijdens de afsluitende discussie echt een toekomstvisie ter sprake. </strong></p><p><strong>Collegereeks</strong></p><p>De conferentie in Utrecht begon ‘s morgens met een viertal hoorcolleges, met als overkoepelend thema: hoe gaan de ‘nieuwe donors’ als India en China om met bilaterale hulp, en hoe beïnvloedt dit het wereldtoneel? Zijn de <em>Millennium Development Goals</em> (MDGs) nog wel actueel, of moeten ze herzien worden?</p><p>In het licht hiervan spraken Aderanti Adepoju, (<em>Human Resource Development Center,</em> Lagos), Stephen Ellis (<em>African Studies Center</em>, Leiden), Yongjun Zhao (Rijksuniversiteit Groningen) en Maru Shete (LANDac, Ethiopië) de geïnteresseerden toe met hun visie op deze veranderingen op het internationale wereldtoneel. Adepoju sprak over de Chinese opvatting over Afrika: ‘China houdt zich bezig met zaken doen. Wat de consequenties ook zijn, wat het ook mag kosten. China maakt misbruik van de zwakke concurrentie in Afrika.’ Hij leek niet al te blij te zijn met de groeiende Chinese invloed op het wereldtoneel in het algemeen, toen hij uitriep: ‘<em>What in this world is not Chinese?’</em></p><p>Yongjun Zhao, Chinese academicus met een goed netwerk in zijn thuisland, liet in zijn presentatie weten dat het onderwerp van Chinese ontwikkelingshulp in het Aziatische land zelf nauwelijks aan de orde komt en een ‘<em>low profile’</em> heeft gehouden. Afrikaanse regeringen kiezen graag voor samenwerking met China, betoogde hij, omdat het makkelijker is om aan Chinees geld te komen dan Europese steun te krijgen. China houdt zich bezig met zakendoen, niet met politiek, aldus Zhao. ‘We moeten ook niet uit het oog verliezen dat in China zelf ook een groot deel van de bevolking onder de armoedegrens leeft en dat die aantallen zelfs toenemen. Er is een groot verschil tussen de arme en rijke delen van China zelf.’</p><p><strong>Nieuwe donoren</strong></p><p>Met die opmerking sloot zijn lezing mooi aan bij één van de workshops die tijdens de conferentie gehouden werden: ‘<em>New Donors – New Aid – New Agendas’</em>. India en China zijn zich als opkomende economieën in toenemende mate gaan bezighouden met economische- en ontwikkelingssamenwerking in met name Afrika en Azië. Vooral India is van deze nieuwe donoren een vreemde eend in de bijt: er leven meer mensen in armoede in India dan op het gehele Afrikaanse continent samengenomen, en het land ontvangt nog steeds ontwikkelingsgeld. Toch heeft de Indiase regering 5,7 miljard dollar aan ontwikkelingshulp aan Afrika toegezegd, een bedrag dat over een periode van drie jaar zal worden verdeeld. Volgens Bert Jacobs, docent aan de Universiteit van Antwerpen en spreker tijdens de workshop, halen China en India momenteel ‘meer grondstoffen uit Afrika dan Europa ooit gedaan heeft’.</p><p>De aanpak van China en India is wat betreft ontwikkelingshulp erg verschillend. Zo richt China zich meer op de opbouw van infrastructuur (een kritische deelnemer: ‘alleen maar om hun eigen grondstoffen beter te kunnen vervoeren!’) en legt India de focus vooral op training, opleidingen en ondernemerschap (het geven van studiebeurzen bijvoorbeeld), het zogenaamde capacity building.</p><p><strong>Rol van een bescheiden Europa</strong></p><p>Tijdens de conferentie is de rol van Europa vrijwel niet ter sprake gekomen. Pas bij de afsluitende discussie vroeg debatleider Annelies Zoomers (hoogleraar IDS aan de Universiteit Utrecht) de panelleden hun mening over de toekomstige rol van de EU. René Grotenhuis, directeur van Cordaid, wees erop dat de huidige crisis in Europa en in de ontwikkelingssector de mogelijkheid geeft tot vernieuwing. De scheiding tussen Noord en Zuid is verleden tijd volgens hem. Grotenhuis voorspelde dat vragen over de <em>global public goods</em> (zoals de klimaatproblematiek) het debat in de sector zullen domineren. Mirjam Van Reisen, professor aan de universiteit van Tilburg, stelde dat Europa minder moet preken en meer moet vechten voor Europese ideeën, zoals de welvaartstaat. Het panel (dat naast Grotenhuis en Van Reisen bestond uit Adepoju en Dorine van Norren van de Adviesraad Internationale Vraagstukken) was het erover eens dat de EU op gelijke voet moet gaan samenwerken met ontwikkelingslanden.</p><p>De discussie komt na een dag vol lezingen en beheerste uitspraken pas echt op gang als de zaal mee gaat doen. Een Aziatische studente vraagt zich af of een ontwikkelingsstrategie die een crisis als de eurocrisis brengt wel opgelegd kan worden aan andere landen. Een andere, Afrikaanse, deelnemer aan het congres benadrukte dat Afrikaanse landen als partners moeten worden gezien, en niet als arme sloebers of ‘<em>dumping ground’</em>. Zelfs als officiële ontwikkelingshulp zou stoppen, blijven Europa en ontwikkelingslanden nauw verbonden. In een vernieuwing van deze relaties moet dan ook geïnvesteerd worden.</p><p>Professor Adepoju uit Lagos herkent de betuttelende houding van Europa die een Afrikaanse student aanhaalt. Hij roept dan ook op om te werken vanuit het potentieel van ontwikkelingslanden en de dingen positief te bekijken. De Afrikanen zelf moeten ook hun overheden verantwoordelijk houden voor zaken als onderwijs en gezondheidszorg. ‘<em>Decolonization of the minds’</em>, een terugkerende kreet, moet volgens Adepoju aan twee zijden plaatsvinden. Afrikaanse landen moeten geloven in de eigen kracht en initiatief tonen. Europa moet de manier waarop zij omgaat met de ex-koloniën aanpassen. Grotenhuis: ‘Het wordt tijd dat Europa bescheiden wordt’.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>The Global Journal presenteert: de Top 100 Beste Ngo’s</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-global-journal-presenteert-de-top-100-beste-ngo%e2%80%99s/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-global-journal-presenteert-de-top-100-beste-ngo%e2%80%99s/#comments</comments> <pubDate>Fri, 27 Jan 2012 05:00:24 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19707</guid> <description><![CDATA[Het tijdschrift The Global Journal presenteerde een top honderd van de beste ngo’s – ‘de eerste internationale ranglijst in zijn soort’. Aan de hand van criteria als ‘impact’ en ‘duurzaamheid’ werden duizend ngo’s gekeurd, waarop de beste honderd in een ranglijst werden gezet. Vice Versa bekijkt voor u de ranglijst en belt met de enige als ‘Nederlands’ aangemerkte organisatie op de lijst: Aflatoun. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-global-journal-presenteert-de-top-100-beste-ngo%e2%80%99s/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-global-journal-presenteert-de-top-100-beste-ngo%e2%80%99s/photos_2011_12_dec1fd66e1167b7/" rel="attachment wp-att-19708"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-19708" title="photos_2011_12_dec1fd66e1167b7" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/photos_2011_12_dec1fd66e1167b7-100x100.png" alt="" width="100" height="100" /></a>Het tijdschrift <em>The Global Journal</em> presenteerde een <a href="http://theglobaljournal.net/article/view/585/">top honderd van de beste ngo’s </a>– ‘de eerste internationale ranglijst in zijn soort’. Aan de hand van criteria als ‘impact’ en ‘duurzaamheid’ werden duizend ngo’s gekeurd, waarop de beste honderd in een ranglijst werden gezet. Vice Versa bekijkt voor u de ranglijst en belt met de enige als ‘Nederlands’ aangemerkte organisatie op de lijst: Aflatoun.</strong></p><p>‘The Global Journal is erg blij de Wikimedia Foundation te kunnen feliciteren met het behalen van de eerste plaats in de Top 100’, kondigt <em>The Global Journal</em> haar keuze voor de nummer één op <a href="http://theglobaljournal.net/photo/full_view/575/">de ranglijst </a>aan. ‘Wikimedia’s meest beroemde initiatief, Wikipedia, heeft de manier waarop de wereld informatie verkrijgt getransformeerd (…).  De website draait volledig op vrijwilligers en heeft zich in snel tempo ontwikkeld tot de grootste collectie van gedeelde kennis in de geschiedenis.’ Als toonaangevend voorbeeld van ‘<em>a great idea well executed</em>’ werd de Wikimedia Foundation daardoor de eerste plaats in de Top 100 toegekend.</p><p><strong>De top tien</strong></p><p>Na de Wikimedia foundation haalden achtereenvolgens de ngo’s Partners in Health, Oxfam, BRAC (<em>Bangladesh Rural Advancement Committee</em>), het International Rescue Committee, PATH (<em>Program for Appropriate Technology in Health</em>), CARE International, Médecins Sans Frontières, Danish Refugee Council en Ushahidi de top tien van de lijst.</p><p>Wat opvalt aan de Top 100 Beste Ngo’s – en wat ook terugkomt in de top tien – is de diversiteit aan organisaties wat betreft hun insteek en doelgroep. Van <em>Land Rights</em> tot <em>Crowdsourcing Software</em>, van informatievrijheid tot gezondheidszorg: alles passeert de revue. Desalniettemin wordt bij verreweg de meeste ngo’s in de ranglijst de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk als land van herkomst aangemerkt, al hebben ngo’s als BRAC (uit Bangladesh, op de vierde plaats), Ushahidi (uit Kenia, op de tiende plaats) of Pratham (India, 22<sup>ste</sup> plaats) ook hun plekje in de lijst veroverd.</p><p><strong>Opstellen van een ranglijst</strong></p><p>Hoe is deze Top 100 tot stand gekomen? Aan welke criteria moesten organisaties voldoen, en hoe werden ze beoordeeld? Volgens <a href="http://theglobaljournal.net/article/view/457/">de website </a>van <em>The Global Journal </em>is het ranglijsten van een groep organisaties met zulk een grote diversiteit ‘onvermijdelijk subjectief’. Desalniettemin werd er toch gebruik gemaakt van een aantal kwalitatief meetbare criteria. Hieronder vallen: innovatie (creativiteit in programmeren, een vernieuwende aanpak voor een ‘oud’ probleem), effectiviteit (het waarmaken van doelstellingen, en kwaliteit van externe evaluaties), en impact (<em>outcomes</em> verkiezen boven <em>outputs</em>, bredere effecten, donor-gedreven versus behoefte-gedreven aanpak). De overige vijf criteria waren efficiëntie en <em>value for money</em>, transparantie en verantwoording, duurzaamheid, strategisch en financieel management en <em>peer review</em>: de erkenning van de organisatie door andere ngo’s en donors betrokken in de sector.</p><p><em>The Global Journal</em>: ‘Ondanks dat we specifieke criteria hanteerden om onze keuzes te leiden, is het resultaat moeilijk meetmaar. Want hoe vallen de fundamentele impact op de samenleving van een Wikipedia te vergelijken met de tastbare resultaten van een goed geoliede humanitaire machine?’</p><p>Aan deze ranglijst lag echter nog een andere, meer substantiële vraag ten grondslag: wat is een ngo eigenlijk? De sector definieert zich namelijk door iets wat het <em>niet</em> is, namelijk: niet gouvernementeel. Maar wanneer ben je dan een ngo? <em>The Global Journal</em> zegt zelf ook te hebben geworsteld met deze vraag, en heeft uiteindelijk voor dit project gekozen  voor de volgende definitie: ‘<em>Operational or advocacy focused non-profit organizations organized on a local, national or international level</em>.’ Organisaties die niet gericht zijn op het behalen van winst dus, maar op een lokaal, nationaal of internationaal niveau zich bezighouden met <em>advocacy</em> of concrete projecten. Een definitie waar niet iedereen het mee eens zal zijn, erkent het blad, maar ‘ook niet iedereen zal het überhaupt al eens zijn met het opzetten van een ranglijst.’</p><p><strong>Even bellen met Aflatoun</strong></p><p>De enige organisatie die als ‘Nederlands’ wordt aangemerkt op de lijst, op nummer vijftig, is de ngo Aflatoun. Andere ngo’s die ook in Nederland actief zijn zoals Plan International of  Oxfam kwamen ook op de lijst voor (respectievelijk op plaats 35 en plaats 3), maar worden beiden als organisaties uit het Verenigd Koninkrijk bestempeld. Even bellen met Aflatoun dus, om te vragen hoe zij zich zo op de ranglijst hebben weten te krijgen. ‘Er is een maand geleden contact met ons gezocht door <em>The Global Journal</em>’, legt Aflatoun woordvoerder Simon Bailey uit. ‘We werden verzocht gegevens op te sturen omdat wij één van de organisaties waren die kans maakten op een plaats in de Top 100. Uiteindelijk hoorden we pas op de dag van publicatie [23 januari, red.] dat we op nummer 50 kwamen te staan.’</p><p>‘We zijn natuurlijk erg vereerd dat we op de ranglijst staan. We zijn een kleine organisatie, maar ons werk wordt blijkbaar toch erkend’, aldus Bailey. In hoeverre de ranglijst nou eigenlijk iets zegt over welke ngo het ‘best’ is, aangezien <em>The Global Journal</em> zelf al erkende dat het maken van zo’n lijst ‘onvermijdelijk subjectief’ is, reageert Bailey: ‘We zien het meer als een erkenning van wat we doen. Bovendien heeft <em>The Global Journal</em> hiermee ook een goede databank opgesteld met informatie over wat verschillende organisaties doen, en waarin ze onderscheidend zijn.’</p><p>Daarbij, betoogt de Aflatoun woordvoerder, is het goed dat de discussie over de ngo-sector eindelijk in een positief licht komt te staan. ‘Er wordt voortdurend benadrukt dat er zoveel organisaties zijn die het slecht doen, of verkwistend met geld of andere middelen omgaan. Deze Top 100 laat zien dat er ook veel organisaties zijn die het hartstikke goed doen.’ En zou Aflatoun volgend jaar op nummer één komen te staan? ‘Dat hopen we natuurlijk wel’, lacht Bailey. Hij gaat op een serieuze toon verder: ‘Om onszelf te verbeteren denk ik dat we ons nog meer zouden moeten richten op samenwerking.’</p><p>&nbsp;</p><p><em>Klik <a href="http://theglobaljournal.net/article/view/585/">hier </a>voor de ‘Top 100 Best NGOs’ van The Global Journal, en bekijk ook het <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/12/hidde-van-der-veer-aflatoun-%e2%80%98ngo%e2%80%99s-moeten-duidelijk-maken-waarom-ze-essentieel-zijn%e2%80%99/">interview dat Vice Versa hield met de Aflatoun directeur</a>, Hidde van der Veer.</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/the-global-journal-presenteert-de-top-100-beste-ngo%e2%80%99s/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>Radar zorgt voor opschudding: ‘Ontwikkelingsgeld komt verkeerd terecht’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%e2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%e2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Tue, 24 Jan 2012 12:03:55 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[effectiviteit ontwikkelingshulp]]></category> <category><![CDATA[Ontwikkelingshulp]]></category> <category><![CDATA[overheidssubsidie]]></category> <category><![CDATA[Radar]]></category> <category><![CDATA[Wakker Dier]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19636</guid> <description><![CDATA[De uitzending van Radar gisteravond loog er niet om. ‘Ontwikkelingsgeld komt verkeerd terecht’, berichtte het programma, en hoe: er zou in de afgelopen jaren 70 miljoen euro aan ontwikkelingshulp in de zakken van goedlopende Nederlandse of buitenlandse bedrijven verdwenen zijn. Uit onderzoek van Wakker Dier bleek dat de overheid via subsidieregelingen investeert in dubieuze landbouwprojecten in het buitenland: zo worden er in Bosnië megastallen gefinancierd, een vorm van dierhouderij die in Nederland wordt ontmoedigd. Vice Versa vat voor u de uitzending en de reacties samen, en vraagt zich af: wat is er waar? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%e2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%e2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%e2%80%99/logo-9/" rel="attachment wp-att-19637"><img class="alignleft size-full wp-image-19637" title="logo" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/logo.gif" alt="" width="246" height="54" /></a><strong>De uitzending van Radar gisteravond loog er niet om. ‘Ontwikkelingsgeld komt verkeerd terecht’, berichtte het programma, en hoe: er zou in de afgelopen jaren 70 miljoen euro aan ontwikkelingshulp in de zakken van goedlopende Nederlandse of buitenlandse bedrijven verdwenen zijn. Uit onderzoek van Wakker Dier bleek dat de overheid via subsidieregelingen investeert in dubieuze landbouwprojecten in het buitenland: zo worden er in Bosnië megastallen gefinancierd, een vorm van dierhouderij die in Nederland wordt ontmoedigd. Vice Versa vat voor u de uitzending en de reacties samen, en vraagt zich af: wat is er waar?</strong></p><p>‘De Russische multimiljardair Abramovich, eigenaar van voetbalclub Chelsea, oliemagnaat en mega-varkensboer ontvangt 7,5 ton overheidssubsidie’, luidde presentatrice Antoinette Hertsenberg het thema in. ‘Wat is er misgegaan dat grote bedrijven geld opstrijken dat bedoeld was om arme mensen te helpen?’</p><p><strong>Het onderzoek van Wakker Dier</strong></p><p>De <a href="http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1236027">uitzending van Radar</a> is gebaseerd op een onderzoek van dierenorganisatie Wakker Dier, dat zichzelf omschrijft als de ‘stem van de vergeten dieren in de Nederlandse vee-industrie’.</p><p>Volgens het <a href="http://www.wakkerdier.nl/uploads/media_items/de-megastal-als-exportproduct.original.pdf">rapport ‘De megastal als exportproduct’ </a>van stichting Wakker Dier subsidieert de Nederlandse overheid al jaren de bouw en uitbreiding van zogenoemde ‘megastallen’ in het buitenland. Terwijl de bio-industrie onder vuur ligt in Nederland en er ook op politiek niveau het houden van dieren in megastallen wordt ontmoedigd, schijnt de overheid ‘achter de schermen’ de megastallen juist te subsidiëren, zo schrijft Wakker Dier in het rapport. Wakker Dier: ‘De Nederlandse overheid stimuleert de export van deze vee-industrie [de megastallen, red.]. Zij helpt de Nederlandse agro-industrie op alle mogelijke manieren aan nieuwe opdrachten voor megastal-projecten in alle delen van de wereld.’ Het probleem in een zin samengevat: ‘Terwijl de Nederlandse veeboer (…) de diervriendelijke richting uit wordt gestuurd, subsidieert de Nederlandse overheid de bouw van megastallen in het buitenland, nota bene uit potjes die zijn bedoeld voor ontwikkelingshulp aan arme mensen.’</p><p><strong>De uitzending</strong></p><p>‘Het geld komt terecht bij mega-concerns die hun stallen alleen maar uitbreiden met het geld wat bedoeld is om boeren een goed inkomen te geven’ vertelt Hanneke van Ormondt van stichting Wakker dier in het Radar-filmpje. Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, reageerde in Radar op de bevindingen van Wakker Dier: ‘Het bevestigt wel het beeld wat ik heb, namelijk dat we aan grote bedrijven die genoeg geld in kas hebben subsidies geven voor foute dingen.’</p><p>In de uitzending van Radar worden twee projecten uit het rapport van Wakker Dier aangehaald: de genoemde 7,5 ton die een dochterconcern van de steenrijke Abramovich als ontwikkelingssubsidie toegewezen kreeg. Paul Hoebink: ‘Dit geld is duidelijk bedoeld voor kleinere bedrijven en midden bedrijven die het geld niet kunnen vinden om een risicovolle investering te doen, en nu hier zie je ’s werelds grootste bedrijven die dat geld helemaal niet nodig hebben, die subsidie ontvangen.’ Het tweede project waar Radar aandacht aan besteedde was de bouw van een megastal in Bosnië door de omstreden Nederlandse varkenshouder Genugten, dat ook gefinancierd werd door ontwikkelingsgelden. De varkenshouder kon niet meer verder uitbreiden in Nederland en bouwde met de subsidie een megastal in het Oost-Europese land wat volgens de Radar uitzending eerder ellende opleverde dan ontwikkeling: de lokale boeren zouden worden weggeconcurreerd, de megastal zou geen werkgelegenheid opleveren en er was overlast door het dumpen van mestoverschotten.</p><p>Paul Hoebink legt in het Radar filmpje uit dat het gaat om projecten die worden gefinancierd vanuit het Private Sector Investeringsprogramma (PSI) budget, een subsidie uit de ontwikkelingsbegroting die volgens Hoebink ‘bedoeld is om particuliere bedrijven uit Nederland een steuntje in de rug te geven om een investering te doen, liefst in samenwerking met lokale bedrijven, om bijvoorbeeld werkgelegenheid te scheppen [in ontwikkelingslanden, red.].’ Radar heeft kritiek op de toekenning van PSI: zo blijken er ook grote bedrijven en multinationals in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.</p><p><strong>Wat is waar?</strong><strong> </strong></p><p>De gelden die volgens Radar en Wakker Dier zijn besteed aan deze projecten blijken in de meeste gevallen niet uit het PSI budget te komen, maar gesubsidieerd te zijn vanuit het ministerie van Economische Zaken. Het PSI werd pas in 2009 inleven geroepen: daarvoor hanteerde het ministerie het Programma Samenwerking Opkomende Markten (PSOM). Het PSOM werd in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken gehanteerd, en <a href="http://www.trosradar.nl/artikel_detail/bericht/reactie-ministeries/">volgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken </a><em>niet</em> gefinancierd met ontwikkelingsgeld. Van de in totaal tien projecten die Wakker Dier in hun rapport onder de loep namen werd er één met ontwikkelingsgeld gesubsidieerd vanuit het PSI: het varkensstalproject in Bosnië. Volgens Maurits Harting, persvoorlichter van Agentschap NL, voldeed ook die aanvrager prima aan de voorwaarden van het PSI. ‘De bouw van de varkensstallen is nog niet klaar, het heeft vertraging opgelopen. Dat wil niet zeggen dat het project niet zal bijdragen aan het opleiden en trainen van de lokale varkensboeren daar.’ Dit specifieke project in Bosnië zou 12 arbeidsplaatsen opleveren, relatief laag bij een gemiddelde van 81 banen per PSI project (zie voor meer gedetailleerde informatie <a href="http://www.minbuza.nl/binaries/content/assets/minbuza/nl/import/nl/producten_en_diensten/evaluatie/afgeronde_onderzoeken/2010/07/evaluatie_psom_psi_1999_2009_en_mmf/rapport/rapport/hippogallery%3Aasset">het evaluatierapport over PSI</a>, uitgevoerd door Triodos Facet).</p><p>‘De Radar aflevering en het Wakker Dier rapport zijn trouwens gebaseerd op gesubsidieerde veehouderijprojecten in het buitenland,’ aldus Harting. ‘Op jaarbasis heeft het PSI zeventig miljoen euro te besteden, waarvan er maar zo’n 4 of 5 procent naar veehouderijprojecten gaat.’<br /> Dat er zeventig miljoen euro ontwikkelingsgeld over de balk zou zijn gesmeten, is dus overtrokken volgens Harting: de gehekelde projecten vonden plaats vanuit het budget van Economische Zaken middels het PSOM. Dat daarbij ook grote multinationals subsidie toegekend hebben gekregen, is volgens Harting niet zo vreemd als Radar het doet voorkomen: het PSOM geld werd bij voorkeur aan midden- en kleinbedrijven (MKB) toegekend, maar stond ook open voor andere partijen – vandaar dat multimiljardairs als Abramovich er ook aanspraak op konden maken.</p><p>De waarheid ligt natuurlijk nog steeds in het midden. Op de website van Radar komen er <a href="http://www.trosradar.nl/artikel_detail/bericht/ontwikkelingshulp-komt-verkeerd-terecht/">verschillende reacties </a>langs die de resultaten van het onderzoek van Wakker Dier onderschrijven of juist bekritiseren. Vice Versa zoekt dit verder voor u uit en komt in de loop van de week met een kritische column over de bevindingen.</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%e2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>4</slash:comments> </item> <item><title>Een drukke agenda voor de internationale hulpgemeenschap in Busan</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/11/een-drukke-agenda-voor-de-internationale-hulpgemeenschap-in-busan/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/11/een-drukke-agenda-voor-de-internationale-hulpgemeenschap-in-busan/#comments</comments> <pubDate>Fri, 18 Nov 2011 18:00:10 +0000</pubDate> <dc:creator>Selma Zijlstra</dc:creator> <category><![CDATA[Featured]]></category> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[agenda]]></category> <category><![CDATA[busan]]></category> <category><![CDATA[high level forum on aid effectiveness]]></category> <category><![CDATA[hulpeffectiviteit]]></category> <category><![CDATA[Selma Zijlstra]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=17469</guid> <description><![CDATA[Terwijl staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken een salvo aan beleidsbrieven de Tweede Kamer in torpedeert en de Nederlandse ontwikkelingssector zich voorbereidt op het wetgevingsoverleg van aanstaande maandag, zit de rest van de wereld ook niet stil. De internationale gemeenschap maakt zich op voor het vierde High Level Forum over hulpeffectiviteit, dat van 29 november tot 1 december plaatsvindt in het Zuid Koreaanse Busan. Ruim 2000 delegaties verzamelen zich daar om over de effectiviteit van ontwikkelingshulp te praten. Vice Versa zal naar Busan reizen en verslag uitbrengen. Maar eerst een voorbeschouwing: wat staat er op de agenda? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/11/een-drukke-agenda-voor-de-internationale-hulpgemeenschap-in-busan/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/11/een-drukke-agenda-voor-de-internationale-hulpgemeenschap-in-busan/logo-busan/" rel="attachment wp-att-17473"><img class="alignleft size-full wp-image-17473" title="logo BUSAN" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/11/logo-BUSAN.jpg" alt="" width="250" height="83" /></a>Terwijl staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken een salvo aan beleidsbrieven de Tweede Kamer in torpedeert en de Nederlandse ontwikkelingssector zich voorbereidt op het wetgevingsoverleg van aanstaande maandag, zit de rest van de wereld ook niet stil. De internationale gemeenschap maakt zich op voor het vierde High Level Forum over hulpeffectiviteit, dat van 29 november tot 1 december plaatsvindt in het Zuid Koreaanse Busan. Ruim 2000 delegaties verzamelen zich daar om over de effectiviteit van ontwikkelingshulp te praten. Vice Versa zal naar Busan reizen en verslag uitbrengen. Maar eerst een voorbeschouwing: wat staat er op de agenda?</strong></p><p>Een teller op de <a href="http://www.aideffectiveness.org/busanhlf4/" target="_blank">website van het forum </a>houdt de spanning erin: nog elf dagen voordat het circus in Busan losbarst. De voorbereidingen zijn in volle gang. Regeringen vergaderen over hun inzet voor Busan en denktanks spuien analyses. Vooral de Working Party on Aid Effectiveness beleeft drukke tijden. Deze representatieve werkgroep, bestaande uit donoren, hulpontvangende landen en ngo’s, is dit jaar diverse keren bijeen gekomen. Ze heeft al vier <a href="http://www.owen.org/wp-content/uploads/DCD_DAC_EFF_2011_16-Fourth-Draft-Outcome-Document-for-HLF-4.pdf" target="_blank">concept verklaringen</a> opgesteld: de zogeheten ‘Busan Outcome Documents’, wat als basis zal dienen voor de agenda Busan, en nog steeds wordt er druk onderhandeld. Ondertussen houden ngo’s wereldwijd alles kritisch in de gaten.</p><p><strong>Wie komen er in Busan?</strong></p><p>Onder andere de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton, VN-secretaris generaal Ban-Ki Moon en voormalig Brits premier Tony Blair. Niet het minste bezoek dus. Een belangrijke rol is weggelegd voor oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders. Hij is co-voorzitter van de Working Party en zal het Busan Forum voorzitten. Waarschijnlijk komt staatssecretaris van Buitenlandse Zaken  Ben Knapen ook. En daarnaast zijn er ruim 2000 delegaties van donorlanden, hulpontvangende landen, multilaterale organisaties en internationale financiële instellingen als de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Ook ngo’s, zoals Oxfam International, Concord en AidWatch en vertegenwoordigers van de private sector zullen aanwezig zijn.</p><p><strong>Waarom is er een conferentie in Busan?</strong></p><p>Busan is het vervolg van eerdere conferenties in Monterrey (2000), Rome (2003), Parijs (2005) en Accra (2008). Busan is de vierde in dit rijtje. Of er nog een vijfde High Level Conferentie komt, en in welke vorm, is nog onduidelijk. Het neerzetten van een post-Busan kader is dan ook een van dingen die besproken zal worden.</p><p>De conferenties zijn door de Organisatie Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) georganiseerd toen bleek dat hulp niet het gewenste effect had. Geen overbodige luxe. Volgens Roger Riddell, gerenommeerd auteur van het boek <em>Does Foreign Aid really Work?</em> gaat de helft van de hulp verloren vanwege een gebrek aan effectiviteit. Let wel: het gaat hierbij dus om een andere discussie dan die van of hulp wel of niet helpt. Het gaat erom dat hulp beter zou kunnen helpen, als het effectief wordt besteed.</p><p>Om die hoognodige efficiëntie te versterken, is in 2005 de <a href="http://www.oecd.org/dataoecd/15/3/46874580.pdf" target="_blank">Verklaring van Parijs</a> aangenomen, waar donoren en ontvangende landen zich verbonden aan afspraken. Deze afspraken zijn  uitgediept in de<em> <a href="http://www.oecd.org/dataoecd/58/16/41202012.pdf" target="_blank">Accra Agenda for Action</a></em> in 2008. Hoofdpunten uit deze afspraken zijn:</p><p>- Eigenaarschap: landen nemen zelf de leiding over de ontwikkeling van hun land en maken hun eigen nationale ontwikkelingsstrategieën;</p><p>- Aansluiting: donoren sluiten met hun hulp aan bij de nationale  ontwikkelingsstrategieën en de prioriteiten van ontwikkelingslanden. Ze helpen partnerlanden met capaciteitsopbouw, zodat ontwikkelingslanden in staat zijn hun eigen ontwikkelingsstrategieën op te stellen. Begrotingssteun verdient de voorkeur als hulpmodaliteit en donoren ontbinden hun hulp (ontwikkelingslanden hoeven met het ontwikkelingsgeld niet verplicht goederen of diensten van donoren af te nemen)</p><p>- Coördinatie<em>: </em>donoren coördineren hun activiteiten zodanig dat deze elkaar niet overlappen en ontvangende landen niet met een veelheid aan donormissies en rapporteerverplichtingen opgescheept zitten.</p><p>- Verantwoording<em>: </em>donoren en ontvangende landen leggen aan elkaar en aan de bevolking verantwoording af hoe de hulp wordt gespendeerd. Ze maken hun hulp transparant.</p><p>- Resultaten<em>: </em>ontwikkelingsinspanningen moeten gemonitord en geëvalueerd worden opdat daadwerkelijk resultaten voor ontwikkeling worden bereikt.</p><p>Door middel van een monitoring- en evaluatiemechanisme is op ieder van deze vijf punten nagegaan of de afspraken zijn nagekomen of niet. De Verklaring van Parijs en Accra <em>Agenda for Action</em> is wel eens verweten dat ze te technisch zijn – in wezen zijn het zeer politieke documenten, en staat of valt implementatie op ieder van de vijf punten met politieke wil.</p><p><strong>Welke onderwerpen staan er op de agenda?</strong></p><p><em>De Verklaring van Parijs</em></p><p>In de kern draait de conferentie in Busan om de Verklaring van Parijs en <em>Accra Agenda for Action</em>. Busan is hét moment om de balans op te maken: in hoeverre zijn de afspraken geïmplementeerd? En wat zijn de vervolgstappen? Een <a href="http://www.oecd.org/site/0,3407,en_21571361_39494699_1_1_1_1_1,00.html" target="_blank">recente evaluatie</a> door een onafhankelijke commissie heeft laten zien dat er nog veel werk te verrichten is: slechts één van de dertien doelstellingen is gehaald. Het zijn met name de donorlanden die achter zijn gebleven. Ontvangende landen hebben forse stappen gemaakt door nationale ontwikkelingsstrategieën te maken of te verbeteren, maar aansluiting van donorzijde bij deze ontwikkelingsstrategieën heeft nauwelijks plaatsgevonden. Vele hulpprogramma’s worden nog steeds beheerd door donoren, vaak zonder een intensieve dialoog met partnerlanden.</p><p>Stappen op het gebied van donorcoördinatie zijn gezet, maar deze zijn nog te klein. Het ongebonden maken van de hulp blijft globaal gezien nog ver achter de doelstelling van 89 %. Partnerlanden hebben al aangegeven dat een bevestiging van de commitments van Parijs en Accra voor hen hoog op de agenda staat. Ze zullen donoren in Busan aan hun verplichtingen willen houden.</p><p>Tot zover de Verklaring van Parijs zelf. Want sinds de Verklaring van Parijs is aangenomen, is de wereld veranderd. Financiële-, voedsel- en veiligheidscrises volgen elkaar op en nieuwe spelers als China en India tornen aan de traditionele machtsverhoudingen. Vele regeringen en analisten menen daarom dat, wil men een stap vooruit zetten in de internationale hulparchitectuur, de volgende zaken ook geadresseerd moeten worden:</p><p><em>De specifieke behoeftes van fragiele staten</em></p><p>Tot nu toe heeft geen enkele fragiele staat de Millenniumdoelstellingen bereikt. Ook de doelstellingen van de Verklaring van Parijs blijken moeilijk haalbaar te zijn voor deze groep landen, die te kampen hebben met (naschokken van) gewelddadig conflict. Een groep van fragiele staten, de G7+ genaamd, met daarin onder andere Liberia, Oost-Timor en Haïti, heeft het heft in eigen handen genomen en voorstellen gedaan om de hulp in fragiele staten te verbeteren. De Nederlandse regering is nauw betrokken bij dit initiatief.  Inzetvan de G7+ is om in de uiteindelijke verklaring van Busan de specifieke context van fragiele staten te onderstrepen en het belang te benadrukken van zaken zoals werkgelegenheid, staatsopbouw en veiligheid. Deze zaken zijn voor conflict of postconflictgebieden voor groot belang en een noodzakelijke tussenstap voor het halen van de millenniumdoelstellingen.</p><p><em>Nieuwe donoren</em></p><p>Ontwikkelingshulp is niet meer het exclusieve terrein van rijke westerse landen. Opkomende machten, zoals China en India, maar ook Arabische landen en kleinere midden-inkomenslanden als Zuid- Korea en Vietnam, zijn niet langer slechts ontvangers van hulp, maar geven het ook. Ook al gaat het niet om exorbitante bedragen, hun aandeel stijgt snel: in 1995 waren de nieuwe spelers nog verantwoordelijk voor 1,7 % van de ontwikkelinghulp, in 2008 werd hun aandeel al geschat op 12 % en men verwacht dat dat percentage zal oplopen tot 20 % in 2015. Deze nieuwe donoren volgen hun eigen spelregels. Daarmee dagen ze traditionele donor-partner verhoudingen uit en stellen ze vraagtekens bij de dominante machtspositie van traditionele donoren. Want waarom zouden ze moeten luisteren naar de – in hun ogen door het westen opgestelde &#8211; regels van Parijs en Accra, als ze toendertijd zelf onvoldoende betrokken werden? Toch willen de organisatoren van Busan dit keer een zo breed mogelijk partnerschap creëren en de nieuwe donoren verwelkomen in de internationale hulparchitectuur. Sommige donoren en critici vrezen dat de wil om consensus te bereiken, zal leiden tot een afgezwakte versie van de verklaring van Parijs.</p><p><em>De private sector</em></p><p>Niet alleen in Nederland is de private sector het <em>buzzword</em>, ook in de rest van de wereld wordt er actief gesproken en gediscussieerd over de rol van het bedrijfsleven. Algemeen wordt onderstreept dat de betrokkenheid van bedrijven van cruciaal belang is om economische groei te bewerkstelligen en werkgelegenheid te creëren. Busan wil de rol die de private sector te spelen heeft bevestigen en kijken hoe deze rol zo effectief mogelijk voor ontwikkeling ingezet kan worden, bijvoorbeeld door middel van nieuwe vormen van financiering, publiek-private-partnerschappen en het gebruiken van richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.</p><p><em>Ontwikkeling ‘beyond aid’</em></p><p>Inmiddels is het gangbare internationale <em>discourse </em>dat hulp slechts een kleine geldstroom temidden van vele andere is, zoals handel, investeringen, <em>remittances </em>(geld dat migranten naar hun thuisland sturen), geld bestemd voor klimaatadaptatie, of potentiële belastingopbrengsten.</p><p>‘Ontwikkelingslanden moeten hun afhankelijkheid van ontwikkelingshulp ontgroeien en volop gebruik maken van de mogelijkheden die geboden worden door investeringen, handel, belastingssystemen en door kapitaalmarkten uit te breiden’, verklaart bijvoorbeeld Brian Atwoord, voorzitter van de DAC (Development Assistance Committee) van de OESO in een paper dat hij schreef in aanloop naar de conferentie in Busan.</p><p>Op een meer politiek niveau is er de discussie over coherentie van beleid: het effect van hulp wordt teniet gedaan als er een paar straten verderop bij een ander ministerie oneerlijke handelsverdragen worden getekend. In het verlengde daarvan zijn ook de ‘mondiale publieke goederen’ van belang: de voedsel-, financiele, en klimaatcrises hebben meer impact op ontwikkelingslanden dan hulp. Daarom wordt in toenemende mate de noodzaak onderstreept om ook de effecten van beleid op deze gebieden mee te nemen in een bredere ontwikkelingsagenda.  Maar hoe relevant de vraag ook is, ook hierin schuilt een gevaar voor afspraken van Parijs is Accra. Want is Busan wel de juiste plaats deze zaken te addresseren en zal het niet leiden tot een al te alomvattende agenda, waarbij de kernprincipes van Parijs en Accra onder zullen sneeuwen?<strong> </strong></p><p><strong>Wat zou Busan kunnen bereiken?</strong></p><p>Busan zal uiteindelijk leiden tot een nieuwe verklaring dat de komende jaren als richtlijn voor donoren en partnerlanden zal fungeren. Op die manier hebben de Parijs Verklaring en Accra Agenda voor Actie gediend als belangrijk referentiekader voor het effectiever maken van de hulp. De bedoeling is ook dat een soort monitoring- en evaluatiemechnanisme zal komen om afspraken te monitoren. Ook probeert men een structuur voor verdere dialogen op poten te zetten.</p><p>Organisatoren en donoren aarzelen niet om grote woorden in de mond te nemen. ‘<em>Busan will be a watershed event</em>’, zegt de OESO. Voorzitters Bert Koenders en Talaat Abdel-Malek willen van Busan een ‘<em>true</em> <em>game-changer</em>’ maken en een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling creëren. Of dat temidden van financiële crises ook zal gebeuren, is nog de vraag. Donoren hebben het immers druk met hun eigen zaken en bezuinigen op ontwikkelingsbudgetten. Critici zijn sceptisch na het lezen van de derde concept verklaring. Zo schrijft <a href="http://www.simonmaxwell.eu/" target="_blank">Simon Maxwell</a>, voormalig onderzoeker bij het Overseas Development Institute (ODI) in zijn blog dat het document een ‘blaf maar geen beet’ produceert en ministers zich zouden moeten schamen als ze niets beters kunnen produceren. Ook Roger Riddell is vooralsnog niet erg optimistisch. ‘‘Ik denk niet donoren echt toegewijd zijn aan de doelen van de Verklaring van Parijs en aan samenwerking. In de huidige context van bezuinigingen, waarin donoren des te meer hun hulpbudgetten moeten verdedigen tegenover het publiek, is iedere donor meer geïnteresseerd in de effectiviteit van haar eigen individuele  hulp dan in samenwerking<del cite="mailto:Elza" datetime="2011-11-17T16:25">,</del>. Om impact te kunnen laten zien, zijn donoren ook eerder geneigd om projecten en programma’s te steunen met een tastbaar en korte termijn effect, zoals HIV/AIDS projecten, en hebben minder interesse in het versterken van bestuur en het bouwen aan instituties.’</p><p>Reden tot scepsis dus, maar op z’n minst staat ontwikkelingshulp weer even hoog op de agenda, en zullen leiders drie dagen lang praten over hoe ontwikkelingshulp beter kan. En dat is in tijden van financiële crisis en bezuiniging voor ontwikkelingshulp in ieder geval één gewin.<em> </em></p><p><em>Vice Versa zal met steun van het <strong><a href="http://www.fondspascaldecroos.org/" target="_blank">Fonds Pascal Decroos</a></strong> naar Busan reizen en verslag doen van de conferentie.   </em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/11/een-drukke-agenda-voor-de-internationale-hulpgemeenschap-in-busan/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>Politieke kant van voedselprobleem verwaarloosd in voedselzekerheidsbrief</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/politieke-kant-van-voedselprobleem-genegeerd-in-voedselzekerheidsbrief/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/politieke-kant-van-voedselprobleem-genegeerd-in-voedselzekerheidsbrief/#comments</comments> <pubDate>Mon, 31 Oct 2011 07:36:08 +0000</pubDate> <dc:creator>Selma Zijlstra</dc:creator> <category><![CDATA[De Knaak van Knapen]]></category> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[landbouw]]></category> <category><![CDATA[ppp's]]></category> <category><![CDATA[voedselzekerheid]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=16664</guid> <description><![CDATA[Staatssecretaris Hans Bleker van Landbouw en Ben Knapen van Ontwikkelingssamenwerking, zijn afgelopen dinsdag met hun Kamerbrief over voedselzekerheid gekomen. Met de nadruk op bedrijvigheid mag de brief geen verrassing heten en bekijkt het het voedselvraagstuk vooral als een productief vraagstuk. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/10/politieke-kant-van-voedselprobleem-genegeerd-in-voedselzekerheidsbrief/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/10/politieke-kant-van-voedselprobleem-genegeerd-in-voedselzekerheidsbrief/img_6995/" rel="attachment wp-att-16665"><img class="alignleft size-medium wp-image-16665" title="IMG_6995" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/10/IMG_6995-300x225.jpg" alt="" width="180" height="135" /></a>Staatssecretaris Hans Bleker van Landbouw en Ben Knapen van Ontwikkelingssamenwerking, zijn afgelopen dinsdag met hun Kamerbrief over voedselzekerheid gekomen. Met de nadruk op bedrijvigheid mag de brief geen verrassing heten en bekijkt het het voedselvraagstuk vooral als een productief vraagstuk.</strong></p><p>Lang werd er gewacht op de uitwerking van het voedselzekerheidsbeleid. Voor een ieder die de staatssecretaris sinds vorig jaar heeft gevolgd, zal de uitwerking niet als een verrassing komen. Bekend was al dat Knapen gebruik wilde maken van Nederlandse bedrijven en expertise op het gebied van landbouw, en dat is dan ook precies wat er in deze brief wordt uitgewerkt.</p><p>Het ministerie ziet de ernst van de voedselproblematiek in: in 2050 zijn er 9 miljard mensen die gevoed zullen moeten worden. De productiviteit moet dus omhoog. Hongersituaties zoals die in de Hoorn van Afrika vragen om daadkrachtig optreden, aldus de beide staatssecretarissen, ook in multilateraal verband. Het is nú het juiste moment om in te zetten op voedselzekerheid, want de voorwaarden voor landbouwontwikkeling zijn gunstiger dan ooit. De brief begint daarbij met het noemen van de stijging van de voedselprijzen.  Dit is opmerkelijk, want deze stijgingen zijn weliswaar een kans voor de beter bedeelden in de landbouwsector, maar voor vele arme mensen in Afrika en elders een ramp. Andere gunstige voorwaarden die in de brief worden genoemd, zijn de toenemende prioriteit bij Afrikaanse overheden, economische groei, een opkomende middenklasse en hernieuwde belangstelling bij de donorgemeenschap.</p><p><strong>Richten op de markt</strong></p><p>Nederland zal ‘doen waar het goed in is.’ Het zijn vooral de bedrijven, publiek private partnerschappen en kennisinstellingen die de kar moeten gaan trekken in het Nederlandse voedselzekerheidsbeleid. In vergelijking met eerder beleid, zal er meer ingezet worden op innovatie en marktgerichtheid, een voorwaardenscheppende omgeving die ondernemen mogelijk maakt en nadruk op het opschalen van programma’s die impact hebben. De regering zal pogen Nederlandse en multilaterale kanalen beter aan elkaar te koppelen, niet alleen door middel van financiering, maar ook door het betrekken van Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven bij internationale instituten.</p><p>Knapen wil de Nederlandse inzet goed matchen met de topsectoren Agrofood, Tuinbouw/Uitgangsmaterialen en water – uitgaande van de lokale vraag. Verder excelleert Nederland volgens de regering ook in melkveehouderij, zaaigoed/pootgoed, agrologistiek, ketenbenaderingen, voedingskwaliteit, kennissystemen en rurale financiering. De landen die aan deze zaken behoefte hebben, zullen op Nederland kunnen rekenen.</p><p>Om goede matches te bewerkstelligen, wordt er onder andere meer geïnvesteerd in partnerschappen met het bedrijfsleven, gaat het Nederlandse bedrijfsleveninstrumentarium beter aansluiten bij de speerpunten van het ontwikkelingsbeleid en worden de investeringen op het gebied van private sectorontwikkeling afgestemd op zaken die relevant zijn voor voedselzekerheid. Daarnaast wordt ook het ambtenarenapparaat betrokken door te investeren in kennis op ambassades en door economische diplomatie in te zetten om de juiste randvoorwaarden te scheppen.</p><p>De ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&amp;I) en Buitenlandse Zaken (BZ) hebben de handen ineengeslagen om de positionering van het Nederlandse bedrijfsleven en ontwikkelingsdoelstellingen samen te brengen. Samen zullen zij het beleid ten aanzien van voedselzekerheid verder ontwikkelen, uitwerken en uitvoeren ‘met als doel het realiseren van meer synergie in de inzet van kennis en geld.’ BZ zal 435 miljoen investeren. EL&amp;I vijf miljoen.</p><p><strong>Verdeling</strong></p><p>De 435 miljoen wordt als volgt verdeeld: 170 miljoen euro gaat naar partnerlanden via het bilaterale kanaal. Daarnaast gaan er verschillende bedragen naar verschillende pijlers, waarmee het totaalbedrag op 435 miljoen euro uitkomt:</p><ol start="1"><li>Toename van duurzame voedselproductie (95 miljoen): de productie per inwoner moet toenemen en er moet beter gebruik worden gemaakt van land en arbeid.</li><li>Toegang tot kwalitatief voedsel (35 miljoen): de kwaliteit van voeding moet omhoog, ondervoeding moet worden tegengegaan en tegelijkertijd zal het inkomen opgeschroefd moeten worden door het creëren van werkgelegenheid.</li><li>Efficiëntere markten (55 miljoen): vrije en open handelsregimes moeten gecreëerd worden, handelsbarrieres tegengegaan, duurzame ketens bevorderd en er moet worden ingezet op regionale integratie.</li><li>Een beter ondernemingsklimaat (85 miljoen) om een gunstige omgeving te scheppen voor bedrijven.</li></ol><p>Onder invloed van de motie Ferrier, worden duurzaam beheer van schaarse hulpbronnen, biodiversiteit en energie benadrukt. Ook zullen bedrijven zich moeten houden aan de hernieuwde OESO-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Binnen de vier pijlers, zal er samengewerkt worden met internationale instituties, zoals UNICEF, de Wereldbank en de FAO,  en wordt er geïnvesteerd in onderzoek. Het bedrijfsleven zal ‘intensief en structureel betrokken en geconsulteerd bij het vormgeven van de bilateraal uit te voeren OS-programma’s op het gebied van voedselzekerheid.’, aldus de Kamerbrief. Met economische diplomatie zal gepoogd worde om het ondernemingsklimaat, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving en versterken van vakbonden, te verbeteren. Ook wordt er ingezet op het beroepsonderwijs.</p><p><strong>Onbesproken zaken</strong></p><p>Wat echter onduidelijk blijft, is waar Knapen precies op gaat inzetten: kleine boeren of grotere coöperaties. Of misschien allebei. In elk geval wordt het in de brief niet expliciet gemaakt. Tijdens het Kamerdebat over landbouw (dat vorige week donderdag had moeten plaatsvinden maar is uitgesteld tot 17 november) zal Knapen met specifieker antwoorden moeten komen op de kritische vragen die de Kamerleden, hen kennende, waarschijnlijk wel over dit onderwerp zullen stellen.</p><p>Ook staat de brief bol van het ‘Nederlandse bedrijfsleven’, maar ontbreekt de term ‘lokale bedrijven’. Wel wordt er vaak genoeg gesproken over ‘lokale productie’ en ‘lokale markten’, maar toch geeft de nadruk op Nederlandse bedrijven te denken voor wie deze brief is bedoeld: lokale ondernemers of Nederlandse ondernemers? De staatssecretaris heeft in Kamerdebatten en speeches vaak genoeg aangegeven dat het gaat om het stimuleren van bedrijvigheid in ontwikkelingslanden. De rol van lokale ondernemers komt echter niet expliciet in de brief naar voren.</p><p><strong>En handel dan…?</strong></p><p>Met hun brief lijken de ministeries van BZ en EL&amp;I het voedselprobleem vooral als een vraagstuk van productiviteit te zien. Er wordt een keer genoemd dat er naar het verdelingsvraagstuk gekeken moet worden, maar in de uitwerking van het beleid komt dit verder weinig naar voren. Over handelsrelaties die de concurrentiepositie van lokale boeren bemoeilijken, wordt nauwelijks gesproken. Het enige echt politieke commitment dat in deze brief wordt gemaakt, gaat om de inzet van de ontbinding van de voedselhulp (zo stuurt Amerika steevast zakken met rijst naar crisisgebieden, geproduceerd door eigen bedrijven).</p><p>Ben Knapen wijkt in zijn apolitieke verhaal lichtelijk af van zijn voorganger, die in de brief van 2008 ‘Landbouw, rurale ontwikkeling en voedselzekerheid’ ook veel nadruk legde op productiviteitsfactoren – en ook al stevig met EL&amp;I samenwerkte &#8211; maar wel veel duidelijker inzette op stabilisering van de voedselprijzen en eerlijker handelsverhoudingen. Zo mochten ontwikkelingslanden van Koenders hun markten tijdelijk beschermen. Ben Knapen heeft het vooral over vrije markttoegang tot Europa: ook een nobel streven vanuit het gezichtspunt van ontwikkelingslanden bekeken, maar niet het hele plaatje.</p><p>Waar Koenders het nog had over het stoppen van de inkomenssteun aan Europese boeren binnen Europees verband, is Knapen aanzienlijk minder concreet door te spreken over ‘aandacht voor de effecten van het EU-beleid op OS-landen’ en ‘ondersteuning van de speciale positie van ontwikkelingslanden bij inzet in de onderhandeling in de World Trade Organization (WTO)’. Misschien is Knapen slechts korter van stof dan Koenders, wiens brief 24 pagina’s telde in tegenstelling tot de 11 pagina’s tellende huidige brief, en zijn veel van de intenties die de Nederlandse regering had, nog niet weg. Maar de brief lezende, blijft dat gissen.</p><p>Het is te verwachten dat in de brief over de Nederlandse globaliseringsstrategie, die op de agenda staat, de onbesproken zaken als stijging van de voedselprijzen, klimaat en handel worden besproken. Ongetwijfeld worden veel van bovenstaande punten dan duidelijker. Maar de vraag is: in hoeverre zal die brief gekoppeld worden aan deze brief over voedselzekerheid?.</p><p>De brief sluit af door nogmaals de verbinding te maken tussen het bedrijfsleven en het verbeteren van de voedselzekerheid. De handtekeningen onderaan de brief van zowel Bleker als Knapen bestendigen dit hechte verbond.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/politieke-kant-van-voedselprobleem-genegeerd-in-voedselzekerheidsbrief/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>Bezuiniging en focus ook op het multilaterale kanaal</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/bezuiniging-en-focus-ook-op-het-multilaterale-kanaal/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/bezuiniging-en-focus-ook-op-het-multilaterale-kanaal/#comments</comments> <pubDate>Wed, 19 Oct 2011 12:45:54 +0000</pubDate> <dc:creator>Selma Zijlstra</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[Multilaterale kanaal]]></category> <category><![CDATA[multilaterale organisaties]]></category> <category><![CDATA[oda]]></category> <category><![CDATA[Ontwikkelingshulp]]></category> <category><![CDATA[UNDP]]></category> <category><![CDATA[Wereldbank]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=16380</guid> <description><![CDATA[Met een kritischer toon dan voorheen, luidt Nederland focus en concentratie in op het gebied van het multilateraal beleid. Voor het eerst in de Nederlandse multilaterale ‘geschiedenis’ is een toets uitgevoerd naar de effectiviteit en relevantie van multilaterale instellingen. Op basis daarvan wordt de inzet voor een aantal organisaties versterkt, maar vliegen anderen eruit – ook op het multilaterale kanaal moet immers bezuinigd worden. De organisaties die zich inzetten voor de Nederlandse speerpunten, waaronder het UNDP, zijn uiteraard de lucky ones. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/10/bezuiniging-en-focus-ook-op-het-multilaterale-kanaal/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/04/staatssecretaris-knapen-van-buitenlandse-zaken-zal-in-2012-nader-naar-de-begroting-kijken-om-te-kijken-wat-er-mogelijk-is-voor-mfs-ii-deze-toezegging-deed-hij-gisteravond-tijdens-het-algemeen-overleg/wereldbank/" rel="attachment wp-att-11761"><img class="alignleft size-full wp-image-11761" title="wereldbank" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/04/wereldbank.jpg" alt="" width="156" height="200" /></a>Met een kritischer toon dan voorheen, luidt Nederland focus en concentratie in op het gebied van het multilateraal beleid. Voor het eerst in de Nederlandse multilaterale ‘geschiedenis’ is een toets uitgevoerd naar de effectiviteit en relevantie van multilaterale instellingen. Op basis daarvan wordt de inzet voor een aantal organisaties versterkt, maar vliegen anderen eruit – ook op het multilaterale kanaal moet immers bezuinigd worden. De organisaties die zich inzetten voor de Nederlandse speerpunten, waaronder het <em>United Nations Development Programme</em> (UNDP), zijn uiteraard de <em>lucky ones</em>.</strong></p><p>Het kabinet is druk bezig te focussen en te bezuinigingen. Ook de multilaterale organisaties ontkomen daar niet aan. In een Kamerbrief die staatssecretaris naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, zet hij een nieuw beleidskader uit. Hierin staat dat het Nederlandse multilaterale ontwikkelingsbeleid zich vanaf nu meer zal concentreren op organisaties die hun effectiviteit bewezen hebben en die relevant zijn voor het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.</p><p>Het riedeltje klinkt bekend en geldt behalve voor het Nederlandse bilaterale beleid, nu ook voor de multilaterale instellingen: de Nederlandse thema’s veiligheid, voedselzekerheid, Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en water staan centraal en de organisaties die zich daarmee bezighouden, kunnen dan ook op Nederlandse inzet rekenen. Op organisaties die buiten de boot vallen, wordt sterk bezuinigd.</p><p><strong>Geen reden om los te laten</strong></p><p>Al met al is er al 11 % bezuinigd in 2011 ten opzichte van 2010, en gaat er nog eens 8 % bezuinigd worden in 2012 ten opzichte van 2011. Daarmee blijft de Nederlandse bijdrage aan het multilaterale kanaal 25 tot 30 % van het totale ontwikkelingshulpbudget – een percentage waar de regering vooralsnog geen reden in ziet om los te laten.</p><p>Welke bedragen er precies naar welke instellingen gaan, is nog niet bekend. Pas in de loop van de begrotingsjaren wordt dat ingevuld, weet het ministerie te vertellen. Wel is er een toetsing gedaan die leidend zal zijn in de keuze welke organisaties Nederlands ontwikkelingsgeld zal krijgen. Met <em>scorecards </em>is de effectiviteit (bijvoorbeeld wat de kwaliteit van de interne organisatie is; hoe de samenwerking verloopt met andere multilaterale organisaties, transparantie) en relevantie voor het Nederlandse OS-beleid gemeten (in hoeverre Nederland meerwaarde kan leveren en de rol die de organisaties kunnen spelen in het nieuwe ontwikkelingsbeleid). Zelfredzaamheid en groei door ontwikkeling van de particuliere sector zijn daarbij belangrijke toetsstenen geweest.</p><p><strong>Dominante rol</strong></p><p>Op basis daarvan springen er een aantal organisaties uit, die in de toekomst dan ook volop door Nederland worden gesteund. UNICEF, de Wereldbank (IDA) en het UNDP mogen zich tot de gelukkigen rekenen, want deze spelen volgens de Kamerbrief ‘een dominante rol als pijlers van het huidige stelsel van ontwikkelingsfinanciering’. UNICEF scoort hoog omdat ze actief is op alle vier de Nederlandse beleidsprioriteiten, haar sterke strategie en operationele capaciteit. Dat het tussen Nederland en het IDA-fonds van de Wereldbank dikke mik was, was al langer bekend  – dus erg verrassend is die keuze niet. In de <em>United Nations Development Programme</em> ziet Nederland vooral potentie vanwege haar centrale systeemfunctie binnen de VN en in de wereld wegens haar coördinerend mandaat binnen de VN, wereldwijde aanwezigheid, onpartijdige opstelling en ‘convening power’.</p><p>Naast deze uitschieters, zijn er nog een aantal andere organisaties die duidelijke meerwaarde bieden volgens het kabinet, zoals de Afrikaanse en Aziatische Ontwikkelingsbanken AfDB en AsDB, het Fonds voor Landbouwontwikkeling IFAD, het Global Fund tegen aids, malaria en TBC (GFATM), VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR en het Wereldvoedselprogramma WFP.</p><p>Opvallend is dat van de negen organisaties die ‘goed’ scoren, er vijf financiële instellingen zijn (Wereldbank, het AsDB, de European Bank for Reconstruction and Development, het IMF en de International Finance Corporation). Twee zijn publiek-private partnerschappen (the Global Alliance for Vaccines and Immunisation en GFATM), en de overige drie organisaties houden zich bezig met meer ‘klassieke’ vormen van hulp.</p><p><strong>Normerende rol</strong></p><p>Een aantal organisaties scoort matig op effectiviteit, maar hebben wel een belangrijke normerende rol. Hieronder vallen bijvoorbeeld de Internationale Arbeidsorganisatie ILO, de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en Voedsel- en Landbouworganisatie FAO. Met een aantal andere organisaties is Nederland inmiddels wel klaar: de efficiëntie schiet tekort, of de relevantie voor het Nederlandse beleid is al te beperkt. De VN-organisatie voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO) en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank IDB zullen de Nederlandse bijdrages tot het minimum gedaald zien. Ook UNESCO krijgt een onvoldoende. Uiteindelijk zullen er pakweg 35 instellingen gesteund blijven worden door Nederland.</p><p>Het is de eerste keer dat Nederland het opereren van multilaterale instellingen in kaart brengt. Ongetwijfeld zal het kabinet geïnspireerd zijn door het Britse <em>Department for International Development </em>(DFID), die in mei dit jaar hun <em>Multilateral Aid Review </em>uitbracht. Deze review is in de Nederlandse toetsing ook gebruikt, alsmede reviews van de organisaties zelf. Daarnaast is de toetsing gebaseerd op bevindingen van ambassades en de permanente vertegenwoordigers en de rapporten van <em>Multilateral Organisations Performance Assessment Network</em> (MOPAN).</p><p><strong>Naïeve multilateraal</strong></p><p>Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft zelf tijdens de hoorzitting van het WRR-rapport al eens opgeroepen tot een soortgelijke review als DFID en heeft deze nu dus gekregen. Maar alleszins tevreden is hij niet.</p><p>Hoebink: ‘Nederland is een naïeve multilateraal. Bij een organisatie als de UNDP, die heel hoog scoort, lekt veel te veel geld weg in het apparaat zelf. Nederland is te weinig kritisch naar de VN en VN organisaties; er staat niets in over hoe de fragmentatie moet worden verminderd. Dat de VN te gefragmenteerd en ongecoördineerd is, weten we al sinds 1966, maar deze brief slipt daar langs.’</p><p>De scorecard zelf is naar Hoebinks mening te summier en kort door de bocht. Bovendien mist hij de <em>scorecards </em>van 9 organisaties, zoals UN Habitat en IOM: organisaties die in de brief wel worden genoemd als organisaties waar minder geld naartoe gaat. Ook een uiteenzetting van de Nederlandse inzet ontbreekt, in Hoebinks mening. ‘Er wordt niet specifiek gemaakt wat Nederland zou willen bereiken binnen en met die organisaties. Het is in die zin een vage en algemene brief.’</p><p>Verder vindt Hoebink dat er te blind is gevaren op de evaluaties van de organisaties zelf en op indrukken, oftwel ‘images’ van vertegenwoordigers. In plaats daarvan, zou Nederland samen met andere donoren een onafhankelijke evaluatie moeten doen – en pas daarna een dergelijk scorecard maken.</p><p><strong>Laatdunkend</strong></p><p>Maar een woordvoerder van het ministerie laat weten het verrassend te vinden dat juist op deze brief de kritiek komt dat Nederland een naïeve multilateraal zou zijn. Het ministerie vindt zichzelf juist uitgesproken kritisch. ‘Organisaties zijn kritisch onder de loep genomen. Een organisatie die onvoldoende effectief is, krijgt minder geld.’ En dat de VN hulp gefragmenteerd is, is ook voor het ministerie niet onbekend. ‘Daar zetten we al jaren op in.’ Het ministerie vindt verder dat Hoebink wel erg laatdunkend doet over de onafhankelijke evaluaties van de organisaties zelf. De evaluatiedienst van de Wereldbank is bijvoorbeeld uitstekend. Buitenlandse Zaken is wel voorstander van meer onafhankelijke evaluaties samen met andere donoren.</p><p>Dat Paul Hoebink, als wetenschapper, de scorecards wat summier vindt, kan het ministerie wel inkomen. In de brief zijn handzame samenvattingen gebruikt. De scorecards zelf zijn voor iedere organisatie minstens 15 pagina’s lang.</p><p>Voor een gedetailleerder uiteenzetting van de Nederlandse inzet op het multilaterale kanaal, verwijst het ministerie naar de Multilaterale nota van 2009, waar de Kamerbrief op voort borduurt. En voor wat betreft de 9 overige organisaties die nog een scorecard missen: voor nu heeft het ministerie gekozen voor die organisaties waar een substantieel deel van de Nederlandse ODA-bijdrage gaat. Maar wie weet, komen deze nog wel in de toekomst.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/bezuiniging-en-focus-ook-op-het-multilaterale-kanaal/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Red een Kind wint de Briljante Mislukking Award</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/red-een-kind-wint-de-briljante-mislukking-award/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/red-een-kind-wint-de-briljante-mislukking-award/#comments</comments> <pubDate>Mon, 17 Oct 2011 10:38:16 +0000</pubDate> <dc:creator>Lisette Wagtelenberg</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Briljante Mislukkingen Award]]></category> <category><![CDATA[Evelijne Bruning]]></category> <category><![CDATA[Partos Plaza]]></category> <category><![CDATA[Red een Kind]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=16312</guid> <description><![CDATA[Donderdag 13 oktober was het dan zover: de uitreiking van de Briljante Mislukkingen Award. Er waren vijftien cases ingediend, waarvan de vakjury zes cases had genomineerd voor de jury- en publieksprijs. Tijdens de jaarlijkse kennismarkt van Partos Plaza werden de prijzen uitgereikt. Naast de uitreiking was er ook een workshop over de Briljante Mislukkingen Award, waarbij uitwisseling over de cases en het klimaat van briljante mislukkingen in organisaties centraal stond.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/10/red-een-kind-wint-de-briljante-mislukking-award/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p align="left"><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/briljante-mislukking2/" rel="attachment wp-att-15493"><img class="alignleft size-medium wp-image-15493" title="briljante mislukking2" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/09/briljante-mislukking2-300x107.jpg" alt="" width="300" height="107" /></a>Donderdag, 13 oktober, was het dan zover: de uitreiking van de Briljante Mislukkingen Award. Er waren vijftien cases ingediend, waarvan de vakjury zes cases had genomineerd voor de jury- en publieksprijs. Tijdens de jaarlijkse kennismarkt van Partos Plaza werden de prijzen uitgereikt. Naast de uitreiking was er ook een workshop over de Briljante Mislukkingen Award, waarbij uitwisseling over de cases en het klimaat van briljante mislukkingen in organisaties centraal stond. </strong></p><p align="left">Naast het naambordje en programmaboekje krijg je bij binnenkomst drie gekleurde stuiterballen. Al snel wordt duidelijk dat deze stuiterballen bedoeld zijn om een stem uit te brengen op de meest briljante mislukking. Later op de dag zullen de dozen met stuiterballen worden gewogen &#8211;  tellen duurt immers lang &#8211; en wint de zwaarste doos de publieksprijs. De jury had al eerder zes cases genomineerd, waar de bezoekers hun stuiterballen op konden inzetten. De criteria van de jury waren: reikwijdte van het leren, lef van het naar buiten brengen, de ‘grootsheid’ van de doelstelling en de eigen motivatie van de juryleden.</p><p align="left"><strong>Ludiek, maar serieus</strong></p><p align="left">De Briljante Mislukkingen Award is een ludiek initiatief met een serieus doel. Ook donderdag was de sfeer gezellig en werd er veel gelachen, maar werden de ingediende cases serieus behandeld. Tijdens de workshop van de Briljante Mislukkingen Award werd verder ingegaan op de cases en op het idee achter de award: leren van je fouten, en deze leermomenten delen met anderen. Drie van de genomineerde cases ware vertegenwoordigd.</p><p align="left">Het evalueren van projecten kwam als belangrijk onderwerp naar voren. Hoewel er veel, en tijdig geëvalueerd wordt, is dit geen garantie voor succes. Hiernaast hebben werknemers nog steeds moeite om evaluaties, inclusief mislukkingen, openbaar te maken, stelde een evaluatiemedewerker van Cordaid. Leermomenten worden intern goed besproken, maar er heerst toch de angst dat het naar buiten brengen tegen hen gebruikt kan worden, of een eigen leven gaat leiden. Veel organisaties hebben evaluaties ook niet op hun website staan.</p><p align="left">Ook werd er gepraat over verwachtingen en het klimaat waar je als organisatie soms in terecht komt. In sommige landen komen lokale partijen hun afspraken niet na, maar blijft de organisatie toch investeren. Dit schept een klimaat waarbij de verwachting is dat er niks gedaan hoeft te worden om investeringen van ontwikkelingsorganisaties te ontvangen. Karuna Foundation maakte dit zelf mee toen de doelgroep van hun project achterover leunde en afspraken niet nakwam, met de verwachting dat de organisatie zou blijven geven. Wat uiteindelijk niet gebeurde, doordat Karuna stopte met het project in het desbetreffende dorp.</p><p align="left">Tenslotte werd er herkenning gevonden in het citaat van Samuel Beckett (Iers schrijver en dichter): “<em>Fail first, fail faster, succeed’</em>, wat NCDO directeur Frans van den Boom aanhaalde. Hoe eerder resultaten terugkomen, en dus ook problemen en mislukkingen; <em>fail faster, </em>hoe sneller je kan ingrijpen. En hoe sneller jij, en mensen om je heen, dus kunnen leren van je fouten.</p><p align="left"><strong>Tamme sfeer zonder concrete plannen</strong></p><p align="left">Hoewel het bespreken van de cases informatief was, bleef de sfeer tijdens de workshop redelijk tam. Er waren geen uitspattingen over dat het anders moest, geen kreten om meer openheid, geen felle discussies en geen concrete plannen om meer openheid over mislukkingen in de sector te brengen.  ZoalsEvelijne Bruning, juryvoorzitter en directeur van ‘The Hunger Project’ het mooi verwoordde: “Er was weinig handelingsperspectief”. Dat er wel over gepraat wordt, maar weinig gehandeld is ook terug te zien in het aantal inzendingen: vijftien cases ten opzichte van het grote aantal ontwikkelingssamenwerkingorganisaties. Bruning riep dan ook op om volgend jaar meer cases in te dienen, ‘het liefst zoveel dat de dikte van het resultatenrapportage wordt geëvenaard!’ Ze beweert zelf de meest briljante mislukking te hebben, dus roept iedereen op om een poging te doen haar te verslaan door zelf met een case te komen.</p><p align="left"><strong>De winnaars</strong></p><p align="left">De winnaar van de juryprijs werd ’s middags bekendgemaakt. Red een Kind won met hun case ‘Decentralisatie: ja! Maar hoe?’. Vanwege de grootsheid van het project en de lef om met het leermoment naar buiten te treden, heeft Red een Kind de eerste prijs gewonnen. De jury vond het ook belangrijk dat zij de onsuccesvolle afloop uiteindelijk ten goede wisten te draaien. Jan Lamberink, directeur van Red een Kind had geen bedanklijstje zoals bij een normale award uitreiking, omdat ze deze prijs toch echt helemaal zelf verdiend hadden. Donderdag zal Red een Kind via een opiniestuk op de website uitgebreid reageren op haar winst van de Briljante Mislukkingen Award.</p><p align="left">De zwaarste doos stuiterballen kwam toe aan de Karuna Foundation met hun case ‘Stoppen is een optie’, waarmee zij de publieksprijs wonnen. Ze waren erg blij met de prijs, maar plaatste ook een kritische noot. Betteke de Gaay Fortman zei tijdens haar bedankspeech: “Er was weinig concurrentie, waardoor we te makkelijk konden winnen”.</p><p align="left"><strong>Een goed begin</strong></p><p align="left">Tijdens Partos Plaza is er veel gesproken over de leermomenten in de ontwikkelingssamenwerkingsector en de openheid hiervan naar buiten toe. Niet alleen tijdens de specifieke momenten van de Briljante Mislukkingen Award, ook in bijvoorbeeld het einddebat ging het over de transparantie van leermomenten. Na op een ludieke, informatieve manier er mee bezig te zijn geweest, is het tijd voor meer concrete stappen. Wie verslaat Evelijne Bruningvolgend jaar?</p><p align="left"><em>Lees<a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/" target="_blank"> hier</a> meer over de Briljante Mislukkingen Award. </em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/red-een-kind-wint-de-briljante-mislukking-award/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Reacties bedrijfsleven, middenveld en politiek op miljoenennota ontwikkelingssamenwerking</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/reacties-bedrijfsleven-middenveld-en-politiek-op-miljoenennota-ontwikkelingssamenwerking/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/reacties-bedrijfsleven-middenveld-en-politiek-op-miljoenennota-ontwikkelingssamenwerking/#comments</comments> <pubDate>Thu, 22 Sep 2011 10:04:39 +0000</pubDate> <dc:creator>Eva Huson</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=15690</guid> <description><![CDATA[Dat Kabinet Rutte flink zou gaan snijden in het budget voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, was al voor het uitlekken van de Miljoenennota duidelijk.  Ook de reactie van PVV-voorman Wilders dat de bezuiniging van 900 miljoen op de ‘linkse hobby’ ontwikkelingssamenwerking  niet voldoende was, is weinig verrassend. Maar wat vinden de spelers in de sector van de Miljoenennota? Vice Versa maakte een rondgang. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/reacties-bedrijfsleven-middenveld-en-politiek-op-miljoenennota-ontwikkelingssamenwerking/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-15540" title="RO_Begrotingen_Miljoenennota_2012_210x297" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/09/RO_Begrotingen_Miljoenennota_2012_210x297-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" />Dat Kabinet Rutte flink zou gaan snijden in het budget voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, was al voor het uitlekken van de Miljoenennota duidelijk.  Ook de reactie van PVV-voorman Wilders dat de bezuiniging van 900 miljoen op de ‘linkse hobby’ ontwikkelingssamenwerking  niet voldoende was, is weinig verrassend. Maar wat vinden de spelers in de sector van de Miljoenennota? Vice Versa maakte een rondgang.</strong></p><p>Zoals Paul van de Berg, politiek adviseur van Cordaid, afgelopen zondag al vaststelde, kan het bedrijfsleven haast niets anders dan tevreden zijn met het ontwikkelingsbeleid van staatssecretaris Knapen. De keuze van de bezuinigingen binnen het ontwikkelingsbeleid van Kabinet Rutte geven aan dat de private sector een centrale rol gaat innemen en dat de nadruk nu op de productieve sector in plaats van de sociale sector ligt.</p><p>PUM Netherlands senior experts (PUM) staat positief tegenover de commerciële focus van de bezuinigen. De organisatie zet zich in voor de versterking van ondernemers in ontwikkelingslanden en ziet het bedrijfsleven als een instrument om economische vooruitgang te boeken. PUM is dan ook verheugd dat Knapen de private sector nu centraal stelt. Over de opgelegde landenlijst met potentiële partnerlanden is de organisatie echter  minder te spreken. Ook het veelvuldig terugkomen van het ‘eigen belang’ in Knapen’s beleid stemt de organisatie ontevreden: ‘Het belang van de mensen dáár staat uiteraard voorop’, aldus PUM.</p><p>Peter Bongaerts van MKB Nederland spreekt vergenoegd over de nieuwe koers van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Hij ziet de nadruk die het Kabinet op het nationaal belang legt niet per sé als negatief: ‘We moeten inzicht in onze eigen krachten krijgen en deze benutten. Het is goed dat het kabinet dit ook inziet en een omslag heeft gemaakt’, aldus Bongaerts. Voorlopig kijkt MKB vooral uit naar de brieven die de Tweede Kamer nog tegoed heeft van Knapen. Hieruit zal blijken hoe de staatssecretaris de rol van het bedrijfsleven binnen de ontwikkelingssector gaat invullen en in hoeverre dit wordt afgestemd op de onlangs gepubliceerde SER-rapportage.</p><p><strong> </strong></p><p><strong>Maatschappelijk middenveld minder gelukkig</strong></p><p><strong> </strong></p><p>De ontwikkelingsorganisaties zijn duidelijk minder te spreken over de bezuinigingen. De prominente nadruk op het bedrijfsleven en het eigen commerciële belang is een veelgehoorde klacht. Oxfam Novib en Hivos laten beide weten niet gelukkig te zijn met de Miljoenennota. Via haar website laat Oxfam Novib weten de bezuinigingen ‘onevenredig zwaar en onverantwoord’ te vinden. Hoewel de organisatie de prominente rol van het bedrijfsleven niet als negatief ervaart, is extra financiering op dit gebied onnodig. Bovendien komen de bezuinigingen zeer ongelegen. ‘De mensen in ontwikkelingslanden worden al zwaar getroffen door de financieel-economische crisis en de stijgende voedselprijzen’&#8217;, aldus Oxfam Novib.</p><p>Ook Hivos laat via haar website weten dat ze niet erg onder de indruk is van de Miljoenennota.  ‘Het zijn veel positieve woorden maar een strategische visie op de langere termijn ontbreekt’, meent de organisatie. De nadruk op het nationaal belang wijst Hivos af als tunnelvisie-denken, want ‘ontwikkelingssamenwerking dient bij te dragen aan structurele welvaart en ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Dáár dus en niet in de eerste plaats hier.’</p><p>Be-More oprichter Michel Groenenstijn is meer te spreken over Knapen’s focus op eigen belang, mits het in lijn is met de uiteindelijke doelstelling van de overheid of organisatie. ‘Als economische ontwikkeling een boost is voor een ontwikkelingsland om zelf armoede aan te pakken, en wij daar als Nederland van profiteren, dan heb je de ideale wederkerige motivatie gevonden,’ aldus Groenenstijn.</p><p>Partos-directeur Alexander Kohnstamm heeft een andere visie op het beleid van Knapen. ‘Het kabinet heeft een beperkte opvatting van het Nederlandse belang door slechts te wijzen op het commercieel belang voor Nederland’, vindt Kohnstamm. De Partos-directeur, die ‘uiteraard tégen de bezuinigingen is’, vindt het wel positief dat het Kabinet nu in lijn met haar eigen regeringsverklaring  het belang van een sterk maatschappelijk middenveld erkent en het een voorwaarde voor een duurzame economische ontwikkeling noemt. Wel gaat Kohnstamm ervoor waken dat de lof die de ontwikkelingsorganisaties en hun partners krijgen toegezwaaid niet verzand in slechts loze complimenten.</p><p>Be-More oprichter Groenenstijn hoopt overigens dat het maatschappelijk middenveld ook de positieve kant van de bezuinigingen inziet. Hoewel het korten op ontwikkelingshulp volgens hem ‘jammer’ is en naar verhouding  te fors, hoopt hij dat de bezuinigingen de creatieve geest van ontwikkelingsorganisaties prikkelt om op een andere manier geld en middelen binnen te halen. ‘Vaak ontstaan de beste ideeën in tijden dat het slecht gaat,’ aldus Groenenstijn.</p><p><strong>Woelig Den Haag</strong></p><p>De Algemene Beschouwingen zijn inmiddels bezig in Den Haag. Dit weerhield oppositiepartij  D66’er niet van om een tegenbegroting te maken waarin de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking flink worden teruggebracht . ‘Het korten op de ontwikkelingssamenwerking is de eerste prooi van het Kabinet’s kortetermijndenken’, vindt  D66-woordvoerder Wassila Hachchi.  De Miljoenennota geeft volgens haar blijk van een onsamenhangende mondiale visie waarbij staatssecretaris Knapen duidelijk te veel nadruk op het bedrijfsleven legt. Hachchi wil daarom opheldering over de voorwaarden van de bedrijfssubsidies en heeft het doel om het Kabinet aan te sturen op een beter  gebalanceerd beleid tussen het maatschappelijk middenveld, overheid en bedrijfsleven. ‘Met slechts de bevordering van economische groei komen we er niet,’aldus Hachchi. Tot slot stoort ook Hachchi zich aan het veelvuldig genoemde nationaal belang, want hoewel ontwikkelingssamenwerking bijdraagt aan de Nederlandse veiligheid en welvaart legt dit Kabinet te veel nadruk op haar eigen gewin.</p><p>Ook de PvdA is het niet eens met Knapen’s bezuinigen. ‘Ruim 1 miljard bezuinigen op de allerarmste in deze wereld. Schandelijk!’ twitterde PvdA-lid Sjoera Dikkers afgelopen week. Tijdens de eerste dag van de Algemenen Beschouwingen liet D66-leider Alexander Pechtold echter weten dat hij ‘zwaar teleurgesteld’ was dat de PvdA Knapen’s bezuinigingen nauwelijks terugdraait in haar eigen tegenbegroting. ‘Dit is de keuze die wij hebben gemaakt. Dat gaat ons ook aan het hart. Maar in het licht van de mogelijkheden die wij zagen, hebben we gemeend het zo te moeten doen&#8217;, reageerde PvdA-leider Job Cohen. PVV-voorman Geert Wilders liet overigens afgelopen weekend al weten dat er wat de PVV betreft nog meer op de ‘linkse hobby’ ontwikkelingssamenwerking kan worden bezuinigd.</p><p>CDA-lid Kathleen Ferrier liet afgelopen weekend via BNR radio weten dat een bezuiniging van 900 miljoen wel degelijk genoeg is en ontwikkelingshulp ook in belang van de Nederlandse samenleving is. Ferrier liet Vice Versa weten dat de sector een moeizame operatie tegemoet gaat, want de terugkeer naar de 0.7%-norm binnen twee jaar is, zeker in combinatie met de economische crisis, zwaar. ‘Het is geen fijne tijd,’ verzucht het CDA-lid. Dit maakt overigens niet dat Ferrier stil zit. Het CDA-lid diende eerder een motie in waarin ze de regering vroeg om gesubsidieerde ontwikkelingsorganisaties te wijzen op de eisen voor transparantie, goed bestuur en beloning. De komende tijd gaat Ferrier zich ook actief inzetten voor meer coherentie binnen het ontwikkelingsbeleid en de verduurzaming ervan en het beleid van de regering.  Het transitieproces van de landen die niet langer op Nederlandse hulp kunnen rekenen gaat zij eveneens nauwlettend in de gaten houden.</p><p>Ondertussen zit ook Staatssecretaris Knapen niet stil. De NOS meldde gister op haar website dat de Staatssecretaris een eventuele extra korting op de ontwikkelingshulp niet uitsluit. ‘Onder druk wordt alles vloeibaar’, aldus Knapen.</p><p>Kortom het gaat een woelige tijd worden in Den Haag, dus houdt de Vice Versa website goed in de gaten om volledig op de hoogte te blijven.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/reacties-bedrijfsleven-middenveld-en-politiek-op-miljoenennota-ontwikkelingssamenwerking/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>4</slash:comments> </item> <item><title>Top 40 van meest invloedrijke mensen binnen de ontwikkelingssamenwerking</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-top-40-van-meest-invloedrijke-mensen-binnen-de-ontwikkelingssamenwerking/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-top-40-van-meest-invloedrijke-mensen-binnen-de-ontwikkelingssamenwerking/#comments</comments> <pubDate>Wed, 21 Sep 2011 14:46:30 +0000</pubDate> <dc:creator>Jeroen Aerts</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=15671</guid> <description><![CDATA[Vorige week publiceerde Vice Versa de top 10 van meest invloedrijke mensen binnen de ontwikkelingssector. Maar wie vielen er eigenlijk net buiten de top 10? Vandaag daarom voor de fijnproevers  de uitgebreidere lijst van de 90 meest invloedrijke mensen uit de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, verpakt in een ouderwetse top 40. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-top-40-van-meest-invloedrijke-mensen-binnen-de-ontwikkelingssamenwerking/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong> </strong></p><p><strong></p><div id="attachment_15672" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><strong><img class="size-thumbnail wp-image-15672" title="MM_Poll_banner" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/09/MM_Poll_banner-e1316616328535-150x40.png" alt="" width="150" height="40" /></strong><p class="wp-caption-text">Bron: www.top40.nl</p></div><p></strong></p><p><strong>Vorige week publiceerde Vice Versa de top 10 van meest invloedrijke mensen binnen de ontwikkelingssector. Maar wie vielen er eigenlijk net buiten de top 10? Vandaag daarom voor de fijnproevers  de uitgebreidere lijst van de 90 meest invloedrijke mensen uit de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, verpakt in een ouderwetse top 40.</strong></p><p>‘Ik stond er net niet in.’ Het was een veelgehoorde opmerking van verschillende mensen die we afgelopen week spraken.  Voor sommige mensen die de top 10 niet haalden, was dat kennelijk toch een lichte teleurstelling hoewel ze dat natuurlijk niet met zoveel woorden zeiden.  Maar wie zijn eigenlijk de mensen die toch belangrijk zijn, weliswaar net niet in de top 10 staan maar wel in de top 40 (met een knipoog naar de enige echte hitlijst van radio Veronica)?</p><p>Hieronder de complete top 40 van meest invloedrijke mensen uit de ontwikkelingssector, zoals we die hebben kunnen samenstellen uit de gegevens die onderzoeksbureau Wereld in Woorden ons heeft verstrekt. Zoek uzelf of uw eigen favoriet. Omdat zeker bij de onderstaande plaatsen nogal wat mensen het zelfde aantal punten scoorden, gaat het in deze lijst om de negentig meest invloedrijke mensen binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.</p><p>1.     Peter van Lieshout</p><p>2.     Rene Grotenhuis</p><p>3.     Ton Dietz</p><p>4.     Maxime Verhagen</p><p>5.     Kathleen Ferrier</p><p>6.     Joke Brandt</p><p>7.     Bernard Wientjes</p><p>8.     Bert Koenders</p><p>9.     Geert Wilders</p><p>10.  Paul Hoebink</p><p>11.  Maarten Brouwer</p><p>12.  Rudy Rabbinge</p><p>13.  Farah Karimi</p><p>14.  Ruerd Ruben</p><p>15.  Nanno Kleiterp</p><p>16.  Bram van Ojik</p><p>17.  Uri Rosenthal / Herman Wijffels</p><p>18.  Jan Pronk</p><p>19.  Louise Fresco</p><p>20.  Marcia Luyten</p><p>21.  Marc Broere</p><p>22.  Tineke Ceelen / Linda Polman</p><p>23.  Christiaan Rebergen</p><p>24.  Arend Jan Boekestijn / Jan Willem Gunning</p><p>25.  Sylvia Borren</p><p>26.  Lau Schulpen</p><p>27.  Joost Oorthuizen / Alexander Kohnstamm</p><p>28.  Arie de Ruyter / Jos van Gennip / Elisabeth van der Steenhoven/ Han Koch</p><p>29.  Anna Choijnacka / Nico Schrijver / Joris Voorhoeve</p><p>30.  Nico Roozen</p><p>31.  Eric Smaling / prinses Maxima / Louk Box / Femmy Bakker – de Jong</p><p>32.  Thea Hilhorst / Willem van Genugten</p><p>33.  Ruud Treffers / Martin Kropff / Tom van der Lee / Mirjam van Reisen</p><p>34.  Jeroen de Lange / Robert Went / Jason Clay / Koningin Beatrix / Jan Kees de Jager</p><p>35.  Jan Donner / Annelies Zoomers / Manuela Monteiro / Ellen Meijer</p><p>36.  Saskia Gaster / Paul Tolman / Han ten Broeke</p><p>37.  Wassila Hachchi / Eveline Herkens / Johan v/d Gronden / Arjen el Fassed / Klaas Dijkhoff</p><p>38.  Wael Ghonim / Sjoera Dikkers / Hans Hoogeveen / Dorette Corbey / Rolf Kleef / Ewout Irrgang / Peter Knorringa / Ko Colijn / Ad Melkert / Nina Tellegen</p><p>39.  Rolf v/d Hoeven / Peter van Bergeijk / Sander van Bennekom / Wiet Janssen / Herman Mulder / Jan Gruiters / Alexander Rinnooij Kan</p><p>40.  Frans Bieckmann / Louise van Deth / Eelco Fortuin / Boudewijn Poelman / Evelijne Bruning / Naema Tahir / Ilco van der Linde</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-top-40-van-meest-invloedrijke-mensen-binnen-de-ontwikkelingssamenwerking/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Award voor Briljante Mislukking of Beste Leermoment?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/#comments</comments> <pubDate>Tue, 20 Sep 2011 06:00:17 +0000</pubDate> <dc:creator>Lisette Wagtelenberg</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=15491</guid> <description><![CDATA[Op 13 oktober tijdens Partos Plaza in Amsterdam wordt de Briljante Mislukking 2011 Award uitgereikt voor het beste leermoment in ontwikkelingssamenwerking. Het is een initiatief van het Instituut voor Briljante Mislukkingen (Dialogues) en SPARK, Vorig jaar werd de Award gewonnen door de Belgische organisatie Vredeseilanden. Vice Versa blikt alvast vooruit. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-15493" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/briljante-mislukking2/"><img class="alignleft size-medium wp-image-15493" title="briljante mislukking2" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/09/briljante-mislukking2-300x107.jpg" alt="" width="300" height="107" /></a>Op 13 oktober tijdens Partos Plaza in Amsterdam wordt de Briljante Mislukking 2011 Award uitgereikt voor het beste leermoment in ontwikkelingssamenwerking. Het is een initiatief van het Instituut voor Briljante Mislukkingen (Dialogues) en SPARK, Vorig jaar werd de Award gewonnen door de Belgische organisatie Vredeseilanden. Vice Versa blikt alvast vooruit.</strong></p><p>Bas Ruyssenaars, vicepresident van het Instituut voor Briljante Mislukkingen, zag de winst van Vredeseiland <a href="../2010/09/openlijke-delen-van-briljante-mislukkingen-in-os-welkome-uitdaging-of-beangstigend/">vorig jaar </a>nog als een ‘positieve impuls’; door de winst van de Vlamingen zouden de Nederlanders zich extra uitgedaagd voelen. Maar hoe staat het met de Briljante Mislukking 2011 Award, nu de inzenddeadline steeds dichterbij komt?</p><p><strong>Openheid, lerend vermogen en innovatiekracht</strong></p><p>De titel dekt niet volledig de lading: hoewel de Award het meest bekend is als de Briljante Mislukking Award, wordt de Award uitgereikt aan diegene die een case inzendt met het beste leermoment in de ontwikkelingssamenwerking. De Award moet openheid, lerend vermogen en innovatiekracht stimuleren. Het gaat erom dat er wordt geleerd van gemaakte fouten, de verkeerde keuzes en aannames.</p><p>Een belangrijk kenmerk van een briljante mislukking is volgens de website van het instituut dan ook: ‘je hebt geleerd van je mislukking; zelfs als je nog steeds niet weet hoe, heb je wel geleerd hoe niet; bovendien kunnen jouw ervaringen, doorzettingsvermogen en durf anderen inspireren tot nieuwe pogingen’. Een briljante mislukking is echter pas briljant wanneer er een goed voorbereidingtraject aan vooraf gegaan is. Een organisatie moet goede intenties hebben en het project moet zorgvuldig zijn voorbereid. Wanneer er dan iets misgaat, en de organisatie zich hierop aanpast, het leermoment, dan is het een briljante mislukking. De hoeveelheid lef die vervolgens nodig is om het naar buiten te brengen, telt ook mee voor de beoordeling.</p><p><strong>Briljante mislukking</strong></p><p>Hoewel er veel aandacht wordt geschonken aan het beste leermoment van de mislukking, oppert Koen Faber, programmamedewerker bij Vereniging voor Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden (PSO), dat de nadruk op de term ‘briljante mislukking’ voor een drempel kan zorgen om naar buiten te komen met een mislukking, of leermoment. Hoewel dit een reden kan zijn dat organisaties geen cases inzenden, was vorig jaar een vaakgenoemde oorzaak <a href="../2010/09/icco-had-geen-tijd-om-briljante-mislukking-in-te-sturen/">tijdsgebrek</a>.</p><p>Ook Faber geeft aan dat veel organisaties te kampen hebben met een hoge werkdruk waardoor leren en reflectie een mindere hogere prioriteit hebben gekregen. Desondanks merkt hij dat er enthousiast gereageerd wordt op de Award vanuit de ontwikkelingssamenwerkingsector.</p><p>Intern wordt er veel aandacht besteed aan leren en reflectie, maar het naar buiten brengen vergt tijd en moed. Faber stelt echter dat leren een zeer belangrijk onderdeel is van het behalen van succes. Hij refereert hierbij aan het boek van A. van Dam “De kunst van het falen” (2009), waarin, ondersteund met psychologisch onderzoek, wordt aangetoond dat leerdoelgerichte mensen betere resultaten behalen dan prestatiegeoriënteerde mensen. Hiernaast geeft hij aan dat in de ontwikkelingssamenwerking een grote nadruk ligt op het afleggen van verantwoording, terwijl het geloofwaardiger is om op transparante wijze te laten zien dat naast de successen, die worden behaald, ook dingen mislukken.</p><p><strong>Leren van fouten</strong></p><p>De Award geeft extra aandacht aan het leren van fouten in de ontwikkelingssamenwerkingsector en is volgens Faber dan ook een mooie gelegenheid om het belang van onderlinge samenwerking en openheid betreffende leermomenten te benadrukken.</p><p>Ook het Instituut voor Briljante Mislukkingen stelt op hun website dat ‘uiterst waardevolle ervaring eerder uit mislukkingen dan uit successen voortkomt: fouten maken MOET!’. Niet alleen kun je van fouten leren, maar je kan hiernaast anderen inspireren om nieuwe initiatieven te starten. Het instituut wil dan ook een positieve houding ten opzichte van mislukkingen bevorderen.</p><p>Voor SPARK (mede-initiatiefnemer Briljante Mislukking Award) staat het transparant maken van de ontwikkelingssamenwerkingsector voorop. Lieke Voncken, stagiaire bij SPARK, stelt dat er bij iedere organisatie dingen misgaan, vooral in de complexe en moeilijke omgeving waarin ontwikkelingssamenwerkingsorganisaties werken. Inzendingen worden dan ook niet alleen beoordeeld op hun mislukking, maar juist op de aanpassing van de organisatie hierop en het succesvolle resultaat wat hieruit voortvloeit; ‘het gaat om het leermoment wat eraan vastzit’, aldus Voncken. Wanneer een organisatie  goed voorbereid en met goede intenties een project ingaat, er toch iets misgaat en de organisatie zich hier goed aan kan aanpassen, is dit volgens Voncken een sterk punt van de organisatie.</p><p>Aangezien verschillende organisaties overlappen en dezelfde soort projecten hebben, is volgens Voncken deze Award een goede gelegenheid om naar buiten te treden met de leermomenten, zodat ook andere organisaties hiervan kunnen leren. Het feit dat organisaties toch resultaat kunnen behalen ondanks dat het oorspronkelijke doel niet is bereikt, is een ‘bewijs dat de organisatie goed bezig is’, zo stelt Voncken. Ook vindt zij dat er richting het publiek transparantie nodig is over de ontwikkelingssamenwerking, waarvoor de Briljante Mislukking Award een goede gelegenheid biedt.</p><p><strong>Een positieve en enthousiaste blik</strong></p><p>Vorig jaar waren er twaalf inzendingen van o.a. Oxfam Novib, Vredeseilanden, Text to Change (won de publieksprijs), Minbuza en Vista Project. Volgens Voncken zullen er dit jaar nog meer inzendingen worden opgestuurd. Al verschillende organisaties hebben toegezegd een case op te sturen, zijn er mee bezig of hebben al iets ingezonden, waaronder Plan Nederland, Oxfam Novib, Hivos, TPO Healthnet en wederom dingt Vredeseilanden weer mee. De cases die al zijn opgestuurd kunnen worden teruggevonden op de website van de briljante mislukkingen. De jury voor het beste leermoment in de ontwikkelingssamenwerking is inmiddels ook bekend: Evelijne Bruning, the Hunger Project, Alexander Kohnstamm, Partos, Frans van den Boom, NCDO en Bas Ruyssenaars, Instituut voor Briljante Mislukkingen.</p><p>Hoewel er vorig jaar enige terughoudendheid was om cases in te zenden, lijkt de algehele sfeer nu positief te zijn en zijn de organisaties enthousiast over het initiatief en het idee om leermomenten uit de sector met elkaar te delen. Tot één oktober kunnen cases worden ingezonden via de website <a href="http://www.briljantemislukkingen.nl/awardos">www.briljantemislukkingen.nl/awardos</a> of naar <a href="mailto:redactie@briljantemislukkingen.nl">redactie@briljantemislukkingen.nl</a>. Op 7 oktober worden de nominaties dan bekend gemaakt, waarna op 13 oktober de jury- en publieksprijs voor de Briljante Mislukkingen Award 2011 wordt uitgereikt tijdens Partos Plaza.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/award-voor-briljante-mislukking-of-beste-leermoment/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk: basic
Page Caching using disk: enhanced
Database Caching 2/58 queries in 0.032 seconds using disk: basic
Object Caching 1100/1229 objects using disk: basic

Served from: www.viceversaonline.nl @ 2012-02-04 12:18:37 -->
