<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Vice Versa &#187; weblog</title> <atom:link href="http://www.viceversaonline.nl/weblog/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.viceversaonline.nl</link> <description>Vakblad over ontwikkelingssamenwerking</description> <lastBuildDate>Fri, 03 Feb 2012 14:34:25 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator> <xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" /> <item><title>Filosoferen met Ellen: Kwasi Wiredu over ons beeld van Afrika</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/filosoferen-met-ellen-kwasi-wiredu-over-ons-beeld-van-afrika/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/filosoferen-met-ellen-kwasi-wiredu-over-ons-beeld-van-afrika/#comments</comments> <pubDate>Wed, 26 Oct 2011 14:00:55 +0000</pubDate> <dc:creator>Ellen Mangnus</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category> <category><![CDATA[Afrika]]></category> <category><![CDATA[beeldvorming]]></category> <category><![CDATA[filosofie]]></category> <category><![CDATA[kwasi wiredu]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=16557</guid> <description><![CDATA[We moeten ons afvragen wat voor gevolgen ons vaak zeer eenzijdige beeld heeft voor de ontwikkeling van Afrika, vindt filosofe Ellen Mangnus. Voor het antwoord ging ze te rade bij de Afrikaanse filosoof Kwasi Wiredu. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/10/filosoferen-met-ellen-kwasi-wiredu-over-ons-beeld-van-afrika/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2010/12/denk-mee-met-ellen-aristoteles-en-de-directiesalarissen/ellen-mangnus/" rel="attachment wp-att-6493"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-6493" title="ellen mangnus" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/12/ellen-mangnus-150x150.png" alt="" width="100" height="100" /></a>We moeten ons afvragen wat voor gevolgen ons vaak zeer eenzijdige beeld heeft voor de ontwikkeling van Afrika, vindt filosofe Ellen Mangnus. Voor het antwoord ging ze te rade bij de Afrikaanse filosoof Kwasi Wiredu.</strong></p><p>In een opiniebijdrage op de website van Vice Versa schrijft <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/de-chinese-draak-en-indiase-olifant-in-de-afrikaanse-savanne/">Peter Konijn</a> (voorheen tweede man van Cordaid, nu directeur van Knowing Emerging Powers) dat Nederland de aansluiting dreigt te missen met de dynamische realiteit op het Afrikaanse continent. De oorzaak daarvan is een verkeerd beeld van Afrika. Volgens Konijn denken we in Nederland bij Afrika nog te veel aan armoede, honger, aids, corruptie en oorlogen. Konijn stelt dat China en India een heel ander beeld van Afrika hebben. Zij beschrijven Afrika als een continent met economische mogelijkheden, vol natuurlijke rijkdommen en een markt van 900 miljoen mensen.</p><p>Wie voor mij op een treffende manier de hardnekkige generalisaties over Afrika onthulde, is de Keniaanse schrijver <a title="Binyavanga Wainaina lives in Nairobi, Kenya. He is the founding editor of the literari magazine Kwani? and won the Caine Prize for African Writing in 2002. " href="http://www.granta.com/Contributors/Binyavanga-Wainaina">Binyavanga Wainaina</a>. In zijn beroemd geworden satirische essay ‘How to Write About Africa’ adviseert hij westerse journalisten om vooral over één soort Afrika te blijven schrijven: over hitte en stof, ritme en muziek, naakte, zieke kinderen en oude wijze mannen.</p><p>We moeten ons afvragen wat voor gevolgen ons vaak zeer eenzijdige beeld heeft voor de ontwikkeling van Afrika. Voor het antwoord op die vraag kunnen we te rade gaan bij Kwasi Wiredu.</p><p>Kwasi werd in1931 inGhana geboren. Op school raakte hij in de ban van Plato en Bertrand Russell. Hij studeerde aan de universiteiten van zowel Accra als Oxford en is momenteel een van Afrika’s meest bekende filosofen.</p><p><strong>Bovennatuurlijke krachten</strong></p><p>In zijn studies naar de Afrikaanse identiteit en het zelfbeeld neemt Kwasi Wiredu ons terug naar de koloniale tijd. In deze tijd werd westerse wetenschap en techniek als superieur gezien ten opzichte van de ongeschreven Afrikaanse kennis en techniek. Het waren niet alleen de westerlingen die deze wetenschap en techniek als superieur zagen, maar ook de Afrikanen.</p><p>Het koloniale ontwikkelingspakket bracht echter meer met zich mee dan de constructie van grote raffinaderijen, treinrails en plantages. De overheersing legde ook buitenlandse wetten, gebruiken, taal en religie op. Dit veroorzaakte volgens Wiredu bij veel Afrikanen een verstoring van de eigen identiteit.</p><p>De Ghanese filosoof betreurt dit. Hij zegt dat het Westen inderdaad voorliep in het gebruik van rationele methoden (Wiredu noemt dit modernisering), maar dat geen enkele samenleving gestoeld is op louter rationeel denken. Ook in het westen worden gebeurtenissen in het dagelijks leven wel eens toegeschreven aan bovennatuurlijke krachten. Wie doet niet af en toe een schietgebedje, in welke vorm dan ook, of weert het ongeluk af door het op ongeverfd hout af te kloppen? Of denk eens aan de populariteit van homeopatische geneesmiddelen. Niet wetenschappelijke kennis en geloof in door ratio onverklaarbare krachten is niet iets typisch Afrikaans.</p><p>Wiredu stelt dat wanneer je het gebruik van ‘rationele methoden’ als maatstaf neemt voor ontwikkeling, het Westen inderdaad ontwikkeld genoemd mag worden. Maar dit is slechts één aspect van ontwikkeling. Ontwikkeling betreft ook religieuze, morele en politieke ontwikkeling. En daarin komt het rationele denken niet altijd van pas en is de hele wereld nog in ontwikkeling.</p><p><strong>Initiatief</strong></p><p>Ontwikkeling gaat altijd gepaard met veranderingen in cultuur, aldus Wiredu, en vooral de manier waarop die verandering wordt bewerkstelligd is belangrijk. Hij onderscheidt drie typen cultuurveranderingen: 1) Verandering die bewust en zelf geïnitieerd is en die iets ouds vervangt door iets nieuws; 2) verandering die bewust en zelf geïnitieerd is maar die iets oorspronkelijks vervangt voor iets buitenlands 3) verandering die buitenlands is, niet zelf geïnitieerd is en niet gunstiger dan het oorspronkelijke eigene.</p><p>Met betrekking tot de menselijke identiteit is volgens Wiredu de laatste vorm van ontwikkeling het meest problematisch en verstorend. Oplegging van een verandering leidt eerder tot apathie dan tot ontwikkeling. De basis voor het menselijk ideaal is de vrijheid om bewuste keuzes te kunnen maken. We zouden kunnen stellen dat de Chinezen en de Indiërs, hoewel zij wel veel verandering teweegbrengen, deze verandering niet opleggen maar de Afrikaanse cultuur in zijn waarde laten door te onderhandelen. Het westen blijft in meer of mindere mate ‘hulp’ brengen en lijkt zijn invloed nog altijd uit te oefenen vanuit een gevoel van superioriteit.</p><p>Wiredu stelt dat iedere interactie tussen verschillende culturen op basis van gelijkheid moet gebeuren. Als we als uitgangspunt nemen dat alle samenlevingen nog in ontwikkeling zijn, biedt dat de ruimte om elkaars potentie te zien.</p><p>En dat sluit aan bij de opmerking van Peter Konijn. We missen zelf ook kansen omdat het verkeerde beeld dat we van Afrika hebben onze eigen mogelijkheden verkleint.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/10/filosoferen-met-ellen-kwasi-wiredu-over-ons-beeld-van-afrika/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>De (on)vanzelfsprekendheid van vanzelfsprekendheden</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-onvanzelfsprekendheid-van-vanzelfsprekendheden/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-onvanzelfsprekendheid-van-vanzelfsprekendheden/#comments</comments> <pubDate>Tue, 06 Sep 2011 07:00:44 +0000</pubDate> <dc:creator>Yvonne van der Pol</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[weblog]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=15271</guid> <description><![CDATA[Vandaag verwelkomen we een nieuwe columniste, namelijk Yvonne van der Pol. Zij gaat schrijven over intercultureel vakmanschap binnen de ontwikkelingssamenwerking.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-onvanzelfsprekendheid-van-vanzelfsprekendheden/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><a rel="attachment wp-att-15276" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-onvanzelfsprekendheid-van-vanzelfsprekendheden/yvonne-van-der-pol/"><img class="alignleft size-medium wp-image-15276" style="margin: 5px;" title="yvonne-van-der-pol" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/09/yvonne-van-der-pol-300x225.jpg" alt="" width="199" height="150" /></a><strong>Vandaag verwelkomen we een nieuwe columniste, namelijk Yvonne van der Pol. Zij gaat schrijven over intercultureel vakmanschap binnen de ontwikkelingssamenwerking. Het belang van dit vakmanschap lijkt steeds verder naar de achtergrond te worden gedrongen in de huidige discussies  over ontwikkelingssamenwerking, waarin het vooral over effectiviteit en leren rapporteren gaat. Maar het beroep ontwikkelingswerker vereist bijzondere interculturele competenties die je nodig hebt om je werk goed te kunnen uitoefenen.</strong></p><p>‘Wat is voor mij vanzelfsprekend?’ Die vraag stellen we onszelf bijna nooit, terwijl die wel essentieel is voor intercultureel vakmanschap. Over vanzelfsprekendheden denken we meestal niet na; ze zitten veilig opgeborgen in ons onbewuste. Desalniettemin zijn onze vanzelfsprekendheden of aannames uiterst belangrijk: zij sturen voor een groot deel (al weer onbewust) ons denken en doen. Zo is het voor de meesten van ons vanzelfsprekend om elke ochtend tanden te poetsen: niet over nadenken, domweg doen. Dat elders ter wereld tanden poetsen wellicht niet tot het dagelijks ritme hoort, dat het een onbetaalbare luxe is, met alle tandheelkundige problemen van dien… o ja, even niet aan gedacht, andere context, dat kan natuurlijk ook.</p><p><strong>Een niet te onderschatten vaardigheid</strong></p><p>Voor elke IS-professional, die per definitie intercultureel werkt, is reflectief vermogen een niet te onderschatten vaardigheid. Toch staan we er meestal niet bij stil of wat voor jou of je organisatie vanzelfsprekend is, dat ook is voor je counterpart, alliantie- of samenwerkingspartner.</p><p>In hoeverre is bijvoorbeeld dagelijks e-mails beantwoorden vanzelfsprekend? In hoeverre is slecht nieuws per e-mail vernemen, laat staan daarop reageren, vanzelfsprekend? In hoeverre is het kritisch meedenken, feedback geven of het achterste van je tong laten zien aan de contactpersoon van de organisatie waarvan je geld ontvangt realistisch?</p><p>Binnen Internationale Samenwerking nemen we net iets te vaak aan dat onze vanzelfsprekendheden elders ook gelden. Dat onze waarden, normen en werkwijzen gedeeld worden. Totdat we er (meestal pijnlijk) achter komen dat dat niet zo is. De afspraken die tijdens de dienstreis zijn gemaakt (‘Ja, ja’), worden niet of mondjesmaat nagekomen. En hoe ga je dat dan weer van afstand via de mail, telefoon of skype ‘rechtzetten’? Hoe kom je dan via die media, zonder face-to-face contact, wel tot gedeeld begrip?</p><p><strong>In de spiegel kijken</strong></p><p>Interculturele competenties staan nauwelijks in de functie- en competentieprofielen van IS-organisaties, terwijl ze cruciaal zijn voor het complexe werk dat de IS-professional doet. In de sector wordt ontzettend veel kennis gegenereerd, maar wordt de kunde er automatisch bij bedacht: als we weten hoe het moet, kunnen we het ook. Zeker ook het overbruggen van cultuurverschillen (we zijn tenslotte gedreven en geïnteresseerd) en intercultureel communiceren, verwachten we gewoon te kunnen.</p><p>Mijn ervaring is dat dat we onszelf daarmee overschatten. Er is nog veel winst te behalen in het in de spiegel kijken en jezelf de vraag te stellen: hoe vanzelfsprekend was mijn gedachte …. over counterpart X of partner Y vandaag. Mooi moment misschien: bij het tanden poetsen voor het slapen gaan.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/09/de-onvanzelfsprekendheid-van-vanzelfsprekendheden/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Tussen hoeksteen en theekrans</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/08/tussen-hoeksteen-en-theekrans/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/08/tussen-hoeksteen-en-theekrans/#comments</comments> <pubDate>Tue, 02 Aug 2011 05:30:20 +0000</pubDate> <dc:creator>Manon Stravens</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Weblog Manon]]></category> <category><![CDATA[ICCO]]></category> <category><![CDATA[Mali]]></category> <category><![CDATA[Manon Stravens]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=14389</guid> <description><![CDATA[Kun je als ontwikkelingswerker wel of niet opgaan en inburgeren in de lokale cultuur van het land waar je werkt? Deze herkenbare vraag voor iedere ontwikkelingswerker staat centraal in de nieuwe column van Manon Stravens. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/08/tussen-hoeksteen-en-theekrans/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-1206" href="http://www.viceversaonline.nl/2010/04/de-motorrijdervakbond-van-liberia-strijden-voor-vrede/manon-stravens/"><img class="alignleft size-full wp-image-1206" title="manon-stravens" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/04/manon-stravens.jpg" alt="" width="210" height="135" /></a>Kun je als ontwikkelingswerker wel of niet opgaan en inburgeren in de lokale cultuur van het land waar je werkt? Deze herkenbare vraag voor iedere ontwikkelingswerker staat centraal in de nieuwe column van Manon Stravens.</strong></p><p>‘<em>Vertel eens, hoe staat het met je gevoelsleven? Ik heb de vraag je al zo lang willen stellen maar het gepaste moment niet gevonden</em>’. Ik bevind me in een groep met uitsluitend kaartende, kluivende en grappende mannen. Een halve meter achter me zit er eentje te bidden. Die kan met een half oor meeluisteren. Ik vraag me af hoe Moussa erbij komt dat dit het goede moment is, maar de vraag is terecht. Een blanke alleenwonende jongedame die zich mengt tussen manvolk roept nou eenmaal vragen op.</p><p>Ruim een jaar geleden verhuisde ik naar mijn wijk Lafiabougou – ‘daar waar je tot rust komt’- in Bamako. Ik had behoefte aan contacten, vriendschappen, een veilige sociale kring om aan te schuiven. Omgekeerd ontsnap je niet snel aan het oog van een groep hangende mannen bij de voordeur. En zo was de introductie in de <em>grin</em> snel een feit.</p><p><strong>Broeinest van geheimen</strong></p><p>Ze kennen elkaar sinds hun vroege jeugd en vinden mekaar sinds jaar en dag op die ene straathoek. Avond na avond. De <em>grin</em> lijkt een simpele theekrans, maar is na de familie wellicht de tweede hoeksteen van de Malinese samenleving. Een vaste plek waar problemen en politiek worden besproken, deals gesloten, geld ingezameld, buurtgenoten bestudeerd en vooral veel informatie vloeit. Een broeinest van geheimen. Wie zich niet aan de codes houdt, wordt eruit getimmerd.</p><p>Ik breng er hele avonden door. Om me steevast af te vragen wat ik er nou precies te zoeken heb. Dan denk ik aan de tijd dat ik blootsvoets ging ‘meeleven’ op een vrijwilligersproject in Kenia. Of als student ‘participerend observeren’ moest in Benin. Maar daar waar ik destijds door de Afrika-voor-beginnersfase ging, dan wel een geloofwaardige scriptie te schrijven had, leef ik deze dagen gewoon een volle werkweek in een slopend klimaat. Heb wel wat beters te doen dan doelgericht inburgeren. Mijn actieradius is beperkt.</p><p><strong>Hechte vriendschappen</strong></p><p>Ik glimlach bij de aanvankelijke gedachte er hechte vriendschappen te vinden waarmee ik de hort op kan. Op zijn zachts gezegd naïef. Hartverwarmend zijn de kreten dat ik integraal <em>grin</em>lid ben en dat degene die ‘onze zus’ iets aandoet, iedereen kwaad doet. Ik geloof het ook van harte sinds de halve groep zich mobiliseerde tegen een taxichauffeur die me een <em>faux blanche</em> had genoemd. Maar Fouss, Baba, Habib of Idrissa krijg ik echt niet mee voor een, noem eens wat, NS wandeling, een nacht doorzakken of een weekend kamperen.</p><p>Echte gesprekken voer ik er met een enkeling en achter die gezellige, geestige en slimme kerels schuilen opvattingen en een belevingswereld die soms haaks op de mijne staan. Bovendien kom ik zelden bij iemand thuis. Zoals voor iedereen: het is die straathoek of niets. Maar een van oorsprong vegetarische liefhebber van Martin Bril in een rugzak op Schiermonnikoog wil wel eens wat ondernemen.</p><p><strong>Als muggen in het regenseizoen</strong></p><p>Mijn vrouw-zijn maakt(e) het nog iets gecompliceerder. Malinese mannen gedragen zich nogal eens als muggen in het regenseizoen. Dat weten ze zelf maar al te goed en ik werd van alle kanten gewaarschuwd: het zou zich één voor één op me storten. Vriendschap tussen man en vrouw loopt altijd op iets uit. Iemand vriendschappelijk uitnodigen voor een cola op mijn dakterras was dus de kat op het spek binden. Andersom vreesde ik het stigma van de van god losgeraakte blanke vrouw. Ik interpreteerde de mededeling dat ze allemaal getrouwd zijn als een boodschap dat ik me moest gedragen. Dan kom je dus niet zo maar even aanzetten met een fles whisky en een tent.</p><p>Hoe cultureel krampachtig kun je zijn. ‘<em>Manon, haal die maatschappij tussen je oren vandaan!</em>’, deelde Moussa me mee. Het is allemaal niet zo zwart-wit en er wordt toch wel gepraat. Hij heeft gelijk. We zijn ruim een jaar verder en mijn verwachtingen zijn bijgesteld, mijn beeldvorming gepolijst en angsten gesust. Ik volg de middenweg tussen blootsvoets en op mijn tenen lopen. Voor wat betreft de <em>grin</em>, ik kom er voor een <em>causerie</em> zonder koekje. En des te meer waardeer ik die momenten. Op een loze zaterdagmiddag, na een vermoeiende werkdag of de bevalling van een column als deze, is éven neerploffen, een theetje wegslurpen of uit de schaal mee-eten, zeggen dat alles goed gaat, lekker leeghoofdig meegeinen, het straatleven observeren en verder niets, een ware weldaad. Ze zitten er altijd en je bent er altijd welkom.</p><p>Ik ga nog even, voor de nacht weer valt. <em>Kan bѐ kofѐ</em>!</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/08/tussen-hoeksteen-en-theekrans/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>Conflict Transformatie in de praktijk: een delicaat spel</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-in-de-praktijk-een-delicaat-spel/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-in-de-praktijk-een-delicaat-spel/#comments</comments> <pubDate>Tue, 26 Jul 2011 13:00:27 +0000</pubDate> <dc:creator>Lotte van Elp</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[weblog]]></category> <category><![CDATA[Afghanistan]]></category> <category><![CDATA[Conflict Transformatie]]></category> <category><![CDATA[Cordaid]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=14283</guid> <description><![CDATA[Lotte van Elp reisde in de zomer van 2010 en voorjaar van 2011 naar Afghanistan. Hier onderzocht ze de rol van een partnerorganisatie van Cordaid aan een waterconflict. Uit dit onderzoek kwamen niet alleen dilemma’s voor de lokale organisatie naar voren. Ook de ondersteuning door een donororganisatie brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen worden in een drietal columns besproken. Met vandaag de derde column: Conflict Transformatie in de praktijk. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-in-de-praktijk-een-delicaat-spel/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong></strong><strong><a rel="attachment wp-att-8897" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/01/8895/lotte-van-elp-foto-2/"><img class="alignleft size-medium wp-image-8897" title="Lotte van Elp Foto" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/01/Lotte-van-Elp-Foto1-208x300.jpg" alt="" width="137" height="198" /></a>Lotte van Elp reisde in de zomer van 2010 en voorjaar van 2011  naar Afghanistan. Hier onderzocht ze de rol van een partnerorganisatie  van Cordaid aan een waterconflict. Uit dit onderzoek kwamen niet alleen  dilemma’s voor de lokale organisatie naar voren. Ook de ondersteuning  door een donororganisatie brengt verschillende uitdagingen met zich mee.  Deze uitdagingen worden in een drietal columns besproken. Met vandaag  de derde column: Conflict Transformatie in de praktijk.<br /> </strong></p><p>Ik spreek Cordaid, ICCO &amp; Kerk in Actie en Oxfam Novib over dilemma’s &#8211; zelf spreken ze liever over ‘uitdagingen’ &#8211; die komen kijken bij hun werk aan vrede en veiligheid in Afghanistan. De gedachten die aan de basis van de programma’s liggen zijn vergelijkbaar. De manier waarop deze organisaties de vertaalslag naar de praktijk van Conflict Transformatie (CT) maken lopen uiteen. Verhalen uit die praktijk overtuigen van succes, maar ook van een aanhoudende zoektocht. ‘Het werk aan conflict in Afghanistan is een delicaat spel: voor de partners, maar ook zeker voor ons’, vertelt Albert van Hal, verantwoordelijk voor de gezondheidszorgprojecten van Cordaid in Afghanistan.</p><p><strong>Spagaat<br /> </strong>Van Hal geeft een voorbeeld uit Uruzgan, zuid Afghanistan, om aan te tonen hoe delicaat het ‘CT-spel’ werkelijk is. Een partnerorganisatie van Cordaid levert basisgezondheidszorg in de gehele provincie. Ze bereikt de verste uithoeken van het onrustige gebied. Onlangs vroegen dorpsoudsten van een onveilig district aan deze organisatie om ook aan hen gezondheidszorg te komen leveren. De organisatie ging in gesprek met deze machtige mannen. Ze legde uit dat ze daar bereid toe is, mits de veiligheid in het district zou verbeteren. Onderhandelingen gingen van start tussen de strijdende partijen. De dorpsoudsten hadden nu wel een heel prangend motief om aan meer veiligheid in hun district te werken.</p><p>‘Een prachtige positie’, volgens van Hal. In lijn met het programma Conflict Transformatie zou deze positie &#8211; en de impact hiervan – benadrukt of uitvergroot moeten worden. Maar de Afghaanse organisatie aarzelt. Het leveren van zorg staat voor hen op nummer één. Ze onderstrepen de basisgedachten van CT en de insteek van Cordaid, maar zijn bang om hun geloofwaardigheid als arts te verliezen. Wanneer hun rol als <em>peacebuilder</em> steeds explicieter wordt, raken ze dan hun legitimiteit kwijt om gezondheidszorg te leveren? Van Hal vertelt dat dit niet alleen een spagaat voor de partnerorganisatie is, maar ook Cordaid voor een uitdaging stelt. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat deze partner in staat is om bij te dragen aan minder conflict, maar hoe ver moet Cordaid gaan om die positie te stimuleren of verder te expliciteren?’.</p><p><strong>Conflict Transformatie-bril<br /> </strong>In de vorige column vroeg ik me af of één Conflict Transformatie programma wel genoeg ruimte biedt aan zoveel verschillende dimensies, partners en projecten in conflict. Het voorbeeld uit Uruzgan laat zien dat de scheidslijn tussen de traditionele rol van NGOs in conflict (het leveren van diensten ) en de ‘nieuwe’ (het werk aan vrede en veiligheid) haarfijn is. Het is moeilijk balanceren tussen werk <em>in</em> en <em>aan</em> conflict. Wat als het werk aan veiligheid een middel, of zelfs voorwaarde, is tot het leveren van gezondheidszorg? En CT dus als instrument wordt gebruikt in plaats van het einddoel? Voor deze gemixte werkwijze moet ruimte worden gecreëerd. Ruim baan voor de arts met een CT-bril op zijn neus.</p><p><strong>Vaardigheid of valkuil?<br /> </strong>Het tweede dilemma van de vorige column ging over intuïtie: hoe kunnen we lokale organisaties ondersteunen die op basis van intuïtie, of ‘vanzelfsprekende kennis’, in een conflict bewegen? Een medewerker van ICCO in Kabul, zegt dat het een misvatting is om intuïtie van partners niet als een vaardigheid te beschouwen: ‘Het gaat erom hoe je intuïtie inzet. Kun je er een netwerk en reputatie mee opbouwen? Gebruik je het om nieuwe kennis mee op te doen?’. Volgens haar zijn dat dingen die we, als donororganisaties, wel in kaart zouden kunnen brengen.</p><p>Floortje Klijn, verantwoordelijk voor het programma van Oxfam Novib in Afghanistan, is kritischer. Volgens haar zien partners door de vanzelfsprekendheid waar ze mee werken soms cruciale punten over het hoofd. Dat kunnen volgens Klijn juist hele positieve punten zijn, ‘wanneer de impact van een project of invloed wordt onderschat’. In andere gevallen ‘is een partner zich niet meer bewust van haar eigen rol, als actor, in een samenleving’. Klijn vindt dat donororganisaties hun partners meer moeten uitdagen. Ze signaleert een trend waar donororganisaties krampachtig ‘achter hun partner’ blijven staan en een kritisch vermogen verliezen. ‘Vraag eens vaker: werkt het wel wat je doet? Laat een partner kritisch nadenken over hun eigen, negatieve en positieve, rol in conflict’.</p><p><strong>Het grote plaatje<br /> </strong>De vorige column sloot af met ‘projectitis’  als dilemma: de drang om elk inspirerend idee direct om te zetten in een hapklaar project. Hoe kunnen we partners de ruimte en tijd geven om te zoeken naar hun rol binnen een proces van CT? Tijdens de gesprekken raakte ik de weg kwijt in de creatieve – of omslachtige- manieren die zijn gevonden om (tussentijdse) resultaten te meten: ‘output’, ‘outcome’, ‘milestones’, ‘proces-indicatoren’, ‘narratieve-indicatoren’, en het lijstje is nog lang niet klaar.</p><p>Interessantere bevinding was de wil om verder te kijken dan een ‘hapklaar project’. Frederique van Drumpt, verantwoordelijk voor de CT-projecten van Cordaid in Afghanistan, vertelt: ‘Soms ondersteunen we een organisatie of activist omdat zij de enige zijn die het lef hebben om hun stem te verheffen of verandering na te streven. Aan deze werkwijze kleeft wel een houdbaarheidsdatum: uiteindelijk moet er natuurlijk iets gebeuren’.</p><p>Antoinette Maas, conflict transformatie specialist bij ICCO, legt uit dat naast een project, het ‘gemeenschappelijke proces’ zwaar weegt in het CT-programma van ICCO. Hierbij wordt dus niet alleen gekeken naar de resultaten van één partner van één project, maar naar het geheel, of het ‘huis’ zoals Maas het noemt. Partnerorganisaties ontwikkelen samen een conflictanalyse en indicatoren; ze bouwen samen een huis met ieder een eigen gebied van expertise. Ook Klijn plaatst het werk van partnerorganisaties in een groter plaatje: ‘Durf verder te kijken dan één project en zie je partners als actoren in een veel groter veranderingsproces. Dan kan je pas echt die gewenste impact op conflict bereiken’.</p><p>Van Hal hoopt dat het CT-programma de ruimte aan partners zal bieden om de grenzen van Afghanistan zal overstijgen. Er valt volgens hem nog veel te winnen in de Nederlandse discussie over Afghanistan. ‘Onze partners kunnen inhoud geven aan die discussie door hun dagelijkse ervaring binnen een wildgroei aan lokale conflicten. Die verhalen gaan veel verder dan een debat over onze soldaten of de 3D benadering’.</p><p><strong>Roze stift<br /> </strong>Een ‘huis bouwen’, ‘veranderingsprocessen’ en ‘grensoverstijgende projecten’: het zijn grote woorden. Wat wordt de rol van de donororganisaties hierin? Volgens Van Drumpt is het belangrijk dat we beter leren begrijpen wat ‘verandering’ of ‘transformatie’ in de Afghaanse context betekent. Ze wil met ‘een roze stift’ door verhalen van partnerorganisaties gaan om zo verandering door de bril van een partner te leren herkennen en een diepere betekenis aan het begrip Conflict Transformatie te geven. Die diepgang bereik je volgens van Hal niet door ‘twee keer per jaar geld over te maken. Daar moet je tijd en energie in blijven steken. Alleen dan kan je kritisch blijven, met je partners mee blijven praten en hen stimuleren’.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-in-de-praktijk-een-delicaat-spel/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Op ontdekkingstocht in Kabul</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/op-ontdekkingstocht-in-kabul/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/op-ontdekkingstocht-in-kabul/#comments</comments> <pubDate>Thu, 21 Jul 2011 06:00:05 +0000</pubDate> <dc:creator>Lotte van Elp</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category> <category><![CDATA[Afghanistan]]></category> <category><![CDATA[Conflict Transformatie]]></category> <category><![CDATA[Cordaid]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=14188</guid> <description><![CDATA[Lotte van Elp reisde in de zomer van 2010 en voorjaar van 2011 naar Afghanistan. Hier onderzocht ze de rol van een partnerorganisatie van Cordaid aan een waterconflict. Uit dit onderzoek kwamen niet alleen dilemma’s voor de lokale organisatie naar voren. Ook de ondersteuning door een donororganisatie brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen worden in een drietal columns besproken. Met vandaag de tweede column: kan Cordaid van ‘projectitus’ genezen? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/op-ontdekkingstocht-in-kabul/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-12320" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/05/incident/lotte-van-elp-foto-4/"><img class="alignleft size-medium wp-image-12320" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/05/Lotte-van-Elp-Foto-208x300.jpg" alt="" width="125" height="180" /></a>Lotte van Elp reisde in de zomer van 2010 en voorjaar van 2011 naar Afghanistan. Hier onderzocht ze de rol van een partnerorganisatie van Cordaid aan een waterconflict. Uit dit onderzoek kwamen niet alleen dilemma’s voor de lokale organisatie naar voren. Ook de ondersteuning door een donororganisatie brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen worden in een drietal columns besproken. Met vandaag de tweede column: kan Cordaid van ‘projectitus’ genezen?</strong></p><p>Het is januari en ijzig koud in Kabul. De oliekacheltjes in het veldkantoor van Cordaid hebben twee standen. Uit of loeiheet. We kiezen voor het laatste. Afghaanse partnerorganisaties zitten klaar voor een bijeenkomst met de staf uit Den Haag . Op de agenda staat het nieuwe Cordaid-programma &#8216;Conflict Transformatie&#8217;.</p><p>Alleen van die naam zou je het al warm krijgen. In dit land is het linke soep om openlijk politiek betrokken te zijn. In een wirwar van conflicten &#8211; van familievetes tot de <em>&#8216;global war on terror&#8217;</em> &#8211; is het leven van een ontwikkelingswerker gevaarlijk. Ook waaghalzen met werk in een ‘neutraal’ project als een ziekenhuis lopen risico. Lokale NGO’s die zich mengen in vraagstukken over macht, gerechtigheid en veiligheid: dat klinkt als een gewaagd plan.</p><p><strong>Kapstok </strong></p><p>De bedoeling van de bijeenkomst in Kabul is de Haagse gedachten over Conflict Transformatie te toetsen en verder vorm te geven. Deze gedachten dienen als een kapstok. Verhalen en ervaringen uit de praktijk moeten invulling geven aan het programma. De theorie moet gaan leven en passend zijn in de Afghaanse context.</p><p>Cordaid legt de ‘kapstok’ uit aan haar partners. De logica in een notendop: conflict beïnvloedt ons werk. Toch slagen partnerorganisaties erin om projecten uit te voeren en tot een succes te maken. Door intensieve ervaring in conflict zijn strategieën, methoden en vaardigheden opgebouwd om te reageren op geweld en onveiligheid. Het nieuwe programma van Cordaid gelooft dat deze manier van werken een verschil kan maken in conflict. Partners kunnen met een mix van kennis over conflict en projecten op maat bijdragen aan vrede en veiligheid.</p><p><strong>‘Het conflict’<br /> </strong></p><p>In Kabul ontrafelen we deze logica stukje bij beetje. Te beginnen bij de aanname ‘conflict beïnvloedt ons werk’. Partners beamen deze stelling. Geen verassing. Maar als we dieper ingaan op de effecten van conflict ontdekken we dat die aanname te kort door de bocht is gegaan. ‘Het conflict’  betekent voor een partner uit Kandahar iets heel anders dan een organisatie met projecten in Kabul. De ene partner vertelt: ‘criminele acties van kleine groepjes vormen de grootste bedreiging voor onze projecten’. Een andere partner legt uit dat ze ‘moeite hebben om vrouwen te werven voor hun ziekenhuis, omdat zij de straat niet op durven’. Niks geen Afghaanse context. Ieder dorp vraagt om een specifieke aanpak.<br /> Ik noteer uitdaging #1: Biedt ons Cordaid-programma wel genoeg ruimte voor zoveel verschillende dimensies van conflict? Passen al die uiteenlopende projecten wel aan één kapstok? Kunnen wij een programma op maat maken zoals partners dat doen voor de gemeenschappen waar ze werken?<strong> </strong></p><p><strong>Intuïtie </strong></p><p>We gaan verder met de gedachte dat partnerorganisaties door intensieve ervaring in conflict manieren hebben opgebouwd om toch een project te laten slagen. Met die manieren bedoelen we bijvoorbeeld organisaties die in constant dialoog staan met gemeenschappen. Of een project razendsnel kunnen aanpassen als geweld uitbreekt. In Kabul vertellen de partners dat ze dit als iets vanzelfsprekends zien: ‘als we dat niet zouden doen, zou een project geen enkele kans van slagen hebben’. Toch proberen we erachter te komen hoe onze partners kennis over conflict opdoen. Hoe bepalen zij wanneer en met wie ze in dialoog gaan? Hoe brengen ze de context van een conflict in kaart? De partners kunnen het niet goed uitleggen. Wij gingen ervan uit dat kennis iets is dat je ‘opbouwt’. Iets dat je leert. Maar wat blijkt: de meeste organisaties bewegen intuïtief in conflict. Maken keuzes omdat ze aanvoelen wat de gevolgen zullen zijn. Staf is vaak geboren in de regio waar ze nu werken; kennis is natuurlijk opgedaan.</p><p>Ik schrijf uitdaging #2 op. In onze logica vormen de manieren en <em>skills </em>om met conflict om te gaan de sleutel naar de volgende stap: bijdragen aan minder conflict. Maar hoe kan Cordaid dit proces begrijpen en ondersteunen als het zo ongrijpbaar is? En: kan je wel op ‘intuïtie’ aan minder conflict werken? Is het niet een vereiste om die manieren te herkennen of bloot te leggen als ze zo cruciaal zijn?</p><p><strong>Grande Finale </strong></p><p>Dan gaan we over tot de <em>grande finale</em> van de dag. Cordaid bespreekt hoe partners met hun kennis en projecten een bijdrage kunnen leveren aan vrede en veiligheid. We luisteren naar boeiende en uiteenlopende verhalen. Die onderstrepen dat deze organisaties niet alleen de potentie hebben, maar al succesverhalen uit de praktijk kunnen vertellen. Ervaringen van conflict in de huiselijke sfeer tot ‘onderhandelen met de Taliban’ passeren de revue. De rode draad van deze verhalen is dat ze ‘onbedoeld’ of ‘indirect’ zijn opgedaan. Projecten die niet direct de bedoeling hadden <em>aan</em> conflict te werken – een ziekenhuis of landbouwcoöperatie bijvoorbeeld &#8211; hebben dat toch gedaan. Noem het een <em>side-effect</em>. Deze projecten zijn op de eerste plaats bedoeld om symptomen van armoede en machteloosheid te bestrijden. Dat is de ‘ingang’ van partners in conflict. En dat moet ook zo blijven, vinden ze zelf. <strong></strong></p><p>De belangrijkste vraag komt aan de orde: hoe kunnen we ons inzetten om de impact van deze <em>side-effects</em> te vergroten? De partnerorganisaties zien mogelijkheden en durven de stap te zetten. Maar ze wijzen ons op twee Hete Hangijzers: tijd en ruimte. En dan zijn alle ogen op Cordaid gericht. Het werk aan conflict is ingewikkeld en conflicten zijn dynamisch. Partners vragen tijd om op ontdekkingstocht te gaan: conflicten te doorgronden en nieuwe dingen te leren. Ze hebben ruimte nodig voor flexibiliteit: af te tasten waar de grenzen liggen in hun rol als <em>peacebuilder</em>. Want het is geen tocht zonder gevaren, elke nieuwe stap zal zorgvuldig afgewogen moeten worden om resultaat te behalen. En eenmaal op weg moet hun rugzak niet gevuld zijn met een dichtgetimmerd projectvoorstel en strakke indicatoren.</p><p>In de tweede Vice Versa stond een kritisch artikel over hulpgedreven verandering. Donororganisaties lijden aan chronische ‘projectitis’: de drang om elk inspirerend idee direct om te zetten in een hapklaar project. Met deze tekortkoming in ons achterhoofd belanden we bij uitdaging #3: kan Cordaid van projectitis genezen? Kan het haar partners de ruimte geven om te gaan zoeken? Is de organisatie in staat een heel nieuw scala aan indicatoren te vinden dat niet als een last op de schouders van partners rust, maar als kompas kan worden gebruikt?</p><p>In de volgende column laat ik ICCO, Oxfam Novib en Cordaid reageren op deze uitdagingen. Hoe zijn ze te overkomen? Hoe kan onze manier van samenwerken bijdragen aan verandering?</p><p>Lees ook: <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-dromen-en-dilemmas/" target="_blank">Conflict Transformatie, Dromen en Dilemma&#8217;s</a></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/op-ontdekkingstocht-in-kabul/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Conflict transformatie: dromen en dilemma&#8217;s</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-dromen-en-dilemmas/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-dromen-en-dilemmas/#comments</comments> <pubDate>Tue, 19 Jul 2011 06:00:18 +0000</pubDate> <dc:creator>Lotte van Elp</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=14142</guid> <description><![CDATA[Lotte van Elp reisde in de zomer van 2010 en voorjaar van 2011 naar Afghanistan. Hier onderzocht ze de rol van een partnerorganisatie van Cordaid aan een waterconflict. Uit dit onderzoek kwamen niet alleen dilemma’s voor de lokale organisatie naar voren. Ook de ondersteuning door een donororganisatie brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen worden in een drietal columns besproken. Met vandaag een introductie: hoe is de rol van ngo’s in Conflict Transformatie ontstaan en welke visie spreekt er uit? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-dromen-en-dilemmas/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-12320" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/05/incident/lotte-van-elp-foto-4/"><img class="alignleft size-medium wp-image-12320" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/05/Lotte-van-Elp-Foto-208x300.jpg" alt="" width="146" height="210" /></a>Lotte van Elp reisde in de zomer van 2010 en voorjaar van 2011 naar Afghanistan. Hier onderzocht ze de rol van een partnerorganisatie van Cordaid aan een waterconflict. Uit dit onderzoek kwamen niet alleen dilemma’s voor de lokale organisatie naar voren. Ook de ondersteuning door een donororganisatie brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Deze uitdagingen worden in een drietal columns besproken. Met vandaag een introductie: hoe is de rol van ngo’s in Conflict Transformatie ontstaan en welke visie spreekt er uit? </strong></p><p>Steeds meer ontwikkelingsorganisaties begeven zich op het ingewikkelde raakvlak van veiligheid en ontwikkeling. Niet langer werken alleen legers en de Verenigde Naties aan vrede en veiligheid: een groeiend aantal NGO’s neemt dit mandaat op in hun werk en herdefiniëren zo hun rol als ontwikkelingsorganisaties in conflict.</p><p><strong>Conflict Transformatie: dromen en dilemma’s</strong></p><p>Cordaid, ICCO en Oxfam Novib werken in fragiele staten en conflictgebieden onder de vlag van Conflict Transformatie (CT). Elke organisatie vult dit werk op een eigen manier in en legt verschillende accenten in beleid en uitvoering. In een drietal columns zal ik deze recent ontwikkelde programma&#8217;s onder de loep nemen. Aan de hand van een casestudie van Cordaid uit Afghanistan probeer ik erachter te komen hoe dit programma wordt vorm gegeven – in het hoofdkantoor in Nederland en in het veld. Ik zoom in op dromen en dilemma&#8217;s voor Cordaid in Den Haag. Het &#8216; transformeren van een conflict&#8217;  is een ambitieus &#8211; en niet onomstreden &#8211; doel. Welke visie ligt hier aan ten grondslag? Welke uitdagingen en dilemma&#8217;s kunnen we herkennen? En hoe zijn deze te overwinnen?</p><p><strong>Burgers in conflict</strong></p><p>In deze eerste column gaan we even terug in de tijd om beter te begrijpen hoe de Conflict Transformatie-programma&#8217;s van NGO’s zijn ontstaan. Een ietwat droog begin van deze columnreeks, maar wel de basis om hierna meer spannende verhalen te kunnen vertellen. We beginnen bij het einde van de Koude Oorlog. Optimisten met hoop op een vreedzaam en democratisch bestuurde wereld  kwamen bedrogen uit. Een ‘nieuw’ soort conflict dook op – of kreeg nu pas aandacht. In deze conflicten bepaalden supermachten niet langer de regels van het spel. Binnen de grenzen van staten woedden bloederige burgeroorlogen. In landen als  Rwanda en op de Balkan zaaiden &#8211; vaak versplinterde &#8211; groeperingen dood en verderf en faalden overheden om burgers te beschermen.</p><p>Een groeiend besef ontstond dat deze conflicten niet alleen een zaak waren van elites en staatshoofden: de rol van en impact op &#8216;de burger&#8217; werd volop in de schijnwerper gezet. Ontwikkelingsvraagstukken verwierven een plek in het debat over vrede en veiligheid. Individuen en gemeenschappen in conflict leefden in extreme armoede. Hier werden mensenrechten geschonden, heerste een torenhoge werkeloosheid en had het overgrote deel van de bevolking amper of geen toegang tot basisvoorzieningen. Een discussie laaide op: hoe plaatsen we armoede en onderontwikkeling in deze conflicten? Als oorzaak van uitbraken van geweld, als gevolg hiervan of als een mengeling van beide?</p><p><strong>Conflict &amp; ontwikkeling</strong></p><p>De effecten van oorlog en conflict op ontwikkeling zijn onmiskenbaar. Huidige brandhaarden als Afghanistan en Sudan liggen mijlenver achter op het &#8216;MDG-schema&#8217; en betere tijden lijken nog lang niet in zicht. De traditionele rol die NGO’s spelen om deze ‘symptomen’ van conflict te bestrijden is wel bekend. Als een neutrale speler zetten ontwikkelingsorganisaties zich in om hulp te bieden aan de door conflict benadeelde bevolkingsgroepen. Hoe neutraal deze rol in werkelijkheid valt te betwisten (en dat wordt ook veel gedaan). Belangrijker in deze column is het mandaat waarmee een NGO zich in een conflict beweegt. In een ‘traditionele’ rol richten ontwikkelingsorganisaties zich uitsluitend op de gevolgen van conflict door het leveren van nood- en structurele hulp. Hier ondersteunt een NGO bijvoorbeeld een ziekenhuis of landbouwcoöperatie en mengt zich niet in de onderliggende oorzaken van conflict – de reden waarom arme boeren ondersteuning nodig hebben of geen toegang tot medische zorg hebben.</p><p><strong> </strong></p><p><strong>Ontwikkeling &amp; conflict </strong></p><p>Het idee van Conflict Transformatie zet deze traditionele rol op zijn kop. Hier is de belangrijkste vraag: wat zijn de effecten van ontwikkeling op conflict? Kunnen de projecten van NGO’s een bijdrage leveren aan minder conflict? De Nederlandse NGOs’ met een Conflict Transformatie-programma geloven dat dit kan. Jan Pronk<a href="/Documents%20and%20Settings/Communicatie/Local%20Settings/Temporary%20Internet%20Files/OLK3/Column1VVfinal%20(2).doc#_ftn1">1</a> gelooft zelfs dat dit moet:</p><p><em>&#8216;Weldoen&#8217; is meer dan het geven van hulp of het opvangen van gevolgen van onrecht. Weldoen houdt ook in het tegengaan van het onrecht zelf en het bestrijden van de oorzaak van conflicten.</em></p><p>Meer doen dan het ‘geven van hulp of het opvangen van gevolgen van onrecht’ – dat is waar Conflict Transformatie voor staat. Lokale organisaties werken niet alleen in een conflict, maar ook aan een conflict. Maar hoe werkt dat? Hoe kan een NGO – naast het geven van hulp en het leveren van diensten &#8211; de oorzaken van een conflict bestrijden? Het is een prachtige visie en vormt vast een overtuigend missie-statement voor een donororganisatie, maar daar is nog niets mee gezegd over ‘Het Echte Werk’: het werk van partners in het veld. Lokale organisaties zetten verschillende strategieën en methoden in om te werken aan minder conflict.</p><p><strong>Conflict Transformatie in de praktijk</strong></p><p>Sommige organisaties hebben heel uitdrukkelijk of ‘expliciet’  een project ingericht om onrecht of conflict te bestrijden. Een voorbeeld uit Afghanistan zijn lokale NGO’s die vredes-shura’s ondersteunen of opnieuw leven inblazen. Een shura is een traditionele dorpsraad die conflicten op gemeenschapsniveau tussen families, over land, water en bijvoorbeeld corruptie proberen op te oplossen. Andere Afghaanse organisaties werken veel meer onzichtbaar, of  ‘impliciet’  aan minder conflict. Deze werkwijze zal ik in de volgende column uitleggen en gebruiken om het werk van Cordaid in Afghanistan te illustreren.</p><p>Hoe verandert deze werkwijze de samenwerking tussen een Afghaanse partner en Cordaid? Hoe kan Cordaid het werk aan minder conflict door lokale partners ondersteunen? Kunnen we dat wel meetbaar maken? En wat als het mislukt? Een voorbeeld uit een van de meest onrustige landen ter wereld wordt naast het programma ‘Conflict Transformatie’ gelegd. Kabul naast Den Haag. Droom naast dilemma. En visie naast realiteit.  Zijn we klaar om een nieuwe rol in conflict te spelen?</p><p><em>Lees in Lottes volgende column meer over het CT werk van Cordaid in Afghanistan en wat voor dilemma’s dat oplevert. </em><em>In de laatste column zullen Cordaid, ICCO en Oxfam Novib hierop reageren. Kunnen zij zich vinden in de bevindingen? En vooral: hoe hier mee om te gaan? Zijn ze te overkomen?</em></p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p><div><hr size="1" /><div><p><a href="/Documents%20and%20Settings/Communicatie/Local%20Settings/Temporary%20Internet%20Files/OLK3/Column1VVfinal%20(2).doc#_ftnref1">1</a></p></div><div><p><a href="/Documents%20and%20Settings/Communicatie/Local%20Settings/Temporary%20Internet%20Files/OLK3/Column1VVfinal%20(2).doc#_ftnref2"></a>http://www.janpronk.nl/speeches/dutch/doe-wel-en-zie-niet-om.html</p></div></div><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/conflict-transformatie-dromen-en-dilemmas/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Vrijdagmiddagborrel: Nieuwe ronde, nieuwe kansen voor de Kamer na het zomerreces</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/vrijdagmiddagborrel-nieuwe-ronde-nieuwe-kansen-voor-de-kamer-na-het-zomerreces/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/vrijdagmiddagborrel-nieuwe-ronde-nieuwe-kansen-voor-de-kamer-na-het-zomerreces/#comments</comments> <pubDate>Fri, 08 Jul 2011 10:00:54 +0000</pubDate> <dc:creator>Paul van den Berg</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=13993</guid> <description><![CDATA[In deze vrijdagmiddagborrel maakt Paul van den Berg de balans op van het politieke jaar over ontwikkelingssamenwerking. Het debat eindigde met een verrassende ontknoping tijdens de stemmingen over de moties. Dit kan echter niet verhullen dat de politici van de verschillende partijen het afgelopen jaar telkens een paar stappen achter de feiten en de staatssecretaris aanliepen. Toch zal Knapen na het reces niet ontkomen aan een stevig inhoudelijk debat en met de billen bloot moeten. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/vrijdagmiddagborrel-nieuwe-ronde-nieuwe-kansen-voor-de-kamer-na-het-zomerreces/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-13456" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/06/debat-focusbrief-apotheose-of-anticlimax/paul-van-den-berg-2/"><img class="alignleft size-full wp-image-13456" title="paul van den berg" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/06/paul-van-den-berg1.jpg" alt="" width="149" height="192" /></a>In deze vrijdagmiddagborrel maakt Paul van den Berg de balans op van het politieke jaar over ontwikkelingssamenwerking. Het debat eindigde met een verrassende ontknoping tijdens de stemmingen over de moties. Dit kan echter niet verhullen dat de politici van de verschillende partijen het afgelopen jaar telkens een paar stappen achter de feiten en de staatssecretaris aanliepen. Toch zal Knapen na het reces niet ontkomen aan een stevig inhoudelijk debat en met de billen bloot moeten.</strong></p><p><strong> </strong></p><p>Uiteindelijk was er toch sprake van een verrassende ontknoping van het toneelstuk in drie bedrijven over de Focusbrief. Veertien van de eenentwintig moties die de Kamer had ingediend (66%) werden aangenomen. Een hoge score, waarbij het stemgedrag van het CDA (veel moties werden gesteund door die fractie) en in mindere mate de VVD, doorslaggevend was. Dit alles gebeurde op de laatste dag voor het zomerreces, die traditioneel tot heel laat was volgepland met stemmingen.</p><p>De Kamer liet daarmee nog een klein beetje zijn tanden zien, in wat over het algemeen een tam, kabbelend debat was geweest. Weliswaar was er forse kritiek op de landenkeuze van staatssecretaris Knapen en kon bijvoorbeeld het benoemen van onderwijs als posterioriteit op weinig begrip rekenen bij diverse Kamerfracties. Maar over het geheel genomen had Knapen weinig moeite om zijn focusthema’s en – landen voorbij deze klip te loodsen.</p><p><strong>Zere plek</strong></p><p>De staatssecretaris – intussen naar de andere kant van de wereld gevlogen voor een werkbezoek aan Indonesië &#8211; zal niet ongelukkig zijn met deze uitslag. Merkwaardig genoeg beschouwde hij de meeste van de aangenomen moties als een ondersteuning van zijn beleid. Een kwestie van flexibel interpreteren en een grote lenigheid van geest. Sommige moties legden namelijk wel degelijk blinde vlekken in de focusbrief bloot. Zo legde de motie van Ferrier over milieu en klimaat de vinger op de zere plek als het gaat om het gebrek aan ambitie rondom duurzaamheid en vergroening van deze regering. Ongetwijfeld wordt Knapen bij zijn bezoek aan Kalimantan nog eens met zijn neus op de feiten gedrukt dat integraal aandacht voor duurzaamheid een conditio sine qua non is voor elk ontwikkelingsprogramma.</p><p>De Kamer is nu al enkele dagen met reces. Een serene stilte is ingevallen op het Binnenhof. Op 8 september beginnen de vergaderingen weer. Aan de Bezuidenhoutseweg, waar het ministerie van Buitenlandse Zaken is gehuisvest, zal echter in de zomer keihard doorgewerkt moeten worden. De tactiek die Knapen namelijk toepaste in de afgelopen maanden is het toezeggen van een trits aan notities om een hoeveelheid nauwelijks uitgewerkte aspecten van zijn beleid verder invulling te geven. Veel van deze stukken zullen worden toegevoegd aan de Begrotingsbehandeling in het najaar. Dit debat gaat daardoor topzwaar worden.</p><p><strong>Achter de feiten aanlopen</strong></p><p>Het verdient aanbeveling dat de Tweede Kamer aan de meest relevante van de aangekondigde brieven (over o.a. gender, regionale benadering, globalisering) aparte debatten wijdt. Maar zelfs dan kan het nog mis gaan. Zo zou al maanden geleden een debat plaatsvinden over ‘Landbouw in Ontwikkelingslanden’, een uiterst relevant onderwerp. De vorige ministers Koenders en Verburg hadden hierover een prima notitie geschreven. Na enkele malen uitstel van het debat is het nu helemaal naar eind oktober verplaatst. Knapen vond het nodig dat er weer een nieuwe notitie zou komen over een van de speerpunten van zijn beleid. Zo loopt de Kamer steeds achter de feiten aan. In de tussentijd is namelijk al lang begonnen met de uitvoering van het beleid zoals gepresenteerd in de Basisbrief en de Focusbrief.</p><p>Het parlement loopt dus steeds een paar stappen achter op de bewindspersoon. De laatste had – als je in zijn hart had kunnen kijken &#8211; het liefst integraal het WRR advies uitgevoerd. Elke afwijking van de visie van de WRR lijkt Knapen vervelend te vinden, misschien uitgezonderd de oprichting van een NLAid. Trappelend van ongeduld wil de staatssecretaris zo weinig mogelijk tijd verliezen met wat in zijn ogen vooral achterhoedegevechten zijn.</p><p><strong>Niet teveel voor het hoofd stoten</strong></p><p>Om de Kamer niet teveel voor het hoofd te stoten wordt de strategie toegepast van ‘de verkoop doorgang laten vinden, terwijl de winkel fors wordt verbouwd’. Met andere woorden: de feitelijke onderbouwing van doorgevoerde hervormingen gebeurt op een niet heel specifiek gedefinieerd moment door middel van de aankondiging van een beleidsdocument. En op het moment dat er dan eindelijk een debat op de drukke Kameragenda wordt geplaatst over dit document, kan de Kamer alleen nog maar moties indienen, maar is de beleidstrein al weer lang een station verder. Het moet best frustrerend zijn voor de ontwikkelingswoordvoerders aan het Plein.</p><p>Hoe dit proces te doorbreken? Een nieuwe kans dient zich aan na het reces. Dan zal Knapen toch een keer écht met de billen bloot moeten als het gaat om de operationalisering van zijn beleidsraamwerk. Hoe gaat hij bijvoorbeeld waarborgen dat het grotere aandeel van de private sector dat ontwikkelingsgeld gaat ontvangen ‘armoedebestrijdingsproof’ gaat zijn? Hij was daar – positief! &#8211; erg stellig over in het tweede deel van het debat over de Focusbrief. Maar dan zal er toch een ander bedrijfsleveninstrumentarium – en kader moeten worden opgetuigd dan we nu hebben. Een mooie kans voor de Kamer om de diepte in te gaan en dit onderdeel van het beleid te monitoren, gesteund door een SER advies over deze materie, dat ook in het najaar gaat verschijnen.</p><p><strong>Niet meer mee wegkomen</strong></p><p>Bestudering van de Voorjaarsnota en het gegeven dat in de komende jaren 18 landen uitgefaseerd zullen gaan worden, laat voorts zien dat er voor de begroting van 2012 en de jaren erna meer ruimte voor de Kamer zal zijn om stevig gedekte amendementen in te brengen. De angel werd uit het begrotingsdebat in december 2010 getrokken op het moment dat de Kamer genoegen nam met het door Knapen opgeroepen beeld dat er vanwege lopende verplichtingen eigenlijk geen ruimte was voor alternatief beleid. Daar gaat hij nu niet meer mee weg komen, mogen we hopen. Nieuwe ronde, nieuwe kansen dus voor de Kamer om het initiatief weer wat terug te grijpen.</p><p>Resumé: veel sterkte aan de ambtenaren op de Apenrots bij het schrijven van de talrijke notities; en veel rust toegewenst aan de Kamerleden om nieuwe energie te verzamelen voor een hopelijk stevig inhoudelijk gevecht met Knapen in het najaar.</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/vrijdagmiddagborrel-nieuwe-ronde-nieuwe-kansen-voor-de-kamer-na-het-zomerreces/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Jan Pronk: Hebzucht of grief?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/jan-pronk-hebzucht-of-grief/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/jan-pronk-hebzucht-of-grief/#comments</comments> <pubDate>Wed, 06 Jul 2011 15:03:44 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Pronk</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category> <category><![CDATA[conflict]]></category> <category><![CDATA[greed]]></category> <category><![CDATA[grievance]]></category> <category><![CDATA[oorzaken]]></category> <category><![CDATA[Paul Collier]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=13960</guid> <description><![CDATA[Paul Collier, econoom en schrijver van de bestseller 'The Bottom Billion', wordt alom geroemd. Dat zijn theorieën niet op alle vlakken hout snijdt, laat Jan Pronk zien in zijn column over de oorzaak van conflicten: hebzucht of grief? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/jan-pronk-hebzucht-of-grief/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><a rel="attachment wp-att-13961" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/07/jan-pronk-hebzucht-of-grief/janpronk/"><img class="alignleft size-medium wp-image-13961" title="janpronk" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/07/janpronk-300x269.jpg" alt="" width="240" height="215" /></a></p><p><strong>Paul Collier, econoom en schrijver van de bestseller &#8216;The Bottom Billion&#8217;, wordt alom geroemd. Dat zijn theorieën niet op alle vlakken hout snijdt, laat Jan Pronk zien in zijn column over de oorzaak van conflicten: is dat hebzucht of is dat grief?</strong></p><p>Waarover gaan gewelddadige conflicten in ontwikkelingslanden? Waarom vechten de mannendie zich laten rekruteren? Het lijkt dezelfde vraag, maar dat is het niet. De oorzaken vanconflicten laten zich niet gemakkelijk afleiden uit de motieven van strijders, laat staan dat zij ermee samenvallen.</p><p>Toch wordt dat vaak verondersteld. Men beroept zich op Paul Collier, die in zijn boek &#8216;The Bottom Billion&#8217; stelt dat de meeste conflicten economische oorzaken hebben, en dat er geen statistisch verband bestaat tussen politieke of etnische discriminatie enerzijds en gewelddadige conflicten anderzijds. Armoede, economische stagnatie en de exploitatie van grondstoffen leiden vaak tot conflicten. Maar het gaat te ver om te veronderstellen dat culturele, religieuze, etnische enpolitieke verschillen geen rol spelen bij het ontstaan en voortduren van burgeroorlogen.</p><p><strong>Klagen</strong></p><p>Toch is dat de stelling van Collier, die redenerend vanuit een onderscheid tussen twee hoofdmotieven om te vechten, namelijk greed en grievance, beweert dat het vooral gaat om hebzucht. In de literatuur over conflict en geweld worden grieven vaak gekleineerd. Zij worden afgedaan als aangepraat, gekunsteld of irrelevant. Statistisch onderzoek zou uitwijzen dat echte grieven niet zo vaak tot oorlog leiden. Degenen die vechten zouden altijd wel wat te klagen hebben, en, aldus Collier: ‘If they don’t, they make it up.’</p><p>Op Colliers onderzoek valt af te dingen. Vergelijkingen tussen landen op eenzelfde moment, met hulp van econometrische modellen, om algemene conclusies te trekken, doen doorgaans geen recht aan de diversiteit van ontwikkelingsprocessen. Dat geldt nog meer wanneer de verondersteld verklarende factoren gering in aantal zijn, slecht omschrevenen moeilijk meetbaar. Dat is in macromodellen betreffende de relatie tussen conflict en ontwikkeling het geval.</p><p><strong>Talloze factoren</strong></p><p>Colliers definitie van een (gewelddadig) conflict is discutabel. Zijn definitie van grieven lijkt vooringenomen. Zijn constatering dat combattanten zich vaak laten leiden door opportunisme, machtswellust en persoonlijke verrijking is juist, maar verwart oorzaak met gevolg. Achter het geweld in Afrika, Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika sinds het midden van de vorige eeuw liggen talloze factoren: economische, politieke,geografische, culturele, religieuze, etnische en andere. Deze zijn deels binnenlands vankarakter, deels bepaald door het buitenland. De historie speelt altijd een rol.</p><p>Eigenlijk is ieder conflict situatiespecifiek. Dat kunnen we leren uit geschiedkundig en sociaalcultureel onderzoek. Dat heb ik de afgelopen decennia ook geleerd uit gesprekken metmachthebbers, onafhankelijkheidsstrijders, rebellen, plegers van geweldloos verzet,mensenrechtenactivisten en anderen, in vele ontwikkelingslanden. De bevindingen van macro-onderzoek moeten worden getoetst met hulp van onderzoeknaar specifieke situaties. Daarbij kunnen interviews met huidige en gewezen strijders nuttig zijn.</p><p><strong>Het veiligheidsmotief</strong></p><p>Zo’n onderzoek heeft recentelijk geresulteerd in een proefschrift van Saskia Baas: &#8216;From Soldiers to Civilians and From Civilians to Soldiers&#8217;. Uit haar gesprekken met strijders uitZuid-Soedan komt een genuanceerd beeld naar voren. Saskia Baas constateert dat naast persoonlijke grieven (bijvoorbeeld wraak) ook politieke stellingnames (bijvoorbeeld hetstreven naar onafhankelijkheid, of het afwijzen van de sharia) een rol spelen. De zuchtnaar economisch profijt speelt nauwelijks een rol, geringer dan de aantrekkingskracht van een status als soldaat.</p><p>Echter, belangrijker dan zowel greed als grievance blijkt het veiligheidsmotief. De meeste geïnterviewden zijn rebel geworden om zichzelf en de familiete beschermen. Voeg daarbij gedwongen rekrutering en het gebrek aan alternatieven in eendoor geweld verscheurd land, en er blijft van de greed versus grievance-theorie weinig over. Motieven van personen die zich laten rekruteren in een lang bestaand gewelddadig conflict verschaffen geen inzicht in de oorzaken daarvan. Motieven van mensen die zelf in opstand komen, zoals thans in Syrië en Libië, geven dat inzicht wel. Maar ook daar gaat de theorie niet op: het gaat daar echt om grievance, niet om greed.</p><p><em>Jan Pronk was minister voor Ontwikkelingssamenwerkingin de kabinetten Den Uyl (1973-’77),Lubbers III (1989-’94) en Kok I (1994-’98).Van 2004 tot 2006 was hij speciaal VN-gezant inSoedan. Momenteel is hij hoogleraar aan hetInstitute of Social Studies in Den Haag.</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/07/jan-pronk-hebzucht-of-grief/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Wees echt &#8211; wees jezelf</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/06/wees-echt-wees-jezelf/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/06/wees-echt-wees-jezelf/#comments</comments> <pubDate>Thu, 30 Jun 2011 11:00:03 +0000</pubDate> <dc:creator>Judith Madigan</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=13930</guid> <description><![CDATA[‘Laten we ons niet alleen richten op wat we denken dat de donor of donateur wilt horen. Bepaal zelf wat de donor MOET horen’, stelt Judith Madigan van BrandOutLoud in haar nieuwe column. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/06/wees-echt-wees-jezelf/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-13931" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/06/wees-echt-wees-jezelf/madigan-200x300/"><img class="alignleft size-full wp-image-13931" title="MADIGAN-200x300" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/06/MADIGAN-200x300.jpg" alt="" width="200" height="300" /></a>‘Laten we ons niet alleen richten op wat we denken dat de donor of donateur wilt horen. Bepaal zelf wat de donor MOET horen’, stelt Judith Madigan van BrandOutLoud in haar nieuwe column.</strong></p><p>‘Wie zijn jullie? Waar staan jullie voor?’ Elk branding of communicatie traject met een lokale organisatie start ik met deze vragen. Antwoorden over missie en visie statements uit project-of programma voorstellen vliegen me dan om de oren. Iets wat ook maar een beetje de persoonlijkheid van een organisatie overbrengt, is ver te zoeken.</p><p><em> </em></p><p>Om toch de onderste steen boven te krijgen een andere vraag dan maar: ‘Wat onderscheidt jullie dan van andere organisaties uit de regio met dezelfde doelen?’</p><p>Tijdens een van onze workshops ontstond hierop een interessante discussie. Door een lokale hulporganisatie werden transparantie en professionaliteit als kernwaarden genoemd. Een ander reageerde: ‘Dat zijn wij ook! Net als jullie, doen en publiceren wij jaarlijks twee accountantscontroles.’ Tja,&#8230;.</p><p>Denkend vanuit jezelf &#8211; als organisatie &#8211; het laten zien van je persoonlijkheid is de basis van je merkidentiteit. Een westers, en ook een nieuw concept voor lokale organisaties. Wil je je als goed doel sterk profileren en vooral die pure en eerlijke boodschap uitdragen, zal je deze aanpak wel moeten omarmen.</p><p><strong>Ware woorden</strong></p><p>De laatste tijd wordt hier veel over geschreven, zoals Marc Broere in zijn boek stelde, ‘het realistisch communiceren’, of Alexander Kohnstamm’s ‘betrekken door verleiden’.  <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/06/voorlichting-en-draagvlak-laat-henk-ingrid-zelf-denken/">Elisabeth van der Steenhoven</a> adviseerde onlangs om vooral Henk &amp; Ingrid (worden dat nu echt de werknamen voor onze donateurs?) zelf na te laten denken.</p><p>Allemaal ware woorden als je het bekijkt vanuit de doelgroep.<em> </em>Maar laten we ons niet alleen richten op wat we denken dat de donor of donateur wilt horen. Bepaal zelf wat de donor MOET horen &#8211; niet alleen afgaan op emoties, maar bewijzen dat hij/zij deel uitmaakt van de oplossing. Juist te kiezen voor helder en authentiek communiceren. Uitgaan van de persoonlijkheid van jouw organisatie, dat uitdragen en daarmee je doelgroep overtuigen.</p><p><strong>Kernwaarden</strong></p><p>De directeur van een van onze partners vertelde mij dat een van hun donors een zwak had voor landmijnen en mensen met een fysieke beperking. Met een goed verhaal en een aandoenlijke foto van een gehandicapte (wel of niet door een landmijn) in een rolstoel kregen ze vaak toch die <em>grant </em>toegewezen. Handige aanpak, maar niet vanuit hun eigen kernwaarden.</p><p>‘Wat zijn de kernwaarden van jouw organisatie, wat is de persoonlijkheid?’ Een ogenschijnlijke eenvoudige vraag, waar zeker niet alleen lokale organisaties mee worstelen. Zij moeten nu die vertaalslag maken; niet blijven communiceren vanuit beleidsdocumenten maar naar doelgroep gerichte communicatie boodschappen en uitstraling. Rapporteren aan institutionele en internationale donors is anders dan in gesprek te gaan met donateurs. Dat is betrekken door jezelf te laten zien.</p><p><strong>Internal branding</strong></p><p>Daarentegen hebben juist grote internationale ontwikkelingsorganisaties moeite om hun persoonlijkheid te bewaken door enorme verscheidenheid van medewerkers, aandachtsgebieden en werkzaamheden. Vooral het punt van ‘internal branding’:  zal iedereen binnen bijvoorbeeld een ICCO of Oxfam hetzelfde beeld delen over de persoonlijkheid?</p><p>Ik zou iedereen de vraag van collega nonprofit marketeer <a href="http://www.nonprofitmarketingguide.com/ " target="_blank">Kivi Leroux Miller </a>willen voorleggen. Welke drie woorden geven de persoonlijkheid van jouw organisatie aan? Iets om over na te denken. En vanuit dat perspectief &#8211; zonder af te dwalen of te praten naar de mond van de donateur &#8211; puur, eerlijk en authentiek te gaan communiceren. Dat is al een goed verhaal.</p><p><em>Judith Madigan is oprichter en directeur van BrandOutLoud. <a href="http://www.brandoutloud.org/">BrandOutLoud</a> helpt lokale hulporganisaties op eigen benen te staan middels branding en communicatie.</em></p><p>&nbsp;</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/06/wees-echt-wees-jezelf/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>4</slash:comments> </item> <item><title>Angst voor een goed imago</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2011/05/angst-voor-een-goed-imago/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2011/05/angst-voor-een-goed-imago/#comments</comments> <pubDate>Fri, 27 May 2011 06:32:02 +0000</pubDate> <dc:creator>Judith Madigan</dc:creator> <category><![CDATA[weblog]]></category> <category><![CDATA[BrandOutLoud]]></category> <category><![CDATA[Judith Madigan]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=12978</guid> <description><![CDATA[Om in Nederland donateurs of vrijwilligers te werven moet je investeren in het imago van je organisatie. Lokale hulporganisaties in Zuidoost Azië denken daar vaak heel anders over. ‘We don’t want to look too well off.’Oftewel, ze willen niet overkomen alsof het ze al te goed gaat. Een misperceptie, vindt Judith Madagan van BrandOutLoud. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/05/angst-voor-een-goed-imago/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a rel="attachment wp-att-10224" href="http://www.viceversaonline.nl/2011/03/marketing-en-goede-doelen-een-gelukkig-huwelijk/judith-madigan/"><img class="alignleft size-full wp-image-10224" title="judith madigan" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/03/judith-madigan.bmp" alt="" width="227" height="151" /></a>Om in Nederland donateurs of vrijwilligers te werven moet je investeren in het imago van je organisatie. Lokale hulporganisaties in Zuidoost Azië denken daar vaak heel anders over. ‘We don’t want to look too well off.’Oftewel, ze willen niet overkomen alsof het ze al te goed gaat. Een misperceptie, vindt Judith Madagan van BrandOutLoud.</strong></p><p>Bekende hulporganisaties in Nederland investeren steeds meer in branding, marketing en communicatie. Want juist nu er minder subsidie beschikbaar is ‘rent iedereen achter dezelfde bal aan’ voor de gunst van de donateur en de vrijwilliger. Dit geldt, naar verneming, echter niet voor landen als Cambodja waar er vaak gedacht wordt dat branding gelijk staat aan pennen met logo’s, beplakte auto’s en een gelikte uitstraling.</p><p>Enige tijd terug sprak ik met een kleine lokale organisatie, die scholing biedt aan kinderen met een verstandelijke beperking. Kleinschalig ja, maar met een sterke achterban en effectieve aanpak. Hoewel een gedegen profilering en positionering hen een extra voorzet zou kunnen geven, waren ze bang hun werkwijze te veranderen. Omdat donateurs kleinschaligheid verwachten en daarbij hoort een ‘low-key’ imago met weinig communicatie middelen. Deze gedachtegang blijft mij verbazen.</p><p><strong>Nog veel te winnen</strong></p><p>Waarom zouden een sterk imago en professionele middelen in de weg moeten staan van succesvolle fondsenwerving? Donateurs beseffen inmiddels dat een deel van hun geld naar de organisatie-uitvoering gaat. Voor fondswerving &#8211; en daarmee branding en marketing – is ook geld nodig. Want is een donateur niet juist op zoek naar oprechte betrokkenheid en heldere communicatie met hetzelfde grote doel voor ogen?</p><p>Er valt nog zoveel te winnen door een zichtbaar profiel en transparante communicatie. Een mooi voorbeeld is All Ears Cambodia, een lokaal project ten behoeve van mensen met gehoorproblemen, zoals slechthorendheid en doofheid. Zeer grondig opgezet met geavanceerde apparatuur. Deze professionele aanpak was echter in groot contrast met hun communicatie. Zelfs aan een degelijke online presentatie ontbrak het. Een nieuw imago en communicatiemiddelen brachten het geheel veel meer in balans. De misperceptie dat dit tegen hen zou werken, werd weerlegd. Sterker nog, hun jaarlijkse budget is in de afgelopen drie jaren ruim verdubbeld.</p><p><strong>Sterk profiel</strong></p><p>Lokaal werk kan dan wel kleinschalig zijn, maar dit moet niet in de weg staan van de ontwikkeling van een sterk profiel en professionele communicatiemiddelen. En daarmee de stap naar verzelfstandiging, zodat ze minder afhankelijk zijn van de afnemende subsidies van grote donateurs. De grenzen om potentiële donateurs te benaderen vervagen door online marketing en sociale media. Maar om die grens over te gaan, moet men wel af van de angst voor een (te) goed imago. Juist voor lokale organisaties is het belangrijk zich te profileren richting medestanders die zich verbonden willen voelen met hun boodschap.</p><p><em>Judith Madigan is directeur van non-profit organisatie BrandOutLoud. </em></p><p><em>BrandOutLoud helpt lokale hulporganisaties op eigen benen te staan door middel van branding en communicatie. www.brandoutloud.org</em><em></em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2011/05/angst-voor-een-goed-imago/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk: basic
Page Caching using disk: enhanced
Database Caching 1/50 queries in 0.019 seconds using disk: basic
Object Caching 1085/1184 objects using disk: basic

Served from: www.viceversaonline.nl @ 2012-02-04 12:21:36 -->
